Welke voorzorgsmaatregelen neem ik?
Het bouwen van een computer heeft veel weg van het bouwen met
Lego. Met dat
verschil dat hardware ontzettend veel duurder is en
kapot kan gaan, t is dus
geen speelgoed. Statische elektriciteit die
iedereen kan opwekken (bv met een
kunststof trui) kan met een
klein vonkje iedere chip voorgoed ruineren. Het is
dus altijd zaak om
te ontladen voordat er ook maar 1 onderdeel wordt aangeraakt.
Hiervoor dient men zich te aarden. Dit aarden is niets meer dan het
in contact
komen met de massa (de aarde). Iedere verwarmingsbuis
(mits niet geïsoleerd met
verf oid) of kraan voldoet aan de eisen om
te ontladen. Een betere ontaarding
kan worden verkregen door
de PCvoeding paradoxaal genoeg aan te sluiten op het
lichtnet.
Indien de PC op een geaard stopcontact (grote stekker met clipjes
aan
de zijkanten) is aangesloten is de kast automatisch ook geaard,
zodat ieder
contact met de kast ontlaadt. Bouwen aan een PC is
daarom 1 van de weinige
ingrepen in elektrische apparaten die men
bij voorkeur met een aangesloten
stekker uitvoert.
Overigens creëren stofzuigers of haardrogers ook statische
ladingen in lucht.
Het schoonzuigen of blazen van een PC met deze
apparaten is daarom een
behoorlijk risico.
Dit is een Abit BH6 slot1
bord met de 440BX chipset.
Natuurlijk zijn er oneindig veel varianten te
verkrijgen, alleen
is dit zeg maar een voorbeeld van een typische layout.
Meestal
hebben borden nu ipv een slot een socket.
Vrijwel alle onderdelen worden aan het moederbord gekoppeld
zodat de logische
eerste stap de montage van het moederbord is.
De huidige standaard is de ATX-form factor met als meest
opvallende kenmerk: de CPU-socket altijd rechts
van de AGP-poort
zit ipv onder. In principe kan het moederbord op slechts 1
manier in
de kast worden geplaatst. In de kast zitten reeds voorgeboorde
plaatsen waar schroeven geplaatst kunnen worden. In de kast
worden busjes
(schroef waarin een andere schroef geplaatst kan
worden) op de juiste manier
geplaatst waarna het moederbord er
overheen wordt gelegd. Na het vastzetten
bevindt het moederbord
zich op ongeveer 5 mm afstand van de kast.
Note:
let erop dat niet ieder gat van de kast hoeft te
corresponderen met een gat bij
het mobo: indien er geen
schroefgat bijpast op het mobo, zal de bus tegen het
mobo
aanzitten en sluiting veroorzaken.
Bij de
kast horen een aantal LEDjes en knopjes (reset, aan en uit), deze moeten dan
worden aangesloten op het moederbord (daarvoor zijn de pinnetjes linksonder). In
de handleiding van het moederbord/kast staat aangegeven welke kabel op welke
plaats hoort. In de praktijk komt het neer op enig experimenteerwerk totdat alle
LEDjes en knopje naar behoren werken (bij verkeerd aansluiten zal de betreffende
LED nooit oplichten). Aangezien na aansluiting van de ATX-voedingskabel aan het
moederbord er een spanning gaat lopen over het bord, wordt aangeraden de
voedingkabel als laatste aan te sluiten (indien tijdens de overige montage een
schroefje verkeerd valt, kán dat een probleem opleveren).
Installatie CPU en koeler
In het hieronder beschreven geval is de installatie van de CPU in de socket vrij
eenvoudig: doordat deze op de socket->slot converter geplaatst kan worden kan ik
zoiets op mijn gemak ergens in de kroeg uitvoeren.
Allereerst zal de hendel moeten worden opgehaald, opdat de socket open is. De
CPU kan slechts op 1 manier in de ZIF (Zero Insertion Force) worden gestoken. In
1 of 2 hoeken van het pinnenrooster van de CPU ontbreken pinnen, net zoals er in
het socket gaatjes ontbreken daarvoor. Na het naar beneden plaatsen van de
hendel (geheel plat) zit de CPU goed aangesloten en muurvast.
Het omhalen van de
hendel: dat kan enigszins redelijk veel kracht kosten, maar forceer niets.
