De indeling van de muziekinstrumenten

Lijst Instrumenten A-E


Accordeon   Naar boven
Een accordeon is een muziekinstrument en wordt vanwege de manier van geluidvoortbrenging tot de aërofonen gerekend. Op basis van de bespeling is het een toetsinstrument.
Het instrument wordt accordeon genoemd vanwege de constructie van de mechaniek van de linkerhand.
Door een matrix van stangen en knoppen wordt een drietal tonen tegelijk geproduceerd, een akkoord.
Het accordeon werkt volgens hetzelfde principe als een mondharmonica.
De lucht wordt hier echter aangevoerd door een balg.
In de kast zitten de tongen die het geluid voortbrengen. Het indrukken van een toets of knop laat de lucht langs een of meer tongen stromen waarbij het tongetje gaat trillen en het geluid ontstaat.
Een accordeon wordt vaak verward met andere instrumenten die gebaseerd zijn op het gebruik van doorslaande tongen, zoals de trekzak of harmonica, de concertina en het bandoneon.
Een accordeon is echter niet wisseltonig; bij trekken en duwen wordt dezelfde toon geproduceerd. Een accordeon wordt wel eens beschreven als buikorgel.
Accordeons worden gemaakt met aan de rechterhand een pianoklavier (het klavieraccordeon) of met 3 tot 5 rijen knoppen (het knopaccordeon).

Agogô   Naar boven
De agogô of agogo-bel is een idiofoon muziekinstrument en slaginstrument bestaande uit twee of drie kleine koebellen van smeedijzer of koper, verbonden door een metalen staaf, waarbij de bellen verschillen in grootte zodat elk een andere toonhoogte produceert.
De agogô maakt de hoogste tonen van alle percussie-instrumenten.
Bij drumbands en malletbands wordt de agogô doorgaans gemonteerd aan het woodblock of aan de kleine trom.
Bij drumstellen staat de agogô meestal op een standaard. De kleinste bel zit bovenaan.
Het instrument wordt bespeeld met een drumstok of mallet.
Het instrument wordt vanouds gebruikt in Latijns-Amerikaanse muziek, die is gebaseerd op de religieuze ceremoniële muziek van daarheen gedeporteerde Afrikaanse slaven.
Het kan het oudste samba-instrument genoemd worden, ontstaan uit de West-Afrikaanse koebel.
De naam mag letterlijk geïnterpreteerd worden: de agogô bepaalt het tempo.

Akkoordciter   Naar boven  Informatie gevraagd!!
De citer (of zither) is een muziekinstrument, een chordofoon en tokkelinstrument dat voornamelijk bestaat uit een klankbodem die bespannen is met snaren.
Het instrument wordt voornamelijk gebruikt in het Duitstalige deel van Europa bij volksmuziekevenementen.
Er zijn citers met en zonder fretten.
De voorganger van de citer is de hommel. De naam was toen scheitholt of raffele kratzzither.
Er kwamen meer snaren voor de begeleiding en de manier van spelen veranderde.
Was het bij de scheitholt een ritmische beweging van de rechterhand met een plectrum en links een stokje, nu is het een spel waarbij de linkerhand en de rechterhand samen de melodie maken.
En de toon wordt gevormd met de linkerhand op de fretten door de snaren te verkorten.
Bij een kratzzither bestaat het instrument uit een balk waarop 2 of meer melodiesnaren zitten. Daarnaast zijn er veelal 3 tot 16 begeleidingssnaren.
Bij de schlagzither is het instrument breder zodat er meer melodie snaren (4) en meer begeleidingssnaren (25) op kunnen.
Onder de melodiesnaren zitten fretten.

De alpenhoorn is een van hout vervaardigd blaasinstrument (dus aërofoon) met een lengte tot vier meter.
Er is een andere variant bekend die korter (dus hoger is) dat is de midwinterhoorn.
De alpenhoorn wordt sinds oude tijden in de Alpen gebruikt om signalen te geven.
Op dit instrument kunnen alleen natuurtonen gespeeld worden.
Om dit instrument te bespelen gebruikt men dezelfde techniek als bij koperblaasinstrumenten.

De altblokfluit is een type blokfluit (dus is het een blaasinstrument en aërofoon).
Het heeft dezelfde vorm als een sopraanblokfluit, alleen is de altblokfluit langer en heeft hij een grotere diameter.
De altblokfluit produceert een lager geluid dan de sopraanblokfluit.
De altblokfluit is een niet transponerend instrument maar staat in feite wel in F, dat wil zeggen een kwint lager dan de sopraanblokfluit (in C); met andere woorden: het is de bespeler die transponeert en niet de partituur of partij, in tegenstelling tot de gebruikelijke praktijk bij bijvoorbeeld de diverse saxofoons.
Voor volwassen handen is de altblokfluit makkelijk te bespelen. Het onderhoud is hetzelfde als de sopraanblokfluit.
Vanwege de grotere mogelijkheden wordt een altblokfluit meer gebruikt dan de sopraan.

Althoorn   Naar boven
In feite bestaan er 2 althoorns maar ze zijn beide blaasinstrumenten en ook aërofonen.
De eerste is een gecompliceerde hoorn bestaande uit zeven buizen van verschillende lengte die samenkomen in een mondstuk.
Maar deze althoorn bestaat bijna niet meer.
De tweede is in feite een kleine tuba die behoort tot de saxhoorn.
De klank van de saxhoorn is weker en ronder dan die van de trompet.
Daarom worden de saxhoorns wel het zachte koper genoemd, in tegenstelling tot het scherpe koper waartoe de trompet en de trombone gerekend worden.
De saxhoorns hebben een conische boring (de buis loopt van smal naar wijd) en een ketelvormig mondstuk.

