De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens


 

Afrika. De zwarte mythe.

Achterlijk Afrika?

 

In de vorige bladzijden hebben wij vluchtig enkele elementen aangebracht ter staving van de bewering dat Afrikaanse staten op een aantal terreinen, voornamelijk 'bestuurkunde', vóór lagen op hun Europese tijdgenoten. Daarmee stellen wij dus Afrikaanse regeerders op hetzelfde plan als het ons beter bekende lncarijk! Het valt te vrezen dat de mythe van de inferieure negers, de door God vervloekten te diep ingebakken zit om dat te aanvaarden. Die arme negertjes toch, voor wie we als kind het zilverpapier rond onze chocolade spaarden! Daarom roepen wij de beroemde cultuurhistoricus Basil Davidson ter hulp (zij het lichtjes ingekort).

"Het is de moeite waard hier na te gaan of er in die tijd echte verschillen bestonden tussen het ontwikkelingspeil van de Europese beschaving en dat van de Afrikaanse. Hoe breed was de bestaande 'kloof' in technisch opzicht tussen de meer ontwikkelde volkeren aan beide zijden?

Stellig niet breed wat betreft het koninkrijk Portugal en de koninkrijken Benin, Mali, Songhai en Bornoe. Het is waar dat de Portugezen hun zeewaardige schepen van kanonnen konden voorzien. Ze hadden meer- en meestal ook betere kleine vuurwapens dan de Afrikanen. Ze voerden oorlog met een roekeloosheid,die de Afrikanen toen nog niet kenden.

De Europeanen kenden een lees- en schrijfcultuur, maar naar verhouding was deze weinig verder ontwikkeld dan die in de landen van de Afrikaanse islam. Ze waren op de hoogte van de metaalbewerking, maar waren hierin niet de meerderen van de Afrikanen. Ze maakten prachtige katoenen stoffen, maar in bepaalde opzichten, zoals het kleur-echt verven hiervan, waren de Afrikaanse werkmethoden beter. Hun kennis van scheepsbouw en navigatie was onbekend in West-Afrika, maar was in de landen om de Indische Oceaan, met inbegrip van Swahili, gemeengoed. Op al deze terreinen was het werkelijk verschil in technische ontwikkeling niet echt groot. In de praktijk was men in Afrika dikwijls verder gevorderd. In politiek opzicht echter waren de Portugezen in het geheel niet superieur; en dit gold in hoge mate ook voor de Spanjaarden,de Fransen en de Engelsen.

De Europeanen waren over het algemeen afkomstig uit streng autoritair geregeerde koninkrijken, ontstaan uit op middeleeuwse wijze gevoerde oorlogen. Vaak waren zulke oorlogen zelfs nog aan de gang! Zij ontdekten dat Afrikaanse koninkrijken dikwijls veel stabieler waren en wat hun bestuursvorm betreft veel meer op de mensen waren gericht dan ze in hun eigen vaderland gewend waren. Misschien waren deze Afrikaanse bestuursvormen voor hen moeilijk te begrijpen, doch weinigen onder hen konden met recht en reden op dat gebied volhouden dat Europa superieur was.

Het 'potentiële' verschil in wetenschappelijke en technische ontwikkeling was natuurlijk groot. Op dat ogenblik beschikten de Europeanen over veel grotere technische mogelijkheden, maar brachten die tot dan toe slechts zelden in de praktijk. West-Europa had al een lange ontwikkeling doorgemaakt inzake mechanische uitvindingen en technisch-wetenschappelijk vernuft, voortgekomen uit economische noodzaak en een wetenschappelijke basis, die was overgenomen van de klassieke Oudheid.

Dit was de eeuw waarin Copernicus, Bruno en Galileï een eerste, niet door de religie gedicteerde, wetenschappelijke verklaring van het heelal zouden formuleren. Maar Bruno vond de dood op de brandstapel en Galileï werd onder de bedreiging van marteling monddood gemaakt door de heilige inquisitie. Wat de gewone man wist of geloofde, had de Kerk hem geleerd. Het mocht dan zo zijn dat West-Europa aan de vooravond stond van een geweldige wetenschappelijke vooruitgang, er waren maar heel weinig mensen, die zich van een dergelijke ommekeer enigermate een voorstelling konden vormen.

Een uitvloeisel van Europees superioriteitsgevoel was de uitzending van missionarissen om bekeerlingen te maken. Ook hier kan men stellen dat de superioriteit aan Afrikaanse zijde lag, want terwijl de Afrikaanse heersers er weinig moeite mee hadden het christelijk geloof op te nemen als respectabel deel van hun godsdienstige gebruiken, konden de Europeanen de Afrikaanse godsdiensten niet anders zien dan als blind en wreed bijgeloof.

Hetzelfde gold voor het bredere perspectief van het maatschappelijk leven. Voor deze Europeanen was de Afrikaanse muziek, de dans, de mime en het schouwspel niet meer dan een wild en verdorven toegeven aan de zonden van het vlees. Voor Afrikanen sprak uit dergelijke opvatting een zinloze onverdraagzaamheid of een betreurenswaardig onvermogen tot het uiten van vreugde. In de verslagen is veel te vinden waaruit dit blijkt."

 

Davidson, Afrika, 1984, p. 132-133

 


[Terug naar overzicht: De conquistadores]