De indeling van de muziekinstrumenten

Lijst instrumenten S-Z


Sansa   Naar boven
De duimpiano of sansa is een muziekinstrument dat behoort tot de idiofonen en slaginstrumenten.
Het instrument komt heel frequent voor in Centraal-Afrika.
De duimpiano bestaat uit een reeks meestal ijzeren tongen (lamellen) die met de vingers aan het trillen worden gebracht.
Op de klankkast worden de ijzeren lamellen gemonteerd, dit zijn soms platgeslagen spaken van een fietswiel.
Hun aantal schommelt tussen 8 en 24.
De lamellen worden in twee groepen verdeeld, waarbij elke hand ongeveer over de gehele ambitus beschikt; de gebruikte tonen worden immers niet in één reeks van stijgende toonhoogtes gezet, maar in twee min of meer parallelle groepen verdeeld.
De lamellen worden vastgezet door drie dwarsliggende kammen, waarvan de buitenste twee draagvlakken zijn en de middenste de lamellen neerwaarts duwt en zo klem zet.
Een ander bijdragend klankelement zijn de ringetjes die tussen de kammen rond de lamellen worden aangebracht.
Naar gelang van de gebruikte toonladder wordt het klinkende gedeelte van de lamellen langer of korter gemaakt om een andere toonhoogte te bekomen.

Santoor   Naar boven
De santoor (letterlijk: 100 snaren) is een muziekinstrument uit de Hindoestaanse muziek.
Het is de Indiase variant van het cymbalom of hakkebord (dus een chordofoon en tokkelinstrument) en wordt, met het instrument op schoot zittend, met twee aan de uiteinden licht gekromde fijne houten hamertjes bespeeld.
De bekendste musicus op de santoor is Shivkumar Sharma, die het instrument vanaf halverwege de 20e eeuw een serieuze plaats in de klassieke Noord-Indiase muziek wist te geven.

Sarangi   Naar boven
De sarangi is een klein, maar zwaar houten chordofoon en tokkelinstrument uit de Hindoestaanse muziek.
Op de santoor na, is er geen ander muziekinstrument uit India, dat zoveel snaren heeft.
De sarangi wordt met een strijkstok bespeeld, het instrument wordt rechtop op schoot gezet.
De strijkstok bespeelt de melodie-snaren, en eveneens de stalen akkoord- en ritmische chikari-snaren.
Op een sarangi komen tot wel 30 tarafs (resonantiesnaren) voor.

Sarod   Naar boven
De sarod is een tokkelinstrument en chordofoon uit de Hindoestaanse muziek.
Het is een fretloos snaarinstrument met 4 melodie-snaren, 2 ritmische snaren (chikari) en enige akkoord-snaren.
Bovendien is de sarod voorzien van circa 18 tarafs, resonantiesnaren.
De sarod wordt met de rechterhand bespeeld met een plectrum, gemaakt van de schil van een kokosnoot.
De linkerhand grijpt de toonhoogtes op een gladde, glimmende, metalen toets, waardoor glissando technieken mogelijk zijn.

Saxofoon   Naar boven
Een saxofoon is een blaasinstrument en aërofoon met een conische (hij wordt naar het uiteinde toe breder), vaak S-vormige buis die voorzien is van kleppen.
De saxofoon wordt niet tot de koperblazers gerekend, maar zoals alle riet-blaasinstrumenten tot de houtblazers vanwege het riet dat het geluid produceert.
De saxofoon werd in 1840 ontwikkeld door de Belgische instrumentmaker Adolphe Sax (1814-1894), naar wie het instrument ook is vernoemd, en die er op 28 juni 1846 in Frankrijk een patent op verwierf.
Adolphe Sax heeft verbeteringen aan de meeste koperinstrumenten gemaakt, alsmede aan verscheidene houtblaasinstrumenten: de basklarinet zoals we die vandaag de dag kennen is een ontwerp van Adolphe Sax bijvoorbeeld.
Sax wilde een instrument maken dat de souplesse van de strijkers had maar ook de dynamische mogelijkheden van het koper (luid) en de klankmogelijkheden van het hout.
Sax wilde een instrument dat alle goede eigenschappen van de klassieke orkestinstrumenten in zich zou herbergen.
De eerste saxofoon was een bassaxofoon, de rest van de familie volgde later.
Omdat een bas makkelijker te bouwen is als we het hebben over verhoudingen en controle van de buis/stemming e.d. maakte hij die eerst.
In de loop van de jaren die er op volgden bouwde hij de rest van de familie (composities met saxofoons erin volgden al snel).

Schalmei   Naar boven
Een schalmei is een blaasinstrument en aërofoon met een rechte conische boring.
De toon wordt gevormd met een dubbel riet.
In Aziatische culturen komen verschillende vormen voor die meest in de buitenlucht gebruikt worden voor dansmuziek.
Ook in bijvoorbeeld Bretagne treft men nog een schalmei aan in de lokale volksmuziek de bombarde.
In de Balkan is de zurla nog altijd in gebruik.
In de Europese traditie was de schalmei samen met de grotere familieleden van de pommer een populair instrument in de Renaissance.
De bas-vormen waren vaak erg zwaar en onhandelbaar en werden daarom verdrongen door een opgevouwen versie van de dulciaan, waaruit zich de moderne fagot ontwikkeld heeft.