De altklarinet is een lagere variant van de klarinet (dus is het een blaasinstrument en aërofoon) en wordt soms ook wel eens abusievelijk bassethoorn genoemd.
De altklarinet wordt een transponerend instrument genoemd en staat gestemd in Es, wat betekent dat er een Es klinkt op de piano als het instrument een C speelt, en is daarmee een kwint lager dan de "gewone" bes-klarinet.
De altklarinet bestaat uit 4 of 5 delen (afhankelijk van het merk).
Hij heeft altijd een kromme metalen hals met daarop een mondstuk en hij heeft een kromme metalen beker (vernikkeld of verzilverd) die omhoog wijst.
Het middenstuk is soms in één deel, soms in twee delen.
De goedkopere altklarinetten van Amerikaanse merken, zoals Selmer Bundy, zijn van kunststof, ook wel "resonite" genoemd.
De duurdere, meestal Franse merken, zoals Noblet, Buffet Crampon en Selmer Paris, maken houten altklarinetten, waarvan het middenstuk meestal in twee delen is gebouwd.
De altklarinet wordt gebruikt in klarinetensembles en in harmonieorkesten.
De meeste altklarinettisten in een harmonie spelen naast de altklarinet meestal ook een besklarinet of basklarinet, omdat vooral oudere muziek geen altklarinet-partijen heeft.

Een altsaxofoon of altsax is de meest voorkomende uitvoering van de saxofoon(dus is het een blaasinstrument en aërofoon).
Het instrument staat gestemd in de toonsoort Es hoewel ook uitvoeringen in C voorkomen.
De altsax is goed te herkennen aan de rechte hals (bovenste stuk waarop het mondstuk bevestigd wordt), die boven de body (de rest van het instrument tot aan de beker) abrupt naar beneden knikt.
De hals van de eveneens veel gebruikte en grotere tenorsaxofoon is daarentegen welvend.
De altsaxofoon wordt veel gebruikt bij jazz en funk.
Vanwege de kleinere omvang in vergelijking met de tenor, klinkt de alt hoger en 'jubelender', wat de alt tot een soleerinstrument bij uitstek maakt -
bijzonder geschikt voor het snelle werk en het maken van 'muzikale statements'.
In de klassieke muziek wordt de altsax maar een enkele keer gebruikt, zoals in de Bolero van Ravel.
De altsax wordt beduidend meer gebruikt in het fanfareorkest en het harmonieorkest, maar is vooral vast onderdeel van de big band.

Althobo   Naar boven
De Engelse hoorn, cor anglais of althobo is de grotere en lagere uitvoering van de hobo (dus is het een blaasinstrument en aërofoon).
Hoewel lager van toon is het qua klankkleur en bespeling in feite een lage hobo.
De klank van de althobo is weemoedig, soms klagend.
Het instrument heeft niets met een hoorn van doen, net zo min dat het Engels is.
De vroegere modellen in de 18e eeuw waren gebouwd met een knik halverwege.
In het Frans heette dit 'corps anglé;': "gebogen lichaam".
De benaming 'Engelse hoorn' is dus een foute vertaling van 'cor anglais', dat vrijwel hetzelfde klinkt als 'corps anglé'.
Het woord 'cor' betekent 'hoorn' en is niet verwant aan het Franse 'corps' voor 'lichaam'.
Het instrument is gestemd in F, een kwint lager dan C dus.

Altviool   Naar boven
De altviool is een strijkinstrument en chordofoon.
De alt is iets groter dan de viool en heeft ook vier snaren, gestemd als C-G-D-A.
De altviool heeft een interessante rol in een ensemble of orkest. Soms speelt de altviolist:
  • een ondersteunende stem, om de harmonische opbouw compleet te maken, waarbij deze niet te sterk mag spelen
  • een basstem, bijvoorbeeld als de cello een melodie speelt; die basstem moet je goed laten horen
  • een tweede stem tegen de eerste viool of cello aan; ook dan moet de alt goed gehoord worden
  • een solopassage.
Altisten moeten hun partijen goed analyseren en weten in welke passages ze in welke rol zitten.
Eigenlijk zou een altviool groter moeten zijn, maar dan is hij niet meer in de arm te bespelen.
Er is wel eens als proef een grotere altviool gebouwd, en die heeft de bespeler op de knie leren bespelen.
Zo'n alt klonk wel sterker, maar men miste er de typische altklank aan en dit is dus geen succes geworden.

Aulos   Naar boven
De aulos (Latijn:Tibia) is een blaasinstrument en aërofoon uit de Oudgriekse en de Oudegyptische muziek.
Het was het eerste muziekinstrument dat in het Oude Egypte werd gebruikt.
Het woord aulos is Grieks voor buis. Het meervoud van aulos is auloi.
Auloi zijn in twee varianten gemaakt: de eerste variant bestaat uit twee hoboachtige fluiten; één lange en één korte.
De langste fluit was bedoeld om akkoorden of lange noten (die onder de melodie doorklonken) te spelen.
De kleinere fluit werd gebruikt om de melodie te spelen. De tweede variant bevat alleen de kleine fluit. Het is beter de aulos een klarinet te noemen, geen hobo en zeker geen fluit!
De combinatie van een (enkel of dubbel)riet met een cilindrische (=overal even dikke) buis geeft de eigenschappen van een klarinet: de tonen zijn een octaaf lager dan die van een net zo lange hobo of fluit en de oneven boventonen ontbreken.

