Commissie voor de Sociale Zaken 

van woensdag 6 maart 2002  10:00 uur

 

Bron: http://www1.dekamer.be/commissions/cri/50/3/html/ic681.htm 


Samengevoegde interpellaties en vragen van
  • de heer Luc Goutry tot de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "de verhoging van de minimumuitkeringen voor invaliden" (nr. 1155)
  • mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "maatregelen voor chronisch zieken en invaliden" (nr. 6577)
  • de heer Jean-Jacques Viseur tot de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "de verslechterende situatie van de mindervaliden" (nr. 1159)
  • de heer Joos Wauters aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "de vragen van de christelijke mutualiteiten Ziekenzorg" (nr. 6640)
  • mevrouw Greta D'Hondt aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "chronisch zieken en deeltijds werken" (nr. 6629)


02.01 Luc Goutry (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het probleem omtrent de minimumuitkering voor invaliden is ons allen welbekend, vooral na de actie van Ziekenzorg, waarbij betrokkenen bij ons kwamen aanbellen met het gedetailleerd verslag van hun enquête uitgevoerd bij vierhonderd twintig invaliden.

Uit dat verslag bleek dat vooral de categorie personen die minimum meer dan een jaar volledig werkongeschikt zijn en alsdan in het invalidenstatuut belanden, wordt geconfronteerd met zware problemen inzake bestaanszekerheid.

Men baseerde zich op een diepgaand onderzoek uitgaande van de christelijke mutualiteit, waarbij de situatie van vierhonderd twintig invaliden diepgaand werden onderzocht, met medewerking van de sociale diensten van de mutualiteit. De verschillende parameters werden met elkaar vergeleken.

Hieruit blijkt dat vooral alleenwonende invaliden – personen die minimum meer dan een jaar en in vele gevallen jaren volledig werkongeschikt zijn – terugvallen op minder dan de helft van hun vorig loon. Hun bestaanszekerheid is aldus in gevaar.

Dit geldt in nog grotere mate voor alleenstaande invaliden die bovendien nog kinderlast moeten dragen. Inderdaad, de eenoudergezinnen waar de vrouw of de man langdurig werkloos is, blijken in zeer grote moeilijkheden te verkeren.

Dat betrokkenen een laag inkomen genieten wordt bevestigd door het feit dat zij bijna allemaal in aanmerking komen voor de verhoogde tegemoetkoming, het zogenaamde WIGW-statuut dat slechts kan worden verleend mits een erg beperkt inkomen.

In de besluiten van dit ernstig en betrouwbaar onderzoek, die zevenenveertig bladzijden tellen, wordt gestipuleerd dat bij betrokken gezinnen evidente bestaansonzekerheid wordt aangetroffen.

Wij spreken over een evidente bestaansonzekerheid, die wij moeilijk als een voorbijgaande situatie kunnen opvatten. Het gaat over mensen die in de meeste gevallen definitief werkonbekwaam zijn. Men heeft ook een onderzoek gedaan naar de herklasseerbaarheid van die mensen. Kunnen zij eventueel opnieuw aan de slag? Zien zij dat zitten? Zijn er mogelijkheden voor hen? Blijkbaar verkeert slechts een klein percentage van die mensen in de mogelijkheid om weer te gaan werken. De meerderheid is definitief werkongeschikt, tot zij op pensioen gaan. Als er sprake is van een evidente bestaansonzekerheid, is dat niet voor een beperkte tijd, maar voor een periode vergelijkbaar met de hele beroepsloopbaan van iemand anders.

Ik kom tot de besluiten. Eigenlijk is men onderworpen aan besparingen, die helemaal niet meer mogelijk zijn. In het onderzoek stelt men vast dat de bestaansonzekerheid voor de overgrote meerderheid de gezinnen treft. Achtenvijftig procent van de onderzochte mensen verklaren dat zij moeilijk kunnen rondkomen met het inkomen waarover zij beschikken.

Ik kom terug tot op de prioritaire eisen van Ziekenzorg. Van de alleenwonende invaliden is 72% bestaansonzeker. Zeven op tien alleenwonende invaliden zijn dus bestaansonzeker. Als u die cijfers projecteert op de alleenstaanden met kinderlast – de eenoudergezinnen – komen wij uit op een percentage van 80%. Ik geef u een voorbeeld. Een MS-patiënt van 35 jaar, die met zijn twee kinderen alleen woont, is bestaansonzeker. Hij is niet in staat om zijn gezin op een normale manier te onderhouden.

Het is bijna evident dat mensen die bestaansonzeker zijn, in een sociaal isolement verkeren. Zij hebben namelijk weinig middelen om aan sociale activiteiten deel te nemen of voor hun ontspanning te betalen. Zij hebben bovendien zeer weinig perspectief op werkhervatting. Wij hebben al meermaals debatten gevoerd over de mogelijkheid om invalide mensen beter aan het werk te krijgen. Er zijn onderzoeken bezig om de cumul en de verschilregel te verbeteren zodat zij niet worden bestraft als zij het werk hervatten. Men moet dat natuurlijk allemaal in de praktijk zien. Ik heb dat vroeger ook gezegd. Men moet in de eerste plaats in staat zijn om te werken. Ten tweede, men moet in staat zijn een zekere continuïteit in dat werk aan de dag te leggen. Sommige invaliden kunnen af en toe een keertje gaan werken, maar dat is zo onzeker en onvoorspelbaar dat bijna geen enkele werkgever daarop kan of wil ingaan. Ten derde, de werkgever werkt zich alleen maar in de problemen. Als die een invalide aanneemt die af en toe – als het hem meezit – kan komen werken, komt hij in een niet te organiseren situatie terecht. Wij kunnen de werkgevers daarvoor geen steen toewerpen. Wij zullen sterke stimuli moeten geven, zoals ook het Vlaams Fonds met de fameuze CAO 6/20 doet. Wij zouden bijna zulke stimuli aan die mensen moeten kunnen geven om toch enige activiteit aan te wakkeren. Anders zullen zij toch een zekere stabiliteit binnen hun statuut verkiezen.

