leven
boeken
cursussen
lezingen
vragen
reizen
nieuw
links
e-mail
home
English
Français |
|

|
|
Thema
Overal ter wereld krijgen jonge mensen
verhalen cadeau als ze volwassen worden.
Vaak zijn dat heftige, uitdagende, gedurfde vertellingen over
het volle leven, over liefde en dood. De vertellers nemen geen
blad voor de mond: ze gaan voor spannend, pikant en weerbarstig.
Ze laten zien dat brave meisjes in de hemel komen, maar stoute
meisjes overal.
In de vijf continenten slaan ongehoorzame, veeleisende meisjes
alle waarschuwingen in de wind. Ze lopen weg uit hun dorp en
trekken het donkere woud in. Daar botsten ze op ongetemde
monsters, groot, sterk en vooral wellustig, klaar om hen te
bespringen en te verslinden. Net als de meisjes die man na man
afkeuren, eindigen ze met een beest in bed.
In veel bewerkingen werden de ruwe randen en pikante kantjes uit
de volksverhalen van bij ons en elders verwijderd. Hier zijn ze
behouden. Wil je weten wat de wolf echt uitvrat met het mooie
stoute meisje en wanneer de Schone Slaapster echt ontwaakte?
Hoezeer niet alleen wolf, maar ook waterslang, tapir, spin,
varken en maan belust zijn op vrouwenvlees? Hoe Assepoes,
Sneeuwwitje, Roodkapje en het Beest zich gedragen op een ander
continent? Hoe de mensen ontdekten hoe ze moeten vrijen? Waar de
menstruatie vandaan komt? Waarom de geslachtsorganen vroeger
onder de oksels zaten of aan de bomen groeiden? Wat er gebeurt
als een man zwanger wordt?
Marita de
Sterck studeerde antropologie en literatuur.
Als schrijfster heeft ze bekendheid verworven met haar bekroonde
jeugdromans en prentenboeken. Groeirituelen en volksverhalen
boeien haar al heel lang. Al vijfentwintig jaar verzamelt ze
volksverhalen uit de hele wereld. Haar zestig favorieten zijn
hier gebundeld.
Deze oerverhalen worden met liefde en lef verteld. Ze kunnen
vrouwen én mannen, meisjes én jongens verbazen en ontroeren.
De pers
|
Peter Adriaenssens, kinder- en jeugdpsychiater:
‘Ik las nog nooit zulke verhalen, maar ik vind ze knap want ze
zetten aan het denken. Ze hebben het over seksuele ontwikkeling
en over relaties op een voor ons vreemde manier. Daardoor
confronteren deze verhalen ons met onze normen en vragen en
grenzen én met die van de vertellers van het verhaal.’
Bruno Vanobbergen, pedagoog en
kinderrechtencommissaris: ‘De prachtige bloei-verhalen proberen
een diepgaande verandering in een mensenleven te vatten en
dragen verwondering en vaak ook bewondering voor deze
verandering in zich. Net zoals het zoeken en het op tocht gaan
vaak terugkeren in de verhalen, zijn deze verhalen als het ware
zelf een zoeken.’
_____________________________________
Interview verschenen op 2 april 2010 in De
Standaard der Letteren
Isa van Dorsselaer: Bruisende sappen. Roodkapje de rebelse puber
Iedereen heeft minstens één boek in zich. En hoewel antropologe
en jeugdschrijfster Marita De Sterck (54) al verschillende
romans op haar actief heeft, is Bloei, een bundel van
volksverhalen over hoe meisjes vrouwen worden, het boek dat uit
het diepst van haar ziel komt. In Bloei vertelt De Sterck zestig
volksverhalen na van over de hele wereld. Het is een boek dat ze
al heel lang met zich meedraagt. “Ik ben het kind van een
verteller,” zegt ze. “Ik heb heel vaak aan de lippen van
mijn vader gehangen. Geleidelijk groeide de droom om de wereld
te bereizen en daar verhalen te sprokkelen om hier weer los te
laten. Tijdens mijn reizen leek het soms alsof ik nog altijd dat
kind ben dat met open mond luistert. Ik kan zo ongelofelijk
content zijn als ik in the middle of nowhere, in een rotklimaat,
belaagd door beestjes, aan de lippen van een verteller kan
hangen.”
Waarom raakten net die vrouwelijke groeiverhalen bij u een
gevoelige snaar?
“Het zijn verhalen waarin meisjes vrouw worden. Vaak maken ze
deel uit van overgangsrituelen. Soms expliciet soms, verdoken
behandelen ze essentiële vragen. Hoe kies je een partner
bijvoorbeeld? Zoek je hem te ver, dan krijg je een beest; zoek
je te dichtbij, dan heb je incest. Op Papoea Nieuw-Guinea, een
van mijn eerste verre reizen, zag ik rituele voorwerpen die een
barende vrouw tonen die bijna binnenstebuiten wordt gekeerd. Dat
voorwerp is als deze verhalen: ze vatten de vrouwelijke
beleving. Want zo is baren.”
Gaven uw vertellers u vaak het gevoel dat u de verhalen moest
verdienen?
