BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

Schriftelijke vragen en antwoorden

13 - 06 - 2000

 

Bron: http://www1.dekamer.be/QRVA/Pdf/50/50K0034.pdf 

 



Vraag nr. 86 van de heer Filip Anthuenis van 18 februari 2000 (N.) :

Werkgroep chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS): Oprichten van  CVS-referentiecentra.


Naar aanleiding van een interpellatie en mondelinge vragen op 9 november 1999 in de commissie voor de Sociale Zaken van de Kamer van volksvertegenwoordigers met betrekking tot de problematiek van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) antwoordde u dat de opdracht van de werkgroep chronisch vermoeidheidssyndroom
(CVS) bij de Hoge Gezondheidsraad erin bestaat een medische consensus te bereiken in verband met CVS. Zowel voor de diagnosestelling als de behandeling is het bepalen van bruikbare aanbevelingen cruciaal. Ook voor de werking van de aangekondigde CVS-referentiecentra zijn deze aanbevelingen noodzakelijk. Tevens zou ook het aantal op te
richten CVS-centra afhankelijk zijn van de resultaten en de aanbevelingen van de CVS-werkgroep bij de Hoge Gezondheidsraad.

  1. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de werkzaamheden van de werkgroep CVS bij de Hoge Gezondheidsraad?
  2. Werd reeds een medische consensus bereikt die toelaat bruikbare aanbevelingen te formuleren ?
  3. Werden reeds initiatieven genomen met betrekking tot het oprichten van de CVS-referentiecentra ?
  4. Werd reeds een financiering uitgewerkt voor deze CVS-referentiecentra ?
  5. Zullen de CVS-referentiecentra aansluiten bij de reeds bestaande referentiecentra voor neuromusculaire aandoeningen?
  6. Wat is de geraamde budgettaire impact van het oprichten van de CVS-referentiecentra ?


Antwoord:


1 en 2. De laatste vergadering van de werkgroep «Chronisch Vermoeidheidssyndroom» bij de Hoge  Gezondheidsdraad werd op 21 januari 2000 gehouden.
Aangaande de eerste twee subwerkgroepen, namelijk «Diagnose» en «Therapie», blijkt het moeilijk tot een consensus te kunnen komen. Volgens mijn informatie heeft de raad dan ook besloten om voorlopig de laatste verslagen aan te nemen in verband met de diagnose,en de behandeling van deze ziekte.

Daarnaast neemt de voorzitter van de werkgroep «Chronisch vermoeidheidssyndroom» zich voor om twee documenten op te stellen. Het eerste document slaat op de sociale aspecten ter attentie van de minister van Sociale Zaken, terwijl het tweede met een paar kleine aanpassingen de werkzaamheden van beide werkgroepen «Diagnose» en «Therapie» samenvat en voor de ministers van Sociale Zaken en van Volksgezondheid wordt bestemd.

Binnenkort overhandigt de derde groep «Administratief statuut, medisch-sociale aspecten en
economische impact» zijn verslag waarin, volgens de informatie mij gegeven door de raad, de nadruk op belangrijke aanbevelingen zou worden gelegd, waaronder:

  • een sociale en juridische begeleiding verbeteren voor bepaalde patiënten in moeilijkheden;
  • mogelijk maken om gedurende een beter omschreven en tijdelijke periode een basis- of vervangingsinkomen toe te kennen;
  • het groot aantal sociale statuten verminderen tot één tijdelijk statuut bij chronische ziektegevallen.

3 en 4. Ik kan meedelen dat ik reeds aan de diensten van het RIZIV opdracht heb gegeven om de technische voorbereidingen te treffen voor de oprichting van enkele CVS-referentiecentra; deze centra zullen mee op basis van de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad en op nog nader te bevestigen criteria tot stand worden gebracht in 2001. Het is de bedoeling om deze centra te financieren via de formule van de revalidatieovereenkomsten.
Ik kan niettemin reeds meedelen dat een multidisciplinaire werking één van de noodzakelijke
criteria zal zijn.

5. Of de CVS-referentiecentra zullen aansluiten bij de reeds bestaande centra voor neuro-musculaire aandoeningen, kan ik op dit moment nog niet beoordelen.

6. De berekening van de budgettaire impact met betrekking tot CVS-referentiecentra maakt deel uit van de hoger vernoemde technische voorbereiding die nog volop bezig is.

 

knoppolitiek.jpg (2653 bytes)