|
Commissie voor de Sociale Zaken van woensdag 6 maart 2002 10:00 uur
|
| Bron: http://www1.dekamer.be/commissions/cri/50/3/html/ic681.htm |
|
03 Vraag van de heer Luc Goutry aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "de referentiecentra voor de behandeling van het chronisch vermoeidheidssyndroom" (nr. n6530) 03.01 Luc Goutry (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank mijn immer goede collega Jo Vandeurzen omdat hij mij even laat voorgaan. Ik zal mijn betoog dan ook erg kort houden. Mijnheer de minister, het probleem van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) wordt stilaan ook een chronische zaak. Ik herinner me dat wij ooit ruzie hebben gemaakt toen u op invitatie van uw collega, minister Vande Lanotte, naar Oostende gekomen bent. ’s Zondagsavonds kon ik toen op de regionale televisie zien hoe u die hele autokaravaan met chronisch vermoeide mensen ontvangen en toegesproken hebt. Dat was in september 1999. U zei toen dat u voor hen iets ging doen. U zei: "Wij gaan zorgen dat er hulp komt voor u; wij gaan onder meer referentiecentra inrichten; wij gaan ervoor zorgen dat het probleem van het chronisch vermoeidheidssyndroom eindelijk serieus wordt aangepakt". Die uitspraken zijn blijkbaar niet in politieke dovemansoren gevallen, want sindsdien zijn over het onderwerp wel acht of negen parlementaire vragen gesteld, zowel in de Kamer als in de Senaat. Op de meest onmogelijke momenten werd u gevraagd hoever het daarmee stond. Meer specifiek: hoever staat het met die referentiecentra voor chronisch vermoeide mensen? Vandaag wil ik die vraag nogmaals stellen. Ik blijf overal maar lezen dat er nog geen oplossing is. Hoever staat u op dit moment wat de erkenning betreft van de referentiecentra voor chronisch vermoeide mensen? Welke centra zullen concreet worden erkend en op basis van welke criteria zal dat gebeuren? Welke specifieke werkingmiddelen zullen worden toegekend aan die centra? Welke maatregelen werden intussen genomen om de combinatie van ziekte-uitkering en arbeidsinkomen te verbeteren? Dat laatste is een van de typische vragen van de betrokkenen. Zij kunnen immers zeer moeilijk voorspellen in welke periodes zij zich een beetje beter zullen voelen en zij zoeken naar mogelijkheden om dan toch een beetje bij te verdienen. Mijnheer de minister, ik stel u de vraag, maar ik wil eraan toevoegen dat ik zelf denk dat dit laatste probleem niet gemakkelijk op te lossen is. U bent er echter telkens op teruggekomen. Misschien gelooft u dus zelf wel in een oplossing? Voorzitter: Joos Wauters. 03.02 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, collega Goutry, ik begrijp goed de relevantie van uw vraag. Inderdaad, ik heb al in 2001 een budget vrijgemaakt voor de oprichting van enkele referentiecentra voor chronisch vermoeide mensen. Dat is ook de reden waarom ik voortdurend gezegd heb dat ik probeerde die centra nog in 2001 opgestart te krijgen en dat ik daarnaar uitkeek. Achteraf gezien was dat een iets te optimistische inschatting van mij. Ze was te optimistisch, ten eerste, omdat er zeer veel tijd en energie is gegaan naar een erg intensief overleg met de geďnteresseerde universitaire centra en met de patiëntengroepen. Ook het opstellen van de overeenkomsten bleek geen sinecure. Bij dat alles speelde ook mee dat het medische debat over het chronisch vermoeidheidssyndroom nog altijd niet rond is. Dat zorgt voor wat vertraging, omdat er veel verschillende meningen bestaan over wat er eigenlijk met die patiënten aan de hand is. Tot mijn voldoening kan ik u meedelen dat het Verzekeringscomité maandag jongstleden zowel de ontwerpovereenkomst inzake de CVS-referentiecentra heeft goedgekeurd, alsook de oprichting bekrachtigd heeft van het eerste CVS-referentiecentrum, te weten Gasthuisberg, Leuven. In totaal zijn er vijf kandidaat-referentiecentra. Wij hanteren criteria die verband houden met de mogelijkheid van die centra om hun eigen werking te evalueren, met de competentie die ze inmiddels hebben opgebouwd, met de ervaring die ze hebben inzake de pathologie en met hun band met een universiteit. Het budget is nog altijd wat ik vooropgesteld had voor 2001, te weten 60 miljoen frank of 1.487.361 euro. Ik heb, wat de toegelaten arbeid betreft, daarnet al een ander gezegd. Ik ben het met u eens, mijnheer Goutry, dat dit geen zeer brede oplossing is en ook dat het probleem niet zo eenvoudig is. Ik denk dat wij in de toekomst onder meer onze medische adviseurs moeten gaan vormen inzake de CVS-problematiek, zodat we van daaruit ook een echt goede begeleiding krijgen voor de betrokken mensen. 03.03 Luc Goutry (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik voelde al aan dat het inderdaad over zo’n moeilijke problematiek ging dat het wellicht gevaarlijk was om terzake zo vlug resolute beloften en voorspellingen te doen. Ik zag toen de verwarring bij de verschillende centra en de verschillende opvattingen over de behandelingen. Daarom vroeg ik me ook af hoe daarvoor op korte termijn een oplossing kon komen. Mijn vrees van toen is bewaarheid. Het is wel positief te vernemen dat het verzekeringscomité op maandag laatsleden heeft beslist om ten minste Leuven al te laten starten. 60 miljoen frank is natuurlijk een beperkt budget. Ik beschik echter niet over een kostenraming of over het dossier zelf. Ik heb u tevens horen praten over nog vijf centra. Mag ik hieruit afleiden dat er sprake is van zes centra in totaal? 03.04 Minister Frank Vandenbroucke: In totaal zijn er vijf centra. 03.05 Luc Goutry (CD&V): Met inbegrip van Leuven? 03.06 Minister Frank Vandenbroucke: Ja. 03.07 Luc Goutry (CD&V): De 60 miljoen frank wordt dus verdeeld over vijf centra, ofwel 12 miljoen per centrum voor de werking van een heel jaar
|