“Toch wel. Ik heb gereisd als jonge vrouw, als moeder en later
als rijpe vrouw. Ik merkte dat het voor sommige groepen
belangrijk was dat ik geleefd en geleerd had. Niet mijn diploma
van antropologe was mijn visitekaartje, wel het feit dat ik drie
kinderen heb gebaard en volwassen heb gekregen. ‘Vertel ons
eerst uw favoriete verhaal’, zeiden ze ook vaak. Ik heb dus over
de pekduivels van de Rupelstreek verteld in het Amazonewoud en
in de Australische woestijn. Ik kreeg die verhalen zeker niet
altijd op een zilveren schoteltje aangereikt. Want je peilt ook
naar gevoelige onderwerpen: vrouwelijkheid, de verschillen
tussen man en vrouw, de oorsprong van menstruatie. Deze verhalen
zijn vaak een soort paspoort van wie die mensen zijn. Dat geven
ze niet altijd zomaar prijs.”
Doorheen het boek loopt de rode draad van de stoute meisjes die
slimmer en wijzer worden door wat ze beleven, maar ze waren het
voordien al, slim en wijs. Wat een contrast met het beeld over
meisjes dat leeft in de populaire cultuur?
“(lacht) Tuttebellen in roze kleren. Hier laten we
vrouwelijkheid en het vrouwelijk lichaam te veel over aan de
commercie. In de verhalen die ik sprokkelde bespeurde ik een ode
aan de vrouwelijke kracht. Ze gaan over hoe we dat lichaam
bewonen – ongeacht hoe het er in detail uitziet. De generositeit
waarmee vrouwen die thuis zijn in hun lichaam, wat ze gezien en
geleerd hebben doorgeven aan wie erin aan het arriveren is, is
zo mooi.”
“Ik was een groot meisje, nu ben ik een kleine vrouw,” zegt een
jonge Navajo-vrouw over deze verhalen. Waarin schuilt hun
kracht?
“De verhalen richten onze blik en vragen geconcentreerde
aandacht voor een selectie van relevante motieven, dat maakt ze
erg slagkrachtig. Ze zitten vol passie en lef en vol ongewone
elementen die je op scherp zetten. Ik merk dat wanneer ik ze in
een klas vertel. Aanvankelijk zitten die pubers nog te
fluisteren en te prutsen met hun gsms. Maar een na een vallen ze
stil.”
Deze verhalen geven vaak poëtische verklaringen voor fenomenen
waarvoor meisjes hier de biologische uitleg krijgen
“Ze geven ruimte aan de oerangsten die bij meisjes leven. Zal
dat bloeden wel stoppen? Zal ik ongeschonden komen uit die
eerste ontmoeting met een man? En dat geldt evenzeer voor de
jongen, die ook met angsten zit. Vanwaar anders al die verhalen
over de vagina dentata – de vagina met tanden? We moeten vreemde
lichamen verkennen.”
“Welke zijn de verhalen nu die jongeren moeten leren hoe ze
moeten leven,” vraagt een Zuid-Afrikaanse vertelster in uw boek.
“Er wordt terecht veel kabaal verkocht rond het verdwijnen van
de ecologische diversiteit. Maar hetzelfde geldt voor deze
schat. Ik voel hier bij jong en oud in elk geval een grote
honger naar oerverhalen. Deze verhalen hebben jonge
lichamen nodig om te overleven, maar deze jonge lichamen hebben
ook de verhalen nodig om te groeien. Om ze door te geven heb je
bemiddelaars nodig die erdoor gebeten zijn: leraars, ouders,
grootouders, jeugdwerkers. Helaas zijn we een generatie
geworden met een zekere lafheid, die de tragische dimensie van
een mensenbestaan onder de mat probeert te vegen. We zijn te
beducht voor bloot en dood en bloed. Volksverhalen kregen de
Disney-behandeling en zijn naar de kleuterklas verhuisd. Maar in
de originele versie is Roodkapje geen schattige kleuter met een
mandje, wel een puber die met de wolf in bed belandt en proeft
van het vlees van haar grootmoeder. Wensdromen en nachtmerries
hebben elk hun functie: ze brengen andere dingen onder de
aandacht, ze kanaliseren angsten en emoties. We moeten ook de
heftige verhalen durven te vertellen.”
U gaat ze niet uit de weg, maar in uw inleiding laat u er wel
jeugdpsychiaters over aan het woord, alsof u zichzelf wil
indekken.
“Ik was vooral zelf benieuwd naar wat iemand als Peter
Adriaenssens zou zeggen over deze verhalen voor jongeren. Bij
sommigen snak je toch wel even naar adem. Incest, kannibalisme.
Ik wil geen accidenten veroorzaken bij kwetsbare mensen. De
verhalen die ik in mijn kindertijd hoorde, hadden ook niet
altijd een happy end. Dat was hard, maar passend. Ik wilde horen
over het volle leven, ik wilde niet dat er kanten vanaf werden
geschaafd.
In veel culturen is er een groter geloof in de weerbaarheid van
kinderen, met volwassen die er zijn om hen te stutten. Veel van
die overgangsrituelen zijn geen klein bier. Zo werden jonge
meisjes in Australië meegepakt op een harde tocht door de
steenwoestijn. Moeten die niet in bed liggen? zouden ouders hier
zeggen. Laten we hen dus op zijn minst narratief maar van het
volle leven proeven.”
