|
Brief van minister Vandenbroucke over het Chronisch Vermoeidheidssyndroom Bron: http://vandenbroucke.fgov.be/bijlage%20020425%20cvs-brief.htm
|
|
Geachte mevrouw, Geachte heer, De afgelopen weken is er veel aandacht geschonken aan initiatieven die ik genomen heb voor patiënten die lijden aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS). Ik stuur u deze brief omdat vroeger is gebleken dat u hiervoor belangstelling hebt en omdat ik merk dat er over sommige zaken onduidelijkheid en misverstanden bestaan. U weet ongetwijfeld dat er over de diagnose en de behandeling van CVS in de medische wereld geen eensgezindheid is. CVS-patiënten ontmoeten soms weinig begrip bij bepaalde artsen of bij hun familie en kennissen. Het gebrek aan eensgezindheid in de medische wereld is geen reden om de klachten van patiënten die vrezen aan CVS te lijden, niet ernstig te nemen. Ik heb dan ook enkele initiatieven aangekondigd die nu, stap voor stap, gerealiseerd worden. Laat mij toe ze even op een rijtje te zetten alvorens nader in te gaan op de misverstanden. Een eerste maatregel bestaat erin chronisch zieke mensen, en dus ook CVS-patiënten, met veel medische kosten beter te ondersteunen via de ziekteverzekering. Dit gebeurt via de Maximumfactuur. Door de Maximumfactuur krijgt elk gezin de waarborg dat het jaarlijks niet meer dan een bepaald bedrag moet uitgeven aan noodzakelijke gezondheidskosten. De hoogte van dit bedrag hangt af van het gezinsinkomen. Het invoeren van de Maximumfactuur is een ingrijpende maatregel binnen de ziekteverzekering. Dat is ook de reden waarom ze maar stapsgewijze kan worden gerealiseerd. U vindt daarover meer informatie op mijn website www.vandenbroucke.fgov.be. In de Maximumfactuur wordt ook het remgeld van alle terugbetaalde medicamenten van de categorieën A en B meegeteld. Medicamenten die wel terugbetaald worden door de ziekteverzekering maar tot een andere categorie behoren, en medicamenten die niet terugbetaald worden, vallen dus buiten de toepassing van de Maximumfactuur. Of de ziekteverzekering bepaalde geneesmiddelen moet terugbetalen, is vanzelfsprekend voorwerp van veel discussies. Geneesmiddelen worden opgenomen in de terugbetaling wanneer een voldoende aantal grote wetenschappelijke studies van hoge kwaliteit de werkzaamheid en veiligheid ervan aangetoond hebben. Dat verklaart waarom bepaalde ‘experimentele’ middelen die sommige CVS-patiënten nemen of toegediend krijgen en waarvan de veiligheid en werkzaamheid bij CVS nog niet duidelijk werd bewezen, vandaag niet terugbetaald worden. Bijgevolg maken deze laatste geneesmiddelen dus ook geen deel uit van de kosten die gedekt worden door het principe van de Maximumfactuur. Een tweede maatregel is er op gericht patiënten met een ziekte-uitkering meer kansen te geven om nog “toegelaten arbeid” te verrichten en een arbeidsinkomen te verwerven. De nieuwe regeling is ook voor CVS-patiënten van belang omdat voor sommigen van hen enige mate van arbeid medisch aanbevolen wordt. De mogelijkheid om met een ziekte-uitkering nog te gaan werken met voorafgaande toestemming van de adviserend geneesheer bestond al langer, maar ze was voor verbetering vatbaar. De nieuwe regeling, die van kracht is sinds 1 april 2002, zorgt ervoor dat méér mensen met een ziekte-uitkering er ook financieel baat bij hebben als ze deeltijds werken. Praktische informatie: voor wie als werknemer een ziekte-uitkering ontvangt van het ziekenfonds, is kiezen voor toegelaten arbeid alleen mogelijk als de adviserend geneesheer van het ziekenfonds vooraf toestemming geeft. Voor meer informatie kan men terecht bij het ziekenfonds en de diensten van de adviserend geneesheer en uitkeringen. Toegelaten arbeid kan ook voor zelfstandigen met een ziekteuitkering. Zowel de voorwaarden als de financiële cumulatieregeling zijn evenwel fundamenteel anders geregeld dan bij de werknemers. Ook over deze regeling kan