Marita de Sterck

Het feest van het nieuwe meisje


leven

boeken

cursussen

lezingen

vragen

reizen

nieuw

links

e-mail

home
 

English

Français

 


Thema
 
Als een meisje vrouw wordt, houden de Ticuna-Indianen uit het Noordwesten van Brazilië een prachtig ritueel: het Feest van het Nieuwe Meisje. Het is een feest voor de zintuigen, dat onze nieuwsgierigheid en verbeelding prikkelt en ons ook in de spiegel laat kijken. Maar het is nog zoveel meer.
Het ritueel drukt hun verlangen uit om te mogen voortbestaan in eigenheid. En het is een ode aan de vrouw. Ook de verhalen die de Ticuna erbij vertellen, de muziekinstrumenten die ze bespelen en de maskers waarmee ze optreden zijn groots. Hun wervelende performance draait om aarde en planeten, om planten, dieren, geesten en mensen, om meisjes en vrouwen en jongens en mannen, om hen en om ons.
 
In november 2007 woonde jeugdauteur en antropologe Marita de Sterck dit ritueel bij en nam ze verhalen op. In dit boek worden de maskers, verentooien en muziekinstrumenten uit de collectie van het MAS I Etnografisch Museum verbonden met een eigentijdse ritueel en verhalen uit het Amazonewoud.

Rik Pinxten, Centrum voor Interculturele Communicatie en Interactie, Universiteit Gent:
'Echt een boeiende tekst. En de verhalen van de Ticuna zelf zijn bijzonder mooi.'

René Devisch, Institute for Anthropological Research in Africa, Leuven:
'Een rijke grensverbindende zoektocht naar de krachten van de vrouw in de
Ticuna wereld van mensen, dieren, planten en het meer-dan-menselijke.'

 
Naar het museum

Met een unieke, nooit eerder vertoonde Ticuna-opstelling nodigt het MAS I Etnografisch Museum Antwerpen zijn bezoekers en in het bijzonder jonge mensen uit om niet alleen te genieten van de maskers, maskerpakken, verentooien en muziekinstrumenten, maar ook om op te gaan in het ritueel en de verhalen, om kennis te maken met de mensen ‘in’ de voorwerpen. De fotomontage van Daniel De Vos toont hoe het ritueel vandaag door de Ticuna beleefd wordt. In een vertelhoek kunnen de bezoekers verhalen van de Ticuna beluisteren. Bij de balie is een toegankelijk boek verkrijgbaar (5 euro) over het ritueel en de verhalen. Voor scholen en groepen zijn speciale rondleidingen uitgewerkt. De opstelling is te bekijken en te beluisteren van 3 oktober 2008 tot 29 juni 2009.

MAS I Etnografisch Museum Antwerpen, Suikerrui 19, 2000 Antwerpen,
www.mas.be; www.etnografischmuseum.be
Inlichtingen : 03/220 86 93, Chris.delauwer@stad.antwerpen.be
Reserveren groepsbezoek: Prospekta vzw, Info cultuur : 03/203 95 85

   

    

 

Pers

Gazet van Antwerpen, 17 januari 2009: Reportage Diane Broeckhoven

MARITA DE STERCK: “IK WIL EEN REIZIGER IN VERHALEN ZIJN.”

‘Feest van het nieuwe Meisje’, rituelen rond de eerste menstruatie bij de Ticuna-Indianen

