Banner4

Over het uitbroeden van kippeneieren is al veel geschreven. Doorgaans zal de liefhebber kiezen om de broedeieren uit te broeden met een broedmachine. In de eerste plaats zal je bij de aanschaf van dergelijk toestel een keuze moeten maken betreffende het type : de vlakbroeder of motorbroeder. Vlakbroeders zijn doorgaans iets goedkoper. Verder wordt de prijs nog bepaald door de capaciteit van het toestel en kwaliteit van het gebruikte materiaal. Een toestel met digitale thermostaat (op 1/10 van een graad nauwkeurig), met zelfregelende luchtvochtigheid en automatisch keersysteem zal direct de prijs al aanzienlijk verhogen.

Je moet zelf uitmaken wat je hobby je waard is. Er bestaan vele goedkopere types die echt wel goede resultaten geven. Ikzelf kocht als eerste toestel een Covatutto 20. Dit is een kleine halfautomatische motorbroeder geschikt voor ongeveer 16 Maranseieren (Maranseieren zijn iets groter dus 20 gaan er niet in). Het toestel kost ongeveer 125 euro en kan optioneel worden uitgerust met een keermotor.
Het voordeel van dit toestel is dat het volledig in kunststof is en bijgevolg zeer gemakkelijk af te wassen en te ontsmetten. Ook de (analoge) bijhorende broedthermometer bleek na controle zeer nauwkeurig. Je moet wel een hygrometer bijkopen, want deze zit er niet standaard bij.
In de bodem zit een ingebouwd waterreservoir, maar je kan ook zelf een kommetje met water op de bodem plaatsen (gebruik steeds lauw water, want anders zakt de temperatuur te snel!). Tracht een luchtvochtigheid te bekomen rond de 40-45 %. Dit is goed voor de eerste 18 dagen van het broedproces. Daarna kan je geleidelijk water bijvullen zodat je op dag 19-20 en 21 een luchtvochtigheid kan bekomen tot max. 75 %. Tracht steeds de luchtvochtigheid geleidelijk te verhogen. Let op : het is niet de hoeveelheid water die de luchtvochtigheid opdrijft, maar de grootte van het contactoppervlak water/lucht. Maw. : een brede platte schotel brengt de luchtvochtigheid hoger dan een diepe kleine schotel, ookal zit in allebei evenveel water. Het doel is een luchtbel bekomen die op het einde van het broedproces ongeveer 1/3 van de totale lengte van het ei inneemt. Dit kan je nameten door het ei tegen een sterke schouwlamp te houden. De grootte van de luchtbel staat in direct verband met de luchtvochtigheid. Is de luchtkamer te klein, dan heb je te vochtig gebroed. Als de luchtkamer te groot is, dan heb je te droog gebroed.

Matador1De luchtvochtigheid meten doe je met een hygrometer. Deze zijn oa. te koop in de meeste tuincentra. Je dient de hygrometer bij de start van elk broedseizoen eerst te ijken. Dit kan je doen door de hygrometer minstens 20 minuten in een natte handdoek of nat washandje te wikkelen. Daarna moet de hygrometer een waarde aanwijzen van ongeveer 95 %. Is dit niet het geval dan moet je de hygrometer bijregelen met het regelschroefje op de achterzijde.

De juiste broedtemperatuur voor kippeneieren bedraagt 37,6 tot 37,8 °C voor een motorbroeder. Voor een vlakbroeder bedraagt de temperatuur 38,5 tot 39 °C gemeten aan de bovenzijde van het ei. Bij een motorbroeder zou de temperatuur in theorie eender waar in de machine dezelfde moeten zijn omdat in deze toestellen een ventilator is gemonteerd. In de praktijk kan het verschil wel enkele tienden van graden bedragen.
De temperatuur dient steeds zo constant mogelijk te zijn en mag zeker nooit meer bedragen dan 40 °C. Dergelijke temperaturen zijn zelfs op korte termijn dodelijk voor het embryo. Kuikens die bij dergelijke hoge temperaturen alsnog zullen uitkomen zullen waarschijnlijk misvormingen vertonen. Een lagere temperatuur heeft meestal tot gevolg dat de eieren iets later zullen uitkomen.
Een goede broedthermometer is zijn geld waard!

BroedthermometerVoor wie er nog aan twijfelt : de broedduur voor onze kippen bedraagt precies 21 dagen.
In een niet-automatische broedmachine dienen de eitjes van dag 1 t/m dag 18 minstens om de 12 uur 180 ° te worden gekeerd. Vooraleer de eitjes in de broedmachine te plaatsen kan je dus best met potlood (NIET met stift = giftig!) een merkteken aanbrengen op de eitjes. Dit zal je later helpen bij het keren. In een automatische machine worden de eitjes doorgaans om het uur omgedraaid.

Vanaf dag 19 worden de eitjes niet meer gekeerd. Als de eitjes in een toestel met tussenschoten liggen moet je deze nu verwijderen. Is je machine uitgerust met een uitkomstlade moet je de eitjes voorzichtig verplaatsen. De luchtvochtigheid moet nu geleidelijk worden opgedreven naar het gewenste niveau. Sommige fokkers benevelen nu twee maal daags de eieren lichtjes met een plantenspuit. Gebruik hiervoor steeds lauw water.

