Bron: http://www.me-cvs.in.nl/

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU

HOGE GEZONDHEIDSRAAD ONDERAFDELING I.2  "PSYCHOSOCIALE ASPECTEN VAN ZIEKTEN"

 

VERSLAG BETREFFENDE DE CONSENSUS VAN DE SUBGROEPEN " THERAPIE " EN " DIAGNOSE " VAN HET CHRONISCH VERMOEIDHEID SYNDROOM

Juli 2000

 

INHOUDSTAFEL

I. MEDISCHE EN ADMINISTRATIEVE PROBLEMEN GETROFFEN DOOR DE PATIňNTEN MET SYNDROOM VAN CHRONISCHE VERMOEIDHEID EN SYNDROOM VAN FIBROMYALGIE 

I.1. BELANG VAN DE KOSTEN VOOR DE GEZONDHEIDSZORG VOOR DE PATIňNT (EN ZIJN FAMILIE)
I.2. INSTABILITEIT VAN HET SOCIALE STATUUT VOOR DE PATIňNT
I.3. GEBREK AAN WAARDERING DOOR HET GENEESHERENKORPS 
I.4. OP HET NIVEAU VAN DE WERKGEVER

II. VOORSTELLEN EN AANBEVELINGEN 

II.1 OPRICHTING VAN REFERENTIECENTRA

  1. Uitwerking van overeenkomsten met het RIZIV, betreffende 
  2. Decentralisatie van de referentiecentra 
  3. Samenstelling van de referentiecentra 
  4. Overeenkomst RIZIV 
  5. Pro-actieve benadering van de referentiecentra 
  6. Samenhang en convergentie van het systeem voor de werkhervatting en de RIZIV-normen met de pro-actieve behandeling.
  7. Bevordering van een meer operationele definitie van de arbeidsongeschiktheid en van de mogelijke resocialisering op professioneel vlak 
  8. Omvang van de maatschappelijke hulp aan patiŽnten 
  9. Bijeenbrengen van de gegevens van de referentiecentra 
  10. Sensibilisatie van het geneesherenkorps 
  11. Sensibilisatie van de onderzoekers, de maatschappelijke acteurs en het grote publiek
  12. De experts onderstrepen het belang van een globalisatie van het syndroom van chronische vermoeidheid met de andere types chronische pathologie.

II.2. VOORSTELLEN TEN OPZICHTE VAN DE SOCIALE EN ECONOMISCHE PROBLEMEN VAN DEZE PATIňNTEN.
II.3. TE ONTWIKKELEN BEDENKINGSRICHTINGEN IN VERBAND MET HET HANDHAVEN OF DE RESOCIALISERING VAN DEZE PATIňNTEN. 
II.4. OP HET VLAK VAN DE SYSTEMEN VAN GEZONDHEIDSZORG :
II.5. OP HET NIVEAU VAN DE CONTROLERENDE GENEESHEREN 
II.6. BEDENKINGEN INZAKE VOLKSGEZONDHEID 

III. BIJLAGEN 14


Tijdens het eerste trimester van het jaar 1999, heeft de Hoge Gezondheidsraad, binnen zijn 
afdeling 1 Beschavingsziektes (onder voorzitterschap van: Prof. I. Pelc), een werkgroep opgericht van experts op het vlak van het Chronisch Vermoeidheid Syndroom. Het benoemen van 
Prof. B.FISCHLER tot voorzitter van de onderafdeling 1.2 Psycho-sociale factoren van de somatische aandoeningen, heeft een nieuwe dynamiek gegeven aan de bezorgdheid die het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, al geruime tijd te kennen geeft in verband met het Chronisch Vermoeidheid Syndroom.


Drie hoofdlijnen werden geschetst:

  • Er moet een breed debat komen dat zou moeten uitmonden in een vorm van medische en juridische erkenning van het syndroom en waarvan de grote lijnen nader zouden moeten worden bepaald.
  • Een website moet worden opgemaakt met informatie bestemd voor de artsen. 
  • Alle gegevens met betrekking tot het syndroom moeten kunnen verzameld en gestructureerd worden.

