STOFWISSELING

SHOCK

Shock is een levensbedreigende toestand waarin de lichaamscellen te weinig zuurstof en/of voedingsstoffen krijgen om normaal te functioneren. De cellen sterven snel af, en de organen verliezen hun functie. Cavia's zijn helaas gevoelig voor shock. Shock is ook de eindtoestand van (vrijwel) alle dodelijke ziekten.

Oorzaken:

- te weinig doorbloeding, dalende bloeddruk (hartzwakte/falen, pijn/stress, trauma, bloedverlies, zware bevalling, onderkoeling, oververhitting/koorts, peritonitis na buikwand/orgaanperforatie)

- te weinig zuurstof (narcose, acuut longprobleem zoals klaplong, eindfase van longontsteking, vergiftiging met cyanide houdende planten (bv rauwe bessen of bladeren van vlierbes))

- lage bloedsuiker (hypoglycaemie), bij vasten, ketoacidose, leverfalen

- uitdroging (diarree, oververhitting/koorts, peritonitis na buikwand/orgaanperforatie)

- acute vergiftiging (bv bacteriële darminfectie, sepsis), nierfalen/anuria, narcose, ketoacidose, eindfase van suikerziekte

- de combinatie van de bovenstaande (bv te weinig doorbloeding veroorzaakt altijd zuurstofgebrek, en te weinig suiker leidt tot ketoacidose, enz.).

Symptomen: De cavia wordt slap en wil niet meer bewegen. Slikreflex is verminderd of afwezig, de tong beweegt niet meer (voeren lukt niet meer). De darmbeweging stopt en komt niet meer op gang (geen reactie op medicijnen zoals metoclopramide). Lichaamstemperatuur daalt, ademhaling wordt snel en oppervlakkig. Afhankelijk van de oorzaak van de shock, krijgt de cavia een afwijkend hartritme, bv te snel (tachycardia) bij stress/oververhitting, of te traag (bradycardia) bij vergiftiging/eindfase van overige ziekten. (Luister naar het hart met een stethoscoop.) De lippen, het tandvlees en bij licht gekleurde cavia's ook de huid worden wit of blauw. Nierfalen (als het al niet de oorzaak was van de shock) volgt snel; de cavia zal kwijlen en stuiptrekkingen krijgen. Ze sterft binnen enkele uren.

Behandeling: lukt meestal niet*. Shock is immers een symptoom/gevolg van een zeer ernstig probleem. Maar een shot steroïden (dexamethasone, hoge dosering: 4-6 mg/kilo lichaamsgewicht) kan soms de shock opheffen; het is zeker het proberen waard! Bij oververhitting kan de cavia onder de kraan met koud water gehouden worden, of gewikkeld worden in een doek gedrenkt in koud water. Bij onderkoeling moet de cavia op een warme plek (elektrisch dekentje) gelegd worden.  Bij lage bloedsuiker: glucose oplossing of vruchtensap geven (als de cavia nog slikt). Bij uitdroging: veel water met zout geven (Rehydra-Kel, of een oplossing met 8 g keukenzout in 1 l water); als de cavia helemaal niet slikt: subcutaan fysiologische zoutoplossing injecteren op de rug/flanken (20 ml in totaal, verdeeld in 10 ml injecties per injectieplek). Verder is de behandeling gericht op het bestrijden van de primaire ziekte (bv darm- of longinfectie). Maar meestal treedt shock op aan het eind van de ziekteperiode, dus als de behandeling al tot die tijd niet gelukt was, zal de cavia niet meer gered kunnen worden.

*De cavia's die toch herstellen zullen aanvankelijk niet of weinig bewegen. Ze krijgen veel last van hun spieren. Dit wordt veroorzaakt door een tijdelijk zuurstofgebrek: in noodgeval zullen de cellen energie aanmaken zonder zuurstof (anaerobe metabolisme), hetgeen tot ophoping van melkzuur in de weefsels leidt. Dit is vergelijkbaar met de menselijke klachten (spierpijn bij luchtwegproblemen, of na een uitputtende oefening).