Serpent   Naar boven
De serpent is een blaasinstrument en aërofoon en de zwaarste variant (echter, geen familie) van de baszink, die volgens een 18e-eeuwse Franse publicatie rond 1590 in Auxerre (Frankrijk) is uitgevonden.
Het instrument bestaat uit aaneengelijmde houten spanen, in twee onderstaande S- bochten gebogen (vandaar de naam) en omwikkeld met leer.
De buis is zo'n twee meter lang en geheel conisch.
Het instrument heeft een groot bereik maar een zeer matige eigen toonzuiverheid.
Alles hangt dus af van de gehoorvaardigheid van de bespeler.
Zoals bij alle koperblaasinstrumenten, waarbij de serpent ook behoort omwille van het bespelen met een kuipmondstuk, wordt de grondtoon enkele malen in harmonischen overgeblazen.
De tussenliggende tonen worden bekomen door verkortingen, openen van vingergaten dus.
De bij oorsprong slechts zes vingergaten staan echter niet proportioneel over de toonbuis verdeeld.
Een duimgat is er ook niet.
Sommige noten hebben zelfs geen eigen vingerzetting, er moet 'gelipt' worden.
Er bestaat een basis-vingerzettingstabel maar het is de musicus die uiteindelijk beslist welke vingerzetting het beste klinkt voor elke noot.

De Shruti box is een aërofoon en toetsinstrument dat dikwijls gebruikt wordt om Indische instrumenen te begeleiden.
Het instrument is in feite een rechthoekige houten doos met aan de ene kant een blaasbalg en aan de andere kant gaten afgesloten met houten plaatjes.
Als je wilt spelen, draai je eerst de plankjes weg van de noten die je wil spelen.
Dan druk je met één hand de blaasbalg in waardoor de lucht door de gaten stroomt.
Achter elk gat zit riet waardoor de lucht gaat trillen en geluid voortbrengt.

Sistrum   Naar boven
Een sistrum (Egyptisch: sechem) is een idionofoon en slaginstrumentinstrument dat voor het eerst werd gebruikt het het Oude Egypte.
Het percussievoorwerp bestaat uit een soort metalen "U" (die doet denken aan de hoorns van Hathor) van ongeveer 10 bij 30 centimeter, waartussen enkele draadjes zijn gespannen.
Om deze draden zitten ringetjes, die geluid maken als er met het instrument geschut wordt.
Het sistrum is de voorloper van de tamboerijn.
Sistra werden veel gebruikt in de Oud-Egyptische muziek.
Het was een belangrijk instrument voor dansen en religieuze bijeenkomsten.

Sitar   Naar boven
Een sitar is een chordofoon en tokkelinstrument uit India met een zeer typerende klank.
Het instrument heeft behalve vier melodiesnaren en drie ritmesnaren (chikari), ook twaalf tot veertien resonantiesnaarsnaren (tarafs).
De resonantiesnaren worden gestemd in de toonladder van de betreffende raga (regel).
De sitar komt traditioneel uit de Hindoestaanse muziek.
Het instrument kreeg in de jaren '60 bekendheid doordat de Beatles en andere popgroepen het instrument een aantal malen in hun nummers gebruikten.
De beroemdste sitarspeler ter wereld is Ravi Shankar.
Hij speelde onder andere op het Monterey popfestival in 1967.
Onder andere hierdoor werd muziek uit India in het algemeen en sitarmuziek in het bijzonder bij het grote publiek bekend.

Sjofar   Naar boven
De sjofar is een hoorn (blaasinstrument en aërofoon) die in de joodse eredienst wordt gebruikt.
Normaal gesproken is het een ramshoorn, maar hoorns van andere dieren, zoals geiten en schapen, kunnen ook wel als sjofar gebruikt worden.
Duizenden jaren geleden werd de sjofar gebruikt om de aandacht op te roepen, bijvoorbeeld bij het uitbreken van een oorlog, wat enigszins vergelijkbaar is met de alarmsirenes die in onze tijd worden gebruikt.
Op beide dagen van Rosj Hasjana, het joodse nieuwjaar, wordt in sjoel (de synagoge) honderd maal op de sjofar geblazen.
Tenzij een van deze dagen op sjabbat valt, dan wordt er namelijk geen sjofar geblazen omdat dit een overtreding van de sjabbat zou behelzen.
Het blazen op de sjofar is kenmerkend voor deze dag.
Verder wordt op Jom Kippoer, het feest van de verzoening dat een aantal dagen later wordt gevierd ook op de sjofar geblazen.

Snaartrom   Naar boven
Kleine trom of snaartrom: zie Kleine trom

Snorrebot   Naar boven
Een snorrebot is een aërofoon blaasinstrument dat sinds de oudheid al gebruikt wordt.
Een snorrebot bestaat uit een dun plaatje van bijvoorbeeld bot dat aan een koord rondgeslingerd wordt.
Door luchtwervelingen gaat het plaatje om zijn as tollen waarbij het een zoemend of snorrend geluid voortbrengt.
Hiermee is ook de naamgeving verklaard.
De toonhoogte varieert met de snelheid waarmee het snorrebot wordt rondgeslingerd.
Snorrebotten werden vooral als ritueel instrument ingezet.

De sopraanblokfluit is het meest bekende type blokfluit (aërofoon en blaasinstrument).
Het wordt vaak op (muziek)scholen gebruikt bij het muziekonderwijs aan kinderen.
De sopraanblokfluit produceert een hoger geluid dan de altblokfluit en is gestemd in C (Do groot).
Voor kinderhanden is de sopraanblokfluit makkelijk te bespelen.
Het onderhoud is hetzelfde als de altblokfluit.