Autoharp   Naar boven
Autoharp (een chordofoon en tokkelinstrument) is een handelsmerk voor een op de citer gelijkend snaarinstrument waarbij de snaren bevestigd zijn aan dempers die, wanneer ze worden ingedrukt, alle snaren dempen behalve de snaren die een gewenst akkoord vormen.
De naam is gedeponeerd door de Oscar Schmidt Company.
Autoharps werd voor het eerst geproduceerd in Duitsland in 1890.
Zij worden algemeen gebruikt in de Verenigde Staten als bluegrass- en volksinstrumenten.
Het is niet moeilijk om het instrument te leren bespelen.

Baglama   Naar boven
De baglama, ook wel saz genoemd, is een Turks tokkelinstrument en chordofoon.
In tegenstelling tot de Griekse bouzouki en de Bulgaarse tambura, heeft de saz losse fretten waarmee de intonatie van de gespeelde toonladder bij te stemmen is.
Een ander opvallend verschil is dat de leden van de saz-familie het klankgat onderaan de klankkast in plaats van op het bovenblad.
De saz wordt bespeeld met een dun langwerpig plectrum en is een zeer populair instrument onder de Turkse bevolking.
De saz wordt gemaakt in een groot aantal afmetingen.

Balalaika   Naar boven
Een balalaika is een typisch Russisch tokkelinstrument en chordofoon met een driehoekige klankkast.
De balalaika werd in Rusland al eeuwen bespeeld maar werd door Vassili Andrejev, een Russische muzikant-musicoloog, aan het eind van de 18e eeuw 'her'-ontdekt.
Andrejev ontwikkelde de balalaika en, minstens even belangrijk, modificeerde het naar een wat toegankelijker instrument en ontwikkelde nieuwe speelstijlen.
Daarnaast ontwierp hij een complete familie van balalaika's, waarvan op dit moment vier leden gebruikt worden.

Bandoneon   Naar boven
Een bandoneon is een harmonica-achtig toetsinstrument en aërofoon, dat door Heinrich Bandn ontwikkeld is.
Het bandoneon heeft een uitzonderlijk lange balg die door de bespeler als het ware 'gebroken' wordt op de knie om zeer felle accenten te krijgen.
De klank van het bandoneon is warm en wollig en dat maakt het instrument uitstekend geschikt voor het spelen van melancholisch getinte muziek, zoals de tango.
Het bandoneon verschilt wezenlijk van het accordeon en trekzak omdat elke afzonderlijke toets aan beide kanten van het instrument een afzonderlijke toon geeft, in plaats van een akkoordmogelijkheid onder een knop aan de linkerhand.
het bandoneon is wisseltonig; duwen en trekken geeft een verschillende toon, net als bij de trekzak en mondharmonica.
Door de indeling van de knoppen (op het eerste gezicht bijna willekeurig) is het instrument niet makkelijk bespeelbaar.

Bandurria   Naar boven
Een bandurria is een mandoline-achtig tokkelinstrument en chordofoon afkomstig uit Spanje.
Het instrument is gestemd in kwarten, en wordt bespeeld met een plectrum.
Met in de middeleeuwen nog met drie snaren, 4 snaren in de Renaissance en 5 dubbele snaren in de barokperiode (met plectrum bespeeld) werd het de Spaanse tegenhanger van de Milanese mandoline met 6 dubbele darmsnaren.
Alleen de vorm van de klankkast is anders, de bandurria heeft niet die bolle rug van de mandoline maar een platte rug zoals bij de gitaar.
De bandurria is meegeëvolueerd met de tijd en kreeg er in de 19e eeuw nog een zesde paar snaren bij.
Ook werden de darmsnaren vervangen door metalen snaren.

Banjo   Naar boven
Een banjo is de naam voor een tokkelinstrumenten en chordofonen met doorgaans stalen snaren en fretten waarbij de kam op een strak gespannen vel (tegenwoordig meestal van kunststof) rust.
Deze constructie bezorgt de banjo zijn karakteristieke geluid; het zorgt ervoor dat de energie die bij het bespelen van de snaren wordt toegevoerd zeer snel weg kan en derhalve een kort maar hard geluid produceert.
Het instrument en de naam is afgeleid van de banjar, een Afrikaans snaarinstrument.
Banjo's zijn er in allerlei soorten,maten en stemmingen.

Een bamboefluit is een blaasinstrument en aërofoon dat gemaakt is uit een bamboestengel.
De wijze van spelen is vergelijkbaar met die van de blokfluit.
De toon van de bamboefluit is echter zachter, maar wel heel mooi van klank.
Het samenspelen met andere instrumenten is ook goed mogelijk.
Net als bij de blokfluiten is er ook bij de de bamboefluit te kiezen uit verschillende instrumenten van sopraan, via alt en tenor tot zelfs bas.
De toonomvang van de bamboefluit is wat kleiner dan bij de blokfluit en is ruim anderhalf octaaf.

Basuri   Naar boven  Informatie gevraagd!!
De bansuri of basuri is een bamboefluit, een blaasinstrument en aërofoon uit de Hindoestaanse muziek.
De naam bestaat uit een contractie van de woorden voor bamboe (ban) en toon (shruti, shri, suri).
De basuri heeft in zijn basisgestalte 6 vingergaten, met soms een 7e gat, dat door de pink of voet wordt afgedekt.