De minister zou kunnen antwoorden dat voor die groep al een en ander is gedaan. Dat is juist. Wij geven dit ootmoedig toe. In juni 2001 was er inderdaad een indexering met 2% voor de minimumuitkeringen. Vervolgens werden de minimumuitkeringen in juli 2001 nogmaals verhoogd. In die zin zijn, ten opzichte van de toestand in juni, de minimumuitkeringen met 3,7% gestegen.

Ondanks die inspanningen zegt Ziekenzorg dat het vijf voor twaalf is. De resultaten blijven immers ver onder de verwachtingen. Als men een groep die over een zeer beperkt inkomen beschikt 4% bijgeeft, vertegenwoordigt die 4% op het beperkt inkomen nog maar enkele honderden franken.

De verhogingen zijn niet substantieel en halen de mensen niet uit de onzekerheid. Onze aandacht gaat vooral uit naar de minimumuitkeringen. Dit betekent dat deze groep vroeger weinig verdiend heeft. Bovendien zijn de minimumuitkeringen zeer laag waardoor deze groep in bestaansonzekerheid leeft. We moeten ze niet ver gaan zoeken. De mensen werden niet uitgekozen voor de enquête. Ze werd uitgevoerd bij 420 personen en toont overduidelijk de problemen aan.

Een van de prioriteiten van Ziekenzorg had betrekking op de alleenstaande invaliden. Zij ontvangen 45% van hun vroegere brutoloon. Een verhoging van de uitkering met 5% zou de bestaanszekerheid van deze groep reeds een stuk vergroten. De CD&V-fractie kan zich achter deze eis scharen. Het was een van de ordewoorden in de betoging van 20 mei 2001 waaraan heel wat collega's hebben deelgenomen. Men voelt aan dat dit gerechtvaardigde eisen zijn.

Een tweede punt heeft betrekking op de minimumuitkeringen voor de alleenstaande invaliden en de gezinshoofden. Op basis van het onderzoek van Ziekenzorg durven wij te beweren dat deze uitkeringen met 20% de hoogte in moeten om een zekere bestaanszekerheid te bereiken.

Een derde punt heeft betrekking op de invaliden die gezinshoofd zijn. Zij ontvangen een invaliditeitsvergoeding. De echtgenote zoekt, dikwijls uit noodzaak, een job om een beetje te kunnen bijverdienen. Wat blijkt? Als de partner meer dan 24.000 frank bruto per maand verdient, heeft dit onmiddellijk gevolgen voor het inkomen van de invalide partner. Hij wordt niet langer als gezinshoofd beschouwd, maar valt opnieuw in het stelsel van alleenstaanden. Alle inspanningen die de echtgenote zich heeft getroost om iets bij te verdienen en het gezin op die manier uit de bestaansonzekerheid te halen zijn verloren. Als men de beide inkomens samentelt, blijft er nauwelijks voordeel over.

Mijnheer de minister, het is hoogtijd dat we ons met dergelijke problemen bezighouden. Ik geef een schrijnend voorbeeld. De echtgenote van een zwaar chronisch zieke, een MS-patiënt van amper in de 30, is uit pure noodzaak gaan werken. Om ook voor zijn verzorging in te staan werkt ze slechts halftime. Ondanks deze halftime job verdient ze meer dan 24.000 frank bruto per maand. Dit betekent dat het gezin de verhoging voor gezinshoofd met persoon ten laste onmiddellijk is kwijtgespeeld. Deze situatie is een vicieuze cirkel. Mensen worden diep ontmoedigd. Zij verenigen zich in bewegingen om een stem te geven aan hun eisen en bellen bij de politici aan met de vraag hen te helpen.

Mijnheer de voorzitter, collega's, hun eisen zijn niet overdreven. Ik heb het nagerekend. Mochten we ingaan op de prioritaire eisen van Ziekenzorg – een heleboel eisen werden opzijgezet omdat ze niet prioritair zijn en omdat de beweging beseft dat niet alles haalbaar is – betekent dit in een maximale uitvoering een extra uitgave van ongeveer 4 miljard. We kunnen evengoed een gefaseerd plan uitvoeren waarin bepaalde punten onmiddellijk worden uitgevoerd en anderen worden vastgelegd zodat men weet waar men uiteindelijk zal uitkomen. Ik herhaal dat in een maximale doorvoering de meerkosten ongeveer 4 miljard bedragen. 4 miljard om een hele groep mensen meer bestaanszekerheid te geven. Ik denk dat het de moeite waard is. Ooit werd beweerd dat er 10 miljard extra was voor de kleinste inkomens en de meest zorgbehoevenden.

Mijnheer de minister, u beweert dat er geen middelen ter beschikking zijn. U belooft wel verbeteringen inzake de tewerkstelling met een deeltijdse tewerkstelling. Uit de enquête blijkt dat slechts een zeer kleine groep nog een job heeft.

