2.

water
diep, zwart
(oeverloos?)

een sloep drijft
(stuurloos?)
van mij weg

aan boord
een man
in helblauwe kleren
de armen
half geheven
zingend
Avinoe Malkeinoe

druppels op mijn gezicht
het regent niet meer
de wind ging liggen
de zon ging onder

de gele eierdooier
wordt nu
een grote rode zuigvlek