Interview in De Nieuwe Gemeenschap, driemaandelijks tijdschrift van het Vermeylenfonds, serie ‘bv’, p.26-27, september 2017.

 

BV Jozef Deleu

 

Jozef Deleu is dichter en prozaïst, maar vooral bekend als stichter en hoofdredacteur van het tijdschrift Ons Erfdeel. Hij was nauwelijks 20 jaar toen hij het oprichtte. Zijn ouders waren landbouwers in Roeselare. Zijn vader was een Fransman, zijn moeder een West-Vlaamse. Toen hun boerderij door de eigenaar werd overgenomen, verhuisde het gezin naar een hoeve in Rekkem. Jozef was toen 12. Als jongste was hij de enige die mocht studeren. Zijn broers en zussen moesten meehelpen op de boerderij om de zware overnameprijs af te betalen. Hij liep normaalschool en werd onderwijzer.

 

- Tekst: Johan Notte -

 

Jozef Deleu: ‘In de normaalschool van Torhout, waar ik op internaat zat, waren er een paar Vlaamsgezinde en literair geïnteresseerde leraars. Onder hun impuls heb ik mijn eerste verzen geschreven. In één van de kranten die we op school konden lezen, was ik gefascineerd door de recensies van een mij onbekende André Demedts. Een leerkracht bezorgde me zijn adres en ik stuurde hem mijn eerste gedichten op. Ik kreeg niet alleen een antwoord, ik werd zelfs uitgenodigd om een bezoek te brengen, waar ik natuurlijk op inging. Zo ontstond tussen André Demedts en mij een verhouding leermeester-leerling. Demedts was een zeer belezen en tolerante man die er mij toe aanzette om werk van grote binnen- en buitenlandse auteurs te lezen. Hij bezorgde mij een boekenlijst die uitblonk in een voor die tijd ongekende vrijmoedigheid. Pas afgestudeerd werd ik eind 1956 door Demedts bij hem thuis uitgenodigd op een vergadering van geïnteresseerden in Frans-Vlaanderen. Daar werd het voorstel geopperd om een tijdschrift uit te geven met het doel de culturele contacten tussen Vlaanderen en Frans-Vlaanderen te bevorderen. Demedts vond dat ik daarvoor de geschikte persoon was. Ik ging meteen aan de slag. Samen met mijn vrienden in de studentenclub, Jozef Declercq en Jan Delrue, zijn we met Ons Erfdeel gestart.’

 

Ondanks jullie onervarenheid was Ons Erfdeel van bij het begin succesvol. Heb je daar een verklaring voor?

 

Jozef Deleu: ‘Vanaf het tweede nummer, dat eind 1957 verscheen, waren al drie Nederlanders tot de redactie toegetreden. We hadden ze leren kennen op de jaarlijkse Frans-Vlaamse cultuurdagen. De aanwezigheid van Nederlanders was voor ons persoonlijk en voor het blad een verrijking. Hierdoor ontsnapte het tijdschrift van bij de oprichting aan de toen verstikkende verzuiling. Het blad groeide meteen uit boven het katholieke milieu waaruit wij afkomstig waren. Open discussies met kritische Nederlanders uit diverse milieus waren confronterend en inspirerend. Dat was nieuw in het naoorlogse Vlaanderen. Zonder dat we dat beseften, behoorde onze groep redactieleden tot de toenmalige jongeren die verlangden naar meer openheid en samenwerking. Ons Erfdeel oversteeg in opzet en uitwerking alle grenzen binnen het eigen taalgebied. Zijn ongebondenheid en openheid maakten het voor velen aantrekkelijk. Dat verklaart misschien ten dele het succes’.

 

Het tijdschrift is nadien uitgegroeid tot een heuse stichting die verschillende publicaties en tijdschriften uitgeeft.

