De voorstellen betreffende het Chronisch Vermoeidheidssyndroom
Rond het Chronisch Vermoeidheidssyndroom bestaat er tot nu toe geen medische consensus.
Deze onduidelijkheid uit zich bijvoorbeeld in de vele benamingen die nog steeds voor dit
syndroom worden gebruikt, zoals ME (of Myalgische Encephalomyeletis), Fibromyalgie of, de
laatste tijd meer en meer, CVS (Chronisch Vermoeidheidssyndroom).CVS kan men omschrijven
als een "toestand van ernstig invaliderende vermoeidheid, zonder aantoonbare
organische afwijkingen, en vergezeld van o.a. klachten van chronische hoofdpijn,
slaapstoornissen, gewrichts- en spierpijnen, concentratiemoeilijkheden e.d.".
Het ontbreken van een medische consensus over zowel de diagnose als de behandeling van het
CVS, leidt tot heel wat problemen. Familie, vrienden hebben vaak weinig begrip voor deze
soms onzichtbare aandoening. Erger is dat deze houding van "onbegrip" voor
"onzichtbare", moeilijk te meten "klachten" ook voorkomt bij sommige
artsen.
De Minister van Sociale Zaken wil de klachten en de problemen van CVS-patiënten ernstig
nemen en er ook iets aan doen. Initiatieven die reeds door de vorige regering werden
genomen worden hierbij verder gezet maar ook aangevuld met nieuwe voorstellen.
Een eerste belangrijke maatregel was de oprichting van een CVS-werkgroep bij de Hoge
Gezondheidsraad. Deze werkgroep, die in praktijk is opgesplitst in diverse
sub-werkgroepen, moet o.m. zorgen voor meer duidelijkheid en medische consensus over het
CVS. Zoals reeds benadrukt is een medische consensus over het CVS belangrijk om
CVS-patiënten op een medisch verantwoorde wijze beter te helpen.
Een tweede voorstel is om enkele referentiecentra voor het CVS op te richten en te
erkennen. De formule van referentiecentra is niet nieuw. Een beperkt aantal
referentiecentra bestaan nu reeds voor uitzonderlijke chronische aandoeningen zoals
mucoviscidose, erfelijke metabole aandoeningen en neuromusculaire aandoeningen. Deze
referentiecentra werken met revalidatie-overeenkomsten of contracten met het RIZIV. Het
grote voordeel van deze werkwijze is dat zij toelaten om multidisciplinaire zorgen op maat
van de patiënt te organiseren en te financieren. Referentiecentra zijn bovendien
interessant om de kennis, de ervaring en de expertise rond een bepaalde aandoening zoals
CVS, samen te brengen en door te geven aan zorgverstrekkers zoals huisartsen, specialisten
en controleartsen. Hoeveel centra precies nodig zijn op dit moment is nog niet bepaald.
Hiervoor is het raadzaam om nog even te wachten op de resultaten en de aanbevelingen van
de CVS-werkgroep bij de Hoge Gezondheidsraad.
Een derde maatregel is een meer uniforme beoordeling van de arbeidsongeschiktheid bij
mensen met het CVS. De nare ervaringen van sommige CVS-patiënten met controleartsen,
zoals medisch adviseurs en deze van het RIZIV, moeten ernstig worden genomen. Daarom
zullen de inspanningen worden verder gezet om ook de "controleartsen" nog beter
te informeren over het CVS.
Naarmate een medische consensus over het CVS dichterbij komt, zullen de controleartsen
beter in staat zijn om het CVS op een meer uniforme manier te beoordelen.
In dit verband is het wel nuttig om te beklemtonen dat de huidige wetgeving van de
ziekteverzekering toelaat om CVS-patiënten als arbeidsongeschikt te erkennen. Hierover
zijn er heel wat misverstanden. De opdracht van controleartsen is om na te gaan of iemand
nog kan gaan werken of niet. Aan welke ziekte of aandoening iemand lijdt is voor de
bepaling van de arbeidsongeschiktheid in principe van geen belang.
Een vierde maatregel is om patiënten met een ziekteuitkering meer kansen te geven om nog
te gaan werken en een inkomen te verwerven. Enige mate van "arbeidsactiviteit"
wordt zelfs voor sommige CVS-patiënten medisch aanbevolen. Nu reeds bestaat er voor
werknemers met een ziekteuitkering de formule van "progressieve tewerkstelling".
Deze formule laat toe om mits akkoord van de medisch adviseur, een uitkering in beperkte
mate aan te vullen met een deeltijds werk en inkomen. Hoe dit systeem van progressieve
tewerkstelling nog beter kan, wordt momenteel onderzocht.
Een vijfde maatregel is om chronisch patiënten met veel medische kosten, nog beter te
ondersteunen via de ziekteverzekering. Een betere vergoeding voor werkzame geneesmiddelen
blijft hierbij een prioriteit. Volgend jaar is voor een betere en meer betaalbare zorg
voor chronisch zieken, een bijkomend budget van 1 miljard BEF beschikbaar. De afspraak is
dat dit bedrag in 2001 wordt verhoogd tot 4 miljard BEF.
Voor het advies van de Hoge Gezondheidsraad is volgens hem nog even wachten.
|