Jeugdauteur, antropologe en docent Marita de Sterck (53)  reisde een jaar geleden naar de Ticuna-Indianen in het Noordwesten van Brazilië om het ‘Feest van het nieuwe Meisje’ bij te wonen. Dit indrukwekkend ritueel, waaraan het hele dorp deelneemt, wordt gevierd als een meisje voor het eerst heeft gemenstrueerd en dus vrouw is geworden. Het is een feest voor alle zintuigen en een ode aan de vrouw, maar ook aan de aarde en de planeten, aan dieren en planten, aan jongens en mannen.
Een expositie over deze taboedoorbrekende, wervelende performance in het hart van het Amazonegebied kunt u nog tot juni 2009 bezoeken in het Etnografisch Museum in Antwerpen. Allen (m/v) daarheen dus.
“Jeugdauteur, antropologe en docent aan de bibliotheekschool in Gent: deze volgorde kan ik me de laatste jaren permitteren, al overlappen de drie elkaar ook vaak natuurlijk. In een vroeger fase, toen mijn drie kinderen klein waren, kwam mijn docentschap – na mijn gezin - op de eerste plaats. Maar de droom om als antropologe research te doen en te reizen, heeft altijd gekriebeld. Nu mijn dochter en mijn twee zonen het nest beginnen uit te vliegen, is er meer ruimte voor. Ik heb me altijd op ‘groeirituelen bij meisjes’ gefocust, een thema dat je ook in veel van mijn jeugdboeken terugvindt. Het motief ‘groei’ in de puberteit en adolescentie heeft me altijd gefascineerd. Een voordeel van het uitstellen van mijn research is dat het in vreemde culturen als verrijkend wordt beschouwd als je kinderen hebt én als je ouder bent. Het moederschap geeft een aparte positionering. Rijpere vrouwen geven er met generositeit aan de volgende generaties door wat het leven hen gegeven heeft. De glansrol van vrouwen ligt in deze culturen in de 50-plusfase.  Wat dat betreft kunnen we veel van hen leren. Onze westerse maatschappij is gefocust op de generatie van twintigers en dertigers, op jong zijn, op uiterlijke waarden. En toch ervaar ik steeds opnieuw dat onze jonge mensen openstaan voor wat andere culturen te bieden hebben, ook over onderwerpen die bij ons redelijk taboe zijn. De (eerste) menstruatie bijvoorbeeld. Wat wij daarover te vertellen hebben, als we er al over praten, heeft altijd met materiële of puur informatieve zaken te maken, met het comfort van maandverbanden en met allerlei waarschuwingen. Alsof het een ziekte betreft.
Bij De Ticuna-Indianen wordt er niet zozeer met woorden over gecommuniceerd, eerder met beeldpraak, metaforen en verhalen. Ze laten bijvoorbeeld planten, noten en vruchten spreken over de rijping van een lichaam. Kleine meisjes dragen de bolsters aan waaruit de rode kleurstof voor het ritueel wordt gehaald. Mannen pellen de scheuten van een palmboom met zorgzame handen om met de maagdelijk witte binnenkant een huisje voor het meisje te bouwen dat de baarmoeder symboliseert. Grote theorieën zijn dat niet, maar het werkt wel, en heel krachtig zelfs. Meisjes komen al heel jong in aanraking met de elemenenten van het ritueel en weten intuïtief wat hen te wachten staat. 
Door polutie en veranderde voedingspatronen zijn meisjes bij ons fysiek sneller rijp en overvalt de eerste menstruatie hen steeds vroeger, soms al in de vijfde of zesde klas. Dat is niet simpel voor kinderen die nog volop in hun speelfase zitten en niet voorbereid zijn. De Ticuna-Indianen zijn meesters in het vertellen van verhalen over het volle leven, voor jong en oud. Soms zijn ze gedurfd, soms meer in bedekte termen. Kinderen absorberen die verhalen en groeien er mee op. Ik voel mezelf hierin een bemiddelaar. Met de opstelling  in het Etnografisch Museum probeerden we met een heel team om de kracht van het ritueel met alles wat er bij hoort, over te brengen. Het liefst wil ik er een zo breed mogelijk publiek mee bereiken. Het is dus een kwestie van verstaanbaar te blijven, zonder diepgang te verliezen. Ik vind het een cadeau dat ik dit hele gebeuren mocht meemaken, wat ik overigens te danken heb aan Daniël de Vos die het gebied al 25 jaar bezoekt en die persoonlijk bevriend is met de belangrijke Ticuna-leider Pedro Pinheiro Ngematücü.         

Erotische verhalen 

Op mijn vroegere reizen naar o.a. de Navajo Indianen, Papoea Nieuw Guinea, Mali, Zuid-Afrilka, Zuid-Algerije, maar ook na onderzoek in eigen land, heb ik een groot aantal groeiverhalen over vrouwelijkheid en erotiek verzameld. Mijn zestig favorieten, de oogst van twintig jaar werk, wil ik in 2010 volgend jaar publiceren in een boek. Dat beschouw ik als de hard core van mijn werk. Het is geen evidentie, want er zitten vreemde en intrigerende verhalen tussen, ook van mannen. Heel veel lijnen uit mijn persoonlijke en professionele groei komen er in samen. Die verhalen zet ik altijd eerst op band, in de originele taal door een verteller gebracht. Dat klinkt muzikaal het mooist. Dan komt er meestal een vertaling in een beschikbare ‘tussentaal’, zoals bijvoorbeeld door een leraar Frans die ik op een recente reis bij de Tuaregs ontmoette. Daarna vertaal ik het naar het Nederlands. Rond Valentijn, op 14 februari 09, laat ik als opwarmertje al een eerste erotisch verhaal los op het publiek: ‘Boto, een liefdesverhaal uit het Amazonewoud’ (Van Halewyck) .
Erotiek speelt in al deze wereldverhalen een grote rol. Juist omdat ze tegelijk gedurfd, krachtig en literair mooi zijn, luisteren jongeren hier er gretig naar, maar het is natuurlijk de kunst ze niet vulgair of plat over te brengen. Er zit een enorme verbeelding van de taal in, die we hier niet kennen. Wij communiceren misschien wel vrijer over deze onderwerpen, maar de commercie reduceert het tot een glad gepolijste verkooppraatje. In mijn klassen test ik wel eens een en ander uit. Dat heb ik o.a. gedaan met Afrikaanse verhalen, waarin vagina’s op toch trekken en allerlei avonturen meemaken. Het leidt soms tot hilariteit, maar ze zitten wel op het puntje van hun stoel en ontdekken zelf het wezenlijke van de boodschap. Dat werkt, zowel voor meisjes als voor jongens.
In de meeste verhalen die ik voor mijn bundel verzameld heb, worden de grenzen van de liefde afgetast en worden universele conclusies getrokken. Bijvoorbeeld: zoek uw lief niet te dichtbij, want incest lijdt tot waanzin. Wie zijn lief dan weer te ver van huis zoekt, krijgt soms te maken met een beest in bed. Maar hoe wild de mannen ook zijn, een vrouw kan dat hebben. Er zijn wereldwijd verhalen van dierlijke bruidegommen in omloop en ik ga altijd graag op zoek naar de ongekuiste versies. Uit onze sprookjes hebben wij alle erotiek gehaald, terwijl dat juist het zout in de patatten is. Ik strooi het er met plezier weer in. Bij de luisterhut  van het museum is niet voor niets ook een ouderwetse plaat van Roodkapje met een wellustige wolf in bed te zien.