De Baritonsaxofoon of baritonsax is een wat minder gebruikelijke saxofoon (dus is het een blaasinstrument en aërofoon) dan de tenor- of altsax.
Het instrument is doorgaans in Es gestemd, en heeft vaak als extra noot een zogenaamde 'lage-A' waar de overige saxofoons een bereik tot een 'lage-Bes' hebben.
De baritonsax heeft een lage en warme klankkleur, en wordt een enkele keer in een harmonieorkest gebruikt.
Een saxofoonkwartet heeft de baritonsax als laagste instrument in hun midden.
Ook qua vorm is de baritonsax anders, waar de tenorsax alleen een bocht in de hals heeft, heeft een baritonsax een tweetal extra 180° bochten bij het mondstuk.

Basblokfluit   Naar boven  Informatie gevraagd!!
De basblokfluit is een lagere variant van de bloklfluit (dus is het een blaasinstrument en aërofoon) en het is gestemd in F.

De basklarinet is een lage (bas) variant van de klarinet (dus is het een blaasinstrument en aërofoon) die zijn definitieve vorm kreeg door Adolphe Sax.
Een moderne basklarinet heeft een groter bereik dan een klarinet: in de laagte is de lage Es gewoonlijk de laagste toon, een enkel intrument gaat tot laag D, maar de meeste topmodellen gaan tot de lage C.
De lage C maakt het mogelijk partijen voor de fagot te blazen, waarbij de basklarinet meer dynamische mogelijkheden heeft.
In de hoogte hangt het van de kunde van de speler af waar het bereik ophoudt.
Vier octaven is een heel gewone omvang, maar de beste spelers komen tot vijf octaven, waarmee de basklarinet het blaasinstrument met het grootste bereik is.

De bassaxofoon is een van de laagste instrumenten uit de saxofoonfamilie (dus is het een blaasinstrument en aërofoon); alleen de contrabassaxofoon en de subcontrabassaxofoon zijn nog lager.
De bassaxofoon is gestemd in bes, en wel een octaaf lager dan een tenorsaxofoon. De bassaxofoon is het eerste type saxofoon die door de Belgische uitvinder Adolphe Sax (1814-1894) is gebouwd.

De bastrompet is een instrument dat een octaaf lager is gestemd dan de (gewone) Bes-trompet (het is dus een blaasinstrument en aërofoon).
Het instrument heeft dezelfde omvang als een trombone, en wordt meestal door een trombonist bespeeld.
Dit instrument komt niet vaak voor in het symfonisch orkest, maar bij een uitvoering van de Ring des Nibelungen van Richard Wagner kan men hem in actie zien.

Basfluit   Naar boven  Informatie gevraagd!!
De basfluit is een lagere variant uit de dwarsfluitenfamilie (het is dus een blaasinstrument en aërofoon).

Basgitaar   Naar boven
De basgitaar is een tokkelinstrument en chordofoon (doorgaans vier-snarig) dat wordt gebruikt in bijna elke vorm van muziek.
De stemming is E-A-D-G; gelijk aan de laagste vier snaren van een gewone gitaar maar dan een octaaf lager.
Meestal wordt een basgitaar uitgevoerd met frets, maar fretloze basgitaren bestaan ook.
De meeste basgitaren zijn elektrisch, maar er zijn ook akoestische basgitaren gemaakt.
Vanwege de (te) kleine klankkast is de akoestische basgitaar zonder versterking niet echt goed toe te passen. De klank lijkt wel meer op die van een pizzicato bespeelde contrabas.

Basluit   Naar boven  Informatie gevraagd!!
Een basluit is een lagere variant ui de luitenfamilie (het is dus een chordofoon en tokkelinstrumenten).
Het heeft dus de typische klankkastvorm van een overlangs dorgesneden ei en ook de korte brede hals.

Beiaard   Naar boven
Een beiaard of carillon is een met een klavier bespeelbaar toetsinstrument en idionofoon, bestaande uit één of meerdere series klokken.
Volgens de definitie van de Beiaard Wereld Federatie (World Carillon Federation ) dient een instrument uit minimaal 23 klokken te bestaan om carillon genoemd te mogen worden.
Iemand die een beiaard bespeelt, heet beiaardier of ook wel klokkenist.
De toetsen van de speeltafel zijn houten stokken die gegroepeerd zijn als de toetsen van een piano.
Men spreekt ook wel van witte en zwarte toetsen, hoewel de stokken niet gekleurd zijn.
De beiaardier bespeelt de totsen met de pink van zijn losjes gebalde vuisten, of, als hij twee toetsen tegelijk wil indrukken, met duim en vingers.
Meestal is er ook een pedaal, dat met de voeten wordt bespeeld.

Bekkens   Naar boven
Een bekken of cimbaal is een slaginstrument en idionofoon zoals dat bijvoorbeeld in een drumstel gebruikt wordt.
De diverse uitvoeringen van het bekken worden meestal met de Engelstalige benaming (cymbal) aangeduid. (de diverse uitveringen met meer informatie vindt u op wikipedia)
De cimbaal bestaat uit een ronde, iets gekromde metalen schijf die in het midden opgehangen is of met een riem wordt vastgehouden.
Ook in de slagwerksectie in klassieke muziek worden bekkens toegepast.
Een cimbaal wordt vervaardigd van een geheim gehouden legering die grotendeels uit brons bestaat.

Blaas-bas   Naar boven
Blaas-bas of tuba: zie Tuba

Blokfluit   Naar boven
De blokfluit (of bekfluit) is een houten blaasinstrument en aërofoon met een labium.
Het labium bevindt zich achter het blok dat in een cilindrische buis geschoven wordt (vandaar de naam blok-fluit).
Blokfluiten zijn er in zeer veel verschillende soorten en maten, de lengte kan van 10 cm tot zo'n 320 cm variëren.