Bij het lezen van die enquête vraag ik mij echt af over hoeveel mensen het zal gaan. Slechts een erg beperkt aantal invaliden zegt nog werk te hebben, want de meesten hebben al geen job meer. Erg weinig invaliden menen nog aan werk te kunnen geraken. Probeer als invalide maar eens enkele uren of enkele halve dagen per week in een fabriek te gaan werken. Welke werkgever zal zo’n invalide aanwerven? Die opgave is onmogelijk. Gaan werken is dus nog maar voor enkele invaliden mogelijk. Dat biedt volgens mij dus helemaal geen oplossing.

In de toekomst zal de maximumfactuur natuurlijk wel wat betekenen voor de kosten. Het zou pas erg zijn als mensen met zo’n laag inkomen al hun kosten zelf zouden moeten dragen. Wij zullen echter substantieel iets moeten doen aan het inkomen van de invaliden.

Mijnheer de minister, daarom stellen wij deze interpellatie en vragen aan u. Wij zijn vol verwachting en hoop dat onze eisen door de regering zullen worden overgenomen.


02.02 Annemie Van de Casteele (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, de heer Goutry zei dat hij niet op de feiten vooruit wilde lopen. In zijn interpellatie liep hij echter wel wat vooruit. Volgens hem was het op 21 februari 2002 al vijf voor twaalf, terwijl dat voor ons pas op 24 februari 2002 het geval was. Mijnheer Goutry, wij begrijpen hoe het komt dat u sneller op de bal kon spelen dan wij.

02.03 Luc Goutry (CD&V): (…)

02.04 Annemie Van de Casteele (VU&ID): In uw interpellatie zegt u dat u in het weekend vóór ons al bezoek gekregen hebt. Ik heb daarmee echter geen problemen.

De meeste collega’s hebben in 2001 al gezegd dat de problemen die door Ziekenzorg en de christelijke mutualiteiten – uiteraard niet door hen alleen – werden aangekaart, onze aandacht verdienen. In het weekend van 2 maart 2002 hebben wij ons er toe geëngageerd om dat hier bespreekbaar te stellen en de minister daarover te ondervragen.

De uiteenzetting van de heer Goutry over de samenvatting van de studie van de christelijke mutualiteiten zal ik niet herhalen. Wij werden geconfronteerd met een groep die haar vragen persoonlijk kwam stellen, zodat wij concreet zagen om wie het gaat en welke concrete problemen zich voordoen. Daarom verdienen die mensen onze aandacht. Het gaat om mensen die tegenslag hebben gehad in hun leven. Chronisch zieken en invaliden krijgen in mijn ogen in elk geval prioriteit.

Mijnheer de minister, u hebt verklaard dat u onvoldoende middelen hebt voor de meest prioritaire eisen van die groep. Ikzelf heb mij ook ingespannen om aan die mensen te verklaren dat er in België meer uitkeringstrekkers zijn met als gevolg dat de uitkeringen niet zo hoog kunnen zijn als in sommige van onze buurlanden. Maar, wij moeten ons afvragen of de prioriteiten van de regering wel de juiste zijn. Er werd bijvoorbeeld op erg korte tijd geld gevonden om het tijdskrediet federaal te financieren. Ik vraag mij af waarvandaan de middelen plots komen om daarvoor geld te vinden, terwijl de middelen niet gevonden worden voor die groep mensen die echt een bijkomende inspanning verdient.

U zegt dat er te veel uitkeringstrekkers zijn en dat de regering erin moet slagen om die massa te verminderen en ze voor een deel opnieuw te activeren. Van die activering merk ik weinig na twee en een half jaar regeringsbeleid. Ook langs die langere weg kunnen wij dus niet aan die noden tegemoetkomen.

Wij zullen dus een gewetensonderzoek moeten houden om na te gaan of wij en de regering de juiste prioriteiten stellen. Concreet gaat het om de verhoging van de uitkering en de verhoging van het vergoedingspercentage voor alleenstaanden.

De invaliden hebben ook de verhoging van het toegelaten inkomen als prioritaire eis naar voor geschoven. De heer Goutry wijst er terecht op dat dit wellicht maar een kleine groep zal aanbelangen, maar omdat zij die eis zelf stellen, lijkt ze mij voldoende prioritair.

U hebt aangekondigd dat u daaraan iets wil doen. Samen met de collega’s die u daarover vandaag ondervragen, blijf ik erop aandringen om ook op de andere zorgen in te spelen en om met de regering na te gaan of ook voor die groep niet de nodige middelen kunnen worden gevonden.


02.05 Jean-Jacques Viseur (PSC): Het christelijke ziekenfonds heeft een onderzoek gedaan bij een representatieve steekproef van invaliden. Het onderzoek heeft aangetoond dat de alleenstaande invaliden en de invaliden met kinderen moeilijk kunnen rondkomen. Het resultaat van deze studie is schokkend hoewel niet helemaal onverwacht. De regering heeft onlangs tien miljard Belgische frank beloofd om de sociale uitkeringen te herwaarderen. Dit bedrag is ontoereikend.

De moeilijkheden zijn niet alleen te wijten aan de lage inkomens, maar ook aan de inkrimping van het budget voor gezondheidszorg. De verschillende maatregelen die werden genomen en aangekondigd in de gezondheidssector verslechteren de situatie van de mindervaliden. Wanneer men zegt dat het enige middel om de prijs van de geneesmiddelen te beïnvloeden erin bestaat het voorschrijven op stofnaam toe te passen, verliest men de sociale situatie van de patiënt uit het oog. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de patiënten en het zijn altijd dezelfden die betalen. De maximumfactuur volstaat niet.

Is de invoering van een minimale bestaanszekerheid voor de alleenstaande mindervaliden en zij die gezinshoofd zijn budgettair en politiek haalbaar? Betekent dit dat de huidige bedragen van de invaliditeitsuitkeringen met 20 % worden verhoogd?

