Donderdagmorgen bij het ontbijt zag het er maar somber uit buiten. De regen gutste naar beneden. Dat voorspelde niet veel goeds voor vandaag. Toch maakte iedereen vol goede moed zijn eigen knapzakje voor de middag klaar. Juf Leen waarschuwde de kinderen van toch maar een boterhammetje meer te smeren dan dat ze anders 's middags gewend zijn.
Het busje van LPM haalde ons op en bracht ons naar de pottenbakkerij in Barvaux. Hier werden we onthaald door een vriendelijk man en pottenbakker Alain. De weg van klei naar pot werd ons van naaldje tot draadje uitgelegd. Het was indrukwekkend om zien hoe Alain de klomp klei op de draaischijf omtoverde tot een prachtige kan.
Toen we de pottenbakkerij verlieten was het wonder boven wonder opgehouden met regenen. De weergoden waren ons blijkbaar goedgezind. Het zonnetje kwam van achter de wolken piepen.
We namen een zeer oude heirbaan, aangelegd in de Oudheid door de Romeinen. We stapten richting 'domein van Hotemme'.
Daar bezochten we de tentoonstellingsruimte. Wel 50 verschillende biorama's met zoogdieren, vogels, reptielen, kikkers en insecten kregen we te bewonderen. Ondertussen vulden we een opdrachtenblad in. Het werd een zeer interessant bezoek.
Hierna wandelden we verder richting Wéris. Daar bezochten we de megalieten. De eerste megaliet die we te zien kregen was de witte menhir. Hier op deze hoge top aten we onze zelfgesmeerde boterhammetjes op. De wind sneed langs onze oren. Deze megaliet is hier door de boeren in de Oudste Tijden uit de rotsen van puddingsteen gehouwen. Het is precies een wijsvinger die naar het oosten wijst. Elk jaar op de eerste lentedag wordt hij door de plaatselijke bewonders witgekalkt. Dit om de zichtbaarheid te vergroten (en naar het schijnt ook om de duivel af te schrikken). Op ongeveer 25 passen van de witte menhir in oostelijke richting vind je het vizier. Dit is een ronde uitholling in de rotswand. Als je daarachter op je buik gaat liggen zie je de dolmen van Wéris (= de noordelijke dolmen). De witte menhir en de dolmen van Wéris vormen precies een lijn oost - west. Ga je op 21 juni (eerste lentedag) of op 21 september (eerste herfstdag) op de zuidelijke dolmen zitten dan zie 's morgens de zon opkomen boven de witte menhir en 's avonds zie je de zon ondergaan pal boven de dolmen van Wéris. Dit is enkel het geval op deze twee dagen omdat dan de dag precies even lang is als de nacht. Waarschijnlijk is dit de reden waarom de witte menhir de eigenlijke 'Gwer' of sterrenwacht van de omgeving was bij de boeren uit de Préhistorie. De witte menhir zou ook een toegang tot het centrum van de aarde afsluiten. Af en toe komt hier de duivel naar boven om 's nachts duivelse streken uit te halen. Vervolgens gaat hij uitrusten op het duivelsbed.
Dit duivelsbed, een liggende menhir, was ook onze volgende rustplaats. Hier beluisterden we de prachtige legende van de molenaar die zijn ziel verkocht aan de duivel. De meesten onder ons waren gewaarschuwd en hielden wijselijk afstand van het duivelsbed! Toch waren er enkele dappere durvers die zich niet lieten afschrikken. Hopelijk blijft onheil hun gespaard.
Toen enkele van hen even later een raar groen braaksel onder de steen vonden, brak ook hen het angstzweet uit!
Zou het toch waar zijn?
We zetten onze tocht verder richting 'noordelijke dolmen'. We maakten nog een halte in een groot naaldbos. Daar gingen we in groepjes aan het werk om een mooi bouwwerk van natuurmaterialen te creëren. De restanten van de bouwwerken van vorige bosklassen waren nog goed te zien. Het werden stuk voor stuk meesterwerkjes. Creatief talent in overvloed!
Het eindpunt van onze tocht was 'de dolmen van Wéris' of 'de noordelijke dolmen'. Dolmens waren grafkelders uit de Oudste Tijden. Het moet een enorm werk geweest zijn om deze te vervaardigen. De dolmens zijn nu helemaal uitgegraven door archeologen. Vroeger waren alleen de platte dekstenen zichtbaar. De ingang van het graf was ook voorzien van een verplaatsbare steen. Dit was nodig zodat dode mensen konden bijgelegd worden. Men vermoedt dat enkel belangrijke families zulke begraafplaats kregen. Voor de uitleg zaten we allemaal dichtbijeen bovenop de dekstenen. Vroeger waren de gaten opgevuld met kleinere stopstenen. Deze zijn nu verdwenen. Dus oppassen geblazen. Midden onder de uitleg verdween Nicky door zo'n gat naar de binnenkant van de grafkelder! Iedereen gilde het uit. Gelukkig kwam ze er wonder boven wonder maar met een lichte buil vanaf! Oef!!!
Hierna kwam het LPM-busje ons weer oppikken. Na een ommetje naar het museum van Hotemme, want Kato was daar haar fototoestel vergeten, reden we terug naar ons hotel.
Moe, maar voldaan! Het was een prachtige dagtocht. Even wat rust ... Dan 'barbecue' en tenslotte 'bonte avond'!
't Is super formidabel in Durbuy!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Van heimwee hebben weinig kinderen last. De week is ook zeer goed gevuld!