De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens


 

Het Rijk van het Midden.

Verbiest 

 

Ferdinand Verbiest werd in 1623 geboren in het Westvlaamse Pittem. Kort nadat hij in 1660 in Peking arriveerde, zag het er voor de jezuietenmissie niet goed uit. In China was de Ming-dynastie in 1644 ten val gebracht door de uit het noorden afkomstige Mandsjoes. In Zuid-China boden aanhangers van de verdreven dynastie nog jaren hardnekkig weerstand aan de invallers. In Peking was in 1661 keizer Sjoen Tsje op 23-jarige leeftijd gestorven. Zijn opvolger was nog maar een kind. Hiervan profiteerden naijverige Chinese en mohammedaanse astronomen om de jezuïeten aan te klagen wegens samenzwering tegen het land, prediking van een verderfelijke leer en verspreiding van valse astronomische stellingen. Na een lang proces werd Schall in 1665 veroordeeld om levend in stukjes te worden gehakt, terwijl Verbiest en zijn medebroeders verbannen werden. Maar voor het vonnis kon uitgevoerd worden, verscheen er een komeet aan de hemel wat, gezien de Chinese instelling tegenover astronomische verschijnselen, gold als een belangrijke waarschuwing. De dag zelf dat de rechters het vonnis aan de jonge keizer overhandigden, deed een zware aardbeving Peking tot driemaal toe op zijn grondvesten daveren. En een goede week later trof een brand het keizerlijk paleis. Dit volstond. De hemel zelf had de onschuld van de beklaagden aangetoond.

De kind-keizer K'ang - si zou dit voorval nooit vergeten. Nadat hij in 1667 op veertienjarige leeftijd de Drakentroon besteeg, trok hij in slechts enkele jaren de macht ook werkelijk aan zich. Hij regeerde tot 1722 en staat bekend als de grootste keizer van de Mandsjoe-dynastie der Tj'ing, die tot in 1912 aan de macht zou blijven. Spoedig werd Verbiest zijn leraar en vertrouweling. Hij bracht de kalender terug in evenwicht, eerste vereiste voor een bestuur in harmonie met de kosmische krachten, en werd verheven tot Mandarijn Eerste Klas en hoofd van het keizerlijk observatorium. Zijn gevaarlijkste vijanden moest hij voortaan niet meer zoeken onder de Chinezen, maar onder zijn eigen geloofsgenoten. De missioneringsmethode van de jezuïeten wekte de ergernis van de andere orden. De jezu‘eten eerbiedigden namelijk veel Chinese gebruiken, waaronder de voorouderverering wel de voornaamste steen des aanstoots was. Terecht zagen ze in dat een ware christelijke bekering slechts kon slagen als ze wortelde in de Chinese cultuur. De hoogbeschaafde, zelfgenoegzame Chinezen zouden nooit een wereldvreemde Latijnse ritus aanvaarden. Herhaalde malen diende Verbiest zich per brief in Rome te verdedigen. Want zelfs andere, minder ruimdenkende jezu‘eten namen het hem hoogst kwalijk dat hij ŽheidenseŪ ereposten aanvaardde.

Verbiest benadrukte telkens dat alleen zijn hoge positie de hele Chinamissie beschermde tegen de uitvoering van een nimmer opgeheven keizerlijk edict dat prediking van het christendom verbood. En inderdaad, nooit tevoren of later is de invloed van een jezuiet of zelfs eender welke Europeaan zo groot geweest in China. Dit kwam door het samentreffen van een briljant keizer en een briljant jezuiet, een gelukkige combinatie van positieve eigenschappen, die zo zelden voorkomt. Dit partnerschap is alleszins absoluut zonder evenknie in de lange en vaak door misverstanden ontsierde geschiedenis van de Sino - Europese betrekkingen.

Als een postuum eerbetoon aan zijn trouwe dienaar uit het verre Vlaanderen verleende de keizer in 1692 eindelijk godsdienstvrijheid aan de christenen. Lang zou de euforie echter niet duren. In 1707 verbood de paus uitdrukkelijk de Chinese riten bij de katholieke eredienst. Keizer K'ang - si voelde zich persoonlijk beledigd door wat hij beschouwde als een grove inmenging in Chinese aangelegenheden. En in 1717 verbood hij opnieuw de christelijke godsdienst. Dit bewees duidelijk dat de jezu‘eten het bij het rechte eind hadden gehad. Te laat. De unieke kans was verkeken. Voorgoed.

Gelukkig heeft Ferdinand Verbiest dit niet meer moeten beleven. Toen hij in 1688 stierf, werd hij onder de grootste keizerlijke eerbetuigingen begraven bij zijn voorgangers Ricci en Schal]. Toch zijn zijn leven en werk niet nutteloos geweest. In China is hij na de turbulente periode van de Culturele Revolutie het symbool geworden van de wetenschappelijke samenwerking met het Westen. Het erg vervallen observatorium, waar hij jarenlang nieuwe instrumenten vervaardigde naar de recentste gegevens die hem uit Europa bereikten, werd heropgebouwd. En passend was koning Boudewijn de eerste bezoeker uit het buitenland, die het vóór de restauratie mocht bezichtigen tijdens zijn bezoek in 1981, terwijl minister van Buitenlandse Betrekkingen Tindemans als eerste officiőle genodigde de gerestaureerde sterrenwacht mocht betreden op 29 maart 1983.

Werktekening van een kanon, ontworpen door Ferdinand Verbiest in opdracht van keizer K'ang-si

 

kopergravure Verbiest Deze kopergravure van de Antwerpenaar Wierx uit Nadals Adnotationes et Meditationes in Evangelia, Plantijn 1595, kreeg een Chinese versie in het boek van G. Aleni s.j. Het leven van de Heer in beelden, Quanzhou 1637. De goede en de boze moordenaar werden echter in de Chinese houtgravure weggelaten omdat een God tussen misdadigers voor de Chinezen moeilijk te aanvaarden was. kopergravure2 Verbiest

 


[Terug naar overzicht: De conquistadores]