Een sopraansaxofoon of sopraansax is één van de kleinste (en hoogste) leden van de saxofoonfamilie (blaasinstruenten en aërofonen).
De soprillo en de sopraninosaxofoon zijn kleiner terwijl de altsax één maat groter is.
Een sopraansax is doorgaans recht, in tegenstelling tot de alt en lagere leden van de saxofoonfamilie.
Maar de sopraansax komt ook in een gebogen vorm voor (vorm van een altsax).
Deze vorm is niet zo heel erg zeldzaam, verschillende merken maken dit soort vormen maar er is wel een andere wel zeldzame vorm: namelijk de saxello (een gebogen hals met een naar voren staande beker).
De sopraansax staat doorgaans gestemd in bes en blaast zoals alle saxofoons over in het octaaf waardoor het spelen van een toonladder vergelijkbaar is met op een blokfluit.

De sopraninoblokfluit (blaasinstrument en aërofoon) is een hogere en kleinere variant van de sopraanblokfluit.

De sopraninosaxofoon (blaasinstrument en aërofoon) is een meestal rechte, hogere en kleinere variant van de sopraansaxofoon.

Soprillo   Naar boven
Een soprillo of piccolosaxofoon (blaasinstrument en aërofoon) is een recent door Benedikt Eppelsheim ontworpen octaaf-sopraansaxofoon.
De soprillo is momenteel de kleinste saxofoon in de wereld met een grootte van 30 cm.
Hij klinkt nog een octaaf hoger dan de sopraninosaxofoon en is gestemd in Bes (Si-b).
De Engelse saxofonist Nigel Wood is de eerste soprillo-speler in het Verenigd Koninkrijk.

Sousafoon   Naar boven
Een sousafoon is een van de grootste koperen blaasinstrumenten en aërofonen.
Het instrument werd voor de kapel van John Sousa vervaardigd als variant op de helicon (cirkelvormige tuba) met een extra wijde mensuur en beker die naar voren gericht kon worden.
Over de oorsprong van dit instrument is veel verteld, het zou juist wel of juist niet door Sousa zelf zijn gewenst en er zijn nog dergelijke verhalen.

Spinet   Naar boven
Een spinet is een chordofoon en toetsinstrument dat behoort tot de klavecimbels.
Het wordt op dezelfde wijze bediend als een klavecimbel, maar onderscheidt zich hiervan in engere zin door de plaatsing van de snaren: ze liggen niet in het verlengde van de toetsen, maar maken er een hoek mee.
Hetzelfde geldt ook voor het virginaal, maar in tegenstelling tot dit instrument is het spinet driehoekig of vleugelvormig.
Waar het gewone klavecimbel meerdere registers heeft, heeft het kleinere spinet er slechts één.
Het spinet werd vooral in huiselijke kring bespeeld.

Steeldrum   Naar boven
De steeldrum is een idofoon en slaginstrumenten.
Oorspronkelijk bestaan de steeldrums uit lege olievaten die gebruikt worden als goedkope percussie-instrumenten.
Deze 'steelpans' ontwikkelen zich tot speciaal bewerkte vaten.
Door een systeem van uitgeklopte holtes kan er een hele reeks verschillende tonen en klanken uit gehaald worden.
De steeldrum is een karakteristiek instrument in de steelband- of tobago muziek van het eiland Trinidad.

Surbahar   Naar boven
De surbahar is de grotere (bas) versie (chordofoon en tokkelinstrument) van de sitar in de Hindoestaanse muziek.
Doordat het instrument een octaaf lager staat, is de resonantie en uitklinktijd van de gespeelde tonen veel groter dan bij de sitar.

Surnai   Naar boven
Een zurla (Balkan), zurna (Turkije) of surnai is een schalmei (primitieve hobo) die vooral samen met een tapan gebruikt wordt; het zijn beide openlucht instrumenten.
De zurla speler gebruikt doorgaans circulaire ademhaling bij het spelen.
Door de (te) hoge druk op het hoofd is het bespelen van een zurla een ietwat ongezonde bezigheid.
Zurla's / Zurna's komen op de hele balkan voor evenals in Turkije.

Susringar   Naar boven
De sursringar is de grotere (bas) versie (chordofoon en tokkelinstrument) van de sarod in de Hindoestaanse muziek.
Doordat het instrument een octaaf lager staat, is de resonantie en uitklinktijd van de gespeelde tonen groter dan bij de sarod.

De symphonetta is een relatief onbekende aërofoon en toetsinstrument dat in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werd gebouwd door de Duitse harmonicafabriek E.L.A.
De symphonetta is een uitvinding van Richard Scheller.
Hij liet het instrument bouwen bij de bekende bandoneon- en concertina bouwer Ernst Louis Arnold, die in 1864 zijn fabriek E.L.A. oprichtte in Carlsfeld (Duitsland).
De symphonetta is een tussenvorm van de piano en het harmonium in die zin dat het de bespelingsproblemen van beide oplost.
Een piano kan een toon, nadat het klavier is aangeslagen, niet vasthouden zoals het een harmonium dat wel doet.
Op een harmonium liggen de basgrepen onhandig dicht bij elkaar, zijn tijdens het spel voetbewegingen nodig, zijn alleen akkoordgrepen mogelijk die binnen één octaaf liggen en klinken de diepe tonen niet zo mooi.
De symphonetta is een poging om deze problemen op te lossen.

Tabla   Naar boven
De tabla is het meest gebruikte ritmische begeleidingsinstrument (membranofoon en slaginstrument) in de Hindoestaanse muziek, en wordt bovendien ook veelvuldig in moderne fusion gebruikt.
De tabla wordt met beide handen bespeeld, waarbij elke hand uitsluitend zijn eigen trommel bespeelt.
De rechterhand bespeelt de houten dayan, de linkerhand de koperen of klei bayan.
De slagtechnieken omvatten een groot aantal zogeheten bols, die elk een andere klank voortbrengen.
Opmerkelijk aan een tabla is het vel dat onregelmatig gemaakt is met een schijf ander materiaal.
Bij het meeste andere slagwerk wordt juist geprobeerd om een zo homogeen mogelijk vel te gebruiken.