 

Jozef Deleu: ‘Toen we met Ons Erfdeel begonnen waren we prille twintigers. Na enkele jaren hadden we allemaal een gezin en een voltijdse job. Jef Declercq verhuisde na zijn huwelijk naar Roeselare, zodat hij de administratie waarvoor hij verantwoordelijk was, nog moeilijk kon doen. Die zorg werd toen overgenomen door mijn enthousiaste vrouw Annemarie Deblaere. Ik had een voltijdse job als onderwijzer en het werk voor het tijdschrift deed ik na schooltijd. Ik werkte ‘s avonds laat aan het tijdschrift. Dat was niet vol te houden. Er werd toen beslist om een vzw op te richten. Ik verliet in 1970 het onderwijs en ging voltijds in dienst van de Stichting Ons Erfdeel. Als je de website www.onserfdeel. be bezoekt, zal je merken dat Ons Erfdeel een waaier aan publicaties heeft. Allereerst is er het tijdschrift Ons Erfdeel dat een toonaangevend Vlaams-Nederlands cultureel blad is geworden. In 1972 richtte ik het Franstalige tijdschrift ‘Septentrion. Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas ‘ op. Dit blad wil onze cultuur bekendmaken in de francofonie. Het is uniek in zijn soort. Over de betrekkingen met Frans-Vlaanderen verschijnt sinds 1976 een tweetalig jaarboek ‘De Franse Nederlanden’ en sinds 1993 probeert het Engelstalige jaarboek ‘The Low Countries’ onze cultuur bekend te maken in het Engelstalig gebied. En er zijn nog tal van occasionele publicaties met cultuurpolitiek karakter. Sinds mijn pensionering in 2002 ben ik niet meer actief in de stichting. Ik kom er graag als fan over de vloer.’

 

Voor de huisvesting van ‘Ons Erfdeel’ werd een nieuwe locatie gebouwd, jij kwam voltijds in dienst. Dat moet heel wat gekost hebben. Hoe werd de Stichting gefinancierd?

 

Jozef Deleu: ‘De financiering van ‘Ons Erfdeel’ is een apart verhaal. Het Dialoogcentrum van Ons Erfdeel in Rekkem, waar redactie en administratie zijn ondergebracht, werd gefinancierd door het particulier mecenaat van vijfhonderd Vlaamse én Nederlandse instellingen en personen. Crowdfunding, een halve eeuw avant la lettre, Meneer Gatz! Overheidsgeld kwam er niet aan te pas. Toch waren we van oordeel dat Ons Erfdeel voor zijn publicaties zelf moest kunnen rekenen op overheidssubsidie. Karel Jonckheere, in die jaren subsidiegod voor wat literatuur betrof, had genoeg aan ‘De Vlaamse Gids’, ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’ en ‘Dietsche Warande & Belfort’. Deze tijdschriften waren zuilgebonden. Onder Minister Frans Van Mechelen, en vooral door toedoen van zijn kabinetschef Johan Fleerackers, ontving Ons Erfdeel overheidssteun. Aan de Minister en zijn entourage werd duidelijk gemaakt dat we geen talent hadden voor ideologische ondergeschiktheid. Ik heb de indruk dat tot op vandaag de dag de ongebondenheid en het pluralisme van Ons Erfdeel worden gerespecteerd. Dat is ook zijn kracht en betekenis.’

 

Je noemt jezelf een cultuurflamingant. Word je dan niet geassocieerd met de Vlaams- nationalistische politieke strekking?

 

Jozef Deleu: ‘Het cultuurflamingantisme heeft in wezen niets te maken met het Vlaams-nationalisme. Cultuurflaminganten streven naar het verbeteren van het culturele leven in Vlaanderen. Het Vlaams-Nationalisme streeft naar de politieke zelfstandigheid van Vlaanderen. Eigenlijk is het tragisch voor de Vlaamse Beweging dat ze als oorspronkelijke taal- en cultuurbeweging wordt misbruikt door nationalistische partijen. Veel Vlaams-nationalisten zijn niet op de hoogte van de eigen geschiedenis en van de rol die de Vlaamse Beweging, als taal en cultuurbeweging, daarin heeft gespeeld. De Vlaamse Beweging was altijd een emancipatiebeweging. Ook figuren als Daens en Moyson en vele anderen horen er bij . Ze was ook een progressieve beweging. Het Vlaams nationalisme kiest voor politieke machtsverwerving, waarbij culturele inhoud geen rol van betekenis speelt. Cultuur wordt gebruikt in zover die dienstig is en bijdraagt tot het centennationalisme. In het boek ‘Onvoltooid Vlaanderen’ van Frank Seberechts poneert Bart De Wever in zijn slotessay dat de N-VA de bekroning is van de Vlaamse Beweging. Dat is een constatering van een machtspoliticus, niet van een historicus die goed weet dat deze bewering niet met de waarheid strookt. Het waren in hoofdzaak katholieken, socialisten en liberalen die een rol hebben gespeeld in de Vlaamse emancipatie. Denk maar aan ‘De drie kraaiende hanen’: de socialist Camille Huysmans, de katholiek Frans Van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck. Ondanks hun verschillende politieke achtergrond wisten ze dat samenwerken essentieel was voor onze emancipatie. De vernederlandsing van de Gentse universiteit is daar een treffend voorbeeld van.‘

