cyclus
SCHETSEN NAAR LEVEND
(niet naakt)
MODEL
![]() |
ik ben al twee
stappen
ver
op
het
zebrapad
als hij met zijn zware bmw
nog voorbij wil
twee millimeter scheelt het
van mijn tenen en de
k
n
o
p
e
n
van mijn jas
(ik tel de knopen van mijn jas,
ja, nee, ja, nee
'k wil weten of ik bij je pas,
ja, nee, ja, nee)
uit reflex geef ik een trap
tegen de carrosserie
wanneer de auto stopt
de deur opengaat
en ik "schurftig..." hoor roepen
duw ik het portier
met de linkerarm wijdopen
en trap met rechts
mijn knie, mijn scheenbeen raken
hem
mijn rechterhand laat het knipmes
openspringen
en god sprak:
laten wij een clownsmond tekenen
de ene kant is mooi gelukt
een verwijde glimlach
maar de andere kant is
uitgemond
in de onderlip
scheve mond
lippenrood
het bloed druipt op zijn grijze
pak
mooi contrast
mooier dan zijn futloze das
ik sta op het perron
wachtend op de trein
het rookverbodhij loopt tegen mij aan
grijnst scheef
tegen de muur
ik duw hem naar de kant
zijn smoel wordt hoofdletter O
ik grijp hem bij het haar
en sla zijn kop driemaal
(scheepsrecht)
tegen de muur
ik stamp mijn knie
in zijn kruis
geloofd zij jezus christus
hij buigt voorover
en ik trek zijn kwijlend bakkes
tegen mijn dijbeen
bloed op mijn zwarte jeans
rood en zwart
Stendhal
ik loop vliegensvlug
de
trap-
pen
af
de trein is vertrekkensklaar
voor mij zakken twee kletswijven
gezapig naar beneden
bras dessus bras dessous
kabas links
kabas rechts
ik verontschuldig vraag smeek
probeer voorbij te steken
keuvelend en kalverend
zakken ze onverstoorbaar af
kabas links
kabas rechts
ik wring mij voorbij de linkse vrouw
haar paraplu hindert mij
en doet mij bijna vallen
de deuren van de trein slaan dicht
de wijven proesten en gillen van
het lachen
kabas links
kabas rechts
ik draai mij om
grijp de ene vrouw bij het been
en trek haar omver
de paraplu valt neer
en
wordt in mijn handen
een kendozwaard
kiai
tsukii
zij ligt op de trappen
benen open
een roze slip kijkt verbaasd op
en krijgt de pin midden de gelijkbenige
driehoek
scherpenheuvel
zij krijst zoals haar vent haar nooit zal laten krijsen
ik spuug en
raak haar
tussen slip en kousenband
goed gemikt
vlek ontvangen
hij stapt voor mij op de roltrap
met verwaande verwijfde maniertjes
ik wil per se de bus halen
maar geen manier om hem voorbij
te komen
hij draait zich nog eens om en
pinkje en piemeltje in de lucht
zwaait hij nogmaals naar zijn vriendje
mijn "excuseer" is zelfs geen blik
waard
en als ik hem opzij duw
is "ruige macho" het harde scheldwoord
boven de roltrap
blijf ik staan
wanneer hij hij tegen me opbotst
geef ik hem een stevige elleboogstoot
hij struikelt
probeert op te staan
verliest volledig zijn evenwicht
en slaat voluit achterover
huid van handen en hoofd scheuren
open
de rode druppels op het vuile grijze
metaal
flikkeren
als de roltrap verder
draait en draait
met veel zenuwachtige gebaren
komt hij
na mij
op een taxi wachten
als de eerste arriveert
probeert hij gelijk met mij in
te stappen
ik ga opzij
laat hem zich binnenwringen
sla dan de portière op hem
dicht
zijn hand zit klem
ik doe de deur open
en klap ze nog harder toe
in de flits
van open en dichtgaan
zie ik dat zijn vingers
bloedstrepen nalaten op de binnenbekleding
handjes wassen voor het eten!
een volgepropte bus
op de enige vrije zitplaats
die niemand wenst of durft te nemen
heeft een boerenknul
zestien of zo
zijn voet gelegd
mijn gebaar
dat ik wil zitten
wordt beantwoord met een grijns
nog vuiler
nog grijsbruiner
dan de smerige veeg die hij maakt
zijn voet langzaam wegslepend
"oude zak"
nodigt hij mij uit
ik heb geleefd
en ben beleefd
in een vriendelijk gebaar
zwaai ik met mijn aktentas
de ijzeren rand raakt hem
oog en zijkant neus
tusen zijn vingers
sijpelt bloed
een gekooide vogel
neergekogeld ?
