VRAGEN staat BLAUW

(vrij dikwijls toch)
 
 



 
 
 
 
 
 
 


INHOUD:

 
 
 
 

waarom
 
 
 

 
1.
"waarom" vroeg ze
aan mij 
die niet eens wist wat de vraag was

wat wist ik ?
westenwind brengt regen,
noorderwind brengt kou.

ze huilde.
haar schouders trokken
"is 'daarom' een antwoord?"
naar beneden

hagelstenen sloegen door de ruiten van de serre
zou de jonge azalea nog ooit bloemen dragen?
het zal lang winter zijn, dacht ik
alle voortekenen wijzen erop
er zal geen voedsel zijn
geen water
en zelfs onze wollen mantels kunnen
de jonge knoppen niet beschermen
de vissen zullen sterven
de ratten zullen leven
het zei zo
amein

2.

zij
had voor mij
een oppervlakkige relatie doorboord
wetend nochtans
dat diepzeeduiken met mij
een ongezonde sport kon zijn

(ik,
huwelijk door autobus overreden,
was, na drie jaar overleggen
- mes, pistool of gif -
door het verhuizen van mijn vrouw gered,
ontsnapt aan levenslange hechtenis)
in korte tijd had ze me veel geleerd
zij sprak,
mijn navel luisterde:
"de aanval hoor je voor je hem ziet"
jekyll en hyde werden
met geurige olie gemasseerd
haar tepels krasten graffiti op mijn lijf
haar mond liet mij telkens herbesneden

en ik:
"ik weet niet goed
wie ik ben en jij niet
welke wil jij zijn?"
en dan:
"ik eet graag het verleden,
ik wil de toekomst scheuren,
breken als brood"

3.

"ik weet het niet" kon ik fluisteren
hoor:
een papegaai met oude grijze veren

maar ze was reeds aan de overkant van de laan
bijna thuis
waar vader bibliothecariscursussen breide
en haar moeder zoete noten kraakte
 
 


 
 

so what?
 
 

 
Nee:
geen leeslessen voor helderzienden.

Iedereen weet toch:
de paashaas is een chinese tovenaar
en grijsheid moet een masker dragen.
"Je kent me. Wie ben ik?"

Hardhousemist en noise&punkvlagen
houden de muren klam
want Slimpie en Slechtje gaan letterdansen
o zo vredig o zo waardig.

Kamions met zand rijden aan en af
het strand spoelt weg en weg.

Soldaten zijn zeker van hun zaak,
maar gedichten,
moeten ze verschijnen of verdwijnen?
Was Max Brod een vriend of een verrader?

Wanhoop en schaamluizen
liggen op een hoofdknik van elkaar.

Ik druk op mijn oren en luister.
Weet je dat Bach in een kruitvat ligt?


 
 


















wat
 
 
 
 

 
speel ik spaakgelopen wiel?
of ben ik eerder trapper?
of ben ik een zadel?
wat ben ik fiets?

bedoel ik een dolgetolde dreidl?
of meen ik een draaimolen?
of wil ik een deurspil?
wat wil ik rond?

vrees ik de beet van een kwade hond?
bang van de houw van een mes?
schrik van naald en punt?
wat wil ik scherp?

geef ik ooit antwoord op gestelde vragen?
onderbreek ik nooit iemands zin?
luister ik naar uw woorden?

wat is geen begin!

 

ook een vraag?

 
 
moeilijk in te schatten:
sta ik buitenspel?
(ken ik de regels wel?)
geen pass die mij bereikt
ziet mij iemand?
ken ik niemand?

alleen is moeilijk spelen
winnen ligt niet bij de hand

is willen ook een vraag?

 


hoe laat (een lentelied?)
 