Indien
een nieuwe koeler wordt geplaatst, valt waarschijnlijk op dat er een soort roze
of witte sticker op het koeloppervlak zit, met daaroverheen soms een stukje
folie. Deze sticker verzorgt betere warmtegeleiding dus verwijdering daarvan is
niet nuttig. De folie moet je er echter wel afhalen omdat dat juist isoleert
(stickerbeschermlaag). Als je het laat zitten kan dat oververhitting doorbranden
van de processor veroorzaken. Indien de koeler meerdere keren geplaatst wordt is
de sticker niet meer werkzaam. Het kan dan zaak zijn deze sticker met wasbenzine
oid te verwijderen en dan een verse laag koelpasta aan te brengen (verkrijgbaar
bij de betere PC-boer). Dit uiteraard bij herhaald plaatsen van de koeler cq
fanatiek overklokken.
Indien
het socket op het moederbord geplaatst is (en dus geen converterkaart nodig is),
dan kan men dezelfde handelingen uitvoeren. Bovenstaande foto laat zien dat er
geen wezenlijk verschil is.
Ook de
koeler past op slechts 1 manier op de socket/CPU. De koeler heeft een stalen
beugel die om de socket heen geplaatst moet worden. Daarvoor wordt 1 van de
uiteinden om een clipje op/naast de socket geplaatst en vervolgens de andere
kant gedaan. Dat laatste clipje spannen is niet zo makkelijk als het lijkt, de
stalen clip zal onder behoorlijke spanning moeten komen staan, zodat deze de
koeler goed op de CPU drukt. Indien deze
handeling niet met het nodige beleid wordt uitgevoerd, kan de CPU onherstelbaar
worden beschadigd!.
Gebruik voor het vastzetten van de clip van de ventilator een zogenaamde
dopschroevendraaier om de veerclip omlaag te drukken, deze moet over het lipje
van de veerclip passen en voorkomt dat je uitschiet. Bij gebruik van een
schroevendraaier bestaat de mogelijkheid dat je uitschiet en spoortjes op het
moederbord beschadigd. Je zal niet de eerste zijn die dat overkomt. Leg een dik
stukje karton op het moederbord als je de clip vastzet.
In
mijn geval was dus nog controle achteraf mogelijk door simpelweg langs de
zijkant te kijken om te zien of de koeler de CPU idd volledig raakt.
Nu
kan ik de CPU + slotconverter eenvoudig op het moederbord prikken (alsof het een
slot1 CPU was) en de voeding van de koeler aansluiten op het moederbord. In de
handleiding van het moederbord staat aangegeven waar deze zich op het bord
bevindt.
Aangezien vrijwel alle verkochte CPUs al socket formaat zijn, kan bovenstaand
verhaal worden toegepast op het moederbord socket ipv de converter socket.
Het
geheugen kan eenvoudig op de geheugenbank worden geprikt. Let erbij op dat de
geheugenDIMM (Dual Inline Memory Module) daarbij inderdaad voldoet aan de eisen
van de geheugenbank aangezien niet alle modellen geheugen zomaar worden
geaccepteerd.
Begin bij voorkeur met het plaatsen in geheugenbank 1. Plaats de geheugenbank in
de goede oriëntatie aangezien je niet de eerste bent die de DIMM verkeerd om
plaatst. Een 2-tal palletjes en inkepingen op de DIMM geven weer hoe die moet
passen (zie foto). De aan weerskanten klemmen kunnen dan naar binnen worden
geplaatst opdat de DIMM vastzit. Pas zodra de klem in de opening van de zijkant
van de DIMM zit, zit de DIMM goed (zodra deze klem dus niet in de opening zit,
is het zaak de DIMM beter in de bank te proppen.
Voor de duidelijkheid:
DDR verschilt dus ook fysiek van SDRAM, ipv 168 pins is DDR 182 pins geheugen en
dientengevolge is de bank ietsje langer, zoals bovenstaande foto laat zien.
Net
als bij Lego kan je verschillende onderdelen/opties er voor de PC bijkopen. In
tegenstelling tot andere elektronica heeft de PC daarvoor uitbreidingssleuven,
waar deze uitbreidingskaarten ingestoken kunnen worden. Afhankelijk van de
benodigde capaciteiten zijn er verschillende sleuven: AGP (voor de
videomonsters, altijd slechts 1 bruin slot), PCI (gangbare standaardbus, 3 tot 6
witte sloten) en voorheen ISA (voor oudere modems, geluidskaarten en
netwerkkaarten, 1 lang zwart slot). ISA is op dit moment in rap tempo aan het
verdwijnen van de markt. AMR & CNR zijn nieuwe sloten die voor eenvoudige
uitbreidingen zoals modems gangbaar worden, maar aangezien deze op de
Nederlandse markt vrijwel niet voorkomen, kunnen we ons beperken tot ISA, PCI en
AGP.
