PORTRETTEN.


 
 
 



 
 

Schrijversportretten:















1. Daniël Robberechts
 

Hij zat aan de hoek van de tafel,
ver van iedereen weg,
naar buiten te staren.

ik zat ergens in de mêlée
geeuwend
in een revue te blaren

de bende om ons heen
Schilders, Schrijvers, Dichters,
had het over Subsidieren

met andere woorden
hoe Karels kontje
en Clara's mouwtjes
likken en besmeren
om bij de vleespotten
te geraken.

Robberechts zei geen woord.

ik, nog te jong toen,
zou geen letter piepen

wat, van die hele avond,
de twee meest zinnige dingen waren

2. Herman J. Claeys
 

hij was, in die wilde jaren,
de witheid zelve

hij was tegelijk
de boodschapper en de boodschap
gabriel en de maagd
het instrument en het geluid

toen hij alles verliet
werd hij door iedereen verlaten

hij WAS in die wilde jaren
wat wij speelden

3. brusselmans

aan een terrasje
in het centrum van de stad
de stoel ver achteruit
de voorbijgangers hinderend,
zat brusselmans
zichzelf te showen

ik keek de andere kant op
en liep vlak tegen hem aan
het was niet hard genoeg om hem
omver te krijgen
alleen een glas viel op de grond

toen ik mij omdraaide
hem met "kijk uit, kalf" condolerend
keek hij manmoedig schaapachtig op
zich in klare taal excuserend
 



4.Sartre
 

maandagmiddag
Brussel
Rogierplein
een meeuw die duikt:
herinnering
("schuwe vogel"?)

                            de heilige jaren 60
                            brandpunt Algerije
                            links doet wat moet
                            (men fluistert:
                            paspoorten
                            geld
                            wapens?)

                            de reactie blijft niet uit
                            er vallen rake klappen
                            Sal Santen zit jaren vast

                            Brussel (nog censuurvrij)
                            onvangt Sartre

                            de enorme, nokvolle zaal
                            barst van de kwartierenlange ovatie,
                            belet Pierre Le Grève's introductie

                            Sartres woorden
                            jagen donderwolken de zaal in
                            tillen ons op tot "jeunes intellectuels de gauche"
                            de taak "l'engagement" weegt op onze schouders
                            mei 68 is op komst

Jean Paul Sartre is op gezegende leeftijd (in bed) overleden
de da Vincizaal bestaat niet meer
het gebouw is gesloopt

en Algerije?
 


5.Nelly Sachs
 

neen, Nelly Sachs,
er groeit geen vlinder uit mijn hand
oranjebloesem wuift hier niet
geen mes dat scheidt
geen naald verbindt
steen is steen
en zand blijft zand

waar gaan wij wonen dan
U? en ik?

waar is een thuis?


6. Spinoza
 
dankbaar traag
en liever moe
lijkt
werkelijkheid begeerte

voorzover
redelijkheid leidt
is mijn bestaan
rechthoekig

mijn vorm van
denken
halsstarrig
droog

mijn aandoening
in geen toestand
te overzien

dan later


 
 
 

PORTRETTEN:

















STELE voor Roland D.R.
 

hij stierf zijn leven
in de achterbuurten
van de kunstenarij

slaand en vechtend
om te zijn

drinkend en verdrinkend
om het niet te weten

zijn werk grijparmend om zich heen,
zengend, hijgend, weerloos,
de twijfels spreidend over alle stijlen

hyperrealisme hem wel bekend
van baancafé's en motorrijders

hij werd gevonden
al dagen liggend
in zijn bloed

maagbloeding
besloot de wetsdokter

zelfdestructie
zei de huisarts

op de sokkel van zijn/mijn houten beeldje
staan drie letters
RDR

hebben wij elkaar gekend?
 



 

adelheid
 

ze noemde zichzelf adi
had haar eens ontmoet
vriendin van een vriendin
en uit het oog verloren
maar met mijn
in een cafegevecht afgeknakte
enkel in verband
op twee krukken lopend
was haar gezelschap hoogst welkom

zij was intelligent
heel onderhoudend
heel joviaal
heel kunstminnend
heel belezen
heel dynamisch
heel welbespraakt
maar
heel vlaamsgezind
heel rechtsopgekweekt
(alhoewel ze met haar linkerhand
haar best deed in mijn broek)

wat mij de keuze liet

mijn vriendschap
de strot toeknijpen
op mijn verleden
de keel oversnijden

mijn romantische aard helpend
was de keuze vlug gemaakt

adi-eu

(hehe
fijntje)




de roeister

Ze rolde de rode loper uit naar
haar hart
haar bed

haar benen
zongen een welkomstgroet
in U breed

het tapijt bleek fel versleten
haar slechtgeschoren haartjes
vormden een spijkerbed voor mijn buik.

Toen ik, Orpheus gelijk,
gevalhelmd afdaalde
in de donkere spelonk der liefde

(wijd en sompig en
geuriger nog dan
haar parfum van adem en oksels)

en er mijn weg en helm verloor
lokte ze mij verder
met luitgetokkel en blokfluitspel

haar getrainde spieren
plakten mij op haar lijf
en schudden en sleurden mij heen en weer

tot het subliem moment van klaarkomen
en ik in een uiterste inspanning van alle genotspieren
haar bed en haar weldadig onderkotste

haar innige dank uitte zich
door een schop tegen mijn scheen
waar ik twee weken van na-genoot
 




 
 

TERUG NAAR "HOMEPAGE"