Bombardon   Naar boven
De bombardon is de voorloper van de sousafoon (een blaasinstrumenten en aërofoon).
Vooral in dorpsfanfares en harmonieën was dit instrument populair.
Door de bastuba zo te buigen dat hij draagbaar was over de schouder kon dit instrument goed gebruikt worden om mee te lopen.
Toch was ook dit instrument zwaar en met de komst van de sousafoon en later de sousafoon van kunststof werd dit instrument naar het museum verwezen.

Bongo   Naar boven
Bongo's zijn kleine handtrommels (het zijn dus slaginstrumenten en membranofonen) die meestal per twee aan elkaar hangen en samen bespeeld worden.
Bij drumbands en malletbands worden de bongo's opgehangen aan de kleine trom en worden ze bespeeld met mallets (soort trommelstokken).

Bouzouki   Naar boven
De Bouzouki is een langhalsluit (het is dus een tokkelinstrument en chordofoon) uit Griekenland.
Het instrument is geëvolueerd vanuit de Turkse "buzuk Baglama" in de achterbuurten van Athene waar het gebruikt werd in de rebetika muziek in kroegen waar hasj verkocht werd (tekes).
Vanaf 1900 en tot de 40er jaren van de vorige eeuw had de bouzouki 3 dubbelkorige snaren (trichordo), gestemd D,A,D, en dit instrument wordt tot op vandaag de dag bespeeld.
Er is zelfs sprake van een echte revival.

Bugel   Naar boven
De bugel of flugelhorn (Duits: flügelhorn) is een koperen blaasinstrument en aërofoon in Bes of Es of sporadisch ook wel C met drie ventielen, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten.
De bugel heeft binnen de brass band een bijzondere status, maar een brass band heeft maar één bugel.
De vorm van de bugel is geheel conisch voorbij het ventielhuis en met ruimere bochten dan de trompet, waardoor de bugel een veel zachtere, warmere en rondere klank heeft.
De bugel is uitgevonden door Adolphe Sax, dezelfde als de uitvinder van de saxofoon.
De bugel heet in het Frans "bugle", maar in het Engels "flugelhorn" en moet niet verward worden met de Engelse "bugle", wat een klaroen is.

De buisklokken is een instrument uit de slagwerkfamilie (het is een ook een idionofoon).
Het is een verzameling buizen, die net als de toetsen op een piano zijn geordend.
Met een houten hamer wordt aan de bovenkant van de buizen geslagen.
Met een stang kan een dempermechanisme worden bediend om de klank van de buizen te dempen.
De buizen zijn van boven gesloten en van onderen open.

Cabaza   Naar boven
De cabaza, bij ons ook bekend als pompoenrammelaar, bestaat uit het van een handvat voorziene vruchtlichaam van een pompoen, aan de oppervlakte waarvan een breedmazig net van parels of korrels van vruchten, in onze tijd ook metalen bollen, gespannen is.
Dit Afro-braziliaans ritmemuziekinstrument (slaginstrument en idionofoon) wordt of met de vlakke hand bespeeld, of men strijkt met de vingers over het net.

Cajon   Naar boven
Een cajon (spreek uit als "kachon") is een handtrommel(idionofoon en slaginstrument) met een slagvlak van hout en komt oorspronkelijk uit Latijns Amerika, waar dit instrument veel wordt gebruikt als begeleidingsinstrument voor de tango.
De cajon is op verschillende manieren te bespelen waardoor de elementen van een slagwerk (bass, snare en hihat) gecombineerd kunnen worden.
Aan de binnenkant van de veelal rechthoekige holle kast zijn metalen snaren gespannen welke strak tegen de binnenkant van de voorzijde gespannen zijn.
Hierdoor wordt het "snare"-geluid gecreërd zoals die van een traditionele snare-drum.
Ook wordt er vaak een bosje met licht metalen belletjes aan de binnenkant gespannen.

Carillon   Naar boven
Carillon of beiaard: zie Beiaard

Castagnetten zijn een slagwerkinstrument en idionofoon dat vooral gebruikt wordt in Moorse muziek, zigeunermuziek, Spaanse muziek en Latijns Amerikaanse muziek.
Het instrument bestaat uit een paar concave schelpen die aan één kant verbonden zijn met een koordje.
Ze worden in de hand gehouden en produceren een klikgeluid of een ratelend geluid bij snel opeenvolgende kliks.
Ze worden uit hardhout gemaakt.
In de praktijk gebruikt de speler een paar in elke hand.
Het koordje wordt aan de duim vastgemaakt en de castagnetten liggen in de handpalm.
Castagnetten worden voornamelijk gebruikt door dansers en zangers, vooral in flamencomuziek.

Cello   Naar boven
Cello of violoncello: zie Violoncello

Charango   Naar boven
Een charango is een tokkelinstrument en chordofoon uit Zuid-Amerika.
De charango is vijfkorig (5 x 2 snaren) in de stemming E A E C G.
Oorspronkelijk werd het gemaakt van de rug van een gordeldier,maar tegenwoordig (na 1980) hebben de meeste charango's een houten klankkast.

Chocallo   Naar boven  Informatie gevraagd!!

Cister   Naar boven
Een cister is een kleine peervormige luitsoort (chordofoon en tokkelinstrument) met 4-12 snaren en verschillende stemmingen.
Het was een zeer populair instrument in de 16de en 17de eeuw.
De cister heeft een platte, ronde klankkast waarop een smalle, lang hals bevestigd is.