In een eerste fase en parallel met het denkwerk binnen de verschillende subgroepen, hebben de experts zich gericht op het definiŽren van de medische en socio-juridische problemen van de patiŽnten die lijden aan het Chronisch Vermoeidheid Syndroom. Ze hebben voorstellen en aanbevelingen geformuleerd die het onderwerp waren van een voorafgaandelijk rapport. De experts benadrukken dat het ontdekken en het behandelen van chronische vermoeidheid specifiek zijn voor dat syndroom maar dat daartegenover de socio-economische en juridische problemen van de patiŽnten die lijden aan een chronische ziekte dezelfde zijn.

Ondanks hun uiteenlopende meningen hebben de leden van de groep experts "Chronische Vermoeidheid Syndroom" van de HGR zich toegelegd op het bereiken van een consensus rond de diagnosestelling van het syndroom en de therapie. Deze uiteenlopende meningen geven de complexiteit weer van een diagnosestelling en een ziektebehandeling. Ze vormen echter geen belemmering voor het definiŽren van diagnosestelling en ziektebehandeling. Ze laten inderdaad toe dat de experts, buiten hun tegenstellingen om, een hele reeks stappen kunnen ondernemen in de diagnose en de behandeling, waarover zeker eensgezindheid bestaat.

Het betreft hier dus een synthesedocument dat alle elementen opneemt over dewelke een consensus is bereikt tussen de experts. Dit document behandelt dus specifiek de kwestie van de diagnosestelling en de therapie en geeft de elementen weer waarover een consensus tussen de experts is bereikt.

 

I. Syntheseverslag van de subgroep " diagnose " van het Chronisch Vermoeidheid Syndroom

Tekst van B. VELKENIERS, P. LINKOWSKI, G. MOORKENS, G. VERDONK en J. STERNON

.

I. Inleiding

Het Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS) werd door het CDC gedefinieerd als een geheel van symptomen die zich uiten door aanhoudend fysische en mentale uitputting gedurende meer dan  6 maanden. Geen enkel van de ontdekte symptomen is specifiek, een aantal ervan komt voor in verschillende aandoeningen, en enkele symptomen zoals dyssomnie, mnestische- en concentratieproblemen, myalgie en vermoeidheid, komen vaak voor tijdens een depressie.
Het is dan ook logisch zich de vraag te stellen of er in deze pathologie geen objectieve biologische tekens zijn die het mogelijk maken andere aandoeningen te ontdekken relatief aan chronische uitputting.
Het associŽren van het CVS met immunologische stigma's van virale infectie, somatische stoornissen en belangrijke depressies, heeft geleid tot het ontwikkelen van tegenstrijdige paradigma's die het onderwerp blijven van felle debatten.
Enerzijds, hebben we een model van "immuniteitstoornis" ontdekt waarbij het syndroom beschouwd wordt als de uiting van een abnormale anti-virale reactie die heeft geleid tot een deregulatie in de cytokineproductie.
Anderzijds, stelt het cognitief gedragsmodel dat de patiŽnten hun chronische vermoeidheid toekennen aan een fysische oorzaak en ervan overtuigd zijn dat hun toestand zal verergeren als ze beweging nemen. Sommige van de CVS-symptomen , zoals, "aantasting van het mnestisch vermogen, niet-verkwikkende slaap en vermoeidheid" suggereren een aantasting van het centraal zenuwsysteem. Andere symptomen "spier-, gewrichts- en hoofdpijn, keelpijn en het onwel worden na beweging" kunnen wijzen op een drempelverlaging van het centraal waarnemen van pijnen of op een extracerebrale pathologie. Geen enkele van deze hypothesen kan voor het ogenblik steunen op voldoende bewijzen.