Overleven deze verhalen eigenlijk de reis?
“Zodra je een verhaal hoort, begin je het spel van gelijkenissen
en verschillen te spelen. Er zijn zeker universele aspecten. We
hebben een vergelijkbaar lichaam, we zoeken daar allen een taal
voor. Maar evenzeer zijn er grote verschillen die ik zeker niet
heb proberen uit te gommen. Er is soms verbazingwekkende
afstand. Er zitten zoveel hilarische of fantastische elementen
in die bevreemdend zijn voor ons. Zoals het verhaal waarin
penissen aan bomen groeien of over het meisje dat de tanden in
haar vagina ruilt voor het stel borsten van een olifant.”
Wat hebben ze u geleerd over de kern van het vrouw zijn?
“Die enorme ambivalentie: voedend en verslindend, koesterend en
destructief. Zelfs die oerliefde die de moederliefde is, is
tegelijk voorwaarde voor het leven en heeft die neiging tot
verslinden. En er is die enorme potentie om te veranderen.
‘Dochter, je bloedt maar je gaat niet dood,’ zegt de moeder van
Veranderende Vrouw in het Navajoverhaal. Ze wijst hiermee op de
essentie van vrouwelijkheid. Of een vrouw iets met haar
vruchtbaarheid doet of niet, ze draagt leven én dood in haar
buik. Zo’n relevante verhalen wil ik laten reizen en delen, met
meisjes en jongens, met vrouwen en mannen.”
Hoe de maan aan zijn vlekken is gekomen
“Er was eens een bloedmooie jonge vrouw. Nacht na nacht werd ze
in haar hangmat bezocht door een man die de liefde met haar
bedreef, maar in het donker kon ze hem niet zien. Ze wilde
natuurlijk weten wie haar minnaar was. Ze bedacht een list en
bestreek haar handpalmen met genipapo, de blauwzwarte verf die
ze uit de vruchten van de genipapo-palm had gehaald. Toen de man
de volgende nacht weer de liefde met haar bedreef, drukte ze
haar handpalmen stevig op zijn rug. Na zonsopgang ging de jonge
vrouw nieuwsgierig op zoek naar een sterke jonge man die zwarte
vlekken op zijn rug zou hebben. Ze doorzocht de hele omgeving,
de buurdorpen en haar eigen dorp. Eerst zocht ze ver weg, maar
wie ze zocht, vond ze dicht bij huis. Veel te dicht bij huis.
Naast het huis zag het meisje haar broer zijn boog pakken. Tot
haar verbijstering merkte ze dat de rug van haar broer met
zwarte handafdrukken bevlekt was. (…)De jongeman werd
achtervolgd door de razende dorpelingen. (…) Hij rende en rende
zo hard dat hij de hemel in vloog. Daar werd hij de gevlekte
maan. Vanuit de hemel keek hij naar beneden. Vanaf dat moment
vloeien zijn zusters maandelijks.”
Bloei, Marita De Sterck, Meulenhoff/Manteau, editie voor
volwassenen
Stoute meisjes overal, Manteau Jeugd, editie voor jongeren
Vanaf oktober toert Marita De Sterck met actrice Ianka
Fleerackers door Vlaanderen met de verhalen uit Bloei.
_____________________________________
Interview verschenen op 2 april 2010 in De Morgen
Annelies Vanbelle: Van meisje tot vrouw. Marita de Sterck
verzamelde wereldwijd volksverhalen over liefde en lef
Ze staat met ‘De Hondeneters’ op de shortlist van de Gouden Uil
Jeugdliteratuurprijs 2010, en heeft al opnieuw een boek uit:
‘Bloei’. Marita De Sterck, antropologe en jeugdschrijfster trok
de wereld rond en sprokkelde vijfentwintig jaar lang oerverhalen
over vrouwelijkheid. Haar zestig favorieten zijn nu gebundeld,
en wel in de pikante versie, zonder de ruwe randjes en rauwe
kantjes te verdoezelen.
In de meeste geschreven versies die wij kennen is het zout uit
de pap. Neem nu het verhaal van Roodkapje en de Wolf. Mooi,
ongehoorzaam meisje wijkt van het pad af en wordt daarvoor
afgestraft: de grote, boze wolf peuzelt haar en haar geliefde
grootmoeder op – waarna een redzame jager hen uit de buik
bevrijdt. In een oude, mondelinge versie uit Frankrijk die
Marita de Sterck navertelt, belandt het bijdehandje, hier zonder
het rode kapje, niet in de buik, maar in het bed van het harige
ondier. Bloesje, onderrokje en onderbroekje worden in het vuur
gegooid. De jongedame ontsnapt en kan op het nippertje voorkomen
dat haar bloempje wordt geplukt.
Het is misschien niet meteen de versie die je je koters zomaar
zou voorlezen. Toch komt het boek van de Sterck in twee edities:
een voor mannen en vrouwen, en een voor jongens en meisjes.