Het
is slechts zaak om de juiste kaart in bijpassende sleuf te stoppen. Hierbij moet
de ijzeren zijkant precies aansluiten aan de opening van de kast (hiervoor is
uiteraard de bijbehorende kastklep verwijdert). Na enigszins gecontroleerd
(misschien enige kracht voor nodig) de kaart te hebben aangeduwd zou het
schroefgat van de ijzeren zijkant de bijbehorende schroefgat van de kast moeten
raken. In dat geval is de kaart adequate geïnstalleerd. Schroef deze kaart GOED
vast aangezien bij het aansluiten van de bekabeling (bv de monitor) de kaart er
nog wel s uit het slot kan springen. In dat geval start de PC niet goed op:
probeer in GEEN geval de kaart terug te plaatsen als de PC aanstaat.
Als insteekkaart voor het
ISA-slot was tijdelijk geen 16-bit ISA kaart voorhanden, zodoende staat op deze
foto een 8-bit ISA kaart: een authentieke Soundblaster 2.0.
Zo, nu
zijn alle insteekkaarten in het systeem tenminste geïnstalleerd . Nu
komen de andere dingen tevoorschijn: De Drives.
Iedere
computer heeft een vaste schrijf nodig om te functioneren. Op deze schijf staat
alle data die bewaard moet blijven, zoals de documenten, maar ook het OS. Om de
HD aan te sturen is een interface met het moederbord nodig. Hiervoor is de
IDE-standaard ontwikkeld. Op dit moment zijn alle IDE-schijven Ultra DMA
Compatibel. UDMA 33/66 en 100 (het getal slaat op de theoretische doorvoer in MB/s)
zijn inmiddels op de markt gebracht. UDMA 33 heeft een 40polige kabel nodig om
aangesloten te worden, bij hogere
snelheden treedt verlies in signaal op. Om deze signalen af te schermen zijn
tegenwoordig 80-polige voor UDMA 66 en 100 gangbaar. Deze zijn dan wel volledig
compatibel met lagere standaarden. UDMA 33 schijven op UDMA 100 controllers of
andersom is dus nog steeds mogelijk (alhoewel het systeem op de laagste stabiele
snelheid gaat draaien.
Indien 1 HD wordt geïnstalleerd hoeft men slechts de kabel goed aan te sluiten.
Het is echter mogelijk om 2 HDs aan 1 kabel te koppelen. Hiervoor zal men wel
met de harde schijven moeten afspreken welke schijf wat doet, aangezien de PC
geen 2 identieke schijven kan aansturen. Hiervoor zijn jumpersettings op de HD
aangebracht.
De
harde schijf die de hoogste prioriteit moet hebben (waar het OS op moet komen)
moet men met de jumpers als MASTER instellen. De andere schijf moet dan als
SLAVE functioneren opdat deze aangesproken kan worden, deze jumpersetting moet
men dus op slave plaatsen. Welke Jumper-settings op de HD overeenkomen met de
juiste toestand staat altijd op de harde schijf beschreven. Indien er dus
1 HD aanwezig is, kan (let dus op kán) men de jumper verwijderen (niet
kwijtraken!). tip: plakbandje doet wonderen: Plak de jumper ergens aan de HD
vast .
De
volgende stap is het aansluiten van de 40polige HD-kabel aan het moederbord.
Indien deze verkeerd aangesloten wordt, zal de HD natuurlijk nooit werken.
Tegenwoordig wordt op de kabel een hobbel gemaakt die alleen specifiek op de HD
past (en dus nooit verkeerd om kan zitten). Een ander leidraad is de kabel zelf.
1 van de zijkanten is rood geschilderd opdat deze kant herkenbaar blijft. Nu is
het zaak om op de HD de eerste pool te vinden (aangegeven, maar wel ff zoeken
(pool 1&2 aan de ene kant, pool 39&40 aan de andere)). Indien men zorgt dat de
rode kant bij pool 1 op de HD en op pool 1 op het moederbord aansluit, dan zit
de kabel dus ook goed aangesloten. Let erop dat de Primaire controller op het
moederbord wordt aangesloten op de HDs, aangezien de computer alleen de primaire
controller aanspreekt voor het OS.