 
 
 
1.
hoe laat
(een lentelied?)
de klok de lente voedt
is mij een vraag
teken aan de wand

2.
okee gij weet
wikkelrokjes en wentelteefjes draaien mij dol
maar 
gelukkig
populieren en hovenieren houden mij staan

toegegeven

ik kan niet dansen op een schreef
en walg van koude koffiewalmen
ik weeg geen woorden op een rijtje
maar werp slingers naar de maan
stenen groeien uit mijn hand
ik houw javaanse rotsen

hoor je mij hoor je mij

heb ik een meester?
ik ben geen hond
zoon van een of andere god
zwartrood ben ik getatoëerd
groei boven mijn eigen hoofd
hoger dan een wilg kan dragen

luister dan toch

ik woon niet in de wolken
leef niet aan zee
maar geef mijn naam
aan elke steeg in elke stad

3.
wanneer komt de thee klaar?
freud ligt onder het ledikant
loert door de sprei

4.
kijk
de klok eet restjes

knalrood
 
 
 
o kijk
overkant
een meisje onder knalrode paraplu
wachtend op

weekendhopend

kort strak knalrood shortje
(geen naad te zien
draagt ze ook een
knalrode string?)

rozeverlicht navelveld
koele zegen

kort strak knalrood truitje
twee puntjes
naar mijn i
die lantaarnwijst
oranje havenwens

ik staar mijn ogen stom
glijhandendroom
knijpzalf
luifelschuilen

ik neem mijn rifle
mik en schiet
rode knal
knalrode vlek
zwoele regen

o kijk
een hoopje rood
aan de halte
van de bus

 


een zomerse avond, zomaar
 
 
 
 
vliegtuigen trekken lijnen in de lucht
speelveld?
dambord?

vlug een rookgordijn
ludiekerwijze
(cohiba siglo tres)
voor dam genomen wordt
terugtrekken achter de rozelaars
sluimerlachend
muggen: vertalers, verraders

verdomme
HET ZIJN TRALIES
ik witte muis
had het moeten weten
steeds opletten voor
lijnen in de lucht
tekens aan de wand

rennen rennen rennen
ik zit in de val
te laat te laat
ik ben omringd
struikel ik?
word ik omvergeduwd?
bijtend vocht
in neus en mond
zuursmaak
een naald prikt
trage pijn in mijn nek

en nochtans
het was een avond
zomaar een zomerse avond
om te apegapen

 











ben ik de nieuwe Black Poet?

(geschreven toen mij gevraagd werd toe te treden tot de "Black Poet Webring")


 
ben ik de nieuwe Black Poet?

grijsheid heiligt de huid
in het huis met vuur gekruisigd
omsingeld door grafstenen
de hond een hand

black dada nihilismus
john tchicai leroi jones
malcolm malcolm semper malcolm
archie shepp
my people

gelaarsde katers zwepen
draden op de muur
springen
heilsboden aartsengels of vuurspuwers

burn baby burn

predikanten
zingen de blinddoek voor

i have no dreams today

de werkelijkheid is een banaan
liever rot gevlekt
dan uitgehaald
gepeld
het zaad geteld

fight the power

ben ik een nieuwe Black Poet?

ik nijp mijn zwarte handschoen
tot een rood gebaar







waarheen? ( een voetreis )
 
 
 

 
motto:

wie wil de wereld zien
moet goede schoenen dragen

---

piraten wapperen de vlag
de bakker vraagt zijn geld terug
en de herbergier
loopt over de plank

zwarte stippen in het water
in het midden een fontein
kanten zakdoekjes waaien vaarwel
een wagen rijdt door de open poort

paarden laten de vrije teugel
en koeien eindigen aan de galg
maar ezels spannen de kroon

meisjes, kinderen bijna,
klagen over hun eigen gedrag
vergeet je moeder nooit

---

coda

wie goede schoenen draagt
wil gauw de wereld zien

 
 

omdat?


