VLAAMS PARLEMENT
MAATSCHAPPELIJKE BELEIDSNOTA
MILIEU EN GEZONDHEID

6 juni 2001
Zitting 2000-2001

Stuk 740 (2000-2001) - Nr. 1

Bron:  http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2000-2001/g740-1.pdf 

 

(...)

I . AANBEVELINGEN VAN DE COMMISSIE AD HOC MILIEU EN GEZONDHEID

  1. Eindrapport van het onderzoek Milieu en Gezondheid, ontwikkeling van een concept voor de opvolging en risico-evaluatie van blootstelling aan leefmilieupolluenten en hun effecten op de volksgezondheid in Vlaanderen, door KUL, VITO, RUG, PIH en UA in opdracht van deVlaamse regering, Algemene Koepeltekst, 2 november 2000 (zie website van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap)
  2. In de periode 1992-1997 is in het centrum van Antwerpen de prevalentie van astma bij volwassenen met ongeveer 30 percent gestegen. Astma en andere  aandoeningen van de luchtwegen (hoesten, reutelen, enz.) komen ook meer en meer voor bij (jonge) kinderen, zelfs bij baby's;
  3. Volgens een extrapolatie van een buitenlandse studie vallen er in ons land jaarlijks 6000 doden ten gevolge van luchtverontreiniging. Voor de helft hiervan is het verkeer verantwoordelijk
  4. Zowat 15 percent van alle paren heeft momenteel een vruchtbaarheidsprobleem. Dat is tweemaal zoveel als twintig jaar geleden. In dezelfde periode is het percentage mannen met een spermakwaliteit die als 'zo goed als onvruchtbaar' moet worden beschouwd, gestegen van 1,6 naar 9 percent 
  5. Op tien jaar tijd is er een duidelijke toename van het aantal gevallen  van het CHRONISCH VERMOEDHEIDSSYNDROOM (CVS) (van 13.000 in 1990 tot  ongeveer 40.000 nu). Er zijn ook hot spots die overeenstemmen met plaatsen met verhoogde verontreiniging (zware metalen, pentachloorfenol, enz.). Er is evenwel geen reden tot paniek. In tegenstelling tot genetische bepaalde aandoeningen zijn deze problemen oplosbaar mits het nemen van de gepaste maatregelen. De overheid moet haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de bevolking ten volle opnemen. Maar ook de individuele burger kan heel wat doen.

(...)

4.7. Wetenschaps-en innovatiebeleid

Binnen en buiten het steunpunt Milieu en Gezondheid moeten de volgende prioriteiten voor wetenschappelijk onderzoek gelegd worden :

  • onderzoek naar interferenties en versterkende en  verzwakkende effecten van verontreinigende stoffen in het milieu ;

  • onderzoek naar de effecten van de accumulatie van kleine hoeveelheden verontreinigende stoffen en hun interactie in het menselijk lichaam ('cocktaileffect') ;

  • onderzoek naar de blootstellingsroutes van de voor de volksgezondheid prioritaire stoffen (onder meer evaluatie van verschillen in voedingsgewoonten en voedingsmiddelen) ;

  • onderzoek in hoeverre de respons op milieubelasting genetisch bepaald is (inbrengen van een luik 'ecogenetica' in het milieugezondheidsonderzoek) 

  • epidemiologisch onderzoek gezien de grote achterstand die Vlaanderen heeft  ten opzichte van het buitenland ;

  • ontwikkelen van dispersie-en blootstellingsmodellen ;

  • onderzoek naar de mogelijke risico's van genetisch gemanipuleerd voedsel  voor de gezondheid. Een grondig wetenschappelijk debat over de voor-en  nadelen van genetisch gemodificeerde organismen en producten (GMO's en  GMP's) dient te worden gevoerd. Voorts zijn noodzakelijk : informatie aan de bevolking (onder meer door uniforme etikettering), controle op de naleving   van de wetgeving in verband met experimenten en commercialisering van de  GMO's en GMP's en op de aanwezigheid van niet-geautoriseerde GMP's.
    Vooraleer het product op de markt wordt gebracht, moet de producent in eerste instantie het bewijs van de niet-schadelijkheid aan de overheid  leveren. Daarnaast moet de overheid een beleid van ex-perimentele controles  voeren ;

  • CHRONISCH VERMOEIDHEIDSSYNDROOM: meer onderzoek is vereist naar de verhoogde incidentie in bepaalde gebieden. Algemeen geldt dat de universiteiten die middelen ter beschikking krijgen van de overheid om aan  wetenschappelijk onderzoek inzake milieu en gezondheid te doen, hun onderzoeksresultaten moeten rapporteren en ter beschikking stellen aan het  op te richten kenniscentrum. De onderzoeksresultaten dienen te worde  gelinkt aan de gegevens van de verschillende databanken inzake milieu en  gezondheid.