Boven de twaalf jaar welteverstaan. Want zij krijgen
bijvoorbeeld ook het verhaal van Thalia, de Italiaanse pendant
van Doornroosje. Daarin ontwaakt de mooie koningsdochter na haar
ongelukkige aanraking met een spinnewiel niet door een kus van
de prins, maar neemt hij haar terwijl ze slaapt. Pas maanden
later ontwaakt ze, als de tweeling die ze baart de vermaledijde
naald van onder haar nagels zuigt.
Hoe komt het dat wij veelal alleen kennis hebben van de
gekuiste, kuise versie?
Daar spelen verschillende elementen in mee, onder andere dat we
die verhalen al heel snel naar de kinderkamer versluisd hebben.
We brachten ze voor steeds jongere groepen en die wilden we
behoeden voor bloot en dood. Mondelinge literatuur is meestal
ook veel gedurfder en subversiever dan verhalen op papier. Niet
iedereen wil de rauwe kracht bewaren bij het neerschrijven en
vaak wordt een auteur geremd door fatsoensnormen en
begrenzingen. Ik heb dat altijd als heel spijtig ervaren en wou
een belangrijk statement maken door dit boek ook aan jongeren
aan te bieden. Ik heb niets gesnoeid omdat ook jonge mensen
moeten kunnen groeien in gedurfde, verontrustende verhalen. Door
de kracht van het gelaagde halen jongeren eruit waar zij op dat
moment aan toe zijn.
Simone de Beauvoir schreef het al in ‘Le deuxième sexe’ : ‘On ne
naît pas femme, on le devient’. Waarom is die overgang zo
bijzonder? Waarom was je hier zo door gefascineerd ?
Een antropoloog kiest altijd een bepaalde niche, een bepaald
segment om te bestuderen. Als vrouw kwam ik al snel bij
vrouwelijke groeirituelen terecht, als auteur was ik
geïntrigeerd door het narratieve. In veel groeirituelen zitten
ijzersterke verhalen verweven, waarvan de groep gelooft dat ze
een soort metamorfose kunnen bekrachtigen. Wat me boeit zijn
rituelen en verhalen bij het begin van de puberteit, bij eerste
menstruatie. Die overgang wordt bij sommige niet-westerse
groepen gevierd met een groot feest, bijvoorbeeld drie dagen en
twee nachten non-stop, vol rituele handelingen en verhalen. In
1995 had ik een gesprek met een meisje in het Navajo-reservaat
in Noord-Amerika. Zij vertelde me hoe het verhaal ‘Hoe
Veranderende Vrouw op haar dertiende dag bloedde zonder dood te
gaan’, dat ook in het boek is opgenomen, van haar een vrouw had
gemaakt. Haar getuigenis werd voor mij het motto tijdens mijn
verdere zoektocht naar verhalen.
De verhalen gaan vaak over liefde, erotiek en partnerkeuze.
Verhalen als levenswijsheid dus. Voor welke foute partners wordt
zoal gewaarschuwd?
Wat voortdurend terugkomt is: kies je partner nooit te dichtbij.
Overal ter wereld wordt aan jongeren bij het opgroeien verteld
over de verschrikkelijke gevolgen van incest. Het gaat hier om
het beklemtonen van grenzen én tegelijk jongeren het gevoel
geven dat ze altijd kunnen terugvallen op de oudere generatie
als er iets grensoverschrijdends gebeurt. Het andere uiterste
is: kies je partner niet te wildvreemd. Kies geen man die
niemand kent, want dan loop je een groot risico om met een
psychopaat of een monster te eindigen. Eigenlijk zijn dat heel
wezenlijke adviezen, die we wereldwijd delen maar die elke
cultuur op eigen wijze uitdrukt.
Naast foute mannen zijn er ook stoute meisjes. Hoe vergaat het
hen doorgaans?
Overal ter wereld worden waarschuwingsverhalen verteld over wat
er gebeurt met meisjes die alleen het donkere bos in gaan.
Meestal botsen die op een ongetemd, zeer wellustig mannelijk
wezen. Dat is dan ‘the disobedient girl’, het meisje dat alle
goede raad in de wind slaat. Wat ook vaak terugkeert is ‘la
fille difficile’, het veel te kieskeurige meisje. Elke groep zal
zijn jonge vrouwen altijd proberen te behoeden voor onheil, zij
zijn de toekomst, het is heel onrustwekkend als ze niet meer
veilig zijn. De overdracht van dergelijke verhalen maakt deel
uit van de ‘collectieve zorg’. Ze zijn moraliserend, maar
tegelijk ook amusant, spannend en subversief. Het is
ongelofelijk pittig om ernaar te luisteren, omdat ze vaak heel
erg over de schreef gaan.
Zoals het vaak terugkerende motief van de ‘getande vagina’.
Vanwaar deze schrikwekkende metafoor?
Ik denk dat het ‘vagina dentata’-motief aansluit bij oerangsten.
