|
Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers Commissie voor Sociale zaken Datum: 28 maart 2001
|
| Bron: http://www.lachambre.be/commissions/cri/50/3/pdf/ic440.pdf
|
|
Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, collega's, vooraleer op de vragen in te gaan, geef ik wat informatie om misverstanden te vermijden. Wanneer u spreekt over invaliden en chronisch zieken en met name verwijst naar artikel 224 en artikel 225, moet toch worden vermeld dat artikel 224 enkel betrekking heeft op de voorwaarden die gelden om inzake verzekerbaarheid in orde te zijn wat betreft ziekte-uitkeringen. Artikel 225 omschrijft inderdaad de problematiek inzake de persoon ten laste. Uit uw vraag leid ik af, naar ik hoop terecht, dat vooral artikel 225 wordt bedoeld en met name het inkomen dat de persoon ten laste nog mag bijverdienen om nog te worden erkend. Dit inkomen is trouwens nu gesteld op maximaal 24.178 frank bruto per maand. Dat is uw punt dus. (...) Wat betreft de medische kosten, zou het mij in het kader van deze vraag te ver voeren om alles op een rij te zetten. Ten eerste is er de verbetering van de bestaande forfaits voor chronisch zieken, in casu de verhoging van het incontinentieforfait van 10.000 naar 15.000 frank en de bredere toekenning van het zorgforfait van 10.000 frank. Ten tweede zijn er de zeer specifieke initiatieven in het kader van de zorgvernieuwing, onder meer inzake pijnbestrijding, diabetes maar ook chronisch vermoeidheidssyndroom. |