![]() |
Aandacht
|
|||||||
|
|
||||||||
|
Engels: attention Duits: Aufmerksamkeit Frans: attention
Definitie: Aandacht
is een toestand van waakzaam bewustzijn, waarbij we informatie uit de
omgeving kunnen opnemen. Wanneer de aandacht
uitsluitend is toegespitst op één punt, dan spreken we van concentratie. Verwante termen: Alertheid,
attentie, waakzaamheid, opmerkzaamheid, receptief bewustzijn. Zie ook: concentratie,
verstrooidheid, ADHD (Attention Deficit Hyperkinetic Disorder),
organiciteit, structopathie, MDB (Minimal Brain Damage) Wat is aandacht
?
Aandacht
ontstaat door een reeks complexe neurologische en neurofysiologische processen,
die ons in een toestand van verhoogde opmerkzaamheid houden. Het bewustzijn
bij de mens komt tot stand door prikkels die vanuit het waakzaamheidcentrum
in de hersenstam en de middenhersenen naar de hersenschors opstijgen.
Dit centrum heet de netvormige formatie of de formatio reticularis. Als
de activiteit van dit centrum vermindert, verslapt de aandacht.
(figuur
weggelaten) Figuur 1: situering van het waakzaamheidcentrum
Het
is hetzelfde centrum dat in een ander gedeelte ook ons waak-slaapritme
regelt. Als we bijvoorbeeld tijdens de slaap een aandrang voelen om te
plassen, zullen de opstijgende prikkels van de formatio reticularis ervoor
zorgen dat we wakker worden. We spreken dan van het 'opstijgend reticulair
activatiesysteem' of het ARAS systeem (Ascending Reticular Activating
System). De
activering gebeurt niet alleen door het reticulaire systeem, maar meer
nog door de vlakbij gelegen locus coeruleus, een systeem van zenuwcellen
dat norepinefrine produceert en daardoor het lichaam activeert. Soorten aandachtWanneer
de aandacht door meerdere aandachtspunten wordt weerhouden, spreken we
van verdeelde aandacht. Onderzoek heeft aangetoond dat proefpersonen
snel fouten beginnen te maken als ze hun aandacht op hetzelfde ogenblik
over meerdere punten moeten verdelen. Verdeelde aandacht leidt dan ook
tot verstrooidheid: de menselijke geest is weinig geschikt om verschillende
taken tegelijk aandacht te schenken. Omgekeerd is het ook mogelijk aandacht te filteren.
We spreken dan van selectieve aandacht. Dit is bijvoorbeeld het
geval als een moeder tijdens een gesprek plots op de achtergrond hoort
dat haar kind is wakker geworden. Aandacht en motivatieVerhoogde
waakzaamheid op zich is niet steeds voldoende om aandacht te waarborgen.
Naast de neurologische prikkels is er vaak ook een psychologische factor
nodig: het is een feit dat de aandacht wordt gesteund door motivatie.
Zo is belangstelling bijvoorbeeld een sterk motiverende
factor: een spannende film zal langer onze aandacht houden dan een vervelende
voordracht. Dit merken we ook voor het beeldscherm. Bij het gebruik van
de computer voor een hobby kunnen we langer onze aandacht gaande houden
dan in een werksituatie. Activering en motivatie lopen soms door elkaar. Uiteraard
gaat van een levensbedreigende situatie een grote motivatie uit (levensbehoud),
maar we hebben dan ook te maken met hoge niveaus van spanning (angst). Beïnvloeden van de aandachtEen
goede lichamelijke conditie bevordert de waakzaamheid. Fitheid, voldoende
slaap, een goede voedingstoestand,... scheppen de voorwaarden tot het
opbrengen van aandacht. Deze aandacht gaande houden is dan een kwestie
van motivatie. Door het centraal zenuwstelsel te prikkelen, kunnen
we eveneens een hoger activiteitsniveau bereiken en dus de aandacht verhogen.
Dit kan bijvoorbeeld door het drinken van koffie, het gebruik van amfetamines
of elk ander stimulerend middel dat studenten tijdens een blokperiode
wel eens durven gebruiken. Dit is niet helemaal zonder risico: de uitwerking
is slechts tijdelijk en de vermoeidheid stapelt zich op, waardoor een
terugslageffect kan optreden. Al wat de hersenwerking nadelig kan beïnvloeden geeft
aandachtverlies. Hersenbeschadiging, vermoeidheid, vergiftiging, zuurstofgebrek,
.., zorgen ervoor dat we moeilijk aandacht kunnen opbrengen of richten.
Ook sterk afleidende en dominerende factoren beïnvloeden
de aandacht. De bron hiervan kan zowel intern ( bvb. pijn) als extern
(bvb. lawaai) zijn. Omdat waakzaamheid gekoppeld is aan bewustzijn, kan
er ook geen of slechts verminderde aandacht zijn bij bewustzijnsverlaging
of -verlies. Dronkenschap, ziekte, slaperigheid of coma, maken dat er
weinig of geen aandacht kan worden opgebracht. Meten van de aandachtAls
we aandacht willen meten, dan gebeurt dit doorgaans op indirecte wijze.