De eerste seksuele ervaring kan heel overweldigend zijn, de
jongere betreedt immers een onbekend terrein, of wordt
doordrongen van een vreemd lichaam. Er bestaan overigens ook
verhalen over getande penissen of penissen met weerhaken. Een
mooi verhaal in die context is ‘Hoe vrouw en olifant tanden en
borsten ruilden’ uit India. Een vrouw - die tot overmaat van
ramp ook erg plat is vanboven - heeft zeer scherpe tanden in
haar vagina. Geen man die met haar durft te vrijen, want het
nieuws gaat als een lopend vuurtje rond. Op een dag komt de
huilende vrouw een olifant tegen, met prachtige volle borsten.
De olifant stelt een ruil voor. Hij kan een nieuw stel tanden
wel gebruiken, en zij krijgt de prachtige borsten opgeplakt.
Dolgelukkig gaat ze op pad. Er is geen man die niet bezwijkt,
want al heel snel doet het bericht de ronde dat haar vagina nu
tandeloos is. De angst van de mannen is bezworen.
De verhalen hebben een helende kracht, of proberen antwoorden te
geven op haast kinderlijke vragen. Bijvoorbeeld hoe de mensen
ontdekten hoe ze moeten vrijen.
Daar zijn inderdaad heel veel versies van. Een bijzonder
grappige uit het boek is het verhaal van de San in Zuid-Afrika.
Twee mannen en twee vrouwen komen elkaar voor het eerst tegen in
de woestijn. Een van de mannen wil graag vrijen, maar hij weet
niet hoe het moet. Hij stopt zijn penis achtereenvolgens in de
mond, de neusgaten, de ogen en de oren van de vrouw. Telkens
zegt ze: ‘Nee, zo niet!’ Ze vertelt hem dan van het bijzondere
plekje tussen haar benen dat op hem wacht. Ook de andere man
ontdekt hoe het moet. De mannen vinden het zo lekker dat ze
overal waar ze komen honderduit vertellen over het plekje dat
mond en ogen en oren en neus tegelijk is en zoveel meer.
Iedereen die het hoort wil meteen uitproberen of het waar is.
Sindsdien weten alle mensen hoe ze moeten vrijen en kunnen ze er
niet meer mee stoppen.
Het lijken mij bij uitstek verhalen die je moet aanhoren, die je
moet vertellen. Moeders of grootmoeders aan dochters. Vaders aan
zonen. Aan welke vertelling heb jij de beste herinnering?
Aan veel verhalen, maar ik hou erg van ‘Verboden liefde’, van de
Warlpiri-Aboriginals in Australië. Ik verbleef daar drie
weken in september, maar er ging een lange voorbereidingstijd
aan vooraf. Het is altijd zoeken naar sleutelfiguren ter plekke,
vaak leraars, die mijn project goed begrijpen en mij kunnen
leiden naar de juiste mensen en verhalen. Daar in Australië nam
Nancy, een onderwijzeres, mij mee naar de woestijn om me een
rode rots te wijzen. Op die plek zouden twee geliefden
zijn versteend, omdat hun liefde verboden was. Ze behoorden tot
een verwantschapsgroep die geen relaties mag hebben, het zou
zoals incest zijn geweest. Het verhaal van Nancy was een
droomverhaal, dat ze erfde van haar vader, dat is meegereisd
doorheen de generaties. Het zegt ook veel over de Aboriginals,
en hoe sterk ze verbonden zijn met het landschap. Daarom zijn
die verhalen zo bijzonder: ze vertellen zoveel over de
identiteit van een groep, veel meer dan je bijvoorbeeld op
National Geographic te weten kunt komen. Verhalenoverdracht
wordt overal ter wereld sterk bedreigd, het is echt vijf voor
twaalf. Met dit boek wil ik mijn steentje bijdragen om enkele
staaltjes van dit kostbare culturele erfgoed van de ondergang te
redden en te laten reizen door de ruimte en de tijd.
‘Bloei: zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes
vrouwen maken’, verzameld en naverteld door Marita de Sterck,
Meulenhoff|Manteau, 2010
‘Stoute meisjes overal, volksverhalen over liefde en lef’ door
Marita de Sterck, Manteau-Jeugd, 2010
Marita de Sterck trekt in het najaar samen met Iancka
Fleerackers langs de Vlaamse bibliotheken om deze verhalen te
vertellen aan een publiek van 14+ en volwassenen. Meer
informatie bij Frieda Punt van Permeke Bibliotheek (Frieda.punt@stad.antwerpen.be)
_____________________________________
Interview verschenen op 2 april 2010 in het magazine
Letters van Standaard Boekhandel (verschijnt ook als bijlage bij
Het Nieuwsblad)
Hilde Pauwels: Stoute meisjes uit alle
windstreken
Meer dan twintig jaar lang verzamelde Marita de Sterck
volksverhalen uit de hele wereld. Zestig van die vertellingen
heeft ze nu gebundeld in: Bloei en de jeugdversie Stoute meisjes
overal. Eén ding hebben al die verhalen gemeen: ze gaan over
meisjes die vrouw worden en alles wat daarbij komt kijken.
Hoe heeft u de verhalen verzameld?
Marita de Sterck: ,,Dit is het resultaat van meer dan twintig
jaar speurwerk. Het idee om ooit een bundel met zestig van mijn
favoriete volksverhalen samen te stellen, was er dus al lang.
