cyclus

SCHETSEN NAAR LEVEND
(niet naakt)
MODEL


INHOUD:
  1. piepo de clown
  2. de trein,een beetje reizen
  3. onbevlekte ontvangenis
  4. flikkerlicht
  5. herneming
  6. tableau de chasse
  7. art brut
  8. geef mij de vijf
  9. proza of poëzie? dramatisch impromptu
  10. Ma hat ma
  11. l'éclatement ou l'apothéose




1.piepo de clown

ik ben al twee
                      stappen
                                ver
                                        op
                                            het
zebrapad
als hij met zijn zware bmw
nog voorbij wil
twee millimeter scheelt het
van mijn tenen en de
k
n
o
p
e
n
van mijn jas
(ik tel de knopen van mijn jas, ja, nee, ja, nee
'k wil weten of ik bij je pas, ja, nee, ja, nee)

uit reflex geef ik een trap
tegen de carrosserie
wanneer de auto stopt
de deur opengaat
en ik "schurftig..." hoor roepen
duw ik het portier
met de linkerarm wijdopen
en trap met rechts

mijn knie, mijn scheenbeen raken hem
mijn rechterhand laat het knipmes openspringen

en god sprak:
laten wij een clownsmond tekenen

de ene kant is mooi gelukt
een verwijde glimlach
maar de andere kant is
uitgemond
in de onderlip
scheve mond

lippenrood

het bloed druipt op zijn grijze pak
mooi contrast
mooier dan zijn futloze das



 
 
 

2.de trein, een beetje reizen
 

ik sta op het perron
wachtend op de trein

een zatte vent
zoekt naar de uurtabellen
sigaret in de hand
het rookverbod
grijnst scheef
tegen de muur
hij loopt tegen mij aan
zijn onnozele glimlach
stamelt iets (sorry?)
hij steekt de hand uit
en raakt mijn vest
waar hij een gat in brandt

ik duw hem naar de kant
zijn smoel wordt hoofdletter O
ik grijp hem bij het haar
en sla zijn kop driemaal
(scheepsrecht)
tegen de muur
ik stamp mijn knie
in zijn kruis
geloofd zij jezus christus
hij buigt voorover
en ik trek zijn kwijlend bakkes
tegen mijn dijbeen

bloed op mijn zwarte jeans
rood en zwart
Stendhal




 

3.onbevlekte ontvangenis
 

ik loop vliegensvlug
                    de
                      trap-
                           pen
                              af
de trein is vertrekkensklaar
voor mij zakken twee kletswijven
gezapig naar beneden
bras dessus bras dessous
kabas links
kabas rechts

ik verontschuldig vraag smeek
probeer voorbij te steken
keuvelend en kalverend
zakken ze onverstoorbaar af
kabas links
kabas rechts

ik wring mij voorbij de linkse vrouw
haar paraplu hindert mij
en doet mij bijna vallen
de deuren van de trein slaan dicht
de wijven proesten en gillen van het lachen
kabas links
kabas rechts

ik draai mij om
grijp de ene vrouw bij het been
en trek haar omver
de paraplu valt neer
en
wordt in mijn handen
een kendozwaard
kiai
tsukii
zij ligt op de trappen
benen open
een roze slip kijkt verbaasd op
en krijgt de pin midden de gelijkbenige driehoek

scherpenheuvel

zij krijst zoals haar vent haar nooit zal laten krijsen

ik spuug en
raak haar
tussen slip en kousenband

goed gemikt
vlek ontvangen




 

4.flikkerlicht

hij stapt voor mij op de roltrap
met verwaande verwijfde maniertjes
ik wil per se de bus halen
maar geen manier om hem voorbij te komen
hij draait zich nog eens om en
pinkje en piemeltje in de lucht
zwaait hij nogmaals naar zijn vriendje
mijn "excuseer" is zelfs geen blik waard
en als ik hem opzij duw
is "ruige macho" het harde scheldwoord

boven de roltrap
blijf ik staan
wanneer hij hij tegen me opbotst
geef ik hem een stevige elleboogstoot
hij struikelt
probeert op te staan
verliest volledig zijn evenwicht
en slaat voluit achterover
huid van handen en hoofd scheuren open

de rode druppels op het vuile grijze metaal
flikkeren
als de roltrap verder
draait en draait




 

5. herneming

met veel zenuwachtige gebaren
komt hij
na mij
op een taxi wachten

als de eerste arriveert
probeert hij gelijk met mij in te stappen
ik ga opzij
laat hem zich binnenwringen
sla dan de portière op hem dicht

zijn hand zit klem

ik doe de deur open
en klap ze nog harder toe

in de flits
van open en dichtgaan
zie ik dat zijn vingers
bloedstrepen nalaten op de binnenbekleding

handjes wassen voor het eten!




 

6. tableau de chasse
 

een volgepropte bus
op de enige vrije zitplaats
die niemand wenst of durft te nemen
heeft een boerenknul
zestien of zo
zijn voet gelegd

mijn gebaar
dat ik wil zitten
wordt beantwoord met een grijns
nog vuiler
nog grijsbruiner
dan de smerige veeg die hij maakt
zijn voet langzaam wegslepend

"oude zak"
nodigt hij mij uit

ik heb geleefd
en ben beleefd

in een vriendelijk gebaar
zwaai ik met mijn aktentas
de ijzeren rand raakt hem
oog en zijkant neus

tusen zijn vingers
sijpelt bloed

een gekooide vogel
neergekogeld ?