Chronische vermoeidheid treft alle socio-economische-, ras- en ethnische groepen. Het is een dure aangelegenheid in termen van arbeidsongeschiktheid, hospitalisatie, "diagnose en therapeutische procedures". Tot op vandaag beschikken we over geen enkel klinisch of biochemische aanwijzing noch over een genezende behandeling. Het medisch korps reageert soms sceptisch, is vaak slecht geÔnformeerd en altijd ontevreden op het vlak van diagnose en therapie (uitsluitingsdiagnose). Ondanks de heterogeniteit van de klinische presentaties, kan men nochtans de diagnose inroepen door criteria naast elkaar te stellen die kenbaar worden gemaakt door een strenge anamnese gericht op een volledig klinisch onderzoek en aanvullende doordachte onderzoeken die uitgevoerd worden in verschillende stappen. Hoe het ook zij, de diagnosestrategie moet in een eerste fase een duidelijke, onderliggende of neuropsychiatrische organische pathologie uitsluiten en de diagnose van CVS ondersteunen. Het is zeer wenselijk een diagnose vroegtijdig vast te stellen om zo de stap naar chroniciteit met het risico op een zware invaliditeit te voorkomen.



II. Diagnosetaak van de arts

Eerste fase : Een volledig en gerichte anamnese die volgende punten inhoudt:

  • De precieze evaluatie van de toestand van fysiche vermoeidheid (futloosheid, spierkrachtverlies)
  • De duur (langer dan 6 maanden in het geval van CVS)
  • De ernstigheid volgens de graad van onbekwaamheid om de dagelijkse
  • taken te vervullen in vergelijking met het recent verleden.
  • De gevolgen van een niet-verkwikkende slaap
  • De gevolgen van fysieke inspanningen, die heel zwaar uitvallen.
  • De precieze evaluatie van de toestand van mentale uitputting en van de gedragstoornissen
  • Gebrek aan motivatie
  • Gebrek aan dynamisme
  • Geheugen -en concentratieverlies
  • Weerslag op professioneel, sociaal, familiaal en educatief vlak
  • Verwarring, prikkelbaarheid, depressies, zelfmoordgedachten
  • Slaapstoornissen: hypersomnie, insomnie
  • Aandacht voor
  • Bijkomende klachten

Polyalgisch syndroom : spier-, gewrichts en hoofdpijn, onrust, spijsverteringsproblemen (epistalgieŽn, spastisch colon), urineklachten (in het eventuele geval van MS)

  • Eventuele factoren die symptomen kunnen ontketenen
  • Besmettelijke, virale of bacteriŽle pathologische antecedenten 

Hepatitis B en/of C
HIV-MNI besmetting - "virale pharyngitis"- CMV
Borreliose (Lyme disease)
Brucellose - toxoplasmose

  • Een medicamenteuse enquÍte
  • Een toxicologische enquÍte: alcohol, drugs, tabak
  • De anamnese in familiaal verband


Tweede fase : klinisch onderzoek

  1. Onderzoek naar aanwijzingen en/of parenchymatische aandoeningen die wijzen op een gebrekkig organisch (neurologisch/locomotrisch), besmettelijk, parenchymatisch, endocrien, toxische pathologie.

  2. Onderzoek naar suggestieve tekens van CVS

       - voorafgaande axillaire halsklierontsteking
       - een niet exsudatieve pharyngitis
       - stekende pijn (render points)

  3. Cognitieve test (MMS): uitsluiting van het begin van de ziekte van Alzheimer.

 

Derde fase : Aanvullende onderzoeken

Aanvullende onderzoeken, doordacht in tijd, naargelang van het patiŽntenprofiel en de relatieve frequentie van de pathologieŽn om organische pathologieŽn te kunnen uitsluiten.

1. Klinische biologie:

Volledig hematologisch onderzoek

Ferritine
Creatinine
Ionogram (met inbegrip van Ca - P - Mg)
Glycemie
Leverenzymen
Eiwitspectrum
CRP en FAN
THS, cortisonurie/ 24 u.
Besmettelijke serologieŽn: hepathitis B en C, syfilis, Borrelia, ricketsia, chlamydia (in geval van klinisch vermoeden).