Claves   Naar boven
Claves is een muziekinstrument, bestaande uit twee massieve hardhouten stokjes die tegen elkaar worden geslagen.
Het instrument produceert een korte droge tik met een duidelijke toonhoogte.
De toonhoogte is afhankelijk van de grootte van de stokjes.
Het slaginstrument, dat behoort tot de idiofonen en slaginstrumenten, is waarschijnlijk afkomstig uit Spanje.
De claves zijn het meest bekend doordat er in de Cubaanse muziek de clave, doorlopend ritmisch patroon, op wordt gespeeld.

Een clavichord is een klein klavierinstrument uit Europa dat tot de toetsinstrumenten en chordofonen wordt gerekend.
Het speelde vooral in de kamermuziek uit de 17e- en 18e eeuw een grote rol.
De klank is erg zacht, en lijkt wel wat op die van een luit.
Het clavichord is een van de oudste toetsinstrumenten met snaren, en is ontstaan uit het monochord, een instrument uit de Oudheid.
In een schriftelijke bron uit 1396 wordt de naam clavichord voor het eerst gebruikt.

Cobza   Naar boven  Informatie gevraagd!!
Een cobza is een tokkelinstrument en chordofoon, meer precies een korthalsluit, met een scherp geknikte nek uit Roemenië.
Het wordt vooral als begeleidingsinstrument toegepast in een kleine bezetting met viool, altviool en contrabas.

De moderne concertciter heeft metalen melodiesnaren en begeleidingssnaren die van darm worden gemaakt.
De melodiesnaren lopen over frets. Ze worden getokkeld met een plectrum (het is dus een tokkelinstrument en chordofoon.

De concertina is een op een trekzak gelijkend toetsinstrument en aërofoon.
Veelal hebben beide kanten waarin zich de tongenblokken bevinden een zeshoekige vorm.
Uit de concertina is later de bandoneon ontwikkeld. De concertina kent een aantal sub-soorten.

Conga   Naar boven
Een conga is een circa 70-75 cm hoge eenvellige trommel (een slaginstrument en membranofoon), tonvormig en open aan de onderkant, die meestal met de handen wordt bespeeld.
De oorsprong van het instrument is terug te vinden in de Congolese Makuta-trommel.
De conga kreeg met de jaren heel wat veranderingen in vorm en uiterlijk.
Vandaag de dag zijn de conga's wat dikker.
Het instrument wordt gemaakt van hout of fiberglas.

De sarrusofoon is niet zo'n bekend instrument.
Sarrusofoons zijn koperinstrumenten (aërofonen en blaasinstrumenten) met een dubbelriet.
Ze werden omstreeks 1850 ontworpen door Sarrus en gebouwd door de Parijse instrumentbouwer Gautrot, voor gebruik bij militaire orkesten.
De sarrusofoon is ontwikkeld in een periode dat er grote behoefte was aan lage instrumenten waarmee gemakkelijk gemarcheerd kon worden.
Men was met name op zoek naar een vervanger voor de fagot die in militaire orkesten niet goed bruikbaar was.
Bij de contrabas-sarrusofoon zit er nog een S-vormige buis in het instrument waar het dubbelriet op zit.

Contrabas   Naar boven
De contrabas, kortweg ook wel bas geheten, is het laagstklinkende muziekinstrument van de strijkinstrumenten en chordofonen.
Opmerkelijk is dat de contrabas in kwarten gestemd is (E - A - D - G), in tegenstelling tot de viool, altviool en cello, die in kwinten gestemd zijn.
Er is ook een uiterlijk verschil: de contrabas heeft afhangende schouders.
Deze verschillen vinden hun oorsprong in de afkomst van de contrabas.
De contrabas, zoals wij die vandaag kennen, stamt uit de familie van de viola da gamba, terwijl de viool en de cello uit de vioolfamilie komen.
De contrabas wordt gebruikt in bijna alle muziekstijlen (popmuziek, klassieke muziek, jazz, zigeunermuziek, klezmer etc).
De functie van de contrabas kan - wanneer het voornamelijk om tokkelen (bij een contrabas plukken genoemd) en niet om aanstrijken gaat - ook door een basgitaar worden vervuld, die dan wordt gestemd als de contrabas.

De contrafagot is een houten blaasinstrument en aërofoon dat als contrabas nog weer groter en een octaaf lager is dan de 'gewone' fagot.
De laagste toon die een contrafagot kan voortbrengen is de A2 (subcontra-A) en het is daarmee het laagste houten blaasinstrument.
De totale buislengte bedraagt 5,96 m en is enkele malen 'dubbelgevouwen' ten behoeve van de hanteerbaarheid.
De contrafagot staat op een verstelbare punt voor de bespeler.
Het dubbelriet is een slag groter dan dat van de 'gewone' fagot.

Cornemuse   Naar boven
Hoewel de naam cornemuse in het Frans doedelzak betekent, wordt er in het Nederlands in het algemeen een instrument uit de kromhoorn-familie (blaasinstrumenten en aërofonen) mee aangeduid.
Het is, in tegenstelling tot de kromhoorn, niet gekromd maar heeft een rechte pijp, maar het heeft, net als de kromhoorn, een houten windkap rond het dubbelriet.
Het is dus in zekere zin een doedelzak met een houten zak.

Cornet   Naar boven
In vergelijking met de trompet is de cornet (blaasinstrument en aërofoon) wat lichter bespeelbaar door de wijdere mensuur (verhouding van de lengte tot de dikte van de buis).
De toon van de cornet is hierdoor ook iets minder schel dan die van de trompet.
De cornet lijkt veel op de trompet.
Het instrument heeft evenwel een andere geschiedenis: het stamt af van de posthoorn.
Het verschil is voornamelijk dat de cornet veel conischer van vorm is: de diameter van de buis is vanaf het mondstuk smaller en heeft daardoor een groter verloop.
Ook is de cornet compacter gebouwd, met wijdere bochten dan de trompet.

