- Situering
-----------
Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), wetenschappelijk geduid onder de benaming
'Myalgic Encephalomyelitis' (M.E.), is een uitputtende aandoening die de fysieke
mogelijkheden van de patiënt fel aantast. Soms tast ze de mentale vermogens van de
patiënt aan, wat tot verwardheid, concentratieproblemen en vermoeidheid aanleiding kan
geven. Het CVS kan ook leiden tot diepe depressie.
Het M.E.-syndroom is een vlag die vele ladingen dekt. In wetenschappelijk-medische kringen
bestaat er lang geen eensgezindheid over. De diagnosegroep is moeilijk af te lijnen en het
gaat om een zeer heterogene doelgroep. Elk geval vergt een individuele beoordeling. Vaak
gaat het medisch gezien om een uitsluitingsdiagnose. De diagnose wordt wel eens gesteld na
een virale infectie of bij vage vermoeidheidsklachten.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) heeft in haar zgn. classification of diseases' onder
G. 93.3 de diagnose 'Myalgic Encephalomyelitis' opgenomen. De betrokken
patiëntenverenigingen verstaan hieronder vaak - ten onrechte - het M.E. syndroom. In
feite wordt hieronder, volgens geneesheren-experten ter zake, het postvirale
vermoeidheidssyndroom verstaan en gaat het dus enkel om een subgroep die door de WGO wordt
erkend. Naarmate de wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp talrijker wordt,
verliest de diagnose M.E. aan belang en evolueert de medische literatuur eerder naar een
persoonlijkheidsproblematiek.
Volgens Dr. Van den Wyngaerd (CM-Antwerpen), die hierover een thesis publiceerde, zou het
slechts in 10 à 15% van de gevallen om een echte chronische vermoeidheid gaan. De
betrokken patiëntenvereniging stelt dat België zo'n 15.000 M.E.-patiënten telt. Volgens
Prof. B. VAN HOUDENHOVE (K.U.Leuven) zou het in België gaan om 2.500 tot 10.000 personen
(zie bijlage 1: de PSR-afdeling op Pellenberg). Precieze cijfers zijn er niet. De aard van
het syndroom maakt dat het moeilijk is om er wetenschappelijk onderzoek op te doen, gezien
het over een uitsluitingsdiagnose gaat en men over de oorzaak nog in het duister tast.
Het begin van de aandoening kan langzaam en verraderlijk of acuut zijn, zoals bij griep,
maar is bijna altijd van onbepaalde duur. Zowel mannen als vrouwen worden getroffen. De
meest voorkomende patiënt is een vrouw van middelbare leeftijd. Zo'n 30% van de
patiënten zijn kinderen die veelal lijden aan de ernstige vormen van deze aandoening
- Problemen en knelpunten - aangekondigde beleidsinitiatieven -Wetenschappelijk onderzoek
- Volksgezondheid
Aangezien de oorzaken van de ziekte niet met zekerheid gekend zijn en het ziektebeeld
variabel is, waarbij soms met andere aandoeningen wordt verward, valt het niet gemakkelijk
om de betrokken patiënten te herkennen en hun de status en de zorg te geven waar zij ten
zeerste nood aan hebben. Dit maakt voor hen de zaak alleen nog erger. Het fundamenteel
therapeutisch en epidemiologisch onderzoek vergt tijd. De minister van Volksgezondheid
heeft de Hoge Gezondheidsraad opgedragen om te waken over het bestendig functioneren van
een werkgroep die de wetenschappelijke gegevens ter zake moet verzamelen en samenvatten
alsook de aanbevelingen inzake de opvang van patiënten moet publiceren. De minister van
Volksgezondheid heeft aangekondigd de beschikbare wetenschappelijke informatie te zullen
verzamelen en ze door te spelen aan patiënten en hulpverleners, toegankelijke en
bijgewerkte informatiekanalen op te zetten (vb. website, (vak)persbriefings, opzetten van
een telefoonlijn), de patiëntenverenigingen financieel en logistiek te ondersteunen en
bevoegde referentiestructuren in het leven te roepen om de patiënten zo adequaat mogelijk
op te vangen.
Tot slot wordt ook onderzocht hoe ziekenhuis- of beddenstructuren kunnen voorzien worden
voor de opvang van dergelijke patiënten. Gedacht wordt daarbij aan de oprichting van
referentiecentra om nieuwe (overgangs)situaties het hoofd te kunnen bieden. Verder wordt
onderzocht hoe een aantal erkende bedden toegewezen kunnen worden voor de specifieke
opvang van patiënten die mogelijkerwijs aan het chronisch vermoeidheidssyndroom lijden.
Deze operatie zou budgetneutraal moeten zijn (binnen de bestaande Sp-bedden).
