Marita de Sterck

Het woordenboek


leven

boeken

cursussen

lezingen

vragen

reizen

nieuw

links

e-mail

home
 

English

Français

   

Thema

Jasper krijgt voor zijn 9de verjaardag een woordenboek cadeau. Het boek lijkt saai, tot hij zijn fantasie op de woorden loslaat. Hij reist van woord naar woord de halve wereld rond, hij loopt verloren tussen de woorden tot hij ontdekt dat hij zelf moet puzzelen, dat hij eigen woorden kan maken, de witruimtes zelf kan invullen met woorden en beelden.
Het woordenboek of hoe Jasper zijn woorden vond is het tiende samenwerkingsproject van Marita de Sterck en Klaas Verplancke. Voor dit literaire lees-en kijkboek inspireerden auteur en illustrator elkaar van bij het prille begin. De interactie tussen woord en beeld vormt de rode draad doorheen het boek. De illustraties, in een nieuwe en verassende stijl en techniek, nemen ruim de helft van het boek in beslag en roepen een heel eigen betekenislaag op.
Vanaf het derde leerjaar kunnen kinderen het boek zelf lezen, maar je kunt het ook voorlezen aan jongere kinderen.

 

De pers

Katrien Vloeberghs in: Literatuur zonder leeftijd, jg 14, nr. 51, voorjaar 2000, p. 5-16:
'Op zijn initiatiereis door het woordenboek, dat wil zeggen tijdens een nachtmerrie-achtige kanotocht op een stormachtige woordenzee, gaat Jasper in zijn fantasie nog eens naar het stadium in zijn ontwikkeling terug, waarin hij met zijn moeder in intensieve en ongestoorde eenheid leefde. Hij ervaart opnieuw de onmiddellijke nabijheid van het voortalige imaginaire stadium en in één adem wordt het contrastverband met Jaspers vijand, de woorden, genoemd: "Jasper denkt aan vroeger. Toen hij de hele tijd bij haar was. Toen hij geen woorden nodig had. En haar helemaal voor zich alleen had." Na zijn fantasiereis komt Jasper weer thuis, waar hij de kolkende woordenvloed kan temmen door zijn eigen woorden te creëren. Dit fijnzinnige verhaal laat zien hoe een kind weet te ontsnappen aan het dilemma tussen de taal van het woord en de taal van het beeld. Door de structuur of de eigenschappen van de geschreven taal te veranderen, is ze niet langer een vertegenwoordiger van autoriteit. Deze taal wordt zelf een instrument voor subversieve energie, ze wordt literatuur.'

 

Erik Vanhee in Leesidee jeugdliteratuur, april 1999:
'Dit associatief opgebouwde en uitermate suggestieve verhaal bevat een aantal rijke betekenislagen. Een knap, intrigerend spel met taal en werkelijkheid ontwikkelt zich, ook in de vele grappige - soms letterlijk verbeelde - woordspelingen. Kinderen zullen niet altijd alle lagen snappen maar aanvoelen des te meer. Het bijzondere van dit boek ligt nog meer in de illustraties van Klaas Verplancke, of liever in de eenheid tussen tekst en beeld, allicht het resultaat van een nauwe samenwerking tussen schrijfster en illustrator. Door een mixed media van technieken, computertekeningen en scraperboard springen woord en beeld je van de bladzijden tegemoet, dringen ze zich op of verstoppen ze zich. De auteurs hebben alle registers opengetrokken. Dit is een vernieuwend, creatief, speels en toch diepzinnig boekje vol humor en understatement. Lees- en kijkplezier gegarandeerd of zoals de achterflap het zegt: een leesboek om in te kijken en een kijkboek om in te lezen!'

Lees de volledige recensie in Leesidee jeugdliteratuur, april 1999 of op de website van bibnet: www.bib.vlaanderen.be