Er is
dus een secundaire controller aanwezig waar eventueel nog eens 2 apparaten
aangesloten kunnen worden, zoals meer HDs, CD-ROM (DVD)of CD Branders. Deze
moeten ook dan met elkaar op de kabel samenwerken met Master/Slave principes.
In
het BIOS van de computer kan men de HDs aanmelden als zijnde aanwezige Hardware.
Daarvoor moet men de bios-optie autodetect HD moeten doen en de juiste
instelling die dan gevonden wordt bevestigen. Het BIOS kan mooi laten zien of de
HD idd op de juiste controller als juiste apparaat (master/slave) is ingesteld.
Na het verlaten van het BIOS kan de HD worden aangesproken door de
computer/gebruiker.
De
floppy-drive behoeft ook een kabel, welke anders is dan de standaard HD kabels.
De kabel moet men gewoon aansluiten op de drive en op het mobo, daarbij de
juiste kant in aanmerking nemend. Indien de floppy-drive verkeerd om wordt
aangesloten herkent men dit direct bij het aanzetten van de Computer: het
floppy-drive LEDje blijft branden.
Indien een Cd-speler op deze manier is geïnstalleerd (of als stand-alone iig al
goed is aangesloten) zou men nog kunnen overwegen deze aan de geluidskaart te
koppelen. Het voordeel is dat audio-CDs direct kunnen worden afgespeeld op de
computer. Hiervoor zal een special vierpolig kabeltje tussen de Cd-romspeler en
de bijbehorende Cd-in plug op de geluidskaart gekoppeld moeten worden. (als het
niet direct werkt zou ff een aantal mogelijk identiek uitziende pluggen
uitgeprobeerd moeten worden). t Is een kleine moeite maar wel een groot plezier.
Nu
zowel de insteekkaarten als de drives juist zijn aangesloten wordt het tijd om
deze goed te gaan inbouwen. Indien het noodzakelijk is de voeding eerst aan te
sluiten omdat deze aansluitpunten na montage onbereikbaar worden, zou men dat
eerst kunnen doen. Anders monteert men de drives in de drive-houders goed vast
en sluit deze pas als laatste aan. Zorg er iig voor dat de HDs en Cdroms goed
vast zitten aangezien in deze apparaten bewegende onderdelen zitten die
definitief kapot kunnen gaan. Overigens kan men HDs meestal probleemloos op hun
kant monteren.
Aansluiten voeding
Het grote moment is gekomen: het aansluiten van de voedingskabels De
kabels die uit de voedingsunit komen hebben verschillende lengten en maten. In
de tekening staat globaal weergegeven welke maten bij welke apparaten horen. De
voedingsstekkers passen er op slechts 1 manier in, dus kan er weinig misgaan.
Het zal even proberen zijn om alle HDD-voedingskabels aan alle HDs en CD-roms
aan te sluiten, maar uiteindelijk is dat mogelijk. De ATX-voeding kan dan als
laatste aangesloten worden op het moederbord en dan zijn alle wezenlijke
aansluitingen voltooid.
De HDD voeding is ook
geschikt voor de CD-rom spelers. Bij de elektronicazaak kan je een splitter
kopen indien er onvoldoende voedingskabels aanwezig zijn.
Let
op: indien de ATX-voeding is aangesloten loopt er reeds stroom door het
moederbord, kortsluiting etc is dus mogelijk. Ook worden condensatoren opgeladen
op het bord, dus is verwijdering van de ATX-voeding geen garantie dat er geen
sluiting kan plaatsvinden. Het beste is altijd de ATX-voedingskabel van het
moederbord ontkoppelen en dan de powerknop in te drukken. Het bord zal dan de
condensatoren ontladen en er dan pas achter komen dat er geen voeding
aangesloten is. Dan kan er weer veilig worden gewerkt met het mobo.
Na
koppelen met de overige apparaten (monitor, muis en toetsenbord) zou de PC
probleemloos moeten opstarten.
Indien er niets gebeurt: controleer dan of de voedingen aangesloten zijn en de
kast goed aangesloten is aan het moederbord (aangezien dit de dingen zijn die
zorgen dat de PC uberhaupt aangaat).
Indien
de PC opstart en daarbij piepjes maakt, dan zou men in de handleiding van het
moederbord moeten opzoeken wat dat betekent. Meestal is dat een niet volledige
plaatsing van het geheugen, CPU of videokaart.