 
1. (eerste beweging: het werpen)

omdat ik niet zou moeten zeggen

omdat ik niets zou moeten zeggen
bijt ik de witte duif de strot af
stroop patrijzen
haat hazen en konijnen
jaag op de fazantenhen

en
ook
ja

(het wordt huilen in dit verhaal
harde vochtige uithalen
in dit hardwrokkig foedraal
van langzaam heilig lijden
immers:
het is herfst
inmiddels
en
zie hoe appels bomen pijnigen
traag en hard en haterig
aan de steeltjes trekken
als zuigelingen aan de tepel)

ik brand mijn huid
tot open blaren
en voel de wind huilen op het rauwe vlees
maar spreken doe ik niet
woorden zijn walgelijke waterdieren

ik verschroei mijn voeten
de grond is lauw van bloed
eindelijk voel ik waar ik ga

praten 
laat gaten
mijn mond is dicht
om niet te moeten zeggen
wat niet te zeggen is

---

2. (tweede beweging: de terugslag)

ik schrijf nooit
het onnoembare in een soort gedicht
bosanemoon steenanjer of blaassilene
ik ben noch lucebert noch wafelijzer
verwacht van mij geen voorgebakken norm
knabbelspoor of pootafdruk
hoogstens een lucifer voor de brand
of 
ik plooi gebaren
naar de vorm
van hand 
en gewricht

luister jij
(ja jij lelijke kop
stomme neus
en vettig haar)
luister jij wel eens naar Mahler
krom van jicht
kwartskiezel rapend
kijk jij
ja jij
kijk jij wel eens naar Chagall
gewond door de jacht
metalen speerpunten diep

voel jij
zelfs jij
zoals ik:
wat is er buiten ons eigen?
een boek?
vol blauwe vragen
en opstaan?

---

3. coda

"vlasvezels worden losgeweekt van de harde bast"


filosofie van de miserie?
miserie van de filosofie?
 

de konijnepoot rolt naar de uitgang
in zijn eer gebeten door de weerwolf
klapklapklap
klinkt het uit de zaal
de windhaan buigt
ietwat angstvallig
want het chocoladebeertje komt eraan

purperslakken
pelikaansvoeten
en fuikhoren
mogen op de eerste rij
gaan ook eerst naar huis
over de rode loper

"sociale rechtvaardigheid?
wie meest geeft meest maalt
wie niets heeft? mestvaalt"

een karwats om van te huilen

 

 
VROEGER?

VROEGER
te laat dus

WAS ALLES
tegen BETER weten in

meisjes staken de cello
niet tussen de benen
maar onder de behaarde oksel
(weelderig warm en wulps)

doekjes tegen bloeden
werden met de stemvork gemeten
op maat en metrum geknipt
(rookbestendig)

in concertzalen
haalden vervrouwelijkte handen uit naar
dwarsfluit pianoforte en contrabas
(meesterlijk hoogbegaafd)

programma's stonden
vielen en hingen
in salons foyers en mezzanines
(bravoervol braverend)

o hemel wat een tijd

o hemel o hemel
o hemel
wat een kemel

 
LATER?

later

(zoals het uurwerk in de lade:
grootva geef het mij)

- de piloten speelden schaak
tot even voor de landing:
koningin verloren?
laat dan het vliegtuig crashen -

later

 
NU?

en nu?
ja
wat nu?

wordt het zoiets als:

tussen twee tieten
gisteren en morgen
schrijft mijn neus
data namen gegevens
tot laag
naar het putje van vergeten toe
de definitieve killfile

likborend

een wachttorentje
zo klein
zo fijn

dit moet al eeuwig bezig zijn

 
JADIS ET NAGUERE?

toen er nog dichters waren...

ze ploegden de taal in dikke voren
spanden de eg voor het paard
bouwden hele woordenboeken
- filosofie werd na filologie geplaatst -
plantten komma en punt
snoeiden alliteraties en enjambementen

o wat een tijd

want nu

met een ingescheurde nagel
is dichten niet te doen
door de ziekteverzekering gedekt
bij mond- en klauwzeer 
is de schadeclaim
afhankelijk van de grootte van de pc

toen er nog dichters waren...

nu zijn er alleen maar boeren
die loeren
naar de hoeren
 

 
terug naar voorpagina