Woensdagavond trokken we onze slechtste kledij en een stel stevige stapschoenen aan. Bij het vertrek merkte de juf gelukkig op dat er iemand nog op zijn pantoffels liep. Wie was die verstrooide professor ook weer? Gauw wisselen en hup met z'n allen naar het LPM-terrein. Allemaal waren we goed voorzien van een brandende zaklamp. Dit was nodig want in de grot is het pikkedonker!
Vlug met z'n allen de Indiana-Jonesbrug over en daar wachtte Wim, de gids, ons op.
We beklommen de trappen en vonden de ingang van de grot. Deze grot werd in 1868 ontdekt door een schaapsherder.
Hij miste bij het tellen een schaap en ging op zoek. Hij hoorde boven geblaat. Het schaapje had een struikje bij de grot kort gegeten en zo ontdekte de herder de ingang van de grot. Maar de herder was een beetje een watje en durfde niet binnen te gaan. 's Avonds in het café hoorde een speleoloog het verhaal van de herder. Hij bezocht de grot als eerste ... maar ... kwam nooit weer! Brrrrrrrrrrrrrrr!!!
Na het grotbezoek was ons juf heel blij dat ze terug 23 vrienden telde! Oef!!!!! Met z'n allen snel de hangbrug weer over, douchen, dagboek invullen, druifjes eten en keimoe ons bedje in! Morgen gaan we op dagtocht!