De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens


 

Het Rijk van het Midden.

Cathay

 

China, het mysterieuze Cathay uit de verhalen van Marco Polo, had Europa al eeuwenlang gefascineerd. Maar wanneer de eerste Portugese koopvaarder de Chinese havenstad Kanton bereikte in 1516, was de Grote Khan al lang verdwenen. In zijn plaats heersten de Ming-keizers op de Drakentroon, waaruit ze de Mongolen in de veertiende eeuw hadden verjaagd. Aanvankelijk schijnen de Portugezen en later de Engelsen gespeeld te hebben met de idee van buskruitpolitiek, die zo succesvol was geweest in Afrika en India. Een Engelse plunder- en brandpoging strandde op de onbegrijpende en verontwaardigde Chinese reactie over de onbeschaamdheid van de 'zeerovers'. Want hier ging de vlieger niet op. De Chinezen waren dan misschien wel heidenen, doch zeker niet 'onbeschaafd', zelfs niet in de Europese betekenis van het woord. Want zij bezaten zelf kanonnen. Sterker, zij waren het die het buskruit hadden uitgevonden en toegepast, lang voor Europa! Net zoals ze de uitvinders waren van het kompas, de seismograaf, wijzerplaat, papier, drukkunst, papieren geld...

In China zagen de Europeanen zich geconfronteerd met een onmetelijk, goed georganiseerd rijk en met bevolkingsgetallen, die hun verbeelding te boven gingen. En met een rijke, oude cultuur, waarschijnlijk wel de oudste, die de wereld ooit had gekend. Vandaar de overheersende indruk van ongehoorde stabiliteit en homogeniteit, van onveranderlijkheid en rust, ondanks de steeds terugkerende cycli van oorlog, burgeroorlog, overstromingen, natuurrampen en hongersnoden.

De hoeksteen voor dit ongeëvenaarde bouwwerk van staatsorganisatie en cultuur werd gevormd door het confucianisme, een praktisch-wijsgerig stelsel, dat op het ogenblik van Europa's kennismaking met China, het leven in het Hemelse Rijk reeds gedurende bijna 2000 jaar had beheerst. Deze leer is genoemd naar Confucius, de Latijnse naam voor de filosoof Koeng Foe Tse, die leefde van 551 tot 479 voor Christus. Volgens hem zijn de voornaamste deugden: de medemenselijkheid, het medelijden of de sympathie, en de rechtvaardigheid, die andermans eigendom eerbiedigt. Wijsheid bereikt men door studie, nadenken en inspanning. Zijn ideaal is de nobele mens, die zichzelf cultiveert. Beleefdheidsrituelen regelen het menselijk gedrag en de overeenstemming tussen dit gedrag en het universele ritme, en zorgen dus voor de harmonie tussen het individu en de kosmos. De orde in de aardse samenleving verschilt niet van de orde in het heelal. De keizer, de Zoon des Hemels, dankt zijn aanzien aan het 'Mandaat des Hemels'. Hij was de hoogste priester in het keizerrijk. Hij diende zich vooral te houden aan de rituele voorschriften die zijn persoonlijk leven in harmonie moesten brengen met het universum. In deze opvatting waren natuurrampen het gevolg van een disharmonie tussen de keizer en de kosmos. Hij was dus verantwoordelijk voor de natuurverschijnselen. En bij een voortdurende onderbroken harmonie kon hem het 'Mandaat des Hemels' worden ontnomen en een nieuwe dynastie op de Drakentroon geïnstalleerd. Dit alles verklaart meteen het primordiale belang dat de keizers hechtten aan een goed functionerende kalender.

De orde in de samenleving verschilt niet van de orde in het heelal. De Chinees en China zijn in alles het tegengestelde van de barbaren, die de hele rest van de wereld bewonen. China is orde en kosmische harmonie, de barbaar is ongeordende kakofonische chaos. De leerlingen van Confucius ontwikkelden het idee dat de wijze, door zichzelf te vervolmaken, orde om zich heen verspreidt, tot het hele universum orde is.

[Terug naar overzicht: De conquistadores]

 


 

De eerste jezuïeten

 

In 1583 arriveerde in China de Italiaanse jezuïet Matteo Ricci. Ricci was 31 jaar oud en behalve missionaris ook nog geograaf, astronoom en wiskundige. De Chinezen beschreven hem als een man met een golvende baard, blauwe ogen en een stem als een klok. In het begin werd hij met achterdocht bekeken, want zij zijn een conservatief volk met een ingeboren afkeer voor het ongewone. Toch maakte Ricci veel vrienden. "Ik ben verrukt over zijn ideeën", schreef een Chinese geleerde. " Hij is uiterst beleefd en zeer gewiekst in de discussie. Zelfs in vreemde landen bestaan er dus beschaafde mensen." Let op dat 'zelfs" Tot hun stomme verbazing ontdekten de Europeanen hier een volk dat nog chauvinistischer en meer zelfingenomen was dan zijzelf; dat notabene hÈn, de superieure christenen uit het in eigen ogen zo belangrijke Europa, als barbaren beschouwde! Sinocentrisme dus, tegen het Eurocentrisme van de Westerlingen.

Vandaar dat de 'beleefde en gewiekste' -een deugd in Chinese ogen- Ricci voor zijn eerste 'Chinese' wereldkaart een Mechelse cartografische uitgave zodanig moest omwerken, dat China inderdaad als 'Rijk van het Midden' in het centrum van de aarde werd gepresenteerd.

Ricci gebruikte zijn kennis op het gebied van de astronomie, wis- en natuurkunde om het vertrouwen van de Chinese geleerden te winnen. Om Chinese studenten te helpen bij hun studie voor de staatsexamens als ambtenaar, schreef hij een boek gebaseerd op de geheugentraining van de jezuïeten, die hij als superieur beschouwde tegenover wat in China gebruikelijk was. Bijzonder leerrijk om inzicht te verschaffen in de veeleisende opleiding van de orde! (Spence 1987)

Zijn opvolger Adam Schall won nog meer aanzien door zijn bekwaamheid als astronoom en bracht het in 1645 zelfs tot keizerlijk mandarijn en hoofd van het bureau voor wiskunde. In 1660 riep hij een jonge Vlaamse jezuïet naar Peking om hem bij te staan. Over hem willen wij het hier tot slot uitvoeriger hebben. Niet alleen omdat hij een landgenoot was. Niet alleen omdat hij het tot Mandarijn Eerste Klas bracht en tot vertrouweling van de keizer. Maar vooral omdat deze man van uitzonderlijk formaat het levend bewijs is dat het allemaal zo anders had kunnen gaan, dat respect voor vreemde culturen meer vruchten oplevert dan buskruitdiplomatie en slavenhandel.

keizer Sjoen Tsje
keizer Sjoen Tsje

[Terug naar overzicht: De conquistadores]