Een tamboerijn is een lijsttrommel (membranofoon en slaginstrument), bestaande uit een hoepel die met een vel bespannen is en waaraan meestal enkele belletjes bevestigd zijn.
Het instrument wordt met de hand aangeslagen of bewogen.
In veel Zuid-Europese volksmuziek (Spanje, Portugal, Italië) is de tamboerijn regelmatig te zien en te horen.

Tambura   Naar boven
De tambura is een op de Griekse bouzouki gelijkend tokkelinstrument en chordofoon uit Bulgarije.
De klankkast van het instrument wordt doorgaans gesneden uit één stuk hout.
Het instrument wordt in de regel als de hoogste vier snaren van de gitaar (D - G - B - E) gestemd, en de vier snaren zijn dubbelkorig (unisono).
De tambura wordt met een plectrum bespeeld en dient vooral als begeleidingsinstrument, en speelt ritmische akkoorden.

Tamburica   Naar boven
De tamburica is een volks tokkelinstrument en chordofoon met 2, 4 of 6 metalen snaren die meestal met een plectrum getokkeld worden.
Het komt voor in de verschillende grootten en een orkest bestaande uit deze diverse tamburice wordt vaak in Bosnië en Herzegovina en Kroatië samengesteld en voor het begeleiden van dansen gebruikt.

Tamtam   Naar boven
De tamtam is een op de gong gelijkend metalen slaginstrument (idiofoon).
Net als de gong bestaat hij uit een grote, wat gewelfde metalen plaat met een omgeslagen rand, maar hij is veel groter en heeft een donkerder klank.
De tamtam hangt in een frame en wordt bespeeld met een knuppel.
De tamtam dient niet te worden verward met de tom-tom, een trommel.

Tanbur   Naar boven
De tanbur is een tweesnarige langhalsuit (chordofoon en tokkelinstrument) uit het Midden-Oosten.
De tanbur heeft een peervormig lichaam en een lange, smalle hals met fretten en een knoppenkast.
De juiste origine van de tanbur is onbekend, maar het is zeker meer dan 2500 jaar oud.
Het is de voorloper van tal van snaarinstrumenten.

Tapan   Naar boven
Grote trom, Turkse trom of tapan: zie Grote trom
Taragot   Naar boven
Een taragot of tárogató is een houten enkel-riet blaasinstrument en aërofoon dat op het eerste gezicht het uiterlijk heeft van een klarinet (en doorgaans van hout is) maar qua klank veel meer een sopraansaxofoon weg heeft.
Evenals de saxofoon heeft de taragot een conische boring in tegenstelling tot de klarinet die een cilindrische boring heeft.
Dit heeft tot gevolg dat de taragot en saxofoon overblazen naar het octaaf, terwijl klarinet overblaast naar het duodecime (octaaf+kwint).
De taragot wordt voornamelijk in Roemeense en Hongaarse volksmuziek gebruikt.
De naam van het instrument is oorspronkelijk afkomstig uit het Hongaars (tárogató). Taragot is de Roemeense variant.

De templeblocks is een idionofoon en slaginstrument dat bestaat uit vijf holle houten blokken, die ieder een andere toonhoogte hebben als ze worden aangeslagen.
Het geluid van de templeblock is een vrij droge 'tok', vergelijkbaar met het geluid van de woodblock.
Templeblocks komen oorsprongkelijk uit China, Korea en Japan, waar ze gebruikt werden voor religieuze doeleinden.

De tenorblokfluit is een lagere variant dan de altblokfluit uit de blokfluitfamilie (blaasinstrumenten en aërofonen).

De tenorsaxofoon of tenorsax is na de altsaxofoon de meest voorkomende saxofoon (blaasinstrument en aërofoon).
Het instrument is meestal in Bes gestemd, een enkele keer in C, en heeft een S-vorm met een zwanenhals.
De tenorsax heeft een rijke klank en wordt in harmonieorkesten, fanfareorkesten en big bands gebruikt.
Het is een belangrijk instrument in de jazz en heeft een bereik van Bes klein tot G3.

Theremin   Naar boven
Een theremin is een elektrofoon die bespeeld wordt door de afstand tussen de handen en twee antennes te variëren.
De speler raakt het instrument niet aan.
De theremin werd uitgevonden door Léon Theremin in 1919.
Feitelijk was hij daarmee de uitvinder van de synthesizer.
De rechterhand beïnvloedt de toonhoogte en de linkerhand het geluidsvolume.
Doordat minimale bewegingen al hoorbaar zijn, klinkt het instrument bijzonder expressief.
De klank lijkt op die van een vrouwelijke operastem of een viool.

Theorbe   Naar boven
De theorbe is een luit (chordofoon en tokkelinstrument) met twee schroevenkasten, waaraan aanvullend nog de zogenaamde open bassnaren voor de diepere toonomvang bevestigd zijn.
De grootste verspreiding van de veertien- resp. zestiensnarige basluit vond plaats van de 16e eeuw tot ongeveer 1780.

Tiple   Naar boven
De tiple is een chordofoon en tokkelinstrument verwant aan de gitaar, maar wat kleiner.
De tiple komt voor in Spanje en in verschillende Latijns-Amerikaanse landen.
Het is ook het Spaanse woord voor sopraan, en wordt in die hoedanigheid veel toegepast op muziekinstrumenten.
Vooral het Colombiaanse type geniet bekendheid.
In Colombia is de tiple bijzonder populair en geldt daar als het nationale instrument.
De Colombiaanse tiple heeft 4 groepen van 3 snaren die gestemd worden als: E, B, G, D.
De buitenste twee snaren van de drie laagste sets B, G en D worden een octaaf hoger gestemd dan de middelste.
Daardoor krijgt de Colombiaanse tiple zijn volle, zeer karakteristieke klank.