het ziekenfonds meer informatie geven. Een derde maatregel tenslotte was het oprichten van CVS-referentiecentra op basis van een verslag van de CVS-werkgroep van de Hoge Gezondheidsraad. Hiervoor heb ik een budget van 1.487.361 euro vrijgemaakt. De formule van referentiecentra is niet nieuw. Voor uitzonderlijke chronische aandoeningen zoals mucoviscidose, erfelijke metabole aandoeningen en neuromusculaire aandoeningen bestaan nu al zulke centra. Ze werken op basis van revalidatieovereenkomsten of contracten met het RIZIV. Deze werkwijze laat toe om interdisciplinaire zorgen op maat van de patiënt te organiseren en te financieren. Referentiecentra zijn bovendien interessant om de kennis, de ervaring en de expertise rond een bepaalde aandoening zoals CVS, samen te brengen en door te geven aan zorgverstrekkers zoals huisartsen, specialisten en aan controleartsen. Ondertussen is in Leuven op 1 april 2002 het eerste CVS-referentiecentrum geopend. In de loop van het jaar kunnen ook centra in Gent, Brussel, Antwerpen, in de UCL te Brussel en te Yvoir (ziekenhuis Mont-Godinne) van start gaan. In deze centra zal (bij patiënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen) de kennismaking en de eerste fase van de diagnosestelling bij een geneesheerspecialist in de interne geneeskunde gebeuren. Het uiteindelijk definitief stellen van de diagnose en het voorstellen van een bepaalde behandeling of revalidatie gebeurt door een uitgebreider, interdisciplinair team waarin andere specialisten zoals een revalidatiearts en een psychiater, evenals andere hulpverleners zoals verpleegkundigen, de huisarts en maatschappelijk werkers, betrokken worden. Op die manier willen we garanderen dat zowel de lichamelijke als de psychologische en sociale problemen van de patiënten ernstig genomen worden. Dit interdisciplinaire team zal ook de andere zorgverstrekkers buiten het referentiecentrum (huisartsen, specialisten, paramedici) bijstaan en informatie verschaffen. De centra, die volgens de overeenkomst met het RIZIV verplicht verbonden zijn aan een universitair ziekenhuis, moeten bovendien verder wetenschappelijke kennis en ervaring opbouwen over het CVS en de resultaten van hun onderzoek meedelen aan de medische wereld, met inbegrip van de controlerende artsen van de ziekenfondsen van het RIZIV. Dit laatste is ook van belang om de eventuele arbeidsongeschiktheid van CVS-patiënten nog beter te kunnen beoordelen. Praktische informatie: de huisarts staat in voor de mogelijke doorverwijzing van de patiënt naar een CVS-referentiecentrum. Hiervoor moet hij of zij een standaardverwijsformulier invullen dat hij/zij kan bekomen in het referentiecentrum of via de website van het RIZIV en opsturen naar de geneesheer internist van een CVS-referentiecentrum. Via het referentiecentrum krijgen de patiënt en de behandelende arts alle verdere informatie over de resultaten van het onderzoek en de mogelijke voorstellen voor verdere behandeling. Zowel voor de terugbetaling van de kosten van het zogenaamde bilanrevalidatieprogramma (de uitgebreide diagnostiek) als voor de tegemoetkoming in de kosten van het specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma (de eigenlijke revalidatiebehandeling) dient de patiënt een aparte aanvraag in bij de adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds. Het College van geneesheren-directeurs, ingesteld bij het RIZIV, is bevoegd om deze aanvragen, te evalueren. De referentiecentra zijn verplicht hun patiënten te helpen bij het indienen van hun aanvraag. De kosten die de patiënt zelf moet betalen zijn dezelfde als die in alle andere ambulante revalidatieprogramma's. Mogelijke misverstanden Aan de huidige wetgeving van de ziekteverzekering m.b.t. de terugbetaling van medische onderzoeken en behandelingen en aan de beoordeling van arbeidsongeschiktheid wordt er niets gewijzigd (buiten het invoeren van de Maximumfactuur).
|