ook ik bezoek eens een tentoonstelling
een tang
vermomd in rolstoel
rijdt me
gemotoriseerd
boodschappenmandje vooraan
handtas erin en
een netjes opgevouwen sjaal
van in 't begin voor de voeten
blokkeert de nauwe toegangen
stoot me twee, drie keer tegen
de schenen
in een zaal met grote vitrine
hindert ze me weer
grimmig grijnsje
ik prop de sjaal
netjes opgevouwen
tussen haar tanden
stamp tegen haar schouders
haar hoofd vliegt
met doffe bang
tegen het glas
als ze terugvalt in de zetel
hef ik
met mijn rechterhand aan het handvat
en mijn rechtervoet onderaan
de schijtstoel op
en kieper de hele boel tegen de
vitrine
onbreekbaar glas (met garantie)
riviertje rood
dat de monochrome grijzen in de
glazen kast
beter tot hun recht laat komen
zei de gids
moe en ziek
's middags naar huis
late middagtreinen zijn lusteloos
en altijd in vertraging
twee oude taarten
likken elkaars crême fraiche
af
en blokkeren de ingang
als ik hoor
dat van het andere spoor
een vroegere trein
in vertraging
vertrekt
geen gehoor of gevolg
aan mijn vriendelijk verzoek
de ene taart krampt zich vast aan
het handvat
terwijl de andere slap op het perron
floept
als ik haar uit mijn weg keil
ik spring om niet te vallen
en mijn linkervoet
vertrapt haar
uitgestrekte rechterhand
het gezellig gekraak van kootjes
was mij
tot hiertoe
onbekend
9.proza of poëzie?:dramatisch impromptu
tussen twee rijen
(pasgesnoeide)
knotwilgen
trekt de vaart
een rechte grijze lijn
naar de bovenkant van
(het blad?)
(het doek?)
de auto staat boven op de brug geparkeerd
bolhoed op een siliconenborst
terwijl ik
leunend over de reling
kijk naar de wilde eendjes
dromend van
eendenborst met appelsien
of
eendenfilet in de wok
stopt een voorbijfietsende schoft
probeert mijn portefeuille
- die lokt en lonkt in mijn achterzak
-
mee te knippen
halveslag om
trap in de spaken
fiets en al op de grond
rechtervoet naar rechteroog
mijn linkervoet in zijn
gapend stinkend bakkes
(spreekt u vloeiend?
een mondjevol)
de rechtervoet
fameus in vorm
(het was weer lang geleden)
stampt nog eens op zijn stomme
kop
krak
(natrappen = rode kaart)
uiteraard
denk ik
- dichterlijk van aard
toch af ten toe -
is dit nu proza of poëzie?
- zo mooi, zo levensecht
zo uit de volle vaart des levens
gegrepen en geschopt -
poème de l'extase
of lied ohne wort?
is dit een installatie?
een happening?
heb ik geperformeerd
freejazzy geïmproviseerd?
terug in de auto
is de beige leren zetel
ijzig koud
ik heb zin in rode port
en een sigaartje
Romeo y Julieta
dat verdomd rechteroog
gaat helemaal kapotafstandsschieten adieu
(zo'n kijker is voor nichten
en gendarmes)tenzij
richten op gevoel?
laden vanuit de heup?en ja hoor
met de windbuks
(hagel is voor zondagsjagers)
lap, een merelnu nog verder
hop, een mus!kan ik het nog?
geef toe!trouwens:
en dan nog:
hoe slecht moet je beven
om je eigen kop te missen?
11. l'éclatement ou l'apothéose
in een stampvolle trein
in vertraging
rokersafdeling
de enige waar nog plaats is
wil een jonge zwangere dame
een broodje eten
opent venster
maar
wordt door een slechtesigarenrokend
ventje
stinkend in zijn driedagenlanggedragen
hemd
uit wiens dossiertjes
die hij met vette overbegoudenringde
vingers doorbladert
blijkt spoorwegambtenaar te zijn
met autoriteit
en bijhorend lachje
terecht gewezen
het dametje
kokhalzend
tranen in de ogen
wil het broodje terug opbergen
ik trek de asbak
onderaan het venstertablet
uit de gleuf
en sla hem op zijn stomme kop
stamp met al wat in mij zit
de asbak weer en nogmaals op zijn
zelfvoldane smoel
de jonge moeder schatert
ploft de aangebeten sandwich
op en tussen zijn
door tandsteen aangetaste
en uitgroeiende gebit
filet americain hangt tussen
bloed slijm en speeksel
het hele compartiment juicht
de jonge moeder
niet meer te stuiten
grijpt zich tussen de benen
doet wat moet
zet zich op ventjes schoot
en plast hem onder
uit de aangrenzende wagons
komt men nu kijken en aplaudisseren
lichamen hangen
in onmogelijke kronkels
uit de vensters van de rijdende
trein
gezichten komen aan ons raampje
kleven
naar binnen loerend
de pret meezuigend
nooit was treinreizen zo aangenaam
nooit was eten zo wellustig
nooit was het leven zo mooi
|
|