Op dag 20 is het mogelijk dat je de kuikens al hoort piepen vóórdat de eischaal is aangepikt. Dit betekent dat de kuikens de luchtbel al hebben aangepikt. Doordat ze nu kunnen ademen kunnen ze ook geluid produceren. Vanaf nu wordt het spannend en zullen ze niet lang meer op hun laten wachten!

Het spreekt voor zich dat enkel de goede broedeitjes worden ingelegd in de machine. Met “goede” bedoel ik : met de juiste kleur, vorm en afmetingen, met een gladde schaal en van een gemiddeld gewicht. Voor de Marans betekent dit een eitje van minstens 60 gram. De eitjes moeten vooraf geschouwd worden ter controle van de ligging van de dooier en om te kijken dat de eischaal geen barsten vertoont. De luchtbel moet zich aan het stompe einde bevinden. De eitjes mogen niet bevuild zijn door uitwerpselen, omdat alzo deze bacteriën onmiddellijk in de broedmachine worden overgedragen. Je mag niet vergeten dat het in de machine warm en vochtig is, en dus een uitstekend klimaat voor ziektekiemen. Je mag de eieren NOOIT wassen, zo verwijder je de natuurlijke beschermlaag.
Bevuilde eieren zijn meestal het gevolg van het feit dat de kippen gaan overnachten in de nestbakken i.p.v. op de zitstokken, een gewoonte die moeilijk af te leren is.

Eieren1Je kan de broedeitjes ongeveer 10 à 14 dagen bewaren in een koele ruimte (niet in de koelkast!). Ideaal is een ruimte tussen de 12 en 14 °C. Je plaatst de eitjes dan in een eierdoosje met de punt naar beneden (of anders gezegd met de luchtbel naar boven). Zo kan je ze enkele dagen bewaren. Als je de eitjes langer wil bewaren dan een paar dagen doe je er goed aan deze regelmatig om te keren.
Eieren die net zijn geraapt moeten eerst 24 uur worden bewaard op bovenvermelde wijze. Plaats ze nooit direct in de broedmachine.
Hou er rekening mee dat de ontwikkeling van het ei start vanaf 26 °C. Eieren die bij warm weer te lang in de legbakken blijven liggen zijn bijgevolg niet bruikbaar.

Ben je van plan de eitjes in de machine te plaatsen, bewaar ze dan eerst een paar uurtjes op kamertemperatuur. Zodoende is de temperatuurschommeling niet te groot. Onmiddellijk na het leggen van het ei zijn immers de eerste stappen naar het vormen van het nieuw leven al gevormd. Door het afkoelen van het ei wordt de verdere ontwikkeling tijdelijk onderbroken. Een plotselinge te hoge temperatuurschommeling zou het embryo kunnen doen afsterven.

Rust, rust en rust zijn de drie voornaamste voorwaarden tijdens het broedproces. Zoek voor de broedmachine een rustige plek in huis. Volledig uit den boze zijn keukens, woonkamers, kinder(speel-)kamers en bergplaatsen waar wasmachines e.d. zijn opgesteld. Een rustige zolder of niet te koude kelder is beter. Gun je de kuikens die op het punt staan uit te komen geen rust, dan zal het resultaat ongetwijfeld tegenvallen. Vermijd daarom zoveel mogelijk het openen van de broedmachine in de laatste drie dagen van het broedproces.

Lees steeds de handleiding van je broedmachine. Wie anders dan de fabrikant kan je de meest nauwkeurige richtlijnen geven om de machine te bedienen?

Eenmaal de kuikens zijn uitgekomen kunnen ze nog gerust 24 uur in de broedmachine blijven zitten. Ze zullen dan helemaal opdrogen tot pluizige bolletjes. Ze teren dan op de dooierresten. Daarna kan je ze onderbrengen in een rustige warme ruimte van ongeveer 30 °C. Al snel zullen ze de eet- en drinkbakjes opzoeken. Zorg ervoor dat de bodem van de kooi niet te glad is. Ze zullen ongeveer 8 weken een speciale voeding nog hebben (kuikenmeel of - korrel). Geleidelijk aan moet je de temperatuur ook laten zakken, zodat ze tegen de 8ste week normale temperaturen gewoon zijn. Je zal merken dat ze tegen dan al goed in de pluimen zitten. Vanaf de 8ste week kan je ook de korrel beginnen mengen met het gewone (gebroken) kippenvoer.

Vanaf de leeftijd van 14 à 16 dagen kan je reeds een poging doen om het geslacht te bepalen. De haantjes krijgen nu al een iets grotere kam. Doorgaans hebben de haantjes bij de vedervorming iets meer achterstand dan de hennetjes. Dit is vooral merkbaar aan het staartje, dat bij de hennetjes doorgaans iets meer ontwikkeld zal zijn.

Maranskuikens

Tot slot nog dit :
Sommige fokkers zullen kuikens die niet volledig zelfstandig uit het ei kunnen komen laten sterven. Dit is enerzijds een begrijpelijke situatie omdat op deze wijze enkel de sterkste kuikens zullen overleven (de wetten van de natuur, nietwaar?). Anderzijds kan er toch niets op tegen zijn even een handje te helpen. Deze kuikens kunnen ongetwijfeld ook uitgroeien tot prachtige kippen. Het is misschien niet verstandig om deze dieren dan later in te zetten als fokdieren, maar als gewone legkippen kunnen ze nog gerust een eindje mee... .

Copyright
2005 Webmaster

a_Arrow_back