Voor het merendeel gaat het om verhalen die nog nooit werden
gepubliceerd, die ik ter plaatse ging optekenen. Dit gebeurde
vaak in het kader van research naar groeirituelen voor meisjes.
De meeste verhalen vertellen over universele thema’s zoals
leven, liefde, dood, de oorsprong van het geslachtsverschil en
van seksuele intimiteit, de essentie van vrouwelijkheid. Het
gaat om verhalen die aan jongeren worden doorgegeven, maar ze
blijven zeer relevant voor alle generaties.”
Is het thema van opgroeiende meisjes het sterkst
vertegenwoordigd in de orale vertelcultuur?
,,In veel papieren bundels met volksverhalen spelen vooral
jongemannen de hoofdrol. Mijn collectie is dus aanvullend. Hoe
meisjes worden voorbereid op hun leven als vrouw, is een thema
dat ik zelf opzocht omdat ik het belangrijk vind. Ik wou nagaan
welke rol verhalen daarbij spelen. Wat opvalt bij verhalen die
wel werden gepubliceerd, is dat ze sterk gecensureerd zijn. Dat
is vooral gebeurd in westerse kinder- en jeugdedities. Vaak zijn
agressie en erotiek bijna volledig geschrapt. Denk aan Roodkapje
en de Schone Slaapster, er zijn bronnen te vinden die veel meer
confronteren. Voor mijn navertellingen vertrek ik van oude
Franse en Italiaanse bronnen. Dan blijkt dat het zeker geen
kleuterverhalen zijn. Er zitten kannibalistische en erotische
passages in die jongeren en volwassenen uitdagen.”
De verhalen komen uit alle windstreken. Zijn er aspecten die
overal terugkomen?
,,Vaak speelt een ongehoorzaam meisje de hoofdrol. Ze slaat alle
waarschuwingen in de wind, trekt het bos in, ontmoet een
wellustig wezen waarmee ze moet afrekenen. Er is het spreekwoord
dat zegt dat brave meisjes in de hemel terechtkomen en stoute
meisjes overal. Dit wordt in veel verhalen heel pittig
geïllustreerd. Vaak is de toon moraliserend en waarschuwend,
maar tegelijk zijn ze spannend, prikkelend en subversief.”
Gaat het dan ook om een stukje emancipatie?
,,Zeker, de verhalen helpen meisjes om na te denken over wat er
in hun lichaam gebeurt en welke plaats ze als vrouw innemen. Bij
ons dreigt het communiceren over erotiek en het vrouwelijk
lichaam vooral het terrein van de commerciële wereld te worden.
Uit de verhalen duikt een ander beeld van vrouwen op:
ondernemend, weerbaar, verstandig. Het gaat om vrouwen die zelf
keuzes willen maken. Er wordt gezocht naar een taal die
vrouwelijke seksualiteit kan vatten. Dit gebeurt met een soort
oerkracht die heel inspirerend kan werken. Dat merk ik ook als
ik rondtrek met de verhalen. Uit reacties blijkt dat het publiek
bepaalde dingen nog nooit heeft gehoord. Wat verrassend is, zet
aan tot nadenken.”
Hoe worden de verhalen verteld? Geven moeders ze door aan hun
dochters?
,,Dat is heel uiteenlopend. Tijdens een ritueel kan de sjamaan,
de rituele specialist, ze vertellen. Bij vrouwenrituelen treden
vaak de oudste vrouwen als schatbewaarder van de verhalen op.
Soms vroeg ik achteraf aan de jonge meisjes wat hen bijbleef.
Maar ik heb ook geluisterd naar mannelijke vertellers. Het is
een cliché dat alleen vrouwen over dit soort onderwerpen kunnen
vertellen.”
Welke symbolen of verhalen spraken je zelf sterk aan?
,,Vaak speelt men met het dubbele van de vrouwelijkheid. Die
heeft iets voedend, maar is ook verslindend. Het is zeker niet
zo dat het in de verhalen allemaal modelmeisjes zijn. Zo is er
ook een bijdrage over een vrouw die als kannibaal de jeugd
verslindt. Die dubbelheid is heel boeiend. Ook mooi is hoe over
menstruatie of bepaalde oerangsten wordt verteld. Er is een
Navajoverhaal waarbij een dochter aan haar moeder zegt dat er
iets ongewoons door haar lichaam is heengegaan. De moeder
antwoordt: ‘Dochter, je bloedt, maar gaat niet dood.’ Dat is een
krachtige, poëtische manier om dit aan te duiden. Bij de
Aboriginals hoorde ik een verhaal waarin een pas bevallen moeder
danst met haar jongere zus, tot door de heftige bewegingen het
bloed van nageboorte en van menstruatie stromen en beide
bloedstromen vinden elkaar. Het gaat om het benoemen van heel
aardse gebeurtenissen, iets wat je bij ons in voorouderlijke
verhalen nog terugvindt, maar wat we kwijtraakten.”
Zijn we de vertelcultuur niet al te zeer verloren?
