10.
"Het onkruid fluit waar het niet zingen kan"
zegt ze,
terwijl aardappelen groeien uit haar schoot.
Beelderig schroeit vuur rond haar hoofd,
de muizenval met doornen kroon.
En: "ik zag je altijd liever dan de anderen".
We spelen hand op hand op hand op hand
om elkaar niet te begrijpen
en de banden te vergeten.
Vuurstoot gaat het huis uit,
hanebalken kraaiend.
"Maar je was een moeilijk kind".
Kreten blijven gebonden aan de huig,
de mond te droog gedronken,
de hand te lam om te gebaren.
"Je hebt iets wilds in je,
net als je vader en diens vader en diens vader."
Slaan gevangenisdeuren niet tot ridder?
De ra maakt krassen op de wolken,
de zeilen dienen ingekort.
Sprokkelhout brandt vlugger en beter.
"Jeverecheha Adonai" * bensjt ze mij.
Verwend geweest?
Vervreemd leef ik aan de linkerkant van de
straat,
met een verschoeide leest
als leesgenoot.
*vert: "Moge Hasjem je zegenen"