Het bloed vloeit  

In mijn jeugdboek ‘Kwaad Bloed’ (2006, Querido), dat met de Boekenleeuw en de Zilveren Zoen werd bekroond, komt het thema van de menstruatie in vorige generaties uitgebreid aan bod. Ook daar vloeit weer vrouwenbloed, maar het vloeit heel naturel. Er werd vroeger niet openlijk over gesproken, maar er waren wel ‘vieze liedjes’ en broeierige fluistergesprekken over het onderwerp. Voor mijn nieuwe jeugdboek ‘De Hondeneters’, dat volgend voorjaar verschijnt, ben ik met bewoners van rusthuizen gaan praten. De historische roman speelt zich af in de Rupelstreek tijdens de eerste wereldoorlog. Een oude vrouw vertelde me met twinkelende ogen over de kermis tijdens een zeer strenge winter. ‘Het was de koudste kermis ooit, en tegelijk de heetste,’ zei ze.
Dat vind ik een geweldige uitspraak, die veel zegt over het taalregister van toen. Met mijn vader zaliger, die 13 was in 1917, heb ik ook veel over de grote oorlog gesproken, en de residenten en rusthuizen vertelden me verhalen die ze zich herinnerden over hun ouders. Die hadden het voorrecht om hun ervaringen in liederen en verhalen door te geven. Ik merk dan altijd dat het gesproken woord vaak krachtiger is dan het geschreven. Ik moet vaak een zekere schroom overwinnen als ik schrijf: hoe krijg ik deze rijke gesproken taal op papier zonder dat ze aan kracht inboet?
Hoe ik zelf de periode rond mijn eerste menstruatie heb beleefd, als vrouw van mijn generatie? Met weinig woorden in ieder geval, gewoon omdat er geen rijk taalpallet voor bestond. Wat er gezegd werd, was informatief en beladen met verwittigingen. Ik kreeg een sec voorlichtingsboek waarin ik de emotionele lading miste. Met mijn eigen dochter heb ik er een feestelijk moeder-dochtermoment van gemaakt, met een cadeautje, een welkom, goede raad en advies. Van andere gezinnen hoor ik dat meisjes dat waarderen, maar dat ze ook prijs stellen op discretie en beperking. Je doet ze dus geen plezier door meteen alle tantes op te bellen om het grote nieuws te melden. Bij de Ticuna zijn er zo’n honderd gasten aanwezig bij het feest.
Het meest indrukwekkend moment van het ritueel vond ik het einde, als het meisje uit haar huisje tevoorschijn komt. Ze is beplakt met donsveertjes en op haar hoofd draagt ze een kroon van araveren, een sjamaan waardig. In één beeld zie je het nestkuiken én de vogel die hemelse hoogten kan bereiken. Dat was prachtig en ontroerend. Het moment waarop ik haar blik heb kunnen vangen met de camera heeft een heel intens beeld opgeleverd. Ik voelde en zag dat daar werkelijk een nieuw meisje stond. Toen ze daarna, blauwzwart gekleurd van de plantaardige verf, haar rituele bad in de rivier kreeg, besefte ik hoe groots, hoe sjiek die mensen leven. En dan ontstaat het verlangen om zoiets te delen en het hier bij ons te laten zien.
Stel dat we op dezelfde voet doorgaan met het Amazonewoud, dan verdwijnt er veel meer dan alleen de ecologie. Dan wordt er naast de dieren en planten een hele samenleving bedreigd. Dan bestaat al deze rijkdom op den duur alleen nog uit plaatjes in National Geographic. Ik wil jongeren er bewust van maken wat we op het spel zetten door zo ondoordacht met ons erfgoed om te gaan. Ze willen intrigerende verhalen graag horen, ervaar ik steeds opnieuw. Daarom blijf ik ze vertellen. Ik wil graag een reiziger in verhalen zijn.”