Trekzak   Naar boven
Een trekzak, (trek)harmonica of diatonische accordeon (in de Engels sprekende landen zijn de benamingen zoals melodeon of diatonic button-accordion gebruikelijk) is een toetsinstrument en aërofoon verwant aan de accordeon.
Het is gebaseerd op het principe van de doorslaande tong (in plaats van een opslaand of dichtslaand riet, zoals bij de rietinstrumenten).
Het instrument bestaat uit twee kasten met tongplaten.
Deze zijn met elkaar verbonden door een blaasbalg die met beide handen uitgetrokken en ingeduwd kan worden.
Beide handen openen ventielen naar de tongen door middel van knoppen.
Met de rechterhand worden melodietonen gespeeld, met de linker begeleidingsakkoorden evenals bij een accordeon.

Triangel   Naar boven
De triangel is een metalen slagwerkinstrument, behorende tot de klasse van de idiofonen.
Het instrument bestaat uit een driehoekig gebogen metalen staaf en wordt, opgehangen aan de bovenkant, aangeslagen met een kleiner metalen staafje.
Het brengt slechts drie klokjesachtige tonen voort en wordt o.m. in een orkest gebruikt.
Dit aanslaan gebeurt op de onderzijde, terwijl trillers in een van de dichte hoeken worden geproduceerd door het staafje snel heen en weer te bewegen.
Een triangel komt voor in verschillende grootten: kleinere klinken hoger dan grotere, hoewel de exacte toonhoogte van een triangel (anders dan die van een pauk) in de muziek geen rol speelt.

Trombone   Naar boven
De trombone (in de volksmond ook wel foutief schuiftrompet genoemd) is een blaasinstrument en wordt tot het scherpe koper gerekend.
Een trombone bestaat uit drie onderdelen.
Eerst een ketelvormig of V-vormig mondstuk. Dit steekt in een lange cilindrische metalen u-vormige uitschuifbare buis (de coulisse).
Hierna volgt de bekersectie, die wel conisch uitloopt.
Door het uitschuiven kan de bespeler de effectieve buislengte verkorten of verlengen, waarmee ook de toonhoogte verandert.
Het geluid ontstaat ter plaatse van het mondstuk.
Hier wordt de lucht door liptrillingen in beweging gebracht en ontstaat een staande golf in de buis.
Omdat in een gegeven buislengte meerdere gehele staande golven passen, is het mogelijk bij gelijkblijvende buislengte meerdere tonen te produceren (overblazen), de zogeheten boventonen: 1 golf met lengte X (de grondtoon), 2 golven met lengte 1/2 X (eerste boventoon), 3 golven met lengte 1/3 X (tweede boventoon) enz.

Trompet   Naar boven
De trompet is een blaasinstrument en aërofoon waarbij het geluid ontstaat doordat de lippen die tegen het mondstuk geplaatst worden, met de adem in trilling worden gebracht.
De trompet klinkt vrij hoog en heeft een heldere doordringende toon.
De afstand van het mondstuk tot aan de beker is ca. 50 cm.
De lengte van de buis varieert echter per stemming.
De buis is voorzien van een drietal ventielen, of in het geval van de schuiftrompet van een schuif, die de buislengte in een aantal combinaties verlengen.
Hij eindigt in een trechtervormige beker, net zoals bij de meeste koperen blaasinstrumenten.
De trompet heeft van oudsher een cilindrische buis die een scherpe klank ontwikkelt, en wordt daarom tot het scherpe koper gerekend.
Door de eeuwen heen zijn de mondpijp (het eerste gedeelte na het mondstuk) en de beker echter steeds meer conisch geworden om het instrument makkelijker bespeelbaar te maken.
Adolphe Sax heeft een hele reeks instrumenten gebouwd, de saxhoorns, die de ontwikkeling van de moderne trompet sterk hebben beïnvloed.

Tuba   Naar boven
De tuba is de verzamelnaam van de tenoren onder de bassen bij de koperen blaasinstrumenten en aërofonen.
Instrumenten die onder de groep worden geschaard zijn o.a. de euphonium en baritontuba.
Hij heeft drie of vier ventielen, bij symfonische tuba's veelal vijf en bij F tuba's vaak zelfs zes ventielen.
Het neerdrukken van de kleppen / ventielen bij een tuba vergroot in feite de lengte van de gebruikte buis, waardoor de toon verlaagd wordt.
Het tweede ventiel doet zo de noot een halve toon dalen, de eerste twee halve tonen, de eerste en de tweede samen drie, de tweede en de derde samen vier, de eerste en de derde samen vijf en de drie kleppen samen zes (dit laatste komt zelden voor).
Het (eventuele) vierde ventiel doet de toon meteen met een kwart dalen en wordt daarom kwartventiel genoemd.

