VLAAMS PARLEMENT

Bullentin van vragen en antwoorden
27 april 2001

Bron:  http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/bva/2000-2001/VA11.pdf 



Zitting 2000-2001
Nr. 11



INHOUDSOPGAVE


I. VRAGEN VAN DE VLAAMSE VOLKSVERTEGENWOORDIGERS EN ANTWOORDEN VAN DE MINISTERS (Reglement artikel 81, 1, 2, 3, 5 en 7)

VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, GEZONDHEID EN GELIJKE KANSEN
MIEKE VOGELS



Vraag nr. 98 van 9 februari 2001
van de heer JOS DE MEYER

Chronisch vermoeidheidssyndroom - MIWA-verbrandingsoven


Volgens het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid (VPMG) (p/a Drielindenstraat 24, 9100 Nieuwkerken-Waas) werd reeds vele jaren vastgesteld dat mensen in de nabijheid van vervuilingsbronnen (onder meer de afvalverbrandingsoven in Sint-Niklaas) onder andere lijden aan chronische vermoeidheid. Zij beroepen zich op een studie van de heer Kenny De Meirleir, professor Fysiologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

  1. Kan de minister de stelling van het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid bevestigen dat meerdere mensen die wonen in de nabijheid van de afvalverbrandignsoven MIWA (Intercommunale Vereniging voor Huisverwerking Midden-Waasland) in Sint-Niklaas lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom, of is deze bewering onjuist ?

  2. Is hun interpretatie van de studie van prof. De Meirleir van de VUB correct ?

  3. Kan de minister eventueel cijfergegevens bezorgen in verband met het aantal gevallen van mensen die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom in de omgeving van de afvalverbrandingsoven MIWA in Sint-Niklaas ?



Antwoord

De administratie beschikt over onvoldoende gegevens om te beoordelen of er bij de mensen die wonen in de nabijheid van de verbrandingsoven MIWA (Sint-Niklaas) meer personen zijn die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) dan in de rest van Vlaanderen.

De statistieken waarover wij beschikken, zijn ofwel niet recent genoeg, ofwel niet relevant.

  • De minimaal klinische gegevens (van het federale departement Volksgezondheid) bevatten geen nuttige informatie m.b.t. dit syndroom. Zij zijn immers nog gecodeerd volgens de vorige ICD-9-code (uit 1981), toen CVS nog niet erkend was in de internationale gemeenschap - en er dus geen aparte code aan werd toegekend. (ICD: International Classification of Diseases - red.)

  • De sterftecertificaten zijn sinds 1988 gecodeerd volgens de latere ICD-10-code, waarin CVS wel een aparte codering heeft. CVS is echter geen doodsoorzaak, noch een bijkomende doodsoorzaak.

  • In de "Gezondheidsenquete 1997" werd gevraagd of de geïnterviewden wel eens last hadden van bepaalde vermoeidheidsklachten. Deze vijf vragen tesamen kunnen worden gebruikt als een indicatie voor de frequentie van moeheid in België. De data laten echter slechts toe de geografische spreiding te onderzoeken tot op het niveau van de provincie.


Ter illustratie vindt de Vlaamse volksvertegenwoordiger de procentuele verdeling per geslacht, gewest en provincie van het voorkomen van moeheidsklachten als bijlage.

Het lijkt ons dan ook dat de interpretatie van het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid van de studie van prof. De Meirleir vrij ruim is. Deze studie heeft immers niet specifiek betrekking op mensen die wonen rond afvalverbrandingsovens. Prof. De Meirleir stelt als hypothese: door stressfactoren - met name infecties of vervuilde stoffen zoals zware
metalen en PCP's - zou het immuunsysteem worden onderdrukt en zou er een deregulatie ontstaan van de hypothalamus en de bijnierschors. Dit zorgt voor een verstoring in de hormoonhuishouding, wat zich zou uiten in CVS. (PCP: pentachloorfenol - red.)

Het is ten andere jammer genoeg statistisch zeer moeilijk om over de oorzaken van ziektes bij "mensen die wonen in de omgeving van de verbrandingsoven" iets te zeggen. De betrokken groep personen waarover de VPMG getuigt, is te klein als referentiegroep. Ook in de toekomst zal het dus jammer genoeg heel moeilijk zijn iets met zekerheid te zeggen over een relatief kleine bevolkingsgroep in verband met het voorkomen van ziektes en afwijkingen. De beweringen van het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid kunnen op subjectieve waarneming zijn gebaseerd, wetenschappelijke gegevens erover zijn mij niet bekend.

Dat betekent geenzins dat de effecten die ons bekend zijn niet onze aandacht wegdragen. Mijn collega van Milieu kijkt argwanend toe op de lozingen van verbrandingsovens. Als de uitstoot de wettelijke grenzen van de vergunningen overtreft, sluit zij de oven. Zij heeft dit al bewezen.
Ook doet zij alles wat in haar macht ligt om het afvalvolume te laten afnemen, waardoor er in de toekomst minder verbranding zal zijn.

Daarnaast heb ik aangekondigd een milieuhygienisch netwerk over Vlaanderen te zullen uitbouwen, waardoor de overheid alerter dan in het verleden kan reageren op probleemsituaties.

Via de LOGO's en de Gezondheidsinspectie zal de overheid constant kunnen inschatten hoe te reageren. (LOGO: lokaal gezondheidsoverleg - red.).

Daarnaast komt er een steunpunt milieu en gezondheid, waar beleidsvoorbereidend onderzoek zal gebeuren. Daar zullen alle data in verband met milieu en gezondheid worden bijgehouden, gecoördineerd en onderzocht om tot relevante beleidsdaden te kunnen komen.

Ten slotte wil ik refereren aan mijn plan om gebiedsgerichte biomonitoring op te zetten. Een task-force van de administraties Gezondheid en Milieu en experten zullen deze biomonitoring vorm geven en begeleiden. Na een aantal jaren zullen we zo beschikken over relevante gegevens. Voor het eerst ten andere.

(Bovenvermelde bijlage ligt ter inzage bij het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement, dienst Schriftelijke Vragen - red.)



knoppolitiek.jpg (2653 bytes)

 

©Indra