| VERHALEN,
levensecht
maar daarom (of daardoor?) niet minder angstaanjagend - het verhaal van de week
|
het verhaal van
de week,
waar, zoals ook in het echte leven,
meer vragen gegeven worden
dan antwoorden gesteld
blind paard
stoot wagner
tegen de schedelis wagner bang?
wie niet?zeehond
huilt onbevredigd
(waar is brigitte bardot?)het duurt wel lang
hoe zo?gitarist
bekwaamt zich
als hevige brandrode draad met vurig gevolg?
klassiek geschoold?tot slot van het concert
tweestemmig
kunstmatige behoestingweinig volk op de been?
en op de arm?toevallig treffen
in benarde toestand
noordwestelijkgij hier?
ik daar?
![]()
rechts
naast de ingangsdeur
hangt
aan een fijne koperen nagel
een veldmuis
opgeknooptzodat het knaagdier,
eenmaal verrot,
op de groenige grijze grond
vertrapt zal worden
tot een kleine donkerbruine vlek
naast zovele anderehet roze linkeroortje
is half afgesneden
een fijn lijntje rood
wijst naar een gestold korreltje bloed---
de regen is kokend zwart op het asfalt
spiegels van rood en grijzig licht
als ik in Frankfurt boodschappen doe
krijg ik een doorzichtige plastic tas
in Duitsland zijn geen geheimen meer
(krijg ik als soevenier
zo'n tas voor schedelpan?)---
Ulrike, altijd, maar nooit?
Ik zou toch niet in de plaats
van Heine willen zijn.
DEUTSCHLAND, EIN WINTERMÄRCHEN.(nieuwe versie)
1.Het keren van het water.
Buiten,
in het stadstuintje,
staat een wilde roos open
al? nog?
"Wat haalt de lente?"
(De vraag blaast rook op de ruit.
Het gezicht wordt wazig.)
De camelia lijkt te overleven
staat in bot.rechts
naast de ingangsdeur
van haar cel
hangt
aan een fijne koperen nagel
een veldmuis
opgeknooptpijn kruipt uit de pols
naar de linker okselzodat
het knaagdiertje
eenmaal verrot
op de groenig grijze grond
vertrapt zou worden
tot een
kleine donkerbruine vlek
tussen zoveel andere
Hij staat boven
voor het venster van het bureel
kijkt naar beneden waar zonet hijzelf stond.
"Met een dubbelzichtbril zie ik mezelf staan"
Het denken grijnst in de weerkaatsing.
het roze linkeroortje
is half afgesneden
een fijn lijntje rood
glijdt naar
een korreltje gestold bloed
2. Het grondijs drijft.
als ik in Frankfurt booschappen doede regen
is kokend zwart op het asfalt
spiegels
van rood en grijzig licht
krijg ik een doorzichtige plastic tas
in Duitsland zijn geen geheimen meer
(krijg ik als soevenir
zo'n tas als schedelpan?)
Ulrike
altijd, maar nooit?Ik zou niet in de plaats van
Heinrich Heine willen zijn.Ik zou niet in de plaats van
Heine willen zijn.
![]()
noodverhaalt de weerbaarwraak
de straathuiler de wezendansvroegdoodt de hondenstraat
de riotgun de palijzerstraalveegt de faalangststreep
de bibberknoop de huisbrandkraakschreeuwt de verbrande mond
de huilgrens over
de onthuigde keel"o diepgevroren dood
gebrandmerkkruist
beter nooitgeboren"
opgedragen aan ...
naar aanleiding van ...
zonder verwijzing naar ...---
1. (lang, heel lang geleden)
er woonden kleine mannetjes in het woud
die vuur aten en op wortels kauwdenbomen werden met de kruin
in de grond gedrevenmen leefde met één voet
in het graf, de andere in het waterde windroos bloeide open wonden
grijze hengsten paarden in de lentehet was of het wilde leven
de strenge dood voor wou zijnmen keek omhoog om niet te weten
moraal was een geslepen steener werd gedronken en gerookt
geslagen en gevochtende wereld was de hemel
de hel bestond niet meerkoudwatervrees alom
de dondeqr vrat de kinderen op2. (later? meer nog?)
wij braken de straten op
steenslags vooruitheilig het been
ontwijd het kruisde broeksriem sloeg tot ridder
elk huis zijn eigen hondwijd kruiselings werd
een vrouw geheidendmen vroeg zich af
3. (of toch?)
vraag ik mij af
a.
koperkleurig klein
niet opmerkbaar
tussen het halflange gras
ligt haat gestapeld
in hoopjes van tienb.
rille zwarte meisjes
met benen vol voodoo
en een huid van portable plezier
bundelen hun gamescore tot een
ultimate graphic performancec.
vanuit de wagen
tuimelt de wereld
reliëfloos naar mij toe
ik hou de ramen dicht
en koppel de geluidskaart af
![]()