Wat is de budgettaire en politieke haalbaarheid van een verhoging van het uitkeringspercentage voor de alleenstaanden met 45 tot 50 % van het minimum van het vorige loon?

Wat is de budgettaire en politieke haalbaarheid van de maatregel die ertoe strekt het toegestane inkomen van de partner te verhogen als het gezinshoofd mindervalide is?

Deze drie vragen zijn essentieel voor de noodzakelijke bewustwording van het weinig benijdenswaardige lot van de mindervaliden.

02.06 Joos Wauters (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de minister, wij waren ons allemaal al lang bewust van de analyse die CM-ziekenzorg gemaakt heeft. Het is trouwens geen nieuwe analyse. De cijfers waren al langer bekend. Op 20 mei hebben we met verschillende partijen uit de meerderheid deze eisen gesteund en als rechtmatig erkend. We streven allemaal naar een oplossing voor deze problemen. De regering heeft trouwens een aantal maatregelen genomen, bijvoorbeeld de verhoging met ongeveer 1.000 frank afhankelijk van de categorie van invaliden en de indexering. Men heeft aangekondigd dat er inspanningen zouden worden gedaan voor het verbeteren van de combinatie van werk en invaliditeitsuitkering. U hebt dat nu bevestigd. Dit is mee opgenomen in uw beleid. In die zin vinden wij dat de regering de problemen stap voor stap aanpakt. In oktober heb ik nog gesteld dat men dit stap voor stap aanpakt. Ook voor deze categorie van invaliden moeten we doorgaan. Bij volgende gelegenheden moeten we goed nagaan welke schrijnende situaties we voor deze invaliden aanpakken. Ik heb toen ook gezegd dat er een verhoging van de minimumuitkering moest komen. Verder moeten we rekening houden met de situatie van alleenstaanden. Ook de situatie waarin er een al dan niet werkende partner is, is schrijnend. Als de partner van een invalide werkt, wordt het immers heel moeilijk om het hoofd boven water te houden. Daarnaast is het ook heel belangrijk om de uitkeringen welvaartsvast te maken. Dat is een belangrijke prioriteit. De grootste achterstand liepen deze mensen immers op omdat we de uitkeringen niet welvaartsvast hebben gemaakt. Men kan met deze middelen geen behoorlijk leven leiden. In de gegeven omstandigheden ligt het moeilijk maar wij hadden graag gezien dat naar aanleiding van de begrotingscontrole zou worden nagegaan hoe er mogelijk kon worden bijgepast. Wij vinden het belangrijk dat er bij het opstellen van de begroting voor 2003 bijkomende stappen worden gezet. Dat past in het Stappenplan dat de regering vooropstelt.

Mijnheer de minister, wat de aangekondigde maatregen met betrekking tot het combineren van een invaliditeitsuitkering en werken betreft, hebt u de actievoerders meegedeeld dat ze op 1 april van start zouden gaan. Wat is de concrete inhoud van deze maatregelen? Hoe ziet u dat? Binnen welke termijn zal dat in werking treden? Zal 1 april worden gehaald? Welke kalender kunnen we vooropstellen in verband met de drie belangrijke vragen die CM-ziekenzorg heeft gesteld? Wanneer kunnen die eisen gerealiseerd worden?

02.07 Greta D'Hondt (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik zal niet meer ingaan op de actie en op de noodzaak om voor de groep van chronisch zieken en invaliden op korte termijn maatregelen te nemen zodat zij een menswaardig inkomen hebben. Ik zou slechts een aantal elementen willen onderstrepen om te wijzen op het verschil dat er is in keuzes. Er wordt soms geopperd, als we iets zouden doen voor de verhoging van het inkomen van invaliden, dan zal er misschien ook iets moeten gebeuren voor de groep van alleenstaanden in de werkloosheid of andere stelsels van vervangingsinkomens. Ingeval van werklozen kan men nog hopen en eigenlijk wordt ook van hen verwacht dat zij na een korte periode opnieuw aan het werk gaan. Voor invaliden geldt dit jammer genoeg niet. Volgens mij moet dit element van het definitieve karakter van hun toestand in aanmerking worden genomen.

Wij hebben twee wetsvoorstellen ingediend. Het eerste wetsvoorstel werd reeds geruime tijd geleden ingediend en het wil zorgen voor de welvaartvastheid van de uitkeringen; iets wat mijnheer Wouters daarjuist heeft onderstreept. Een tweede wetsvoorstel werd heel recentelijk ingediend en ik hoop dat het binnenkort in overweging kan worden genomen. Het gaat hierbij om het verhogen van de vergoeding voor de alleenstaanden met verlies van enig inkomen naar 50%. Volgens berekeningen zou deze maatregel 1,1 miljard kosten. De actie "Ziekenzorg – vijf voor twaalf" bestempelt dit als de meest prioritaire eis.

Mijnheer de minister, u kent mijn orthodoxie als het gaat om beschikbare middelen en dan vooral in de sociale zekerheid. Men moet mij uiteraard niet te veel uitdagen. Als men in 2 of 3 dagen tijd, zonder begrotingscontrole, bijna 1 miljard Belgische frank vindt om de tijdskredietpremies voor drie categorieën naar het federale niveau te halen, dan moet men mij niet komen zeggen dat er geen geld meer is. Als ik de prioriteiten zou mogen bepalen dan zou ik dit 1 miljard geven aan alleenstaande invaliden, veeleer dan het communautaire wafelijzer te laten bakken.

