Belgische Senaat
ZITTING 1999-2000
18 JULI 2000

Wetsontwerp houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen 

 

http://www.senate.be/



Artikel 27

De heer Vandenberghe c.s. dienen een amendement in (Stuk Senaat, 1999-2000, nr. 2-522/2, amendement nr. 57) ertoe strekkende het artikel te doen vervallen.

Een mede-indienster stelt vast dat er een belangrijke bevoegdheidsdelegatie naar de adviserende geneesheren wordt georganiseerd voor de toepassing van de criteria voor uitkeringen. Zij vreest dat hierdoor eventueel een verschillende toepassing zou worden gemaakt van de wetgeving naargelang van het ziekenfonds waarbij de patiënt is aangesloten. Dit houdt een gevaar in voor cliëntelisme, en staat in schril contrast met de beperkte budgetten waarover het fonds beschikt en het groeiend aantal aanvragen. Haar amendement nr. 57 strekt ertoe de eenvormigheid bij de beoordeling te bevorderen.

Men mag bovendien niet uit het oog verliezen dat het fonds opgericht is om de behandeling van zeldzame aandoeningen te vergoeden en dat, hoewel het criterium « zeldzaam » nog steeds vermeld is in de wet, het aantal vergoedbare prestaties erop wijst dat er afbreuk wordt gedaan aan het uitzonderlijk karakter van de tussenkomst van het fonds. Dit leidt tot een oneigenlijk gebruik ervan.

De minister van Sociale Zaken en Pensioenen apprecieert de tussenkomst van het lid en hecht zelf veel belang aan een terecht gebruik van de middelen van het fonds. Hij vindt het nochtans nodig dit artikel te behouden. Het zal de leden niet zijn ontgaan dat hij een stapsgewijze hervorming doorvoert van het Solidariteitsfonds. Indien hij een ruime beoordelingsmarge heeft gegeven aan de adviserende geneesheer, is dat niet om willekeur in te voeren noch om partijdige beslissingen mogelijk te maken. Dit gevaar is immers door de Raad van State onderkend, en ten gevolge van haar opmerkingen werd een aanpassing van de tekst doorgevoerd, waarbij de Koning wordt gelast een lijst op te maken, en precieze voorwaarden te bepalen voor de terugbetaling van tussenkomsten. De overdracht van bevoegdheden naar de controlerende geneesheer wijzigt bijgevolg niets aan de filosofie van het Bijzonder Solidariteitsfonds.

Dit is immers een fonds dat financiële gevolgen tracht te lenigen van aandoeningen waarvoor niets is voorzien in de klassieke nomenclatuur. Deze laatste is duidelijk te rigide voor sommige aandoeningen. Hij wil uiteindelijk de aanvraagprocedure debureaucratiseren door de beslissing te laten nemen op één niveau in plaats van op twee niveaus, zoals dat nu het geval is. Inderdaad, is het college van geneesheren-directeurs een orgaan dat, alleen al door de massa-aanvraag die het te behandelen krijgt, log werkt. Als eenmaal de pathologieën zijn bepaald, is er een groot risico voor meer afwijkingen vanwege de adviserende geneesheren. Dit komt de snelle afhandeling van de dossiers van pijnlijke gevallen ten goede. Hij geeft het voorbeeld van een zeldzame huidziekte, namelijk de epidermolisis ballosa. Het is een ziekte die zeer uitzonderlijk is en als bijzonderheid heeft dat ze qua verzorging enorm veel verbanden vereist, wat grote kosten teweegbrengt voor de patiënt. Vermits deze nominatief in de ziektepathologie zal worden opgenomen voor de tussenkomst van het Bijzonder Solidariteitsfonds, ziet hij niet in hoe de mutualiteiten misbruik zouden kunnen maken van deze behandeling.

De minister begrijpt dat, in het algemeen gesproken, het wrevel kan wekken bij de leden dat hij de hervorming van het fonds in schijfjes doorvoert. Hij zegt dat echter in alle openheid, en stelt voor eventueel, later op het jaar, een hoorzitting te houden rond deze thematiek, zodat de Senaatscommissie voor de Sociale Aangelegenheden een evaluatie kan maken van zijn politiek. In zekere zin hebben zijn tussenkomsten een experimenteel karakter, en het zal dus een paar maanden duren vooraleer men de resultaten daarvan kan quantifiëren.

Een ander lid vindt dat de volmacht die aldus aan de mutualiteit gegeven wordt toch zeer ruim is. Ziet de minister hierin geen misbruik opdagen ?

De minister van Sociale Zaken en Pensioenen geeft toe dat het ziekenfonds door zijn ontwerp meer armslag krijgt, maar het lid mag ervan op aan dat hij erover zal waken dat deze situatie door de ziekenfondsen niet misbruikt wordt. Zijn enige bedoeling is hiermee de mensen op snelle wijze te helpen, die het nodig hebben. Vanzelfsprekend stemt hij ermee in dat hiervan een evaluatie volgt.

Nog een ander lid vraagt aan de minister of fenomenen als het chronisch vermoeidheidssyndroom in deze regeling passen.

De minister van Sociale Zaken en Pensioenen antwoordt ontkennend. Hij zet uiteen dat er op dit ogenblik wat dat betreft nog onenigheid is over de diagnose en de aangepaste therapieën. Het is niet zozeer een probleem van terugbetalingen. Er moet enkel nog gedefinieerd worden waarvoor deze terugbetalingen moeten dienen. Vanzelfsprekend is dit probleem hem niet ontgaan, en om eraan te verhelpen heeft hij de bedoeling contracten af te sluiten met referentiecentra die de nodige studies zullen uitvoeren om het ziektebeeld duidelijk te omschrijven.

Het amendement nr. 57 wordt verworpen met 7 tegen 3 stemmen.

knoppolitiek.jpg (2653 bytes)