(...)


II. BASISRAPPORT ALS VERTREKPUNT VOOR DE POLITIEKE DISCUSSIE VAN MENS EN  RUIMTE, STUDIEGROEP VOOR RUIMTELIJKE, ECOLOGISCHE EN SOCIALE PLANNING

(...)

SPECIFIEKE AANBEVELINGEN : GROEPERING VOLGENS BELANGRIJKE MILIEU- EN GEZONDHEIDSTHEMA'S

(...)


4.2.12. CHRONISCH VERMOEIDHEIDSSYNDROOM (CVS)

Het chronisch vermoeidheidssyndroom heeft vermoeidheid als hoofdsymptoom, daarnaast verliezen patiënten minstens de helft van hun fysische en intellectuele capaciteiten, recupereren ze slecht na een minimale inspanning en zijn er nog enkele organische en psychiatrische symptomen. De oorzaak van de ziekte zou de diffuse aantasting van het immuunsysteem zijn, waardoor men infecties krijgt die men niet meer kwijtraakt zodat de patiënt in een vicieuze cirkel terechtkomt met de symptomen van chronisch vermoeidheidssyndroom als gevolg.

Er is een sterk vermoeden dat de incidentie van CVS de laatste jaren sterk is gestegen.

Deze immuundeficiëntie kan veroorzaakt worden door verschillende factoren, zowel individueel als gelijktijdig. Belangrijk in het kader van milieu en gezondheid zijn intoxicaties, zowel chronisch als acuut, met zware metalen (Zn, Cd, Cr, Ni, Pb, Hg, As,...), fosfaten en PCB's en allergische reacties. Ook langdurige stress kan aanleiding geven tot het chronisch vermoeidheidssyndroom.

Indien de oorzaak van de immuunsysteemaantasting kan behandeld worden, is het chronisch vermoeidheidssyndroom te genezen, zoniet (bv bij ernstige aantasting van het beenmerg door zware  metalen) kan men de patiënt voorlopig weinig helpen.

Deze immuniteitstoornis verhoogt ook de incidentie van kanker, door het verstoren van een tegen kanker beschermende factor (P53). Wat de verhouding is van het aandeel van milieugerelateerde factoren en andere, niet milieugebonden factoren in het ontstaan van het chronisch vermoeidheidssyndroom is niet geweten. De noodzaak aan een goede chemische hygiëne dringt zich hier op : het leefmilieu moet van vervuiling met zware metalen, PCB's en fosfaten gevrijwaard worden. Maatregelen om de stijgende prevalentie van allergieën tegen te gaan worden in hoofdstuk 4.2.1

Men kan in België een aantal 'hot spots' aanduiden waar een duidelijk verhoogde incidentie van de aandoening voorkomt. Prof. De Meirleir noemt hierbij in zijn uiteenzetting voor de Commissie van 5/ 3/ 2001 :

  • Omgeving Sint-Truiden 
  • Regio Olen-Herentals 
  • Noord-Limburg, bij de Nederlandse grens 
  • Pérulwez in Wallonië 
  • De omgeving van 3 tot 4 straten in Oostende.

In deze regio's blijkt ook meer leukemie en andere kankervormen voor te komen dan gemiddeld in Vlaanderen. Het is duidelijk dat onderzoek nodig is naar de verhoogde incidentie in deze gebieden en dat daaraan de nodige maatregelen verbonden worden (sanering, chemische hygiëne, woonverbod,...).

(...)

5. BIJLAGEN
5.1. Hoorzittingen : chronologisch overzicht 

(...)

5 5 maart  - CHRONISCHE VERMOEIDHEIDSSYNDROOM en Algemene Biologische Scheikunde- Kenny De Meirleir  VUB, Menselijke Fysiologie

(...)

 

knoppolitiek.jpg (2653 bytes)

 

©Indra