KETOACIDOSE

Ketoacidose (bloedverzuring door metabolische afbraakproducten) is een levensgevaarlijke conditie die ontstaat bij excessieve vetverbranding door lichaamscellen. De tussenproducten van vetverbranding (bepaalde soorten ketonen) hopen zich op in het bloed, en leiden tot onomkeerbare en dodelijke bloedverzuring. Normaliter gebruiken de cellen koolhydraten als energiebron, maar als deze onvoldoende aanwezig zijn in het bloed, zullen er meestal lichaamseigen vetreserves aangesproken worden. 

Vasten is de voornaamste oorzaak van ketoacidose in cavia's. Daarom is het levensgevaarlijk om het dier op dieet te zetten. Daarom kunnen zieke caafjes heel snel sterven als ze niet bijgevoerd worden!

Niet alle vastende dieren zullen deze metabolische stoornis ontwikkelen; de grootste risico groepen zijn zwangere/zogende zeugjes (de beruchte zwangerschapvergiftiging) en oudere beren. Ketoacidose ontstaat ook vaak bij een acute vergiftiging (zoals bacteriële vergiftiging t.g.v. darminfectie).

De symptomen van ketoacidose zijn: anorexia, depressie (de cavia zit opgebold met rechtopstaand vachtje) en kwijlen. De adem heeft een chemisch/fruitige geur zoals die van nagellak. De toestand verslechtert snel; de cavia raakt in shock, krijgt convulsies (typisch voor nierfalen) en sterft.

Ketoacidose is zeer moeilijk te behandelen. In een vroeg stadium zal een glucose oplossing (10%) of vruchtensap helpen om het suikerniveau omhoog te brengen. Verder kan men steroïde ontstekingsremmers injecteren zoals dexamethasone (zie boven). Gebruik deze echter alleen in combinatie met orale of injectie antibiotica. De cavia moet heel veel drinken. In een laat stadium kan de cavia niet meer geholpen worden.

KETOSE

Ketoacidose wordt vaak foutief "ketose" genoemd. Ketose is echter een toestand waarin het lichaam hoofdzakelijk vetten verbrandt; hierbij worden tussenproducten (ketonen) aangemaakt die verder gebruikt worden om energie te produceren. Bij ketose treedt bloedverzuring echter (nog) niet op. Ketoacidose is dus een acute levensbedreigende vorm van ketose.

Te veel vetverbranding is hoe dan ook niet goed voor de cavia; het gaat vaak samen met leververvetting. Vaak is het een gevolg van een serieus metabolisch probleem zoals suikerziekte. Langdurig zieke, slecht etende en diabetische cavia's krijgen vaak te maken met leveraandoeningen; vaak bezwijken ze dan aan leverfalen.

SUIKERZIEKTE

Suikerziekte (diabetes mellitus) is een stofwisselingsziekte waarin de lichaamscellen onvoldoende suiker (glucose) kunnen opnemen.

Achtergrond: Glucose hoort de belangrijkste energiebron voor de cellen te zijn. De opname van glucose door de cellen wordt mogelijk gemaakt door een hulpstof: het hormoon insuline. Insuline wordt aangemaakt door b-cellen van de pancreas. Insuline heeft verschillende functies; behalve het mogelijk maken van glucose opname, zorgt insuline voor het aanmaken van glycogeen (een "reserve" suiker die in de lever bewaard wordt voor het geval dat het suikerniveau in het bloed daalt). Samen met een antagonist hormoon (glucagon) houdt insuline de suikerspiegel constant. De normale waarde bij cavia's ligt tussen 3 en 7 mmol/l; tot 10 mmol/l is er nog niets aan de hand.

Dit evenwicht kan op twee manieren verstoord worden:

Type I diabetes (afwezigheid van insuline): het lichaam maakt helemaal geen insuline aan (bv vanwege genetisch bepaalde auto-immune destructie van pancreas cellen). Dit gebeurt op een vroege leeftijd. In onze ervaring komt het nauwelijks voor bij cavia's, maar mogelijk sterven de getroffen jonge dieren zonder adequate diagnose.

