|
COMMISSIE Voor de Sociale Zaken van woensdag 17 april 2002 16:00 uur
|
| Bron: http://www1.dekamer.be/commissions/cri/50/3/html/ic720.htm |
|
06 Vraag van mevrouw Anne-Mie Descheemaeker aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "bepaalde kinebehandelingen" (nr. 6920) 06.01 Anne-Mie Descheemaeker (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de recente hervorming van de nomenclatuur voor kinesitherapeutische behandelingen, die langdurig terugbetaald worden, zijn nu ook het chronisch vermoeidheidssyndroom of CVS en fybromyalgie via de zogenaamde nieuwe lijst F voorzien. Er zijn uiteraard specifieke voorwaarden aan verbonden en een tijdelijke overgangsmaatregel voor de fybromyalgie. Mijnheer de minister, hebt u eraan gedacht dat er nu nog maar één referentiecentrum voor CVS open is, maar dat dit centrum een eigen specifieke visie heeft op CVS, die niet altijd overeenstemt met de visie van andere specialisten? Bent u ervan op de hoogte dat alle CVS-patiënten voor 1 mei een consult moeten ondergaan in dat ene centrum, daar de nieuwe regeling voor de terugbetaling ingaat op 1 mei en dat ook alle fybromyalgiepatiënten voor 1 mei een consult moeten ondergaan in een multidisciplinair pijncentrum? Hierop had ik graag antwoord van de minister gekregen. 06.02 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, er zijn nogal wat verschillende elementen in de vraag van mevrouw Descheemaeker. Ten eerste, bij de hervorming van de nomenclatuur voor kinesitherapeuten die vanaf 1 mei in voege zal treden, wordt in de zogenaamde F-lijsten opening gemaakt voor de terugbetaling van de kine-behandelingen in geval van het chronisch vermoeidheidssyndroom en fybromyalgie. Om in aanmerking te komen voor de terugbetaling in het kader van de F-lijsten moet aan bepaalde specifieke voorwaarden worden voldaan. Per pathologische situatie worden 60 kine-behandelingen terugbetaald aan het normale tarief. Het verzekeringscomité, ingesteld bij de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, heeft de revalidatie-overeenkomst inzake tenlasteneming door referentiecentra van patiënten, lijdend aan het chronisch vermoeidheidssyndroom tot nu toe met slechts één universitair centrum afgesloten, met name het UZ Leuven. Daarnaast zijn er nog vier universitaire centra geïnteresseerd om deze overeenkomst af te sluiten, namelijk UZ Gent, UZ Antwerpen, AZ VUB en UCL, sites te Sint-Lambrechts-Woluwe en Dinant. Van zodra het administratief dossier afgehandeld is, kan het verzekeringscomité ook met deze centra overeenkomsten afsluiten. De realisatie van deze centra gebeurt, wat het RIZIV betreft, zo vlug mogelijk, maar is vooral afhankelijk van de snelheid waarmee de kandidaat-centra zelf de administratieve formaliteiten van de revalidatieconventie afwerken. Het RIZIV zegt me dat die andere centra in principe op zeer korte termijn zullen volgen. Ik voeg eraan toe dat er natuurlijk geen probleem is voor de patiënten binnen de normale regeling. Deze verzekert de terugbetaling van 18 behandelingen aan de beste terugbetalingsvoorwaarden. Het is pas bij het overschrijden van 18 behandelingen en als men nog aan de beste terugbetalingsvoorwaarden wil worden terugbetaald, dat het belangrijk kan zijn van inderdaad zulke verwijzing te hebben. U bent daar dus niet onmiddellijk op 1 mei aan toe, maar het wordt inderdaad wel dringend. Ik denk niet dat wij konden wachten op een situatie waarbij al deze centra er zouden zijn. Ik denk dat we de nomenclatuurhervorming moesten implementeren. Het is een zeer omslachtige procedure, daarom doe ik dat niet zomaar op een drafje. Ik denk dat we dat moesten implementeren. Ten tweede, u merkte op dat men in Leuven één zeer specifieke visie zou aanhangen. Ik wil dat toch nuanceren want dat kan eigenlijk moeilijk in de opzet die wij nemen met die centra. We hebben zeer uitdrukkelijk gezegd dat die centra multidisciplinair moeten zijn en dat daar bijvoorbeeld een internist en iemand die de psychosociale kant van de zaak kan beoordelen, aan verbonden moeten zijn. Het is dus niet zo dat er een éénzijdige aanpak kan zijn en ik weet dat dit risico kan bestaan in deze kwestie omdat er effectief twee strekkingen zijn. Er is een strekking die CVS vooral bekijkt uit fysieke en biochemische factoren en er is anderzijds een strekking die vooral de biopsychosociale factoren beklemtoont. We hebben geprobeerd om in die centra, door het soort specialisten die we daar aan bod brengen, een meer dimensionale benadering van de patiënten te hebben. In die zin denk ik dat het eigenlijk niet correct is te zeggen dat er in Leuven een zeer specifieke visie is. Er is ook een standaardprocedure die ervoor zorgt dat mensen op