Cuatro   Naar boven
De cuatro is een aan de gitaar verwant snaarinstrument en chordofoon en lijkt wat op de ukelele.
Evenals bij de ukelele wordt de cuatro zo gestemd dat een opslag en neerslag een bijna gelijke klankkleur krijgt.
De cuatro is een van de populairste instrumenten in Venezuela.
Het wordt ook in Trinidad veel bespeeld door lokale calypso zangers.
In Puerto Rico is de cuatro een nationaal instrument, maar is daar anders van vorm en heeft 5 dubbele snaren.

Cymbalom   Naar boven
Een cymbalom (ook: cymbaal, niet te verwarren met het slagwerkinstrument cimbaal of bekkens) is een chordofoon en tokkkelinstrument dat behoort tot de plankzithers.
Het wordt bespeeld met twee stokken waarvan de uiteinden meestal zijn omwikkeld.
De in West-Europa voorkomende varianten worden hakkebord of hackbrett genoemd.

In de 16e eeuw kwam nog een ander type viool (strijkinstrument en chordofoon) voor.
Het was een hele kleine viool, dat makkelijk in de zak kon worden meegedragen.
Het was zeer geliefd bij dansmeesters en daarom wordt het instrument ook wel een dansmeester(s)viool genoemd.
De dansmeester gebruikte het om muziek te maken bij zijn lessen.

Darabuka   Naar boven
Een darabuka (ook darbuka of tarabuka) is een vaastrommel (membranofoon en slaginstrument) zoals die in de Balkan, in het Midden-Oosten en in de rest van de Arabische wereld gebruikt wordt.
De rechterhand slaat (meer naar het midden) de zware tel, doum genaamd.
De linkerhand vult het ritme op.
Er zijn twee types darbuka, het Egyptische en het Grieks/Turkse model.

De didgeridoo (of didjeridu, uitgesproken als didzjeriedoe) is een blaasinstrument en aërofoon, vooral bekend uit Australië waar de Aboriginals in Noord-Australië (Noordelijk Territorium) het instrument reeds duizenden jaren bespelen.
Verhalen doen de ronde dat de didgeridoo al 40.000 jaar zou bestaan, enig bewijs is hiervoor echter niet aanwezig.
De oudste bewijzen in de vorm van rotstekeningen in de Kakadu regio zijn zo'n 1000 tot 2000 jaar oud.
En ook het verspreidingsgebied geeft aanleiding om aan te nemen dat de didgeridoo maximaal zo'n 1000 tot 2000 jaar oud is.
Deze holle blaaspijp is tegenwoordig een door termieten uitgeholde eucalyptusboomstam of -tak.
Oorspronkelijk was de didgeridoo waarschijnlijk van bamboe.
Dit materiaal is veel makkelijker hol te maken, zeker in de tijd dat er nog geen goede metalen gereedschappen waren.

Djembe   Naar boven
De djembé (ook: djembeh, djembee, dzjembee of yembe) is een trommel (membranofoon en slaginstrument) die voornamelijk afkomstig is uit West-Afrika: Mali, Guinee, Senegal, Ivoorkust, etcetera.
De traditionele djembé wordt met de hand gemaakt.
Een boomstam wordt uitgehold en bespannen met een geitenvel.
Dit vel wordt via een touw-bespanning op de djembé bevestigd.
De boom waarvan de tradionele djembé's gemaakt worden is de Leky.
En de djembé's heten origineel: Sambany.

Doedelzak   Naar boven
De doedelzak is een bijzonder oude vorm van blaasinstrument en aërofoon.
Vermoed wordt dat het instrument ca. 2000 v.Chr. is ontstaan in de regio India en Pakistan en vervolgens door de tochten van Alexander de Grote naar het westen is gebracht.
Doedelzakken kwamen al voor in het Oude Egypte en hebben zich in de Romeinse tijd over geheel Europa verspreid.
In Schotland en Ierland zijn ze in de loop der eeuwen een onderdeel van de cultuur geworden.
De doedelzak is een rietinstrument waarbij het riet indirect bespeeld wordt via een luchtkamer en dus niet met de lippen of tong aangeraakt wordt.
Doedelzakken zijn eigenlijk eerder een familie van muziekinstrumenten dan een enkel instrument.
Zowel enkele als dubbele rieten worden toegepast.

Draailier   Naar boven
Een draailier (chordofoon en toetsinstrument) is een soort gemechaniseerde viool.
De strijkstok is hierbij vervangen door een wiel dat door middel van een zwengel wordt rondgedraaid en dat met hars stroef gemaakt wordt.
De snaren drukken hier tegenaan.
Een karakteristieke eigenschap van een draailier is de ritmische begeleiding die ontstaat door bij het draaien aan het wiel vanuit de pols ritmische versnellingen aan te brengen.
Op de draailier doet dit de trompetkam in trilling komen wat een ritmisch snerpend geluid geeft.

