Marita de Sterck

Op kot


leven

boeken

cursussen

lezingen

vragen

reizen

nieuw

links

e-mail

home
 

English

Français

   

Thema

Nina gaat studeren in de stad. Ze kiest een kamer in een oud herenhuis en koopt meteen ook een rat om niet alleen te zijn. Eindelijk is ze haar eigen baas? Of niet? Met het studeren wil het niet echt vlotten. Is geneeskunde wel iets voor haar? Of moet ze gewoon wennen aan vuistdikke cursussen, aan de gore keuken en badkamer en aan rare buren?
Nina pendelt, van haar kamer thuis naar haar kamer in de stad, haar ‘kot’ want daar lijkt zo’n studentenkamer al gauw op. Ver van huis duikt Nina in haar verleden, haar eigen prehistorie. Er komt veel oud zeer boven. Het wordt een lastig maar belangrijk jaar. Zoveel keuzes, zoveel beslissingen, zoveel kansen, zoveel probeersels. Nina struikel en valt, maar met de hulp van haar nieuwe vrienden krabbelt ze weer recht.
Uiteindelijk vindt ze haar eigen plek, in de stad, in het huis, in haar kot, in haar vel.

 

De pers

Veerle Vanden Bosch in Standaard der letteren, 13-3-2003: 
‘Marita De Sterck toont zich hier een meester in het doseren van informatie. Gaandeweg licht ze de sluier verder op, via Nina’s dromen, haar brieven, haar soms vreemde gedrag. De dialogen zijn sprankelend geschreven en komen heel natuurlijk over … Naast een kleurrijke schets van het kotleven, een mooi en stilistisch puntgaaf portret van een jonge meid die stilaan volwassen wordt, met alle verdriet en pijn vandien.’

Mai van Loon in Leesidee, 2003, nr. 1:
‘Niets is zonder betekenis hier: losse feiten, verhalen, zelfs op het eerste gezicht onbenullige dingen vormen stukjes van een rode draad. De typische dingen van een meisjesverbond worden schitterend raak beschreven en hun dialogen vanuit de meest verschillende invalshoeken bezorgen de lezer een waar taalfeest. Voor mij is dit een verhaal om u tegen te zeggen.’

Ria de Schepper in: Vlaanderen, 2003, p. 75: 
‘De compositie van deze roman is heel doordacht. In de typering van het studentenmilieu en van de personages getuigt de auteur van een scherp observatievermogen. Via vinnige, gevatte dialogen en dramatische confrontaties typeert ze naast Nina nog een vijftal medestudenten, elk met hun eigen karakter, hun kleine trekjes en problemen. In deze psychologische roman gaat de auteur heel diep. Het boek is vrij dramatisch, ingrijpend en hard, zonder toegevingen aan romantiek of studentikoze sfeerschepping. Het vraagt een sterk inlevingsvermogen van adolescenten en een nuchtere kijk om de rijke, gelaagde inhoud te interpreteren.’

www.klasse.be:
‘Zelfstandig worden en jezelf ontdekken in de flamboyantste biotoop van het leven. Anders gezegd: student zijn en op kot gaan. Terwijl het eten aanbrandt, cirkelen Nina, Judith, Laura, David, Karim en Bo rond zichzelf en hun keuzes, hun jonge verleden, hun aspiraties. Een bruisend relaas gekruid met de verrassingen van een verhaal, op het lijf van jongeren geschreven.’