Type II diabetes (insuline resistentie): het lichaam maakt weliswaar insuline aan, maar 1) vaak onvoldoende, en 2) de cellen reageren niet op deze stof, dwz transport van glucose binnen de cel wordt alsnog belemmerd. Op den duur zal de insuline productie ook afnemen. Dit gebeurt op latere leeftijd, en wordt ook genetisch bepaald (hoewel obese dieren tot een risicogroep behoren).

Algemeen ziektebeeld: Omdat het suikerniveau niet geregeld wordt, zal het meestal te hoog blijven*.  Dit gebeurt omdat de cavia de hele tijd blijft dooreten, en dus altijd veel suiker in het bloed heeft. Bij meeste diabetische caafjes ligt het rond 15 mmol/l glucose; in extreme gevallen zelfs meer dan 30 mmol/l. MAAR: als de cavia gaat vasten (door een andere ziekte), zal het suikerniveau gevaarlijk dalen (hypoglycaemie). Vreemd genoeg treedt ketoacidose zelden op bij diabetische cavia's (anders dan bij mensen).

*Differentiële diagnose: hoge bloedsuiker kan verschillende oorzaken hebben (anders dan diabetes), zoals Cushing syndroom (hormonale aandoening door bv bijniertumor), eierstokcysten en zwangerschap (tijdelijk) bij zeugen, en stress.

Ondanks de ruime hoeveelheid glucose, kunnen de cellen deze stof niet of beperkt gebruiken voor de aanmaak van energie. Het lichaam verbrandt dus voornamelijk vetten (ketose). Als de toestand van ketose lang aanhoudt, zal de cavia last krijgen van leveraandoeningen (leververvetting). De grote hoeveelheid suiker moet door de nieren uit het bloed gehaald worden. De cavia gaat veel drinken en plassen om glucose kwijt te raken. De nieren worden dus extra belast hetgeen op termijn tot nierfalen leidt. De grote hoeveelheden suiker in de urine (glycosuria) vormen een uitstekende kweekbodem voor infecties - een diabetische cavia zal dus vaak last krijgen van blaasontsteking. Bepaalde afbraakproducten van suiker (sorbitol) hopen zich op in het buitenste deel van de ooglens. Het dier krijgt cataracten (witte puntjes of een homogeen wit waas) en wordt progressief blind. De algemene weerstand neemt af zodat de cavia vatbaarder wordt voor overige ziekten.

Symptomen: De ziekte (type II diabetes) begint meestal bij 1-2 jaar oude dieren. Ze gaan veel drinken en plassen (vaak krijgen ze last van blaasontsteking). Cataracten ontstaan bij zeer hoge suikerniveaus (meer dan 25 mmol/l); de cavia zal dan binnen 2-3 maanden blind worden. Soms vallen de cavia's sterk af ondanks normaal eten (niet altijd). Meestal verandert hun eetpatroon niet. Hun algemene activiteit neemt af.

Diagnose: Bloedsuiker kan gemeten worden met een bloedsuikermeter (te koop in een apotheek). Deze bevat geijkte strookjes waarop men een klein druppeltje bloed moet doen. Prik het oortje van de cavia met een dunne steriele injectienaald; dit doet bijna geen pijn en is in een paar secondes dicht. Ga NOOIT bloed afnemen door een nagel te kort te knippen, dit is erg pijnlijk en leidt mogelijk tot infecties.

Alternatief kunt u ook suikerstrookjes voor urine gebruiken.  U moet dan de cavia in een schone plastic bak zetten totdat ze urineert, zodat de urine zuiver blijft (als de urine in aanraking komt met hooi, vacht, voedsel e.d. zal het resultaat meestal positief zijn). Suiker in de urine meten is veel minder nauwkeurig en betrouwbaar dan bloedsuikermetingen.

Meet de suiker altijd om dezelfde tijd van de dag.

Terug        Verder