2. Beelden

Een radiografie van de thorax
Een ECG en bij anomalieŽn een echocardiografie
Een echografie 

PS : De plaats van de RNAse L-assay van de immunotypering en van de PCR is nog niet bepaald. Deze technieken moeten worden beschouwd als werktuigen bestemd voor onderzoek.

3. Polysomnografisch onderzoek en neuro-psychiatrisch onderzoek

3.1 De primaire en/of secundaire psychiatrische syndromen dienen in acht te worden genomen en behandeld zonder het vervolg van het diagnose-onderzoek uit te sluiten. Die zal moeten verwezenlijkt worden in functie van de elementen van een volledig en gerichte anamnese. 
Doel: het uitsluiten van primaire en chronische slaapstoornissen, hoofddepressie, schizofrenie, kunstmatige pathologie, psychopathologische stoornissen en andere.

3.2 Neuro-beelden: momenteel is het onderzoek naar het nut van gesofistikeerde neuro-beelden om de diagnose van CVS te stellen, in volle expansie: RMN, positron emission tomography (PET) en single proton emission computed tomography (SPECT).
Voor SPECT is er veel belangstelling want via SPECT zou men bepaalde veranderingen kunnen aantonen ter hoogte van het centraal systeem. De betekenis van de waargenomen veranderingen door SPECT blijft echter onverklaard.
Bovendien bevestigt deze (dure) techniek de specifieke diagnose van CVS niet. Tot op vandaag zijn hersenbeelden verantwoord: de uitsluiting van multiple sclerose bij klinisch vermoeden.

Recente referenties (> 1997)

Leclef H, Janne P, Zdanowicz, Lejeune D, Reynaert C : Etats dťpressifs et syndrome de fatique chronique. Old wine in a new bottle ? Louvain Med 1997 ; 116 : 43-54

Terman M, Levine SM, Terman JS, Doherty S : Chronic fatique syndrome and seasonal affective disorder : comorbidity, diagnostic overlap, and implications for treatment. Am J Med 1998 : 105 (3Aŗ) : 115S-124S

Lee P : Recent developments in chronic fatigue syndrome. AM J Med 1998 : 105 (3A) : 1 S

Levine PH : What we know about chornic fatigue syndrome and its relevance to the practicing physician. Am J Med 1998 : 105 (3A) : 100S-103S

Plioplys AV: Plioplys S : Meeting the frustations of chronic fatique syndrome. Hospital Practice 1997 ; June 15 : 147-166

Komaroff AL, Fagioli LR, Geiger AM, Doolittle TH , Lee j et al : An examination of the working case definition of chronic fatigue syndrome. Am J Med 1996 ; 100 : 56-64

Hamilos DL, Nutter D, Gershtenson J, Redmon DP, Di Clementi JD et al : Core body temperature is normal in chronic fatigue syndrome. Biol Psychiatry 1998 : 43 : 293-302.

Kamoroff AL. The Biology of Chronic Fatigue Syndrome. Am J Med Feb 2000 ; 108 : 169-171

Manu. Chronic Fatigue Syndrome : The Fundamentals still apply. Am J Med Feb 2000 ; 108 : 172-173. 



II. Syntheseverslag van de werkgroep "therapie" 


III. Bijlagen

BIJLAGE 1 : structuur van de werkgroepen
BIJLAGE 2 : Lijst van de deelnemers

de aanbeveling betreffende de medisch-Sociale, economische en juridische aspecten

Verslag betreffende de consensus van de subgroepen "therapie" en "diagnose"

Syntheseverslag van de werkgroep "therapie"

Dr. ir. L. J. Lambrecht t.a.v.: Secretariaat Hoge Gezondheidsraad - Onderafdeling 1 -2 "Psycho-sociale aspecten van ziekten"

knoppolitiek.jpg (2653 bytes)