Mijn vraag gaat ook over wat u de mensen van Ziekenzorg hebt gezegd. Op zich lost dit hun terechte vragen niet op. Het zou echter wel een interessante piste kunnen zijn voor zij die ervan gebruik kunnen maken en als het zou worden omkaderd met begeleidende maatregelen voor de werkgevers, zoals collega Goutry reeds zei. Wij hebben gevraagd dat de mogelijkheden voor chronisch zieken, invaliden, slachtoffers van arbeidsongevallen en dergelijke om deeltijds te mogen werken, zouden worden verbeterd. U hebt op 24 februari aan de mensen van Ziekenzorg gezegd dat u terzake maatregelen zou nemen die van kracht zouden worden op 1 april. Ik kijk met interesse uit naar die maatregelen; niet omdat deze maatregelen de bestaansonzekerheid van de invaliden zullen wegwerken – integendeel – maar omdat het een interessante denkpiste kan zijn in het kader van de activering van mensen. Van arbeid wordt gezegd dat het een middel tot menselijke ontplooiing is. Ik meen dat dit ook kan gelden voor invaliden en chronisch zieken. Ik kijk heel positief aan tegen dit idee. Rekening houdend met de praktische moeilijkheden en bezwaren stel ik de vraag of dit tegen 1 april 2002 kan worden gerealiseerd.

Welke maatregelen hadden u of de regering precies op het oog wanneer u het op 24 februari zo affirmatief had over 1 april? Deze datum is toch heel dichtbij. Vereisen de maatregelen wetswijzigingen? Indien ja, dan moet het dossier eerst nog in de Kamer worden besproken. Kan het worden doorgevoerd aan de hand van koninklijke besluiten of ministeriële besluiten? Worden er omkaderende maatregelen genomen die werkgevers en ondernemingen toelaten gebruik te maken van de eventuele wettelijke bepalingen om deeltijdse arbeid gemakkelijker te maken? Indien het niet zo is, blijft de praktische uitvoerbaarheid even moeilijk als vandaag, ondanks de eventuele wetswijzigingen.

02.08 Minister Frank Vandenbroucke: Ik deel de sociale bezorgdheid van de leden die vragen hebben gesteld, evenals die van de christelijke mutualiteiten over de inkomenssituatie van en de kosten die moeten worden gedragen door mensen die leven van een invaliditeitsuitkering.

Het rapport van de christelijke mutualiteiten is volgens mij heel waardevol. Ik zeg dit niet alleen om de actievoerders een plezier te doen; het was echt wel een goed rapport. Het toont aan dat er op een selectieve manier moet worden ingegrepen indien men het stelsel wil verbeteren. Men heeft vastgesteld dat bepaalde groepen, zoals alleenstaanden, het bijzonder moeilijk hebben. Men wijst op de noodzaak van een fatsoenlijke minimumregeling in de arbeidsongeschiktheid en in de invaliditeit. Ik herken mezelf dus in de prioriteiten van het rapport. Getuige daarvan is het feit dat ik het reeds lange tijd circulerende rapport uitvoerig heb gebruikt. Ik heb zelfs in kleine mate plagiaat gepleegd voor het opstellen van het rapport dat ik heb voorgelegd aan de sociale partners, die geruime tijd geleden werden uitgenodigd tot het opstarten van een rondetafelgesprek over de sociale zekerheid. U gaat in op wat ik heb voorgelegd, de sterkte-zwakteanalyse van de sociale zekerheid. Het document terzake is uitgedeeld tijdens de begrotingsbesprekingen en het staat tevens op mijn website. U zal zien dat ik nogal wat plagiaat heb gepleegd uit het rapport van de CM.

Ik kom eerst terug op wat we al hebben gedaan. Op het secretariaat ligt een tabel ter beschikking met een overzicht van de reeds genomen maatregelen en de te nemen maatregelen in het budget invaliditeit en arbeidsongeschiktheid. Neem ik het geheel van de regeling van zelfstandigen en werknemers, dan gaat het over 97 miljoen euro, of bijna 4 miljard frank. Ik wil steeds met twee woorden spreken, ook over het verslag. Indien ik het heb over 97 miljoen euro maatregelen in het budget van invaliditeit en arbeidsongeschiktheid, dan wordt hierbij ook het vaderschapsverlof en adoptieverlof meegerekend. Het bedraagt een som van afgerond 35 miljoen euro en heeft in se niets te maken met invaliditeit. Indien men vraagt naar de budgettaire weerslag van de maatregelen voor invaliden of arbeidsongeschikten, dan moeten we eigenlijk spreken van 97 miljoen min 35 miljoen euro, ofwel 62 miljoen euro aan inspanningen voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit.

Dat is toch behoorlijk substantieel. We spreken niet over 1 miljard frank, we spreken over verschillende miljarden franken. Die maatregelen waren inderdaad ook gecibleerd: een belangrijke verhoging van de minima in twee etappen voor zelfstandigen en voor werknemers. Het gaat over een belangrijke verhoging van de minima van, als ik de indexcorrectie inreken, 5,9% sinds juli 2001. Daarin zit ook een betere tegemoetkoming aan zorgafhankelijke mensen, voor de hulp van derden. Ook dat is gecibleerd geweest. De tegemoetkoming voor hulp van derden wordt nu toegekend vanaf de vierde maand en het bedrag is verhoogd. Dat geldt zowel voor zelfstandigen als voor werknemers. Ik meen dat we daar reeds een serieuze inspanning doen.

