Vraag nr. 496 van de heer Hugo Philtjens van 12 juni 2002 (N.) :
Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). - Referentiecentra.
Uit diverse vragen en interpellaties van collega's leid ik af dat u reeds heel wat initiatieven heeft genomen
voor patiënten die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).
Hierin zit tevens het oprichten van referentiecentra en dit is een hele grote stap in de goede richting.
1.
- Is het juist dat er maar 100 patiënten per jaar toegelaten worden per centrum?
- Zo ja, wat gebeurt er dan met de andere patiënten, rekening houdend met het veel grotere aantal CVSpatiënten?
2. Is het juist dat alleen degenen die in een referentiecentrum in behandeling zijn zouden erkend
worden?
3. Welke initiatieven overweegt u in de toekomst te nemen voor mensen die al vele jaren ziek zijn en dus
niet in aanmerking komen voor een opname in een referentiecentrum ?
Antwoord: Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.
1.
- Neen, het aantal patiënten dat een chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)-referentiecentrum
jaarlijks kan behandelen is afhankelijk van de grootte van de zorgverlenersequipe van dat centrum
en van de duur dat de patiënten in dat centrum behandeld worden. Dit aantal bedraagt tot
nu toe steeds meer dan 100.
- De CVS-referentiecentra situeren zich binnen de derde lijn van zorgverlening in ons land. De
CVSpatiënten kunnen eveneens terecht bij de eerste- en tweedelijns zorgverleners.
De RIZIV-overeenkomst dicht de CVS-referentiecentra een prominente rol toe inzake de vorming
en de ondersteuning van deze laatste zorgverleners.
2. Het RIZIV erkent geen ziektes en kan dan ook geen dergelijke machtiging verlenen aan de
CVS referentiecentra waarmee het een overeenkomst heeft afgesloten.
3. De overeenkomst met de CVS-referentiecentra voorzien geen uitsluitingen en zeker niet van de zwaarste
patiënten, in zoverre zelfs dat via een systeem van peerreview tussen de verschillende geconventioneerde
centra en de medische directeurs van de verzekeringsinstellingen zal worden toegezien welke
patiënten de diagnose wordt bevestigd, en welke patiënten uiteindelijk in revalidatie worden genomen met welk
resultaat.
|