Grote trom, Tapan of Turkse trom: zie Grote trom
Ud   Naar boven
De ud (tokkelinstrument en chordofoon) is het belangrijkste muziekinstrument van het Midden-Oosten en wordt de 'sultan onder de instrumenten' genoemd.
Zijn naam komt van het Arabische woord voor hout, waarschijnlijk omdat er houten strips zijn gebruikt om de ronde klankkast te maken.
De hals van de ud is in verhouding tot de kast kort en heeft geen frets.
Dit maakt een grote melodische souplesse mogelijk: het stelt de musici in staat microtonen te spelen - de tonen tussen de twaalf halve stappen van de chromatische toonladder - die nodig zijn voor een groot deel van de Arabische en Turkse muziek.
De meest gangbare besnaring is die van vijf unisono gestemde dubbele snaren en een enkele bassnaar.
De snaren zijn meestal gemaakt van nylon of darm en worden getokkeld met een plectrum, de 'risha' of 'mizrap.
Een ander kenmerkend onderdeel van de ud die in de Arabische wereld wordt gebruikt is de hals met de naar achteren gebogen stemknoppen.
De Arabische ud verschilt qua bouw, stemming en klank enigszins van die uit Turkije en Armenië.
Het instrument is de voorvader van de Europese luit, (al ud werd luit) en uiteindelijk ook van de gitaar.

Ukelele   Naar boven
De ukelele is een klein gitaarvormig tokkelinstrument en chordofoon met 4 kunststof snaren.
De stemming is eveneens verwant aan die van de gitaar; d.w.z. dat de verhoudingen gelijk zijn aan de hoogste drie snaren van de gitaar, bovenste van alle snaren is een toon lager gestemd dan de hoogste.
De orginele stemming is G C E A. Ukelele is het Hawaïaans voor "springende vlo".
Er zijn verschillende formaten zoals (van groot naar klein) de bariton, de tenor, de concert, de sopraan en de sopranino.
Een grotere variant van de ukelele is de cuatro.

Vedel   Naar boven
De vedel was een voorloper van de viool (dus een chordofoon en strijkinstrument).
De vedel was in de Middeleeuwen de verzamelnaam voor alle snaarinstrumenten.
De vedel is vanuit China via Perzië en Arabië naar Europa gekomen.
De Arabische naam voor de vedel, rebab, wordt daar nog steeds gehanteerd.
De vedel kende ook vele vormen. Dit werd veroorzaakt door het feit dat iedere speler destijds zelf zijn eigen instrument, zijn eigen vedel maakte.
De vorm werd wel van elkaar gekopieerd, en langzamerhand werden steeds meer verbeteringen in het ontwerp geïntroduceerd.

Vibrafoon   Naar boven
Een vibrafoon is een muziekinstrument in de categorie slagwerk.
Het lijkt op een xylofoon en marimba (ook idiofonen), maar waar bij deze instrumenten op houten toetsen wordt geslagen om geluid voort te brengen, gebeurt dat bij de vibrafoon op metalen toetsen.
Onder de toetsen van de vibrafoon zijn resonantiebuizen gemonteerd.
In de opening van deze buizen zit een metalen plaatje dat met een motortje aan het draaien kan worden gebracht, waardoor een vibrato (trillend geluid) ontstaat.
Hieraan dankt de vibrafoon dan ook zijn naam.
Wanneer met een daarvoor bestemd stokje, een mallet, op een optimaal gestemde vibrafoontoets wordt geslagen, produceert deze een aantal boventonen: de grondtoon, een dubbeloctaaf, en een tripeloctaaf met grote terts.
In tegenstelling tot bij een fluit of snaarinstrument zijn de boventonen bij een vibrafoon niet uit zichzelf harmonisch.
Ze moeten daar met veel moeite in gebracht worden door de toets aan de onderzijde op precies de juiste wijze uit te hollen.

Vina   Naar boven
Vina is de algemene verzamelnaam voor cithers en luiten.
In de oudste tijden werd de term gebruikt voor een soort aangestreken harp, zoals voorkwam in het Oude Nabije Oosten.
Vandaag gebruikt men de naam vooral ter aanduiding van het zuidelijke langhals luittype, gekend als dekarnatische vina.
Dit instrument kan beschouwd worden als de zuidelijke tegenhanger van de sitar.
Indien één van de kalebassen vergroeid is met de hals en het instrument zodoende tot het luittype behoort, spreekt men van een Zuidindische vina.
Indien de hals van het instrument rust op twee grote volledige kalebassen, bevestigd aan ieder uiteinde van die hals, spreekt men van een bin of bin sitar.
In deze gevallen hebben we te doen met Noordindische citherachtige instrumenten.
Al deze instrumenten hebben melodie- bourdon- en aliquodsnaren, evenals fretten.

De viola d'amore (Italiaans: liefdesviool) is een in onbruik geraakt strijkinstrument en chordofoon.
De viola d'amore wordt in de arm gehouden (min of meer als een 'gewone' viool), en heeft zes à zeven melodiesnaren bijvoorbeeld gestemd als: A - d - a - d' - fis' - a' - d".
Behalve de melodiesnaren heeft de viola d'amore net als de gdulka en Hardangerviool ook nog een aantal resonantiesnaren die in de te gebruiken toonsoort (D) gestemd worden.
Het gevolg is dat noten veel langer doorzingen dan met een gewone viool.

De viola da gamba (Italiaans voor beenviool) is een familie van strijkinstrumenten die zijn oorsprong heeft in de gitaar.
Het instrument verkreeg zijn huidige vorm in de 16e eeuw.
De gamba had zes snaren, was gestemd in kwarten en werd op de knie gehouden.
Een zevende snaar werd toegevoegd door Monsieur de Saint-Colombe, deze liet een gevoeliger speelwijze toe.
Grotere soorten werden tussen de benen geklemd. Hieruit heeft zich later de cello ontwikkeld.
Een belangrijk verschil is dat de cello geen bundes heeft. Dit zijn een soort verplaatsbare fretten.

