II. Syntheseverslag van de werkgroep "therapie"

Bron : Ministerie Volksgezondheid - BelgiŽ
Datum: Juli 2000
&
ME-platform & CVSVlaanderen mailgroep 

12 januari 2001

 

In dit verslag wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  1. Therapeutische modaliteiten waarvan de effecten via gecontroleerde outcome-studie's in internationale wetenschappelijke vakbladen zijn gepubliceerd, en
  2. therapeutische aanbevelingen die de deelnemers van de werkgroep menen te kunnen formuleren op basis van hun eigen klinische ervaring, en waarover een consensus kon worden bereikt.

 

1. WETENSCHAPPELIJKE BEVINDINGEN


De volgende strategieŽn werden tot nog toe ondersteund door gecontroleerd onderzoek:

  • behandeling met essentiele vetzuren (efamol) (Behan et al, 1990);
  • behandeling met magnesium (Cox et al, 1991);
  • behandeling met ampligen (Strayer et al, 1994);
  • cognitieve gedragstherapie (Sharpe et al, 1996; Deale et al, 1997, Chalder et al, 1997);
  • progressieve fysieke revalidatie (Fulcher & White, 1997; Wearden et al, 1998);
  • behandeling met hydrocortisone (Cleare et at 1999);
  • behandeling met antidepressiva (Wearden et al, 1998).

Bemerkingen:

  • in sommige studies waren de proefpersonen niet gerandomiseerd (o.m. de ampligen-studie van Strayer et al, 1994);
  • de studies van Sharpe et al (1996) en Deale et al (1997) over cognitieve gedragstherapie, en de studie van Fulcher & White (1997) en Wearden et al (1998) over fysieke revalidatie waren wel gerandomiseerd;
  • geen enkele van de genoemde studies kan uitsluitsel geven over positieve lange-termijn-effecten;
  • m.b.t. cognitieve gedragstherapie, cortisonebehandeling en behandeling met antidepressiva werden ook negatieve resultaten behaald in gecontroleerde studies Lloyd et al, 1993; Mckenzie et al, 1998; Vercoulen et al, 1996);
  • m.b.t. fibromyalgie werden zowel positieve als negatieve resultaten behaald met cognitieve gedragstherapie (Goldenberg et al, 1994; Vlaeyen et al, 1996); progressieve fysieke revalidatie (Wigers et al, 1996; Burckhardt et al, 1994); en antidepressiva (Goldenberg et al, 1996; Norregaard et al, 1995).

 

2. THERAPEUTISCHE AANBEVELINGEN

  1. Er dient niet gewacht te worden op een beter begrijpen van van de pathofysiologie van CVS, noch op de precieze aflijning van mogelijke subgroepen, noch op de resultaten van verdere therapeutische trials om nu reeds daadwerkelijke hulp te bieden aan de getroffen patiŽnten.

  2. Deze hulp is op dit moment het beste realiseerbaar als de CVS patiŽnt vanuit een breed biopsychosociaal perspectief wordt benaderd, de hulpverlening pluridisciplinair wordt georganiseerd, en de doelstellingen op realistische wijze worden aangepast aan de mogelijkheden en beperkingen van elke patiŽnt.

  3. Volgens de actueel geldende regels van "evidence base medicine" kan een therapie pas als effectief worden beschouwd wanneer minimum twee gerandomiseerde klinische trials positief zijn uitgevallen; dit is op dit moment (januari 2000) enkel het geval voor cognitieve gedragstherapie en fysieke revalidatie.

  4. Naast de hogergenoemde therapeutische strategieŽn met bewezen (korte-tot middellange termijn) effectiviteit, zijn er een aantal behandelingsmethoden die in de klinische praktijk waardevol zijn gebleken: psycho-educatie; behandeling van psychiatrische comorbiditeit (o.m. via antidepressiva); en diverse andere vormen van verbale en non-verbale psychotherapie (al dan niet gecombineerd in een puridisciplinair behandelingspakket).

  5. De huisarts is de aangewezen hulpverlener voor patiŽnten die - bv. na een doorgemaakte virale infectie - in een subchronisch stadium verkeren. Via een adequaat somatisch onderzoek, een korte psychosociale screening (bv. om dysfunctionele attributies, inadequate coping of dreigende psychiatrische verwikkelingen op te sporen), nuttige informatie en advies (o.m. rond het belang van progressief heropnemen van activiteit) kan het risico op een chronische evolutie worden beperkt.

  6. PatiŽnten met persisterende vermoeidheids- en pijnklachten die gepaard gaan met uitgesproken psychiatrische comorbiditeit, of kaderen in een ernstige psychotraumatische voorgeschiedenis of persoonlijkheidsproblematiek dienen gemotiveerd te worden om psychiatrische hulp te zoeken.

  7. PatiŽnten die zijn vastgeraakt in fysieke en psychosociale "neerwaartse spiralen" met ernstige invalidering en chronisch ziektegedrag als gevolg (bv. door chronische slaapstoornissen, secundaire depressie en angst, voortschrijdende fysieke deconditionering, professionele en medicolegale complicaties...) kunnen geholpen worden in een gespecialiseerd centrum waar een pluridisciplinaire benadering kan worden toegepast.

  8. Het medisch corps en de media dienen op de hoogte te worden gebracht van de hogerbeschreven therapeutische mogelijkheden en beperkingen; uitspraken of suggesties m.b.t. een "catastrofische" prognose van CVS kunnen patiŽnten veel schade berokkenen en dienen te worden vermeden.

  9. Er dient meer aandacht te worden besteed aan de preventie van CVS, zowel bij volwassenen als bij kinderen (o.m. op het vak van chronische slaapstoornissen); hiertoe is adequate voorlichting en bijscholing van huisartsen noodzakelijk.

  10. De Sociale Zekerheid dient voldoende financiŽle middelen te voorzien voor centra die zich specializeren in de hogerbeschreven, revalidatiegerichte therapeutische strategieŽn; bovendien zouden "incentives" moeten worden voorzien voor CVS-patiŽnten die bereid zijn zich hierin te engageren.


REFERENTIES


Wessely S. Hotopf M, Shame M. Chronic Fatigue and its Syndromes.
Oxford University Press, Oxford, 1998.

Barsky AJ, Borus JF. Functional somatic syndromes.
Annals of Internal Medicine, 1999; 130: 910-921.

Neerinckx E. Multidimensional Analysis of Chronic Fatigue and Fibromyalgia Syndrome. PhD Thesis. Faculteit Lichamelijke Opleiding en Kinesitherapie, KU Leuven, 1999.



B. Van Houdenhove (verslaggever)


verslag betreffende de consensus van de subgroepen, "therapie" en " Diagnose"

aanbeveling betreffende de medisch-Sociale, economische en juridische aspecten

Syntheseverslag van de werkgroep "therapie"

Dr. ir. L. J. Lambrecht t.a.v.: Secretariaat Hoge Gezondheidsraad - Onderafdeling 1 -2 "Psycho-sociale aspecten van ziekten"

 

knoppolitiek.jpg (2653 bytes)