
Hij was 16 of 17. Zij was Engelse. Zonder oorzakelijk verband. Hij passeerde
elke dag voorbij haar huis op weg naar school.
Soms zag hij haar, toen ze de kinderen naar de les voerde.
Op een dag, toen hij in de pletsende regen naar huis liep, pikte ze
hem op met de auto.Vriendelijk gebaar. Toen ze vernam dat hij toch
alleen thuis was, en het vuur nog moest aansteken, bood ze aan hem bij
haar thuis te drogen en op te warmen. Nog vriendelijker. Bronchitis en
longontsteking op de loer liggend, aanvaardde hij.
She had geheard dat hie so good stjudierde, begreep hij, en dat hij
nu Engels conversation moest have, en dat ze hem een echte engelse kop
tee ging zetten. Hij stond juist recht om zijn kletsnatte broek in de plooi
te trekken, en te vermijden dat ze op kniehoogte twee bokshandschoenen
zou vertonen, toen ze met de teeschotel arriveerde. O, hij zou beter zijn
broek te drogen hangen. Ze zou een pantalon halen van haar man, die iets
was op lange vaart, meende hij te verstaan, lucht of zee. Hij aarzelde.
In andermans broek stappen? Ze drong aan, haalde kleren, en draaide zich
om terwijl hij wisselde. Toen hij in onderbroek stond hoorde hij aan zijn
rechteroor hees fluisteren dat hij een mooi achterwerk had, en dat de meisjes
hem wel wilden zeker.
Haar rechterhand streelde zijn kont, haar linker ging over zijn dij
naar voren, en probeerde de onderbroek binnen te geraken. Kriebelingen
in de maag en lager, draaide hij zich om. Nu ging hij zien en weten wat
een vrouw was. "In andermans broek", ging door zijn hoofd, "kop tee, op
lange vaart".
Toen zij, boven en onder en naast en overal met hem in de zetel liggend, haar vinger in zijn aars duwde, niet op zijn au-roep reageerde toen haar nagel bijna door zijn prostaat scheurde, gaf hij een stoot met zijn hoofd, zijn enige vrijzijnde lichaamsdeel. Het octopuskluwen waarin hij zat werd iets losser, hij voelde vocht aan zijn voorhoofd boven het oude litteken aan zijn rechteroog. Hij liet zijn bebloede en betraande hoofd naar beneden glijden, en beet met volle kaakkracht in haar linkerborst. De tepel had een zure smaak, dacht hij. Haar stil gehuil werd nu een scherpe kreet. Zij schudde door elkaar.
En er kwam een varkentje met een lange snuit, en dat spuwde al zijn zaadjes uit.
De prijs voor Engels heeft hij dat jaar niet gekregen. Wel Nederlands
en Wetenschappen. Zonder oorzakelijk verband.
't Café van
't S.M.A.K: hij heeft zijn
dosis Ricard binnen waarvan
de prijs van keer tot keer varieert waarom is niet bekend misschien
afhankelijk van de schoonheid en de jeugd van de diensters en gaat naar
huis want er is weer een of andere high-brow drink geweest in de lokalen
van de Vereniging
en de zondagmiddagleuteraars de kunstelierders de smurfen die uit hun bek
nog stinken naar wie en wat ze die nacht gepijpt hebben de jongedames met
hun kleren van zevenentwintig dagen aan een stuk gedragen stuiken binnen
hij doet zijn best om te trappelen op de mantels die overal half
op de grond hangen en de weg versperren en hij ziet hoe een
artistesjieke vader zijn kleine in de hoogte werpt en vraagt zich af of
de organisatie voor en van dieren Gaia niet moet verwittigd worden tot
hij toch bij de uitgang gesukkeld het laatste tafeltje bemerk speelt
de absinthroes hem parten hij veegt de de tranen weg die voortdurend uit
zijn anderhalf oog lopen maar nog altijd zit daar een klein fijn
bleek blond jongetje met een brilletje midden alle geroezemoes in een boek
(een cataloog?) te bladeren.
En daar vliegt hij 50 jaar achteruit en achterover.
Het kleine bleke blonde fijne jongetje dat hij was in de veertiger
jaren de droefgeestige blik op de foto's het gemis van zijn vader en de
stille weenpartijen hiervoor de eerste zelfmoordpoging aan vijf zes jaar
het pesten op school vol christelijke liefde maar niet voor de kleinste
en de zwakste een ooglap voor het linkeroog dragen en alleen vage
vormen zien en niet wie op u afkomt en welk gevaar er dreigt druppels in
de ogen krijgen en toch moeten lezen in de klas eindelijk een middel gevonden
om hem punten af te trekken en de kleine van een zwarte(*)
voor te trekken tegen een ijzeren hek geramd worden door een hazelip
die eindelijk een diersoort gevonden had nog lager geklasseerd dan
hij gehandicapte de bril die door de wenkbrauw ging bijna het oog binnen
de wrok de nijd de haat het leren een sterkere tot vriend te maken wie
niet sterk is moet slim zijn voor twee de olijke vrolijke guit te worden
en o wat was hij sociaal want de lachers trekken veel volk op hun kant
en overleven overleven en leven
ach ja
(*) zwarte:
collaborateur, meeheuler met duitse bezetting, niks te maken met
afrikaan of afro-amerikaan