 
 

7. art brut

ook ik bezoek eens een tentoonstelling

een tang
vermomd in rolstoel
rijdt me
        gemotoriseerd
                boodschappenmandje vooraan
                handtas erin en
                een netjes opgevouwen sjaal
van in 't begin voor de voeten
blokkeert de nauwe toegangen
stoot me twee, drie keer tegen de schenen

in een zaal met grote vitrine
hindert ze me weer
grimmig grijnsje
ik prop de sjaal
                netjes opgevouwen
tussen haar tanden
stamp tegen haar schouders
haar hoofd vliegt
met doffe bang
tegen het glas

als ze terugvalt in de zetel
hef ik
met mijn rechterhand aan het handvat
en mijn rechtervoet onderaan
de schijtstoel op
en kieper de hele boel tegen de vitrine

onbreekbaar glas (met garantie)

riviertje rood
dat de monochrome grijzen in de glazen kast
beter tot hun recht laat komen
zei de gids
 



 
 
 

8. geef mij de vijf

moe en ziek
's middags naar huis

late middagtreinen zijn lusteloos
en altijd in vertraging

twee oude taarten
likken elkaars crême fraiche af
en blokkeren de ingang
als ik hoor
dat van het andere spoor
een vroegere trein
in vertraging
vertrekt

geen gehoor of gevolg
aan mijn vriendelijk verzoek

de ene taart krampt zich vast aan het handvat
terwijl de andere slap op het perron floept
als ik haar uit mijn weg keil

ik spring om niet te vallen
en mijn linkervoet
vertrapt haar
uitgestrekte rechterhand

het gezellig gekraak van kootjes
was mij
tot hiertoe
onbekend




 

9.proza of poëzie?:dramatisch impromptu

tussen twee rijen
(pasgesnoeide)
knotwilgen
trekt de vaart
een rechte grijze lijn
naar de bovenkant van
(het blad?)
(het doek?)

de auto staat boven op de brug geparkeerd
bolhoed op een siliconenborst

terwijl ik
leunend over de reling
kijk naar de wilde eendjes
dromend van
eendenborst met appelsien
of
eendenfilet in de wok

stopt een voorbijfietsende schoft
probeert mijn portefeuille
- die lokt en lonkt in mijn achterzak -
mee te knippen

halveslag om
trap in de spaken
fiets en al op de grond

rechtervoet naar rechteroog
mijn linkervoet in zijn
gapend stinkend bakkes
(spreekt u vloeiend?
een mondjevol)

de rechtervoet
fameus in vorm
(het was weer lang geleden)
stampt nog eens op zijn stomme kop
krak
(natrappen = rode kaart)

uiteraard
denk ik
- dichterlijk van aard
toch af ten toe -
is dit nu proza of poëzie?
- zo mooi, zo levensecht
zo uit de volle vaart des levens
gegrepen en geschopt -
poème de l'extase
of lied ohne wort?
is dit een installatie?
een happening?
heb ik geperformeerd
freejazzy geïmproviseerd?

terug in de auto
is de beige leren zetel
ijzig koud

ik heb zin in rode port
en een sigaartje
Romeo y Julieta
 
 



10.ma hat ma
 
 

dat verdomd rechteroog
gaat helemaal kapot

afstandsschieten adieu
(zo'n kijker is voor nichten
en gendarmes)

tenzij

richten op gevoel?
laden vanuit de heup?

en ja hoor
met de windbuks
(hagel is voor zondagsjagers)
lap, een merel

nu nog verder
hop, een mus!

kan ik het nog?
geef toe!

trouwens:
en dan nog:
hoe slecht moet je beven
om je eigen kop te missen?
 

 
11. l'éclatement ou l'apothéose
 

in een stampvolle trein
in vertraging
rokersafdeling
de enige waar nog plaats is
wil een jonge zwangere dame
een broodje eten
opent venster
maar
wordt door een slechtesigarenrokend ventje
stinkend in zijn driedagenlanggedragen hemd
uit wiens dossiertjes
die hij met vette overbegoudenringde vingers doorbladert
blijkt spoorwegambtenaar te zijn
met autoriteit
en bijhorend lachje
terecht gewezen

het dametje
kokhalzend
tranen in de ogen
wil het broodje terug opbergen

ik trek de asbak
onderaan het venstertablet
uit de gleuf
en sla hem op zijn stomme kop
stamp met al wat in mij zit
de asbak weer en nogmaals op zijn zelfvoldane smoel

de jonge moeder schatert
ploft de aangebeten sandwich
op en tussen zijn
door tandsteen aangetaste
en uitgroeiende gebit

filet americain hangt tussen
bloed slijm en speeksel

het hele compartiment juicht
de jonge moeder
niet meer te stuiten
grijpt zich tussen de benen
doet wat moet
zet zich op ventjes schoot
en plast hem onder

uit de aangrenzende wagons
komt men nu kijken en aplaudisseren

lichamen hangen
in onmogelijke kronkels
uit de vensters van de rijdende trein

gezichten komen aan ons raampje kleven
naar binnen loerend
de pret meezuigend

nooit was treinreizen zo aangenaam
nooit was eten zo wellustig
nooit was het leven zo mooi
 
 
 

 
 

 


 
 
 
 

terug naar: "VOORPAGINA"