,,Overal ter wereld is het vijf voor twaalf. Dat gevoel heb ik
toch. Ik beluisterde stokoude mensen. Als deze generatie sterft,
zal ook veel van hun verhalenkennis verdwijnen. Je hoort wel
eens zeggen dat er daardoor een hele bibliotheek kapot gaat, en
dat klopt ook wel. Zelf groeide ik op met een vader die graag en
goed vertelde. Die voorliefde voor verhalen heb ik meegenomen,
voor mij is het belangrijk om dit te delen. Want het valt op
hoeveel slagkracht verhalen kunnen hebben. Soms gaat het echt om
een schokeffect, sommige verhalen zijn heel cru. Toch zijn ze
tegelijk erg betekenisvol, juist omdat ze dingen wakker
schudden. Ik censureerde niets, de inhoud van de jeugdeditie is
precies hetzelfde, alleen de cover en titel verschillen, die
zijn meer op jongeren gericht.”
U lette ook op het literaire gehalte van de verhalen.
,,Het gaat om een persoonlijke keuze, iemand anders had andere
accenten gelegd. Ik vond het belangrijk dat de verhalen met lef
en passie werden verteld, dat ze literaire slagkracht hadden. De
vorm en stijl kunnen anders zijn dan wat we gewend zijn. In onze
ogen gaat het soms om gekke sprongen of rare overgangen. Die
structuur hield ik intact. Het is niet eenvoudig om mondeling
vertelde verhalen op blad weer te geven in een leesbare vorm die
het origineel respecteert. Alleen stevige uitweidingen, zoals
opsommingen van honderd dieren of planten, heb ik wat
samengevat. Maar het gaat om minimale ingrepen. Ik hoop dat deze
oerverhalen in die vorm ook bij ons jong en oud kunnen raken.”
Bloei / Marita de Sterck
Gebonden – 248 blz. – € 19,95 – ISBN 978 9085422013
Een uitgave van Meulenhoff | Manteau
Stoute meisjes overal / Marita de Sterck
Gebonden – 248 blz - €19.95 – ISBN 9789022325124
Een uitgave van Manteau Jeugd
_____________________________________
Interview verschenen op 16 april 2010 in het weeblad
De Bond
Hilde Masui: Marita de Sterck: ‘Ik zoek overal vertellers’
Ik zoek overal vertellers over het mysterie van het mensenleven
Het verteltalent heeft ze van haar vader. De onafgebroken
interesse voor de ‘vreemde’ volkeren en de passie om dat
‘vreemde’ vertrouwd te maken bij het jongere publiek is haar
wellicht aangeboren. Uit al haar jeugdboeken blijkt het
verlangen om wereldwijd begrip, respect en verstandhouding op te
wekken, door boeiende, ontroerende, levensechte verhalen op te
dissen. De antropologe Marita de Sterck (55) heeft zich niet
achter muffe archieven schuil gehouden, maar trok en trekt de
boer op om overal ter wereld vertellers op te sporen die de oude
volksverhalen nog kennen. De pas verschenen bundel ‘Stoute
meisjes overal' is een selectie uit 25 jaar verzamelwerk. In de
veelkleurige drukte van het Brusselse Centraal Station, hadden
we er een babbel over.
Een vertellende vader
“Elke avond zette hij zich in de versleten, antieke zetel met
brede armleuningen. Dan begon vader te vertellen en kropen mijn
broer en ik op de leuningen om alles goed te horen en te zien.
Zijn verhalen, die hij wellicht van zijn vader en grootvader
had, gingen dikwijls over rare dorpsfiguren. Er waren ook
verhalen bij die grote mensen gebruiken om kinderen bang te
maken: voor de pekduivel, die kindjes pakte en opat, en voor de
rivier, de Rupel, die kinderen meesleurde in het slijk.
Schrikwekkende waarschuwingsverhalen. Veel oudere mensen kenden
die verhalen over plekken die gevaarlijk waren. Maar vader
fantaseerde ook verhalen over twee zotte beren, en dat waren dan
mijn broer en ik. Vader kon heel goed vertellen. Ik heb daar een
levenslange liefde voor het gesproken woord aan overgehouden.
Voor mijn boek “De Hondeneters” over de honger in de eerste
wereldoorlog, had ik mijn vader als bevoorrechte getuige. Hij
was negen toen de oorlog begon. Net als mijn moeder en mijn
peter had hij een zeer rijke taal. Dialect, maar prachtig
Vlaams. Daarom heb ik dat boek ook in de gij-vorm
geschreven, wat nu echt oud-Vlaams is. Vader -hij was toen al
ver in de negentig- was er niet zo gerust in dat ik voor mijn
boek met wereldverhalen ging rondneuzen op de meest
onherbergzame plekken…maar zo heb ik toch heel bijzondere
verhalen kunnen opvangen. Vader heeft ook aan mijn kinderen
verteld. Verhalen uit de ‘prehistorie’ want hij was een ouwe
bompa voor hen. Dat heeft mij sterk gevormd in de schrijver die
ik nu ben. Dicht bij dat mondelinge, dat volkse.”
De wereld zit vol verhalen
“Toen ik antropologie studeerde, moest ik in dat ruime vakgebied
ergens mijn plekje vinden, iets waarin ik me zou specialiseren.