Voordeel van deze denkpiste is wel dat specifieke bekwaming gebundeld wordt en de patiënt
meteen weet waar hij terechtkan voor de aangepaste zorg.
- de initiatieven aangekondigd door de minister van Volksgezondheid zijn niet
gefinaliseerd geworden tijdens de vorige legislatuur.
De minister van Sociale Zaken kondigde recentelijk via de pers een reeks initiatieven aan
voor CVS-patiënten. De aangekondigde initiatieven hebben betrekking op de erkenning en
financiering van referentiecentra voor CVS (in het kader van de regeling voor chronisch
zieken) en een aanpassing van het systeem van ziekte-uitkeringen door de mogelijkheid van
deeltijdse arbeidsongeschiktheid.
Volledigheidshalve dient hier ook het AVR-initiatief van het West-Vlaams liberaal
ziekenfonds aan toe gevoegd te worden dat sinds eind januari 1999 aan CVS-patiënten een
eenmalige jaarlijkse tussenkomst van 10.000 frank terugbetaalt. Dit initiatief is bedoeld
als een stap op weg naar de erkenning van CVS.
- Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit
In de invaliditeitsverzekering blijken nogal wat problematische dossiers te zijn. Dit
houdt verband met het feit dat de adviserend geneesheer van de mutualiteiten niet steeds
bereid is de persoon als invalide te erkennen, eens de periode van primaire
arbeidsongeschiktheid is verstreken. Dit is te verklaren door het feit dat het om een
aandoening gaat, die zeer heterogene verschijningsvormen aanneemt. Het gaat hier echter
veelal, net zoals bij 'normale arbeidsongeschiktheidsdossiers' om gevallen waar de
overgang naar invaliditeit, vanuit medisch oogpunt, niet aangewezen is.
In de wet houdende sociale bepalingen van 22 februari 1998 (B.S., 3 maart 1998) wordt in
artikel 107 de oprichting voorzien van de Technisch-Medische Raad bij de
Uitkeringsverzekering. Deze Raad heeft tot taak advies te verlenen over medische problemen
aangaande de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid. Het behoort eveneens tot de taken
van de voornoemde Raad om algemene richtlijnen voor te stellen om beter de
evaluatieproblemen aangaande arbeidsongeschiktheid op te vangen.
Zorgen voor uniforme richtlijnen bij de evaluatie van het probleem van het chronische
vermoeidheidssyndroom, zou één van de eerste dossiers moeten zijn die deze Raad kan
behandelen. Maar daarvoor is het nodig dat het artikel 107 van voormelde wet uitgevoerd
wordt en de samenstelling van de Raad geregeld wordt.
Op de uitvoering van deze piste heeft de CVP steeds aangedrongen en wel om de volgende
reden. Ons Belgisch systeem van ziekte- en invaliditeitsverzekering hanteert, in
tegenstelling tot andere landen of de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), niet de
erkenning van ziektes of aandoeningen als toepassingscriterium.
Wel wenst de CVP te komen tot een uniforme toepassing van de evaluatiecriteria die
gehanteerd worden bij arbeidsongeschiktheid of invaliditeit. Vandaar het belang van de
Technisch-Medische Raad. De samenstelling ervan is geregeld bij KB van 27 april 1999,
B.S., 11 juni 1999 (zie bijlage 3). De benoeming van de leden moet nog gebeuren door de
minister.
- Ziekteverzekering
In de ziekteverzekering wordt door bepaalde patiënten, die er zeer erg aan toe zijn, het
geneesmiddel 'Ampligen' wel eens gebruikt. Het betreft een zeer duur geneesmiddel, dat
niet terugbetaald wordt. Er bestaat geen wetenschappelijke eenduidigheid over het
therapeutisch nut van dit geneesmiddel.
Verder worden sommige patiënten behandeld in pluridisciplinaire teams die functioneren in
revalidatiecentra, die in het kader van de overeenkomsten met het RIZIV, hiervoor een
tussenkomst krijgen. Pellenberg (UZ - K.U.Leuven) is hier een voorbeeld van.
Vermoed wordt ook dat heel wat patiënten functioneren binnen alternatieve circuits, die
zich buiten het RIZIV bevinden.
Voor het overige is het heel moeilijk om een correct beeld te krijgen van het soort
geneesmiddelen dat door deze groep gebruikt wordt, eens te meer daar het ziektebeeld niet
homogeen is.
- Onderwijs
Zo'n 30% van de patiënten zijn kinderen die veelal lijden aan de ernstige vormen van deze
aandoening. Daarom werd op het CVP-congres gepleit om zowel voor jonge comapatiënten als
voor CVS-patiënten voorzieningen en maatregelen te treffen om hen maximale kansen te
geven op onderwijs en vorming. Aangepaste vormen van geïntegreerd onderwijs dienen te
worden uitgewerkt.
