Jozef Deleu

.be

Waregem, 28 augustus 1966, hulde aan André Demedts (1906-1992).

Monografie

 

door Anne Marie Musschoot, 2005.
Klik hier voor de volledige tekst.

 

Het gaat voorbij

maar er blijft overschot

'Ik ben een boerenzoon' is een uitspraak die Jozef Deleu graag laat horen, tegelijk fier, zelfbewust en lichtjes provocerend. Want men verwacht dit niet zo meteen van de cultuurpoliticus die hij is geworden, en nog minder wellicht van de rusteloos zichzelf bevragende, weemoedige en tedere prozaschrijver en dichter die hij eerder al was.

Jozef Deleu werd geboren te Roeselare op 20 april 1937 als jongste zoon in een landbouwersgezin van zeven kinderen. Zijn vader Louis  was een Fransman, geboren te Rijsel in 1897, die afstand deed van de Franse nationaliteit om Belg te worden. Hij overleed in 1986. Zijn moeder, Germaine Demyttenaere, geboren in het West-Vlaamse Geluwe in 1902, overleed in 1996.

Over zijn Frans - Belgische grootvader schrijft Jozef Deleu in Citoyen de la frontière (1987). Aan hem dankt hij zijn 'in sommige ogen onbetrouwbaar lijkende belangstelling voor grenzen en hun lieftalligheden'. Deze grootvader was een melkboer, 'die aan de rand van de stad een boerderij dreef met niets dan weilanden vol bruine kasselkoeien, met op de achtergrond de industriële grauwheid van het Franse noorden, of beter: van het zuidelijkste Vlaanderen, of nog beter: van de Nederlanden in Frankrijk'.

Vaders vader, gehuwd met 'een introverte Française', was iemand die 'de baan niet verdroeg' en 'de grens tussen het toelaatbare en het ontoelaatbare' negeerde. De Franse grootmoeder besloot dan ook met het hele gezin uit te wijken naar Vlaanderen, waar haar man, naar ze hoopte, 'gesticht door het heersende fatsoen, [...] een minder avontuurlijk leven [zou] leiden.' De grootvader zou zo door de schaduw van de kerktoren begrensd worden, ver weg van de bedreigende verlokkingen van de stad, en zou weer een voorbeeldig burger worden. Hij werd in Vlaanderen paardenkoopman en boer. Met die grootvader, die na de dood van zijn vrouw 'in zijn oude gewoonten herviel' en die haar ook niet lang daarna is nagereisd 'naar het onbekende land', is de volwassen Deleu door een blijvend gevoel van genegenheid sterk verbonden gebleven.

Tot moeders vader, Robert Demyttenaere, een jansenistische en patriachale West-Vlaamse boer uit Geluwe, zijn de zes Brieven naar de overkant gericht (1972), het eerste omvangrijke lyrische prozaboek waarin de herkenbaar autobiografisch geïnspireerde ik-figuur als dertigjarige terugblikt op zijn leven, op zoek naar zichzelf, naar zijn bestemming, naar antwoorden op zijn niet aflatende vragen... Klik hier voor de volledige tekst.

 

- - -

 

'Jozef Deleu' door Anne Marie Musschoot, Brugge: VWS-Cahiers, mei-juni 2001, 48 p. Geactualiseerd in augustus 2005.

 

 

 

door Prof. Dr. Dirk de Geest, 2007.

Klik hier voor de volledige tekst.

 

Een man van zijn woord

 

Jozef Deleu (°1937) geniet een grote naambekendheid, tot ver buiten de grenzen. Hij is een graag geziene gast bij praatprogramma’s en culturele manifestaties, en zijn interventies als intellectueel vormden meer dan eens de aanleiding tot geanimeerde discussies. In tegenstelling tot veel anderen is Deleu zich echter terdege bewust van de dubbelzinnigheid en de risico’s die intrinsiek met het etiket van ‘Bekende Vlaming’ zijn verweven. Bekend zijn heeft onmiskenbaar zijn voordelen – het opent deuren en schept gelegenheden om een opinie te verkondigen –, maar minstens even belangrijk is de verantwoordelijkheid die samenhangt met die publieke rol. Zo springt Deleu spaarzaam om met zijn publieke optredens, treedt hij enkel op de voorgrond wanneer hij daadwerkelijk iets te zeggen heeft, wanneer zijn mening ertoe doet. Hij is allerminst de intellectueel-van-dienst die bereid is over om het even wat een opinie te spuien. Zijn tussenkomsten – bij interviews of in een debat voor radio of televisie, maar evenzeer in meer informele gesprekken – zijn steevast doordacht, geformuleerd in fraaie volzinnen, af tot in de details. Niet de boodschapper maar de boodschap staat voor hem centraal.

Wellicht het meest sprekende voorbeeld van die bedachtzame houding vormen de diepgaande gesprekken die journalist Filip Rogiers in 1993 met Jozef Deleu voerde en die hun neerslag kregen in het boek Monologen met Jozef Deleu. (Terloops, alleen al het feit van een dergelijk interview-in-boekvorm illustreert Deleu’s gezaghebbende intellectuele positie op dat ogenblik.) Deleu spreekt er weliswaar uitvoerig over zijn persoonlijke achtergrond, maar de algemene analyse van het cultuurpolitieke klimaat voert toch duidelijk de boventoon. Daardoor heeft Monologen met Jozef Deleu zelfs meer weg van een doorwrocht essay dan van de momentopname die men doorgaans met het genre van het interview associeert.

Die grote aandacht voor het uitdragen van een overtuiging, uitgeklaarde ideeën in een zorgvuldig taalgebruik, is onmiskenbaar een constante in de rijke professionele loopbaan van Jozef Deleu. Aanvankelijk was hij voorbestemd om een teruggetrokken leven te leiden als onderwijzer in West-Vlaanderen, een baan waarbij – het dient gezegd – persoonlijke betrokkenheid, engagement in dienst van de gemeenschap, enthousiasme en zin voor retoriek cruciale kwaliteiten zijn. Pas afgestudeerd schakelde Deleu echter over op een nieuwe roeping, die van hoofdredacteur en uitgever van een algemeen-cultureel en bewust algemeen-Nederlands tijdschrift.... Klik hier voor de volledige tekst.

 

- - -

 

‘Uitleiding’ door Prof. Dr. Dirk de Geest in de verzamelbundel ‘HET GAAT VOORBIJ, poëzie, lyrisch proza, redevoeringen van Jozef Deleu’, Uitgeverij Van Halewyck, Leuven & Meulenhoff, Amsterdam, 440 p., 2007.

 

 

© 2005-2017 Jozef Deleu

"Kijken hoe het licht wandelt..."