Voor mij waren dat de volksverhalen die bij puberteitsrituelen
worden verteld. Tot vandaag, zoek ik, als ik in een ander land
kom, waar de vertellers zijn. Ik probeer het vertellen uit
te lokken door zelf die oude verhalen van mijn vader te
vertellen en dan te polsen naar hun eigen verhalen. Dat is een
kinderdroom én een constante in mijn leven; de oudere mensen
verhalen laten vertellen om ze door te geven aan de jongere
generatie. Het is geweldig als je zo’n verteller van in de
negentig kan treffen, die verhalen vertelt van zijn grootouders!
Bij de Ticuna-Indianen in het Amazonewoud heb ik verhalen
genoteerd rond een groei-ritueel, en bij de Toearegs in een oase
in de woestijn, verhalen van de grootmoeder van de gids,
gelukkig in gezelschap van een leraar Frans die heel goed de
taal van de Toearegs en heel goed Frans kende…
In Portugal ontdekten we toevallig dat Evora, waar we een
vakantiehuisje huurden, de streek van de vertellers bleek te
zijn. ‘Kent u vertellers?’ vroeg ik aan de verhuurder. ‘Een
collega-leerkracht van mijn moeder vertelt altijd knappe
verhalen in haar klas,’ antwoordde hij. Mijn dochter en ik
gingen luisteren naar het verhaal van een meisje, verliefd op
een blauwe stier. Zoiets als ‘de schone en het beest’, die
leerkracht deed dat prachtig. Dat verhaal zit ook in het boek.
Eerst was ik van plan een Europees verhalenboek te schrijven,
maar hoe verschillend cultuurgroepen overal ter wereld ook zijn,
er leven zoveel oergevoelens, oermotieven, oerbelevenissen die
des mensen zijn. Ik had honderden verhalen van over de hele
wereld en toen dacht ik aan een dozijn verhalen per werelddeel.
Het werden moeilijke keuzes.
In de periode dat ik het boek afwerkte, is mijn moeder
gestorven. Ze werd 94. Hoe oud ze ook was, ze bleef heel
nieuwsgierig naar wat ik ‘ginder’ ging doen en hoe vrouwen van
haar leeftijd, daar leefden en over hun leven vertelden.”
Verhalen over “les choses de la vie”?
“Ik heb veel verhalen verzameld rond vruchtbaarheid, omdat dit
zo’n beetje de collectieve droom is van veel groepen: Laat
jongeren kinderen krijgen, laat ons volk een toekomst hebben.
Verhalen waarin men probeert te achterhalen waar die
fascinerende vrouwelijke vruchtbaarheid vandaan komt, wat de
oorsprong is van menstruatie. ’t Zijn geen rozige verhaaltjes,
en ze klinken soms heel ruw en hard, maar ze zijn neergeschreven
zoals ze verteld worden: ongepolijst en zo wou ik ze ook laten.
Misschien zullen sommigen vrezen dat veertienjarigen daar nog
niet tegen kunnen. Maar ik denk dat ook jonge mensen verhalen
nodig hebben die met lef worden verteld, die slagkracht hebben.
Die even doen schokken. Dat merk ik als ik daarover aan jongeren
vertel. Ik neem één verhaal per continent en ondertussen laat ik
beelden van het landschap, van sommige rituelen en ook enkele
vertellers zien. Hun aandacht staat op scherp, bijvoorbeeld bij
die harde indianenverhalen. Er is een verbazingwekkende afstand
die ze willen begrijpen en waaraan ze betekenis willen geven.
Het gaat over relevante thema’s en jongeren zijn vragende partij
om verhalen te horen over het volle leven, verteld door rijpere
mensen die er niet meteen de harde kantjes afsnijden.
Ik denk dat dit kan werken. In het spel van ‘zoek de
verschillen, zoek de gelijkenissen’ vind ik het mooi om te zien,
hoezeer wij in bepaalde fantasieën en dromen op elkaar gelijken,
maar ook sterk verschillen van bijvoorbeeld de Australische
aboriginals. Wat een ander leven!
Er zitten ook waarschuwingsverhalen tussen, zo van ‘’s avonds ga
je niet meer alleen in de donkerte van het bos en, zoek je
partner niet te dicht bij, voor je het weet komt er incest van,
maar zoek ook geen wildvreemde die niemand kent, want wie weet?’
Men zegt wel eens dat jongeren te weinig lezen, maar ik ervaar
ze als scherpe luisteraars, die zelf op zoek gaan naar
betekenissen en verteltalent herkennen. Langs deze verhalen leer
je mensen ook anders kennen dan via commerciëlere documentaires.
Ik denk dat er een interculturele appreciatie kan ontstaan door
dit soort verhalen. En ik ben ongelooflijk blij dat er twee
edities zijn, een voor de jeugd en een voor volwassenen, die
inhoudelijk geen letter verschillen.”
Stoute meisjes overal, volksverhalen over liefde en lef, Marita
de Sterck, Manteau Jeugd, 2010
Bloei, zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes
vrouwen maken, Marita de Sterck, Meulenhoff/Manteau, 2010
Vanaf oktober trekken Marita de Sterck en ianka Fleerackers met
verhalen uit het boek op bibliotheektoernee, meer informatie
bij: frieda.punt@stad.antwerpen.be
|
|