Drumstel   Naar boven
Een drumstel (ook: drums) is een muziekinstrument of liever gezegd een aantal slagwerkinstrumenten en chordofonen/idionofonen dat door 1 persoon, een drummer, bespeeld wordt.
De basisopstelling van een drumstel bestaat uit een aantal trommels en een aantal bekkens:
  • bassdrum
  • snaredrum of snarentrom
  • high-tom mid-tom low-tom of de toms
  • floor-tom
  • hihat
  • cymbals / bekkens
Het hart van een drumstel bestaat uit de bassdrum, de snaredrum en de hihat.
De bassdrum wordt met een voetpedaal bediend en geeft de lage klanken.
Onder het ondervel van de snaredrum is een matje met metalen snaren gespannen.
Hierdoor maakt de snaredrum (kortweg 'snare') een fel en scherp geluid.
De hihat is een door de voet beweegbare bekkenset waar de drummer met zijn stokken een ritme op slaat.
De drummer bespeelt het drumstel met drumstokken of brushes/kwasten.
De stokken geven een hard geluid, de brushes geven een zacht en wat 'waterig' geluid.

Dulcimer   Naar boven
De dulcimer is een tokkelinstrument en chordofoon en komt uit de Apalachen (mountain dulcimer genoemd).
Het instrument wordt daar gespeeld met de vingers zoals de hommel in West-Europa wordt bespeeld.
Beide instrumenten verschillen echter aanmerkelijk van elkaar.
De dulcimer is echter wel afgeleid van de hommel.
Het bespelen van de dulcimer wordt als moderner aangemerkt.
De dulcimer is geëxporteerd vanuit Europa, en daarna vanuit Amerika weer heringevoerd.
Mensen uit bijvoorbeeld Nederland, Frankrijk en Duitsland bespelen de dulcimer (weer).
Er zijn mensen bekend in Canada die deze instrumenten van hun (voor)ouders overgenomen hebben en nu niet meer weten hoe dat instrument bespeeld werd.
Ze hebben zich daarom hun eigen stijl moeten aanleren.

Dvojnice   Naar boven
De dvojnice is een uit één stuk hout gesneden dubbelfluit (aërofoon en blaasinstrument) uit Joegoslavië.
Meestal zo uitgevoerd dat melodietjes met beperkte toonomvang in tertsen gespeeld kunnen worden.
Dvojnice's zijn vooral bekend geworden als toeristisch souveniertje, de meesten zijn veel te vals om als bruikbaar muziekinstrument aangemerkt te kunnen worden.

De dwarsfluit - in een klassiek orkest gewoon fluit genoemd - is een blaasinstrument en aërofoon dat dwars op de lippen geblazen wordt; de luchtstroom uit de mond staat haaks op de boring van het instrument.
De kleinere en hoger gestemde uitvoering wordt piccolo genoemd, de grotere uitvoeringen altfluit en basfluit.
De moderne dwarsfluit, tegenwoordig meestal van metaal, is door Theobald Böhm ontwikkeld uit de traverso (barokfluit) die meestal van hout was.
Een dwarsfluit bestaat uit een smalle, rechte buis met drie onderdelen, namelijk het kopstuk met een lipplaat, het middenstuk met kleppen die door de vingers bewogen kunnen worden en het voetje als extraatje om nog lagere noten te kunnen spelen.
Hij wordt bij het spelen dwars naar rechts gehouden.
De dwarsfluit heeft een toonomvang (bereik of ambitus) van meer dan 3 octaven.
Hoewel dwarsfluiten tegenwoordig vaak van metaal worden gemaakt, worden ze traditioneel tot de houtblazers gerekend.
Van alle houtblazers heeft een dwarsfluit het kleinste aantal kleppen.

Een elektrische gitaar is een gitaar (tokkelinstrument en elektrofoon) die doorgaans geen klankkast heeft maar zijn geluid uiteindelijk produceert door een luidspreker.
De trillingen van de stalen snaren worden opgepikt door elektromagnetische opnemers (pickups) die bestaan uit magneten en spoelen.
De verstoringen van het magneetveld worden omgezet in elektrische stroom die via een kabel van de gitaar naar een versterker wordt geleid.
Deze versterker zet het elektrische signaal uiteindelijk met een luidspreker om in hoorbaar geluid.
De vorm van de gitaar is nauwelijks van belang voor de uiteindelijke klank van de gitaar maar des te meer voor het speelgemak.
Binnen de groep van elektrisvhe gitaren zijn er nog vele subgroepen.

Engelse hoorn of Althobo: zie Althobo

De eunuch-fluit (membranofoon en blaasinstrument) werd in Europa in de 17e en 18e eeuw gemaakt.
Het membraan wordt hierdoor beschermd door een afneembare kap.
Het instrument wordt bespeeld door in één van de gaten in de kap te spreken of te zingen.
Het behoort tot de familie van de mirlitons zoals de kazoe.

Euphonium   Naar boven
Een eufonium of euphonium is een koperen blaasinstrument en aërofoon dat familie is van de bassen.
Het eufonium stamt ook af van de bastuba.
De baritontuba of kortweg bariton, een gelijksoortig instrument, stamt daarentegen af van de hoorn.
Over het algemeen is het eufonium even groot of iets groter dan de bariton.
Het euphonium heeft drie of vier ventielen, de bariton meestal drie maar er bestaan ook exemplaren met 4 ventielen.
Het eufonium staat gestemd in bes en heeft een iets zwaardere klank dan de bariton.
Het verschil tussen eufonium en bariton zit hem in de vorm van het instrument: het eufonium is conisch opgebouwd, zijn klankbeker helt uit; de bariton daarentegen is cilindrisch opgebouwd.

"Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikelen (http://nl.wikipedia.org/wiki/naam van het instrument ;
het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.
U mag dit verspreiden, zowel letterlijk als aangepast, zolang u zich aan de regels van de GFDL houdt."

Valid XHTML 1.0 Transitional