Ik zie binnen het huidige budget voor het jaar 2002 geen mogelijkheid om nog een bijkomend initiatief te nemen. Ik wil dat in alle eerlijkheid zeggen. De heer Viseur heeft een beetje laatdunkend gedaan over die 10 miljard frank. Ik vind dat eerlijk gezegd nogal zwak als politieke show van de heer Viseur en ik zou het ook zo zeggen moest hij hier nu aanwezig zijn. De regering heeft lang geleden beslist om in 2002 10 miljard Belgische frank extra uit te geven voor uitkeringen en we geven die ook uit. Wat is daar nu verkeerd aan? Wat is daar politiek fout aan? We geven die uit en daarin zit inderdaad ook een maatregel voor invaliden en arbeidsongeschikten. Die maatregel heeft betrekking op de cumulatie van werken plus een uitkering. We gaan dit financieel versoepelen. Dat kan inderdaad op 1 april ingaan. Ik kom nog op tijd met een besluit.

De essentie is dat we gaan werken met een meer graduele afbouw van de uitkering dan vandaag, en dat we het arbeidsinkomen netto gaan bekijken en niet bruto. Dus nu zeggen we: er is een cumulatiebeperking en we kijken naar de uitkering en naar het bruto-inkomen. Van het bruto-inkomen gaan echter de sociale bedragen en belastingen af. Dus we gaan naar het netto belastbaar inkomen kijken. Daardoor wordt vermeden dat men vanaf een zeker moment een werkelijk pervers effect heeft, dat men namelijk nog wat meer gaat werken, en daardoor inkomensverlies lijdt omdat het bruto-inkomen in aanmerking wordt genomen. Dus dat is de essentie van de maatregelen.

02.09 Greta D'Hondt (CD&V): U hebt het over het arbeidsinkomen?

02.10 Minister Frank Vandenbroucke: Ja, het gaat over het arbeidsinkomen. We gaan dus kijken naar het netto belastbaar inkomen.

02.11 Greta D'Hondt (CD&V): Niet over inkomens uit bezit?

02.12 Minister Frank Vandenbroucke: Nee, daar gaat het niet over, bij mijn weten.

02.13 Greta D'Hondt (CD&V): Maar u sprak toch over inkomen?

02.14 Minister Frank Vandenbroucke: Zij die uitkeringen ontvangen krijgen relatief weinig, maar men moet vaststellen dat zij met velen zijn. Als men België met de andere landen vergelijkt, dan blijkt dat de uitkeringen in ons land relatief laag liggen, maar dat er vele uitkeringsgerechtigden zijn. Ik heb daarover een verslag laten opstellen voor de rondetafelconferentie over de sociale zekerheid, waarop ik de sociale partners in september al had uitgenodigd. Zij hebben tot nu echter altijd verstek laten gaan. Het betreft een moeizame discussie, temeer daar de verhouding tussen actieven en niet-actieven ongunstig is. Het is de bedoeling socialere toekomststrategieën uit te werken en ik hoop dat de sociale partners daar binnenkort zullen aan meewerken.

Ik heb dit nog herhaald dinsdagvoormiddag, toen regering en sociale partners elkaar ontmoetten. 

Voor 2002 werden twee prioriteiten vastgesteld. De cumulatie van arbeidsinkomsten uit een deeltijdse baan met, bijvoorbeeld, een vergoeding voor arbeidsongeschiktheid, wordt versoepeld. Een tweede prioriteit betreft de maximumfactuur. De meeste personen wier situatie precair is, genieten het WIGW-statuut en hun factuur is bijgevolg begrensd. Het wetsontwerp zal binnenkort worden ingediend. Ik wenste een snelle en efficiënte toepassing van het systeem. In 2001 werd samen met de ziekenfondsen een test uitgevoerd die een gunstig resultaat opleverde. Deze maatregel speelt in op de sociale realiteit van de mindervaliden met een laag inkomen. 

In tegenstelling tot hetgeen de heer Viseur in de pers over mij verklaart, is mijn aanpak niet intellectualistisch. Deze maatregelen zijn bijzonder concreet. Ik nodig de commissieleden uit de uitgesplitste tabellen over de tot nu toe bereikte resultaten te bestuderen. Inzake het tijdskrediet nodig ik mevrouw D'Hondt uit het Vlaams Economisch Verbond te raadplegen, dat immers aan de onderhandelingen heeft deelgenomen.

02.15 Luc Goutry (CD&V): (…) Mijnheer de voorzitter, de minister was blijkbaar zo geïmponeerd dat hij het tweede deel van zijn antwoord volledig in het Frans heeft gegeven.

02.16 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer Goutry, dat moet wel. Ik vroeg mij af of ik volledig in het Nederlands zou antwoorden omdat de heer Viseur afwezig was dan wel of ik deels in het Frans zou antwoorden om er rekening mee te houden dat er in de deze commissie ook Franstaligen aandachtig luisteren.

02.17 Luc Goutry (CD&V): Mijnheer de minister, daar sloeg mijn opmerking zeker niet op. Het voordeel in deze commissie en met u is dat we altijd een goed debat kunnen houden als er vragen en interpellaties zijn. Ik vind het uit parlementair en democratisch oogpunt zeer waardevol dat we de gelegenheid krijgen om het probleem op een volwassen en constructieve manier te bekijken.