- CVP-werkgroep CVS
Binnen de CVP is tijdens de vorige legislatuur een werkgroep opgestart die het Chronisch
Vermoeidheidssyndroom in al zijn probleemfacetten wil aankaarten bij de bevoegde ministers
en een oplossing wil uitwerken voor dit probleem.
De bijeenkomsten leverde vooreerst een inventaris op van de problemen waarmee
CVS-patiënten geconfronteerd worden. Op het CVP-Congres van 5 en 6 juni 1999 'samenleven,
samen vooruitgaan' werd een actualiteitsmotie ingediend door Jan Van Erps en John Taylor
(zie bijlage 2). Verder werd rond de oprichting van de Technisch-Medische Raad al
verschillende brieven gericht aan minister van Sociale Zaken de Galan tot uitvoering van
art. 107.
Ook kwam dit onderwerp reeds verschillende malen aan bod in de Kamer. Inmiddels is deze
bepaling nader uitgevoerd.
BIJLAGE 1: DE KLINISCHE ACTIVITEIT EN HET WETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK OP DE "PSYCHOSOMATISCHE REVALIDATIEAFDELING" (PSR) VAN HET UZ
PELLENBERG (KU LEUVEN)
PSR is een afdeling die zich in de voorbije 5 jaar gespecialiseerd heeft in een
tweesporige ("psycho-somatische") herstelbegeleiding van patiënten met
chronische, invaliderende
klachten in het musculoskeletaal systeem - vooral chronische pijn en chronische moeheid.
De meeste patiënten hebben als diagnose: "chronisch vermoeidheidssyndroom"
(CVS) en/of "fibromyalgie" (FM).
De basisfilosofie van de afdeling bestaat erin:
1) deze patiënten te helpen hun problematiek in een breed, biopsychosociaal perspectief
te plaatsen; en
2) hen te motiveren tot zelfwerkzaamheid, meer bepaald te werken aan het optimaliseren van
hun functioneren (fysiek, familiaal, sociaal, professioneel...) en hun levenskwaliteit -
binnen de aanwezige beperkingen.
Om deze doelstellingen te bereiken, worden zowel fysieke revalidatiestrategieën als het
hele arsenaal van psychiatrische en psychotherapeutische middelen aangewend. De afdeling
staat onder de medische leiding van een psychiater-revalidatiearts, en er is een
multidisciplinaire samenwerking met artsen Fysische geneeskunde, Inwendige Ziekten,
Pijnkliniek, Reumatologie en Orthopedie.
Concreet biedt de afdeling aan:
1) een hospitalisatie-setting (30 D-bedden) die een voorbereidend programma en twee
therapeutische programma's omvat;
2) een dagkliniek- setting die een ambulant programma en een follow-up programma omvat.
Gedurende de voorbije 5 jaren heeft de afdeling een continue 100% bezetting gekend. Er is
een hoge mate van patiëntentevredenheid - zoals uit een enquête in 1995 is gebleken. De
afdeling heeft in toenemende mate een specifieke profilering naar externe verwijzers toe
opgebouwd, wat onder meer blijkt uit de trans-regionale herkomst van de patiënten.
BIJLAGE 2: ACTUALITEITSMOTIE JAN VAN ERPS EN JOHN TAYLOR
Zonder vooruit te willen lopen op de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek dat op
gang komt in de verschillende centra ter wereld en poogt meer klaarheid te brengen in de
omschrijving, oorzaken, diagnose en behandeling van het Chronisch Vermoeidheidssyndroom
(CVS), vinden de Vlaamse Christen-democraten dat patiënten bij wie deze diagnose gesteld
werd alleszins nu reeds recht hebben op een menswaardige bejegening en opvang.
1. De Vlaamse Christen-democraten vragen dan ook niet alleen dat dringend meer middelen
ter beschikking gesteld worden van het wetenschappelijk onderzoek i.v.m. CVS.
2. Zij dringen bovendien aan op een spoedige installatie van de Medisch-technische Raad
bij de Dienst Uitkeringen van het RIZIV. Deze Raad, werd bij de laatste sociale
programmawet (februari 1998) opgericht om uniforme standaarden en procedures vast te
leggen voor de evaluatie van de arbeidsongeschiktheid. De Vlaamse Christen-democraten
vragen dat deze raad het CVS als één van de eerste aandoening op de agenda zou opnemen.
3. Voorts willen de Vlaamse Christen-democraten pleiten voor de erkenning van specifieke
referentiecentra voor opvang en begeleiding van CVS-patiënten en hun familie. Deze centra
moeten de nodige middelen krijgen voor onderzoek en behandeling.
4. Om de integratie in het arbeidsproces van deze en andere patiënten van chronische
aandoeningen zo lang mogelijk toe te laten, willen de Vlaamse Christen-democraten een lans
breken voor een uitbreiding van de deeltijdse arbeidsongeschiktheid.
