|
BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS Schriftelijke vragen en antwoorden 13 - 11 - 2001
|
| Bron: http://www1.dekamer.be/QRVA/Pdf/50/50K0098.pdf |
|
Vraag nr. 358 van mevrouw Yolande Avontroodt van 6 juli 2001 (N.) : Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). — Medisch-Technische Raad. De jongste drie jaar werden aan de minister reeds meermaals vragen gesteld over het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Ten gevolge van een gebrek aan medische consensus ondervinden CVSpatiënten immers heel wat moeilijkheden, onder meer wat betreft de erkenning van hun arbeidsongeschiktheid. De Medisch-Technische Raad bij de dienst Uitkeringen van het RIZIV heeft terzake een belangrijke rol. De samenstelling en oprichting van deze raad blijkt een lang en moeizaam proces. Op 10 mei 2000 deelde de minister mee dat het koninklijk besluit over de samenstelling van de Medisch-Technische Raad aan hem overhandigd was maar dat er problemen waren in verband met de wetgeving op de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen. De minister voegde er aan toe dat hij het RIZIV zou vragen de medische informatie die momenteel wordt samengebracht over CVS op een zo actief mogelijke wijze ter beschikking te stellen van hen die betrokken zijn bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Een tweede probleem is dat de Medisch-Technische Raad zijn opdracht pas kan waarmaken nadat er
medische consensus over CVS is. De Hoge Gezondheidsraad Op 7 maart 2001 stelde de minister te streven naar juni 2001 voor de eerste implementatie van de RIZIVovereenkomsten
met 5 CVS-referentiecentra.
2. Zullen, zoals onlangs aangekondigd door de minister, begin juni 2001 de eerste RIZIV-overeenkomsten met 5 CVS-referentiecentra geïmplementeerd worden?
2. De eerste overeenkomsten tussen het RIZIV en de CVS-referentiecentra worden voorzien in de eerst
volgende maanden. Terzake kan niet ontkend worden dat de voorbereidingstijd om dergelijke overeenkomsten
tot stand te brengen, meer tijd in beslag heeft genomen dan oorspronkelijk voorzien. Deze vertraging
kan verklaard worden door het feit dat het hier gaat om een sterk innoverend initiatief evenals een
aandoening waarover nog heel wat discussie bestaat binnen de medische wereld.
|