We meten dan bijvoorbeeld het effect van de prikkels van het ARAS-systeem.
Met een EEG (elektro-encefalogram) wordt dit effect zichtbaar gemaakt
in de vorm van elektrische potentiaalverschillen in de hersenschors. Zowel
de sterkte (amplitude) als de frequentie (snelheid) van de hersengolven
spelen hierbij een rol. Doorgaans geldt dat tragere en grotere golven
staan voor een lager bewustzijnsniveau, terwijl snelle, kleine golven
wijzen op meer bewuste activiteit. (figuur
weggelaten) Figuur 2: hersengolfpatronen bij verschillende niveaus
van aandacht. In
rust tonen normale hersenen een overwegend alfa-patroon: golven met een
frequentie tussen 8 en 13 trillingen per seconde. Deze golven treffen
we meer aan in het achterhoofd en in de figuur vinden we bij c een kenmerkende
vorm. Als we de ogen gesloten houden, neemt de alfa-activiteit toe. Openen
we de ogen, dan verschijnt een sneller beta-patroon, dat op grotere waakzaamheid
wijst (zie e) en 13 of meer trillingen per seconde kent. Betagolven zijn een indicatie van bewuste hersenactiviteit.
We vinden ze meer vooraan en aan de zijkanten van de hersenen. Bij een
rekentaak bijvoorbeeld, zal dit patroon gaan overwegen. Een typisch voorbeeld
ervan vinden we bij d. Bij b vinden we trage theta-golven, die wijzen op dagdromen,
halfslaap of sluimeren. Door te vergelijken met de synchronisatielijn
in f, kunnen we vaststellen dat ze optreden met een frequentie tussen
3 en 7 trillingen per seconde. Tenslotte merken we in a de delta-golven, zeer traag,
die kenmerkend zijn voor diepe slaap of bewusteloosheid. Deze gegevens moeten we voorzichtig benaderen. Bij de
interpretatie van een EEG komen we nogal wat uitzonderingssituaties tegen.
Ook is het EEG van een kind vaak sterk afwijkend van dat van een volwassene.
Toch kunnen we stellen dat een EEG vaak duidelijke uitspraken mogelijk
maakt over de waakzaamheid van een persoon. Het EEG kan bijvoorbeeld zeer belangrijke aanwijzingen
geven bij bepaalde vormen van pathologisch aandachtsverlies. Zo bestaan
er vormen van epilepsie die gepaard gaan met kortdurende bewustzijnsdalingen
("petit mal"). Deze aanvalletjes - die men "absences"
noemt - duren maximaal een tiental seconden, waarbij de aandacht geblokkeerd
wordt. Kinderen die aan het schrijven zijn en een absence-aanval krijgen,
blijven gewoon doorschrijven, beginnen te krabbelen en gaan van het blad
af. Een autovoerder die een absence-opstoot krijgt blijft gewoon rechtdoor
rijden, ook al maakt de weg een bocht ... In
een EEG verschijnt petit-mal als een golf met een karakteristieke vorm:
een scherpe piek wordt gevolgd door een trage golf. Daarom spreekt men
van piek-golfcomplexen. Als men bij jongere kinderen vaststelt dat ze er soms
"niet bij" zijn en dan enkele seconden lang even van de wereld
zijn afgesloten, dan kan een EEG uitsluitsel geven over het al dan niet
be staan van absences. Met de huidige medicatie is dit bijna altijd succesvol
te behandelen. AandachtstoornissenIn
grote lijnen onderscheiden we twee soorten stoornissen van de aandacht.
Bij aprosexie kan geen aandacht worden opgebracht. Bij hyperprosexie kan
de aandacht niet worden gericht of gebonden. Beide vormen kunnen voorkomen
bij ADHD. Aprosexie wijst vaak op een organisch proces, waarbij
er dus een vorm van defect of beschadiging is. We gaven hierboven al het
voorbeeld van petit mal. Ook bij narcolepsie of slaapzucht treffen we
aandachtstoornissen aan, evenals bij vergiftigingstoestanden van de hersenen
(zuurstoftekort, koolmonoxide-intoxicatie). Uiteraard is er ook aprosexie
bij bewusteloosheid. Bij hyperprosexie is er daarentegen een overprikkeling,
waardoor de aandacht te vluchtig en kortstondig wordt. Kinderen die lijden
aan hyperprosexie zijn zeer snel afleidbaar: elke prikkel wordt gevolgd.
Een vlieg in de klas maakt dat ze van de hele les niets meenemen. Enkele praktische gevolgtrekkingen voor studenten
|
||||||||
|
|
||||||||
|
©
Leon Volders, 2001
|
laatste
revisie: 15/08/2001
|
|||||||