Bovendien is er een dringende behoefte aan breed toegankelijke informatie i.v.m. CVS voor
patiënten, familieleden en zorgverstrekkers.
BIJLAGE 3: KB van 27 april 1999, B.S., 11 juni 1999 houdende samenstelling van de
Technische medische rad bij de Dienst voor uitkeringen van het RIZIV
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
27 APRIL 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging, wat de Technisch medische raad van de
Dienst voor uitkeringen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering
betreft, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op
14 juli 1994
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14
juli 1994, inzonderheid op artikel 85, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998;
Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoordineerd op 14
juli 1994, inzonderheid op titel III, hoofdstuk I;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen van het
Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, uitgebracht op 20 mei 1998;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij:
Artikel 1. Een afdeling IV, luidend als volgt, wordt ingevoegd in hoofdstuk I van titel
III van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14
juli 1994:
"Afdeling IV
Technisch medische raad.
Art. 198bis. De krachtens artikel 85 van de gecoördineerde wet bij de Dienst voor
uitkeringen ingestelde Technisch medische raad is samengesteld:
1- uit zeven werkende en zeven plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in
dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de faculteiten
geneeskunde van een universiteit opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde
gemeenschap; elke universiteit heeft recht op één mandaat van werkend lid en één
mandaat van plaatsvervangend lid;
2- uit acht werkende en acht plaatsvervangende leden, geneesheren, gekozen uit de
kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen
door de verzekeringsinstellingen; om de vertegenwoordiging van de verzekeringsinstellingen
vast te stellen wordt rekening gehouden met hun respectieve ledentallen, waarbij elke
verzekeringsinstelling recht heeft op ten minste één mandaat van werkend lid en één
mandaat van plaatsvervangend lid;
3- uit vier leden, ambtenaren bij de Dienst voor uitkeringen, waarvan minstens de helft
geneesheren zijn;
4- uit twee leden, geneesheren, ambtenaren bij de Dienst voor geneeskundige controle;
5- uit drie werkende en drie plaatsvervangende leden gekozen uit de kandidaten die in
dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de
representatieve organisaties van de werkgevers;
6- uit drie werkende en drie plaatsvervangende leden gekozen uit de kandidaten die in
dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de
representatieve organisaties van de werknemers.
De leden voorgedragen door de representatieve organisaties van de werkgevers en de leden
voorgedragen door de representatieve organisaties van de werknemers zetelen met
raadgevende stem.
De voorzitter wordt door de Koning benoemd uit de leden van de raad.
De Leidend ambtenaar van de dienst voor uitkeringen woont rechtens de vergaderingen van de
raad bij.
Het secretariaat van de raad wordt waargenomen door een personeelslid van de Dienst voor
uitkeringen aangeduid door de Leidend ambtenaar van deze Dienst.
Art. 198ter. De leden van de raad worden benoemd voor zes jaar. Het mandaat van de
uittredende leden kan worden hernieuwd.
Binnen drie maanden wordt in de vervanging voorzien van ieder lid dat, vóór de normale
afloopdatum van zijn mandaat, geen deel meer uitmaakt van de Technisch medische raad. Het
aldus benoemd nieuwe lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.
Art. 198quater. Een plaatsvervangend lid heeft enkel zitting bij afwezigheid van een
werkend lid.
Wanneer de voorzitter verhinderd is, wordt hij vervangen door een ondervoorzitter, die
door de Koning wordt benoemd uit de leden van de raad.
Art. 198quinquies. De raad wordt in vergadering bijeengeroepen door zijn voorzitter,
hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van het Beheerscomité van de Dienst voor
uitkeringen, hetzij op vraag van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, welke
schriftelijk wordt gedaan en het onderwerp van de vergadering vermeldt; de bijeenroeping
vermeldt in elk geval het onderwerp van de vergadering.
De raad houdt deugdelijk zitting indien ten minste de helft van de leden, bedoeld in
artikel 198bis, eerste lid, 1- tot 4-, aanwezig zijn.
Art. 198sexies. De adviezen die door de Technisch medische raad worden uitgebracht, in het
raam van de hem in artikel 85, eerste lid, 1- en 3- van de gecoördineerde wet
toevertrouwde taken, worden door zijn voorzitter meegedeeld aan het Beheerscomité van de
Dienst voor uitkeringen en aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit.
De adviezen die door de Technisch medische raad worden uitgebracht, in het raam van de hem
in artikel 85, eerste lid, 2- van de gecoördineerde wet toevertrouwde taken, worden aan
de Geneeskundige raad voor invaliditeit meegedeeld.
Art. 198septies. De raad stelt zijn huishoudelijk reglement op.".
Art. 2. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
|