Ik was zelf enigszins geschrokken van het onderzoek. Invaliden worden meestal als één grote groep bekeken. Men stelt zich dan enkele mensen voor die men kent en weegt dat wat af. Dat is natuurlijk niet altijd representatief. Als men kijkt naar bepaalde categorieën, vooral zij die een minimumuitkering krijgen – mensen die het dus niet breed hebben – en de alleenstaanden met kinderen, iets wat meer en meer voorkomt, en de onderzoeken erop toepast, dan stelt men vast dat er een prioriteit ontstaat die zo sterk tot actie aanzet dat men zich erdoor gevat voelt. Men kan dan wel zeggen dat we er nu geen middelen voor hebben, maar als de politieke wil er echt is, dan zijn er blijkbaar middelen voor alles wat nodig is. U hebt natuurlijk al herhaaldelijk bij de regering moeten aankloppen en wij hopen dat u ook dit tot een goed einde kunt brengen.

Wat het bijverdienen door echtgenoten betreft, ook dat is een zeer reëel probleem. Daar bent u in uw antwoord minder diep op ingegaan. Als men invalide wordt op 55 jaar dan staat men, hoe erg dit ook mag zijn, dicht bij een ander statuut. Men heeft dan voordien ook een zeker vermogen opgebouwd. Als mensen van 20 of 30 jaar getroffen worden door een zware chronische ziekte en op een uitkering terugvallen is het erger. Men ziet dan gezinnen waar de echtgenoten ondanks de verzorging nog een inspanning doen om een halftijdse baan te vinden, soms slecht betaald poets- en onderhoudswerk en daar in feite voor gestraft worden. Men zit dan immers boven de 24.000 frank bruto. Wat de invalide meer kreeg moet worden ingeleverd. We geven aan de ene kant hulp voor derden en we pakken dat aan de andere kant weer af. Dat is perfide systeem. We moeten daar een oplossing voor vinden. Die gevallen zijn niet zo talrijk, dat blijkt ook uit bepaalde ramingen. Het gaat om simulaties; dus het is niet zeker dat we zoveel nodig hebben. Zelfs als we dit nodig hebben, gaat het niet om een erg groot bedrag. Ik moet hierop aandringen omdat deze categorie in ongelooflijke problemen dreigt terecht te komen.

Ik vind het goed dat u inspanningen doet voor de tewerkstelling. Ik ben terzake bij herhaling vragende partij geweest. Hoe meer ik hier over nadenk, hoe meer ik moet toegeven dat het echt om een beperkte groep gaat. U zult de mensen daar niet substantieel mee helpen. Ik heb gevraagd of dat wel realistisch was en de meeste mensen hebben mij geantwoord dat hun baas hen nooit opnieuw zou aannemen. Als men vandaag kan werken, morgen niet en overmorgen weer wel, dan is dat mogelijk in een beschuttende werkplaats of in een zeer beschermd milieu waar men zeer veel geduld heeft en zeer sociaal ingesteld is. In andere gevallen kan dat niet. In het economisch productiesysteem is het bijna onmogelijk dat die mensen nog aan het werk kunnen, te meer daar men zoveel keuze heeft om mensen aan te werven.

We kunnen het antwoord op de betoging niet anders dan betreuren, want iedereen had gehoopt op een rondetafel. Ik begrijp de mensen van Ziekenzorg dan ook als zij zeggen dat het hoog tijd is dat zij op de deuren van het Parlement komen kloppen.

Collega's, om die redenen hebben wij, gesteund door anderen uit de oppositie, een motie ingediend. Wij hebben in onze motie de tekst overgenomen van de petitie die door heel wat collega's, ook van de meerderheid, werd ondertekend. Wij willen door middel van een stemming over deze motie hierover een duidelijke uitspraak krijgen van het Parlement.

02.18 Annemie Van de Casteele (VU&ID): Mijnheer de minister, als u verwijst naar de rondetafel die zich moet buigen over de sterktes en zwaktes van de sociale zekerheid, dan meen ik dat u de hete aardappel niet kunt doorschuiven naar de sociale partners.

Inzake het beleid van deze regering op het vlak van de activering stel ik vast dat de regering op dit moment faalt. Dit heeft niet zo zeer met uw beleid te maken, maar wel het beleid van mevrouw Onkelinx. Dit is niet uw verantwoordelijkheid, maar u draagt in de regering natuurlijk ook een solidaire verantwoordelijkheid.

De rondetafel zal voor de doelgroep waarover we het nu hebben geen oplossingen bieden en wellicht zelfs geen aandacht aan hen besteden. Misschien moeten wij het dossier aan de onderhandelaars bezorgen zodat ook zij worden geconfronteerd met diegenen die uit het arbeidsproces vallen door een chronische ziekte of invaliditeit.

Wat u al hebt gedaan, kunnen we uiteraard alleen maar toejuichen. De maximale factuur zal voor een aantal mensen inderdaad zorgen voor een zekere verzachting. Ik weet dat de laagste uitkeringen al zijn opgetrokken maar dit is nog te weinig. We moeten dit volgens mij toch wel vaststellen.

Ik heb ook nog vragen bij het versoepelen van de cumulregel. U hebt terzake gezegd dat u een besluit zult opstellen dat op 1 april van kracht zal worden. Ik had graag geweten hoeveel mensen daarvan zullen kunnen genieten. U zegt dat het enkel gaat over het neutraliseren van de sociale zekerheidsbijdrage. Misschien moet u ons die cijfers geven op het moment dat het besluit iets concreter is uitgewerkt.

Mijnheer de minister, ik kan alleen besluiten dat u op dit moment één komma zoveel op drie heeft gescoord. Dit is onvoldoende. Wij zullen blijven hameren op de drie prioritaire eisen zodat we u een beter rapport kunnen geven.

02.19 Joos Wauters (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de minister, u hebt nogmaals de klemtoon gelegd op de maatregelen die u reeds hebt genomen. Ik ben blij dat de cumulatie van inkomen en invaliditeitsuitkering zal worden geconcretiseerd. Volgens mij kunnen we daarop terugkomen als u het besluit verder heeft uitgewerkt.

