![]() KABINET VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID EN PENSIOENEN |
30-07-1996
1000 Brussel |
| Uw brief van: 23/4/1996 |
Onze referentie: 605/QG/N96-148 |
| Geachte heer, Ik heb uw brief van 24 april jl. goed ontvangen en aandachtig gelezen. Ik ben mij ten volle bewust van de financiële gevolgen die de RIZIV-beslissing van 19 april voor uw familie meebrengen en begrijp de wens van uw naaste familie dat CFS-Fibromyalgie wordt erkend. Toch wil ik nogmaals erop wijzen dat geen enkele instantie in ons land door een of andere regelgeving met de officiële en nationale erkenning van recent ontdekte ziekten is belast. Zo'n erkenning zou trouwens niet nodig zijn, aangezien alle patiënten, zonder onderscheid en ongeacht de aandoening waaraan zij lijden, als ze aan de gestelde voorwaarden voldoen, nu reeds een erkenning van arbeidsongeschiktheid kunnen krijgen op basis van artikel 100 van de wet tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkering, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 14 juli 1994. Hoewel ik oprecht met u meevoel, ben ik niet bevoegd om uitspraak te doen over de uitvoering van de vermelde wetgeving die tot de bevoegdheid van Mevrouw Magda De Galan, Minister van Sociale Zaken, behoort. Ik zal uw verzoek dan ook vandaag nog naar haar doorsturen. Met bijzondere hoogachting, De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, Marcel Colla |
|