een correcte manier door de huisarts worden doorverwezen. Als zij verwezen zijn, komen zij meteen bij het multidisciplinair team terecht waar zij een uitgebreide biopsychosociale screening krijgen. Dat team bestaat uit een geneesheer-internist, een psychiater, een maatschappelijk werker of een sociaal verpleegkundige, een revalidatiearts of een kinesitherapeut, een klinisch psycholoog of psycho-diagnosticus. Op basis van het diagnostisch en functioneel bilan in een interdisciplinaire gevalsbespreking, zal de diagnose worden vastgesteld: CVS die een opname in het specifiek revalidatieprogramma van een CVS-referentiecentrum rechtvaardigt voor maximum 12 maanden of CVS die niet in aanmerking komt voor een opname in het specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma. Het is ook mogelijk dat er geen sprake van CVS is. U weet dat voor patiënten met de diagnose CVS de kine wordt terugbetaald a rato van de F-lijst-voorwaarden indien tijdens of na de ten laste neming in een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma de voortzetting van de graduele oefentherapie als zinvol wordt beoordeeld. De interdisciplinaire equipe van het centrum moet zich hierover uitspreken. De progressieve kine-behandeling bij CVS is de voortzetting van het oefenprogramma dat wordt gestart tijdens de revalidatieperiode in het CVS-referentiecentrum. Een juiste diagnosestelling is trouwens één van de basisopdrachten van het referentiecentrum. Het is niet zo dat elke patiënt met een vermoeden van CVS ook intensieve kine-behandeling nodig heeft en bijgevolg in aanmerking moet komen voor terugbetaling in het kader van de F-lijst. Integendeel, indien de toch wel vaak langdurige oefentherapie niet volgens bepaalde wetenschappelijk ondersteunde schemata wordt toegepast door voldoende ervaren en daartoe geschoolde zorgverleners, kan verkeerde oefentherapie ofwel geen effect geven of soms zelfs schadelijk of ziektebestendigend zijn. De interdisciplinaire equipe moet over het behandelingsschema dus uitspraak doen en de kinesist de nodige richtlijnen verschaffen. Voor de patiënten lijdend aan fibromyalgie geldt dezelfde redenering en is de beoordeling door een multidisciplinaire equipe van een pijncentrum de voorwaarde voor terugbetaling. De diagnosestelling en de reproduceerbaarheid van de klinische afwijkingen is immers niet altijd zo eenvoudig en vereist toch wel enige expertise. Ik kan u meedelen dat uit een recente review van het gereputeerde Annals of Internal Medicine blijkt dat er een belangrijke overlapping is tussen de symptomen van fibromyalgie en CVS. De klachten van tot 70% van de patiënten met fibromyalgia zouden volgens deze publicatie ook voldoen aan de definitie van CVS. In de praktijk zullen dus ongetwijfeld ook een deel van deze patiënten in de CVS-referentiecentra terechtkomen, in functie van de klachten die het meest op de voorgrond staan. Het nut van kine bij fibromyalgie is niet voor iedereen gelijklopend. Niet bij alle patiënten met fibromyalgie is kinesitherapie noodzakelijk. Over de waarde van oefentherapie bij fibromyalgie zijn nog onvoldoende wetenschappelijke gegevens voorhanden. Klinische studies met bepaalde antidepressiva en pijnstillers blijken voorlopig de meest consistente resultaten te vertonen. Op dit ogenblik bestaat er zeker geen eenduidige wetenschappelijke consensus over de beste aanpak van fibromyalgie zodat de multidisciplinaire benadering het meest wordt aangeraden. Er is eigenlijk geen noodzaak dat alle patiënten voor 1 mei plots een consult zouden moeten ondergaan. 06.03 Anne-Mie Descheemaeker (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord, dat vooral op de medische kant van de zaak is gericht. In uw laatste zin herhaalt u dat al die patiënten niet noodzakelijk een consult moeten ondergaan. 06.04 Minister Frank Vandenbroucke: Omdat niet al die patiënten kine nodig hebben. 06.05 Anne-Mie Descheemaeker (AGALEV-ECOLO): Uiteraard gaat het in mijn vraag over die patiënten die - al of niet terecht - menen overtuigd te zijn dat zij de kine nodig hebben die ze in het verleden al kregen. Het gaat specifiek over die patiënten die - als het voorschrift juist is - voor 1 mei de toestemming via dat ene centrum moeten krijgen. 06.06 Minister Frank Vandenbroucke: Zij moeten de toestemming krijgen als 18 sessies niet volstaan. 06.07 Anne-Mie Descheemaeker (AGALEV-ECOLO): Het is nu april. Die 18 sessies zullen ze dit jaar al achter de rug hebben. Vanaf 1 mei vallen zij uit het systeem. Dat is het praktische probleem voor die mensen. Al of niet spreekt men van duizenden betrokkenen, die allemaal tussen 17 april en 1 mei een consultatie zouden moeten ondergaan. Het incident is gesloten.
|