|
Over het uitbroeden van kippeneieren is al veel geschreven. Doorgaans zal de liefhebber kiezen om de broedeieren uit te broeden met een broedmachine. In de eerste plaats zal je bij de aanschaf van dergelijk toestel een keuze moeten maken betreffende het type : de vlakbroeder of motorbroeder. Vlakbroeders zijn doorgaans iets goedkoper. Verder wordt de prijs nog bepaald door de capaciteit van het toestel en kwaliteit van het gebruikte materiaal. Een toestel met digitale thermostaat (op 1/10 van een graad nauwkeurig), met zelfregelende luchtvochtigheid en automatisch keersysteem zal direct de prijs al aanzienlijk verhogen. Je moet zelf uitmaken wat je hobby je waard is. Er bestaan vele goedkopere types die echt wel goede resultaten geven. Ikzelf kocht als eerste toestel een Covatutto 20. Dit is een kleine halfautomatische motorbroeder geschikt voor ongeveer 16 Maranseieren (Maranseieren zijn iets groter dus 20 gaan er niet in). Het toestel kost ongeveer 125 euro en kan optioneel worden uitgerust met een keermotor.
De juiste broedtemperatuur voor kippeneieren bedraagt 37,6 tot 37,8 °C voor een motorbroeder. Voor een vlakbroeder bedraagt de temperatuur 38,5 tot 39 °C gemeten aan de bovenzijde van het ei. Bij een motorbroeder zou de temperatuur in theorie eender waar in de machine dezelfde moeten zijn omdat in deze toestellen een ventilator is gemonteerd. In de praktijk kan het verschil wel enkele tienden van graden bedragen.
Vanaf dag 19 worden de eitjes niet meer gekeerd. Als de eitjes in een toestel met tussenschoten liggen moet je deze nu verwijderen. Is je machine uitgerust met een uitkomstlade moet je de eitjes voorzichtig verplaatsen. De luchtvochtigheid moet nu geleidelijk worden opgedreven naar het gewenste niveau. Sommige fokkers benevelen nu twee maal daags de eieren lichtjes met een plantenspuit. Gebruik hiervoor steeds lauw water. Op dag 20 is het mogelijk dat je de kuikens al hoort piepen vóórdat de eischaal is aangepikt. Dit betekent dat de kuikens de luchtbel al hebben aangepikt. Doordat ze nu kunnen ademen kunnen ze ook geluid produceren. Vanaf nu wordt het spannend en zullen ze niet lang meer op hun laten wachten! Het spreekt voor zich dat enkel de goede broedeitjes worden ingelegd in de machine. Met “goede” bedoel ik : met de juiste kleur, vorm en afmetingen, met een gladde schaal en van een gemiddeld gewicht. Voor de Marans betekent dit een eitje van minstens 60 gram. De eitjes moeten vooraf geschouwd worden ter controle van de ligging van de dooier en om te kijken dat de eischaal geen barsten vertoont. De luchtbel moet zich aan het stompe einde bevinden. De eitjes mogen niet bevuild zijn door uitwerpselen, omdat alzo deze bacteriën onmiddellijk in de broedmachine worden overgedragen. Je mag niet vergeten dat het in de machine warm en vochtig is, en dus een uitstekend klimaat voor ziektekiemen. Je mag de eieren NOOIT wassen, zo verwijder je de natuurlijke beschermlaag.
Rust, rust en rust zijn de drie voornaamste voorwaarden tijdens het broedproces. Zoek voor de broedmachine een rustige plek in huis. Volledig uit den boze zijn keukens, woonkamers, kinder(speel-)kamers en bergplaatsen waar wasmachines e.d. zijn opgesteld. Een rustige zolder of niet te koude kelder is beter. Gun je de kuikens die op het punt staan uit te komen geen rust, dan zal het resultaat ongetwijfeld tegenvallen. Vermijd daarom zoveel mogelijk het openen van de broedmachine in de laatste drie dagen van het broedproces. Lees steeds de handleiding van je broedmachine. Wie anders dan de fabrikant kan je de meest nauwkeurige richtlijnen geven om de machine te bedienen? Eenmaal de kuikens zijn uitgekomen kunnen ze nog gerust 24 uur in de broedmachine blijven zitten. Ze zullen dan helemaal opdrogen tot pluizige bolletjes. Ze teren dan op de dooierresten. Daarna kan je ze onderbrengen in een rustige warme ruimte van ongeveer 30 °C. Al snel zullen ze de eet- en drinkbakjes opzoeken. Zorg ervoor dat de bodem van de kooi niet te glad is. Ze zullen ongeveer 8 weken een speciale voeding nog hebben (kuikenmeel of - korrel). Geleidelijk aan moet je de temperatuur ook laten zakken, zodat ze tegen de 8ste week normale temperaturen gewoon zijn. Je zal merken dat ze tegen dan al goed in de pluimen zitten. Vanaf de 8ste week kan je ook de korrel beginnen mengen met het gewone (gebroken) kippenvoer. Vanaf de leeftijd van 14 à 16 dagen kan je reeds een poging doen om het geslacht te bepalen. De haantjes krijgen nu al een iets grotere kam. Doorgaans hebben de haantjes bij de vedervorming iets meer achterstand dan de hennetjes. Dit is vooral merkbaar aan het staartje, dat bij de hennetjes doorgaans iets meer ontwikkeld zal zijn.
Tot slot nog dit :
|