| Handelingen van de
Commissievergaderingen Handelingen 09.03.1999 |
|
| COMMISSION DES AFFAIRES SOCIALES | COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN |
| RÉUNION
PUBLIQUE DU MARDI 9 MARS 1999 PRÉSIDENCE de M. Chevalier La séance est ouverte à 15.00 heures. |
OPENBARE VERGADERING VAN
DINSDAG 9 MAART 1999 VOORZITTER: De heer Chevalier De vergadering wordt geopend om 15.00 uur.
|
| Bron: http://www.lachambre.be/commissions/acts/session-1/hc764n.htm
& http://www.lachambre.be/commissions/acts/session-1/hc764f.htm
|
|
De voorzitter: De heer Jan Van Erps heeft het woord. De heer Jan Van Erps (CVP): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, de sociale programmawet van 22 februari 1998 voorziet in artikel 107 in de oprichting van een medisch-technische raad bij de dienst voor Uitkeringen van het RIZIV. Tot nu toe werden die uitvoeringsbesluiten niet in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Mijn fractie hecht veel belang aan de uitvoering van artikel 107, omdat wij denken dat daarmee een heel eind gevorderd kan worden op de weg naar meer eenvormigheid in de evaluatie van alle problemen van chronische ziekten, maar vooral van het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik ga daar niet te diep op in, maar wil u toch vragen om, wat u of artsen daar ook mogen over denken, te aanvaarden dat dit werd gedefinieerd in Atlanta, in het Centre for Disease Control. Er bestaat hieromtrent een duidelijk probleem bij de bevolking. Wat ook de aard van het probleem moge wezen, wij vragen het ernstig te nemen. Om het probleem over het hele land op dezelfde manier te kunnen aanpakken, zouden wij graag zien dat bedoelde raad wordt geïnstalleerd. Die zou duidelijke en eenvormige richtlijnen kunnen geven aan alle adviserende en controlerende geneesheren voor vele ziekten, maar ook wat dit bijzonder heikel probleem van chronische vermoeidheid betreft. Mevrouw de minister, wat is de stand van zaken bij de uitvoering van artikel 107? De voorzitter: De minister heeft het woord. Mevrouw De Galan, minister van Sociale Zaken: Mevrouw de voorzitter, ik maak mij ook zorgen over dat dossier, mijnheer Van Erps. U weet dat die wet sedert 22 februari 1998 van kracht is en dat het uitvoeringsbesluit dat wij opstelden op 22 juli 1998 werd voorgelegd aan de Raad van State. Niettegenstaande geregeld aandringen - om de veertien dagen - bij de behandelende auditeur en ondanks een interventie van de secretaris van de Ministerraad tot het verstrekken van de nodige adviezen, reageerde de Raad van State tot nu toe nog steeds niet. Evenzeer als u, mijnheer Van Erps, betreur ik deze gang van zaken, vooral gezien het belang van de technische raad. U weet in welke sfeer de werkzaamheden verliepen en u weet ook dat eenvormigheid terzake zeer belangrijk is. In dat verband herinner ik aan de "zwarte maanden" van 1996. Bovendien betreur ik het overvloedig en onterecht inroepen van de hoogdringendheid voor sommige dossiers. Uiteraard kan de Raad van State niet alles prioritair behandelen, vandaar dat sommige zaken hangende blijven. Er werd reeds overleg gepleegd omtrent het besluit en in dat verband werd een consensus bereikt. Thans wachten wij op het advies van de Raad van State en daarna kan het worden gepubliceerd. U moet echter begrijpen dat het soms ergerlijk is voor de juristen bij de Raad van State - het zijn daar niet allemaal dokters - om moeilijke adviezen te moeten verstrekken binnen een termijn van drie dagen. De voorzitter: De heer Jan Van Erps heeft het woord. De heer Jan Van Erps (CVP): Mevrouw de voorzitter, ik dank de minister voor haar antwoord. Mevrouw de minister, het ware misschien aangewezen om na te gaan of er terzake andere acties kunnen worden ondernomen om de zaken te bespoedigen. Zolang het vacuüm blijft bestaan wordt er ruimte gecreëerd voor lobbygroepen en voor bepaalde vorsers die sommige paden bewandelen die licht afwijken van de wetenschappelijke main stream waaraan diezelfde lobbygroepen zich dan weer optrekken. Dat geeft dan aanleiding tot andere problemen. Ik weet bijvoorbeeld niet wat te denken van het liberaal ziekenfonds van Brugge dat plots aan iedereen 10.000 frank uitkeert, wellicht afkomstig van de aanvullende verzekering, op voorwaarde dat men een doktersbriefje voorlegt waaruit blijkt dat men lijdt aan chronische vermoeidheid. Dat wordt dan in de pers ruim uitgesmeerd met de woorden: "Eindelijk worden wij erkend ..."! Een heel ander probleem is dat een aantal collega's uit bepaalde ziekenfondsen een laatdunkende en soms beledigende houding aannemen ten aanzien van patiënten. Al is dit een interne aangelegenheid, toch zou een optreden uwentwege misschien kunnen helpen, mevrouw de minister. Minister De Galan: Een oplossing zou zijn het koninklijk besluit opnieuw voor te leggen aan de Ministerraad en om een beslissing verzoeken binnen de drie dagen. De heer Jan Van Erps (CVP): Het zou goed zijn mocht dat mogelijk zijn. Indien u dat werkelijk wilt proberen, mevrouw de minister, dan zal ik zorgen om hieraan de nodige publiciteit te geven. Minister De Galan: Ik zal het proberen en zal u op de hoogte houden. De voorzitter: Het incident is gesloten. L'incident est clos. |