 

In linkse milieus krijgen velen koude rillingen bij het horen van het woord Vlaams. Men identificeert het begrip Vlaams met dat eng rechtse Vlaams nationalisme. Ook in het Vermeylenfonds hoor ik niet zelden het voorstel om de Vlaamse pijler te schrappen uit de doelstellingen.

 

Jozef Deleu: ‘Dat linkse milieus zoals veel Vlaams-nationalisten niet gehinderd worden door elementaire historische kennis, is stuitend! Het Vermeylenfonds kan als vereniging haar doelstellingen wijzigen. Maar als het Vermeylenfonds de Vlaamse doelstelling schrapt, dan moet het consequent zijn en ook de naam van zijn grote voorman schrappen! Vermeylen was een vrijzinnige en een socialist, jazeker, maar hij was ook en misschien vooral een kritische en inspirerende cultuurflamingant. Hij besefte beter dan wie ook dat de Vlaamse Beweging in de ruime betekenis een emancipatiebeweging was. Onlangs verscheen het boek ‘Hoe Vlaming te zijn?’, samengesteld en uitstekend ingeleid door professor Hans Vandevoorde. Het boek bevat twee beroemde essays van August Vermeylen en vier toespraken van mij. Ik ben zeer vereerd om in de schaduw van Vermeylen te mogen opduiken. Op de voorstelling van het boek was het Vermeylenfonds niet vertegenwoordigd, ondanks het feit dat het via alle mogelijke kanalen was uitgenodigd. Dit boek, in ieder geval de inleiding en de essays van Vermeylen, zouden door elk lid moeten gelezen worden.’

 

Een goed idee om mee te geven. Ik wil het interview graag eindigen in schoonheid, nl. met ‘Het Liegend Konijn’, het poëzietijdschrift waarvan jij de stichter en bezieler bent.

 

Jozef Deleu: ‘En ook de enige redacteur. Het blad wil een gevarieerd beeld geven van de hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Het verschijnt sinds 2003 tweemaal per jaar. Alle gedichten die erin worden opgenomen zijn nieuw en ongepubliceerd. Meer dan driehonderd dichters hebben er al aan meegewerkt. Als enige redacteur ben ik verantwoordelijk voor de selectie. Op www.hetliegendkonijn.be lees je hoe enthousiast de pers is over onze poëzie en de poëten.’

 

- - -

 

Zal ik zeker doen! Hartelijk dank voor dit inspirerend gesprek.

 

Epiloog: twee dagen na mijn gesprek met Jozef Deleu had ik een telefonisch gesprek met mijn opvolger als directeur van het Vermeylenfonds, Frederik Dezutter. Hierin deelde hij me mee dat op het volgende voorzittersberaad op 16 september de inleidende tekst van het boek ‘Hoe Vlaming te zijn?’ van Hans Vandevoorde als leidraad zal dienen. Er wacht het Vermeylenfonds een schone toekomst!

 

Tekst: Johan Notte

 

Het boek ‘Hoe Vlaming te zijn?’ is verschenen bij uitgeverij Polis, Kalmthout, 2017, 175 blz. Het boek is te vinden in de betere boekhandels of kan besteld

worden via www.polis.be Op de website van Ons Erfdeel www.onserfdeel.be vind je een overzicht van de publicaties van de stichting Ons Erfdeel en hoe je je kan abonneren. Het poëzietijdschrift ‘Het Liegend Konijn’ is ook te koop in sommige boekhandels of via de website www.hetliegendkonijn.be

 

 

 

 

© 2005-2017 Jozef Deleu

"Kijken hoe het licht wandelt..."