De Blauwgele ara

Ara ararauna

 Maten en gewichten:

  Lengte: 85 cm                                        

 Vleugellengte : 38-40 cm                                                                   

 Staart : 50 cm

 Gewicht : meer dan 1 kg

 Ringmaat : 14.0 mm

 CITES : Appendix II : 06/06/81

 Ontdekker: Linné 1758

Vindplaats:

Grootste deel van noordelijk  Zuid-Amerika - met uitzondering van de westelijke 
kustgebieden-, zoals oostelijk Panama, Colombia, Ecuador, Venezuela,
ten oosten van de Andes, Bolivië, peru, Paraguay en Brazilië.

Beschrijving

Het verenkleed is voornamelijk blauw en geel zoals de naam van deze soort reeds laat vermoeden. De rug en de bovenkant van de vleugels en de staart zijn blauw; de buik en de onderkant van de vleugels zijn geel, zoals tevens de onderkant van de staartveren. Het voorhoofd heeft een groene vlek en de keel een zwarte. In het Engels wordt deze soort ook wel Gold & Blue (goud en blauw) genoemd. Wanneer je vooral de onderkant van de staartve­ren bekijkt is dit wel ergens te begrijpen. Daar is het geel meer goudkleurig. De naakte plek rond de ogen is kenmerkend voor de meeste ara's. Bij deze soort zijn de kleine veertjes in de naakte plek donkergroen tot bijna zwart. De snavel is zwart. De poten zijn donkergrijs. Bij jonge vogels zijn de irissen donker, bij volwassen vogels geel.

De geslachten zijn niet te onderscheiden, al zouden volgens sommigen de mannetjes een bredere kop hebben.

Bijzonderheden:

De blauwgele ara's vindt men als paar, in families of in groepen. Wanneer ze in groep vliegen kan men de afzonderlijke paren goed waarnemen. Ze vliegen dan paarsgewijs, bijna vleugel tegen vleugel. blauwgele ara's zijn zeer partnertrouw en eens ze een paar hebben gevormd kunnen ze lang vruchtbaar blijven.’s Morgens vroeg vliegen groepjes ara’s van de rustplaatsen naar hun voedselgebieden, die een eind ver weg kunnen zijn. Net vóór zonsondergang vliegen ze terug naar de rustplaatsen. Deze dagelijkse trek is zeer spectaculair. Onderzoe­kers stelden vast dat in gevangenschap geboren jongen veelal vrouwtjes zijn en dit in  tegen­stelling tot de geelvleugel, waar méér mannetjes worden geboren. Hierdoor komt het dat sommige kwekers een geelvleugel mannetje kruisen met een blauwgele vrouwtje. Hun grote snavel wordt zowel voor het kraken van harde noten gebruikt, als voor het klimwerk. Hierbij wordt wel eens gezegd dat de snavel een 'derde poot' is.

Ara's eten in het algemeen noten, allerlei zaden, fruit en bessen. Zoals andere arasoorten eet de blauwgele ook soms klei. Dit doen ze om giftige bessen die ze hebben gegeten te neutrali­seren. Zo komt het dat de ara's die vruchten kunnen eten die dodelijk zouden zijn voor andere vogelsoorten.

Meestal worden er 2 à 3 eieren gelegd in de holte van een dode boom. Om de twee dagen wordt één ei gelegd,  al is er soms sprake van een grotere tussenperiode. Deze worden dan tussen de 25 tot 28 dagen bebroed. Op de leeftijd van 10 weken zijn de jongen bevederd en ze vliegen na zo'n 3 maanden uit.