Ik ben ook van mening dat de maximale factuur een belangrijk instrument zal zijn. Het mag ons evenwel niet doen vergeten dat er blijvende problemen zijn die we daarmee niet zullen oplossen. De prioritaire eisen blijven volgens mij overeind.

Mijnheer de minister, we moeten samen komen tot het concretiseren van een aantal maatregelen. We hebben nu reeds geld vrijgemaakt voor de actieven. We moeten ervoor zorgen dat we de mensen die niet meer kunnen werken bijbenen en ondersteunen. De actieven beslissen over de actieven en de niet-actieven. Ook in de vakbondswereld geldt dit principe alhoewel er interprofessioneel enige aandacht wordt besteed aan de niet-actieven.

Ik denk dat het ook onze opdracht is voor de inactieve mensen, die uit de boot vallen, te zorgen en hen voort te ondersteunen.

Ik heb de motie niet ondertekend omdat ik me tegenover de mensen – die onder meer bij mij thuis geweest zijn – geëngageerd heb om hier mee naar oplossingen te zoeken. Ik heb er ook op gewezen dat onze fractie een wetsvoorstel heeft ingediend om de minimumuitkeringen met 3% te verhogen – dus niet met 20% - zoals gevraagd wordt in het kader van de stap-voor-stap-regeling die de huidige regering opbouwt
 
02.21 Greta D'Hondt (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik verontschuldig me dat ik even de zaal had verlaten. Men had mij misleid door te zeggen dat de lichten van mijn auto nog brandden. Dat bleek niet waar te zijn, maar voor alle zekerheid was ik gaan kijken.

Mijnheer de minister, ik ben niet gewend grote geloofsbelijdenissen af te leggen. Immers, staat er niet geschreven dat het geloof zonder de werken dood is? Ik hou veel meer van concrete resultaten, zelfs al zijn ze in de tijd gespreid. Ik wil altijd over die spreiding discussiëren, maar ik leg geen grote geloofsbelijdenissen af om nadien een motie die pleit voor geleidelijke invoering niet mee te ondertekenen. Het valt mij wat moeilijk om die werkwijze te begrijpen.

Mijnheer de minister, aangezien ik daarnet afwezig was, wil ik u nog twee dingen vragen. Ik heb aan enkele collega’s gevraagd wat uw antwoord was, maar zij konden het mij niet zeggen.

Ten eerste, ik had gealludeerd op de stoot die men heeft uitgehaald met de premies inzake het tijdskrediet, en op het feit dat ik sindsdien niet meer geloof in budgettaire beperktheden. Voordien had ik daar nog begrip voor, maar nu is dat begrip bij mij wel wat weg. Ik weet niet wat u op die opmerking geantwoord hebt.

Ten tweede, wordt de kwestie van de deeltijdse tewerkstelling geregeld bij wet of bij koninklijk besluit geregeld?

02.22 Minister Frank Vandenbroucke: Bij koninklijk besluit.

02.23 Greta D'Hondt (CD&V): Dank u wel, mijnheer de minister. Er is blijkbaar geld?

02.24 Minister Frank Vandenbroucke: Ik denk dat er geen geld is.

Het enige dat ik heb opgemerkt, is dat men de analyse die vandaag onder meer in De Standaard staat, om te beginnen eens moet voorleggen aan het Vlaams Economisch Verbond (VEV). Nog los van de vraag of het systeem gefederaliseerd moet worden, slaat het VEV ons om de oren met de bewering dat wij allerlei dingen doen die slecht zijn voor de economische activiteit, en dat we onthaastingsvallen installeren. Maar kijk nu eens wat het VEV bedacht heeft, samen met de Vlaamse sociale partners. Los van de vraag of het systeem gefederaliseerd moet worden – dat is een andere discussie – zal ik u zeggen wat mijn mening is.

Ik vind dat de sociale partners op federaal niveau moeten nadenken over de vraag of ze het systeem nog lang willen behouden.

02.25 Pierrette Cahay-André (PRL FDF MCC): Ik dank de minister voor de waardering die hij uitsprak voor dit document, dat inderdaad een waardevol werkinstrument is. We wisten al dat deze categorie het moeilijk heeft. Wij moeten echter een ontsporing van de begroting voorkomen. Ik zal mijn fractie terzake inlichten. Dit document zal zijn nut bewijzen tijdens de rondetafelconferentie over solidariteit. 



Moties

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.


Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Luc Goutry, Jean-Jacques Viseur, Jo Vandeurzen en de dames Greta D'Hondt, Trees Pieters en Annemie Van de Casteele en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Luc Goutry en Jean-Jacques Viseur

en het antwoord van de minister van Sociale Zaken en Pensioenen,

vraagt de regering een concreet voorstel uit te werken om binnen een redelijke, doch vastgestelde termijn

  • het uitkeringspercentage voor alleenstaande invaliden met verlies van enig inkomen op te trekken naar 50% van het vroegere loon;
  • de minimumuitkeringen voor alleenstaande invaliden en invaliden-gezinshoofden op te trekken met 20%;
  • de inkomensgrens voor de partner van een invalide gezinshoofd op te trekken tot het bedrag van een minimumloon of minstens tot het bedrag dat geldt in de werkloosheidsregeling, zodat de invalide minder snel zijn statuut van gezinshoofd verliest."

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Jean-Marc Delizée, Jacques Germeaux en Joos Wauters en de dames Pierrette Cahay-André en Zoé Genot.




Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.




knoppolitiek.jpg (2653 bytes)