|
VRAGEN VAN DE LEDEN EN ANTWOORDEN VAN DE MINISTERS
A. Vragen waarop werd geantwoord binnen de reglementaire
termijn (Regl. art. 80, 3 en 4)
Vraag nr. 29 van 29 september 1995
van de heer PAUL VAN GREMBERGEN
ME - Erkenning en stand wetenschappelijk onderzoek
In het decreet van 27 juni 1990 betreffende de oprichting van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap
(VFSIPH), wordt onder handicap het volgende verstaan: "elke langdurige en
belangrijke beperking van de kansen tot sociale integratie van de persoon ten gevolge van een aantasting van de mentale, psychische, lichamelijke of
zintuiglijke mogelijkheden".
Mensen die lijden aan de chronische ziekte ME ondervinden vaak en/of op bepaalde tijdstippen ernstige beperkingen van hun bekwaamheid om
arbeidsprestaties te leveren. Fysieke inzinkingen doen zich permanent of geregeld voor. Bij langdurige concentratie hebben
patiënten dikwijls problemen. De kwaal oefent een nefaste invloed uit op de fysieke en
intellectuele mogelijkheden.
Op dit ogenblik is er in ons land nog weinig of geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar deze ziekte, laat staan dat een
efficiënte therapie werd uitgewerkt. De wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering
loopt evenzeer achter, onder meer inzake de erkenning als invalide.
-
Wat is de stand van het wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot
ME ? Zijn er opdrachten gegeven, zo ja welke en aan wie ?
-
Vallen personen die lijden aan ME onder toepassing van het decreet van
27 juni 1990? Zoniet, heeft de minister dan al maatregelen genomen om het toepassingsgebied uit te breiden ?
N.B.: Deze vraag werd eveneens gesteld aan de heer Luc Martens, Vlaams
minister van Cultuur, Gezin en Welzijn.
Antwoord
Het antwoord op bovenvermelde vraag behoort tot de bevoegdheid van de heer Luc
Martens, Vlaams minister van Cultuur, Welzijn en Gezin, aan wie deze
vraag eveneens werd gesteld.
|