De cello (kort voor violoncello, ook wel violoncel) behoort tot de groep van de strijkinstrumenten en chordofonen.
Vanwege de lage en warme klank noemt men de cello ook wel de bariton onder de strijkinstrumenten.
De cello is ongeveer 120 cm lang. Kleinere afmetingen van de cello worden aangeduid als 1/16, 1/8, 1/4, 1/2 en 3/4 cello's.
De cello is bespannen met vier snaren en heeft twee f-gaten.
De snaren van de cello zijn van hoog naar laag gestemd: A, D, G, C.
De snaren lopen vanaf het staartstuk over de kam naar de stemsleutels aan de bovenzijde van de hals, onder de krul.
De kam bevindt zich tussen de klankgaten op het bovenblad.
Het stemmen gebeurt met de grote stemknoppen aan de bovenzijde of, indien aanwezig, met de fijnstem-knoppen aan de benedenzijde van het staartstuk.
Het instrument wordt op de juiste speelhoogte gebracht door het uitschuiven van de metalen staartpin aan de onderzijde.

De violoncello piccolo of viola da spalla is een muziekinstrument dat behoort tot de strijkinstrumenten en chordofonen.
Het instrument kennen we hedendaags nauwelijks meer en wordt ook niet meer ingezet in bijvoorbeeld een orkest.
De violoncello piccolo valt het beste te omschrijven als een cello met 5 snaren: een C-, G-, D- en A-snaar met zelfde toonhoogtes als de cello, en een E snaar.
Door toevoeging van deze E-snaar krijgt de violoncello piccolo een hoger bereik dan de "gewone" cello.
De violoncello piccolo heeft geen fijnstemmers, over het algemeen liggen er darmsnaren op, om een barokker geluid te creeëren.

Viool   Naar boven
De viool is een strijkinstrument en chordofoon met een viertal snaren.
De klank wordt voortgebracht door de snaren in trilling te brengen met een strijkstok.
De houten klankkast dient om het geluid van de trillende snaren te versterken.
De viool wordt doorgaans bespeeld door het instrument tussen kin en schouder te klemmen en met de vingers van de linkerhand de snaren af drukken tegen de ebbenhouten toets om zodoende de snaar te verkorten (en dus hoger te doen klinken).
Wie de eerste viool heeft gemaakt is onbekend. Algemeen wordt aangenomen dat de viool rond 1550 in Italië ontstond.
De vier snaren zijn als volgt gestemd, van laag naar hoog: G, D, A, E.
De G-, D- en A-snaar zijn vaak van kunststof, omwikkeld met metaalfolie en titanium en een enkele keer kom je een staalsnaar tegen, maar de betere snaren hebben als basis schapendarm in plaats van kunststof.
De E-snaar is doorgaans van massief metaal.
Vroeger werd alleen schapendarm gebruikt en door de gebrekkige technologie waren snaren moeilijk homogeen te maken, wat de klank negatief beïnvloedde.
De tegenwoordige darmsnaren hebben dit nadeel niet meer.
Darmsnaren zijn wel gevoeliger voor vocht, zodat de viool sneller ontstemt.

Virginaal   Naar boven
Een virginaal is een toetsinstrument en chordofoon met enkelkorige besnaring die steeds parallel met het toetsenbord ligt.
Het virginaal is samen met het spinet de vroegste en eenvoudigste vorm van het klavecimbel.
In tegenstelling tot het klassieke clavecimbel liggen de snaren haaks op de toetsen.
Hierin komt het virginaal overeen met het spinet, dat zich door de driehoekige vorm van het virginaal onderscheidt.
Uiterlijk lijkt het virginaal op het clavichord dat echter volgens een geheel ander principe gebouwd is.

Vleugel   Naar boven
Een vleugelpiano (meestal afgekort tot vleugel) is een toetsinstrument en chordofoon met horizontaal gespannen snaren, dat met een klavier (toetsenbord) bespeeld wordt.
Een vleugel(piano) staat dus in tegenstelling tot de buffetpiano, waarvan de snaren verticaal zijn bevestigd.
De toonomvang van de vleugel is gelijk aan de buffetpiano; beiden hebben doorgaans 88 toetsen.
Het geluid, het "timbre", is vooral in de laagste octaven voller, doordat de snaren langer en dunner kunnen zijn en daarmee veel minder last hebben van allerlei niet-harmoniciteit van de (te) dikke snaren.
Er bestaan vleugels met een verschillende lengten.
De lengte van een vleugel wordt gemeten aan de linkerzijde van de vleugel (de lange rechte kant).
De lengte van een vleugel varieert tussen grofweg 1.60m tot 2.74m.
Over het algemeen geldt dat de klank beter wordt naar mate de lengte van de vleugel toeneemt.
Met het toenemen van de lengte neemt ook het volume toe.

De wagnertuba is een tuba (blaasinstrument en aërofoon) met het mondstuk van een hoorn, uitgevonden in 1844 door de instrumentbouwer Czerveny.
Wagner heeft het veel gebruikt, en daardoor is het instrument bekend geworden als een Wagnertuba.
Qua klank staat de Wagnertuba tussen een tuba en een hoorn.
De 4 ventielen hebben een afwijkende opstelling. Er zijn 2 stemmingen: die in F met een toonomvang van b-a' en die in Bes met een toonomvang van e-f".
Behalve Wagner pasten ook A.Bruckner en R.Strauss in sommige van hun composities deze instrumenten toe.

Windgong   Naar boven  Informatie gevraagd!!
De windgong is een plattere versie van de 'gewone gong' (dus idionofoon en slaginstrument).
Hij kan zowel een diep, vol geluid produceren als een luid 'lawaai'.

Windklok   Naar boven  Informatie gevraagd!!

