Mercedes Mijn Passie
SL Story

Vliegende paardenkracht

Op een mistige lenteochtend in maart 1952 troepen een aantal journalisten samen rond een grote tent op een parkeerterrein naast de snelweg van Stuttgart naar Heilbron. Verborgen onder een groot laken staat een nieuwe Mercedes-sportwagen. Als de ingenieurs het doek weghalen, zien de aanwezigen voor het eerst de schitterende 300 SL-tweezitter. Wat ze toen nog niet wisten, was dat deze "vleugeldeurwagen" het begin van een succesrijke reeks SL's was, waarvan de vijfde generatie in de herfst van 2001 zijn debuut maakte. De volledige technische gegevens kunt u terugvinden op deze website onder de rubriek modellen. De geschiedenis van de SL begint eigenlijk al in 1950. De toenmalige grote baas van Mercedes, Fritz Nallinger, gaf aan zijn designstudio de opdracht een sportieve versie van de grote 300-limousine (of "Adenauer") te ontwerpen. De kater die Duitsland aan WO II had overgehouden, was langzaamaan weggetrokken en men beschouwde het autorijden niet langer als louter functioneel. Het plezierelement dat door de oorlog op de achtergrond was verdrongen, stak opnieuw de kop op. En rijplezier beleefde (én beleef) je toch vooral met kleine, wendbare en vooral snelle wagens. Bij Mercedes wilde men dan ook een vervolg breien aan de sportieve "Silberpfeil"-prestaties van de jaren '30.

Vleugeldeuren

Mercedes-ingenieur Rudolf Uhlenhaut kwam op de proppen met het idee van een stijf en licht buizenonderstel. Hij plaatste de motor schuin voorin. Dat maakte de voorsteven lager, wat de luchtweerstand verminderde. Voor die eerste SL (de letters staan voor sportlich en leicht, of sportief en licht) koos Mercedes voor zijn 3 liter-zescilinder met drie Solex-carburateurs. Die ontwikkelde een kracht van 180 pk. Tegen september 1951 kreeg ook het koetswerk een min of meer vaste vorm.De deuren bleven echter een probleem. Het buizenonderstel reikte een stuk omhoog langsheen de flanken, zodat normaal opendraaiende deuren niet mogelijk waren. Alfred Neubauer, de baas van de Mercedes-renstal, verdiepte zich in de racereglementen en kwam tot de conclusie dat naar boven opengaande vleugeldeuren niet verboden waren. De legendarische gullwing- of zeemeeuwlook was geboren.

Vanaf 1952 kon de 300 SL met het opbouwen van een fameuze wedstrijdreputatie beginnen, met aan het stuur racers als Kalr Kling en Rudolf Caracciola. Zij wonnen de 24 Uren van Le Mans en de Carrera Panamercana van dat jaar op hun kousenvoeten. De wagen werd er meteen een legende door. Op aandringen van de Amerikaanse Mercedes-invoerder begon men dan ook aan een straatversie van de vleugeldeurauto, die op de New York Motor Show van 1954 al zijn debuut maakte.

Onder de motorkap stak een 3 liter-zescilinder van 215 pk, goed voor een topsnelheid van 250 km/u. Het was (en is nog steeds) een bloedmooie auto, die vooral populair was bij rijke en beroemde Hollywood-sterren. In totaal werden er 1.400 exemplaren gebouwd. In 1957 werd hij vervangen door een 300 SL-roadster die qua koetswerklijn nog zuiverder was dan de originele vleugeldeurauto. Het buizenonderstel werd aangepast, zodat normale deuren mogelijk werden. De roadstel was toen ook al verkrijgbaar met een hardtop. In 1963 werd de producte, na 1.858 wagens, stopgezet.

|
|
|
|