![]() |
24 maart 1998 |
| Aan de minister van Sociale Zaken
Betreft: Uitvoering van artikel 107 van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen, B.S., 3 maart 1998.
Mevrouw de Minister,
Het chronisch vermoeidheidssyndroom is een chronische aandoening waarover blijkbaar nog geen eensgezindheid bestaat op het medisch vlak. Zo wordt deze aandoening door sommige Gewestelijke Commissies van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit wel aanvaard als arbeidsongeschiktheid, terwijl andere Gewestelijke Commissies dat weigeren. In artikel 107 van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen wordt bij de dienst Uitkeringen in het RIZIV een Technische Medische Raad ingesteld die tot taak heeft advies te verlenen over medische problemen aangaande de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid. Het behoort eveneens tot de taken van de voornoemde Raad om algemene richtlijnen voor te stellen om beter de evaluatieproblemen aangaande arbeidsongeschiktheid op te vangen. Met het oog op meer eenvormigheid in de evaluatie van het probleem van het chronische vermoeidheidssyndroom, dring ik ten zeerste aan op een spoedige publicatie van het uitvoeringsKB dat de samenstelling en de werkingsregelen van deze Raad bepaalt. Ik zou het op prijs stellen per kerende de huidige stand van het dossier te vernemen alsmede de vooruitzichten inzake de voorziene timing.
Met oprechte dank, Dokter Jan Van Erps |