Xylofoon   Naar boven
De concert xylofoon is een muziekinstrument behorend tot de gestemde slagwerkinstrumenten en idionofonen dat bestaat uit twee rijen toetsen, die zijn opgehangen aan een op een frame gespannen touw.
Een rij voor de witte toetsen, als je vergelijkt met de piano, en een rij voor de zwarte.
Onder iedere toets kan een resonator hangen om de grondtoon te versterken.
Omdat de toonhoogte (onder andere) afhangt van de lengte van de toets zijn de laagste toetsen veel langer dan de hoogste (hetzelfde geldt voor de resonatoren).
De naam komt van het griekse xylos, dat 'hout' betekent.
Er zijn meer instrumenten die in de volksmond 'xylofoon' worden genoemd.

Yatga   Naar boven
de yatga is een Mongools tokkelinstrument en chordofoon waarbij de snaren op een gebogen, aan een kant naar beneden hellend vlak gespannen staan.
De snaren lopen over een verplaatsbare brug en worden getokkeld.
Het aantal snaren kan variëren van type tot type, waarbij het aantal snaren ook een hiërarchie vertegenwoordigt.
Zo mochten Mongoolse herders wel de 10-snarige yatga bespelen, maar niet de 12-snarige.

Yoochin   Naar boven
de Yoochin is een Mongoolse dulcimer met 13 paar snaren die in een meetsal rijkversierde 'doos' gespannen zijn.
De snaren worden in trilling gebracht door er met twee houten stokjes (hamers) op te slaan.

Zheng   Naar boven
De zheng is een oude Chinese citer (chordofoon en tokkelinstrument), die zich ontwikkelde uit een klein bamboe-instrument dat oorspronkelijk werd gebruikt door herders.
Hij was zeer populair in vroegere tijden, zelfs al in de periode van de 'Statenoorlogen' en van de Qin-dynastie (225 tot 206 voor Christus en vroeger).
De zheng heeft een langwerpige klankkast met een licht gebogen oppervlak waarover 13 tot 25 snaren gespannen zijn, die over aparte kammen lopen.
Tegenwoordig worden meestal metalen snaren gebruikt, vroeger werden de snaren van zijde gesponnen.
De zheng rust op twee voetstukken en wordt bespeeld met kunstnagels.
Beide handen tokkelen aan de rechterzijde van de kammen, en aan de linkerzijde duwen de vingers van de linkerhand de snaren naar beneden om de toonhoogte te veranderen of versieringen aan te brengen.
Het bereik van de zheng is drie tot vier octaven, het instrument heeft een unieke en veelzijdige uitdrukkingskracht en vraagt om subtiele behendigheid.

De zingende zaag is een strijkinstrument in de vorm van een zaag.
Volgens het Hornbostel-Sachs classificatiesysteem voor muziekinstrumenten behoort het instrument tot de idiofonen.
De zaag wordt tot klinken gebracht door op het blad te kloppen (met een hamertje of met een paukenstok) of door met een strijkstok langs de rand van het blad te strijken.
De laatste methode is de meest gebruikelijke. De verschillende toonhoogten worden verkregen door het blad in meerdere of mindere mate te buigen - hoe meer het blad gebogen wordt, des te hoger wordt de toon.
Om echter een muzikaal bruikbare klank te krijgen moet aan het eind van het blad ook nog een lichte tegenbuiging gemaakt worden.
Het gedeelte van het blad dat tot klinken wordt gebracht bevindt zich tussen de beide buigingen.
Vaak wordt gezegd dat het blad in een S-vorm gebogen moet worden, maar de vereiste tegenbuiging is meestal zo gering dat de S-vorm niet of nauwelijks waarneembaar is.

Zink   Naar boven
De zink (ook wel cornetto genoemd) is een aërofoon en blaasinstrument dat zijn glorietijd beleefde tijdens de renaissance (en ook nog in de vroege Barok, bijvoorbeeld in de muziek van Claudio Monteverdi), maar dat vervolgens in onbruik raakte.
Het instrument werd meestal van hout gemaakt, hoewel er inmiddels ook veel kunststoffen zinken bestaan en er enkele ivoren exemplaren bewaard zijn gebleven.
Het instrument wordt aangeblazen als een trompet (door middel van lipspanning) en heeft zes vingergaten en een duimgat waarmee het kan worden bespeeld als een blokfluit.
Vanwege de manier van aanblazen wordt de zink ondergebracht onder de koperblazers.
Een zink is licht conisch en meestal licht gekromd. Hij komt voor in verschillende formaten en stemmingen, waarvan die in G de gebruikelijkste is.

Zobo   Naar boven
Zobo's lijken erg op gewone instrumenten zoals de trombone.
Ze hebben echter een membraan, en worden als een kazoe bespeeld (het zijn dus membranofonen en blaasinstrumenten.
Zobo's kwamen in het begin van de 20e eeuw voor in de VS.

Zummara   Naar boven
De zummara wordt ook wel zamr genoemd.
Het is een houten blaasinstrument en aërofoon, dat bestaat uit twee aaneengebonden fluiten met een enkel riet.
De twee fluiten kunnen afzonderlijk worden bespeeld.
De zummara wordt veel gebruikt in de Turkse volksmuziek.

Zurla   Naar boven
Surnai, zurna of zurla: zie Surnai

Zurna   Naar boven
Surnai, zurla of zurna: zie Surnai

"Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikelen (http://nl.wikipedia.org/wiki/naam van het instrument ;
het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.
U mag dit verspreiden, zowel letterlijk als aangepast, zolang u zich aan de regels van de GFDL houdt."

Valid XHTML 1.0 Transitional