De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens

 


 

De keerzijde van de Renaissance

EEN GEVAARLIJKE GEESTELIJKE BIJZIENDHEID

 

Sinds de Portugese en Spaanse karvelen in de 15de en 16de eeuw onmetelijke gebieden hadden toegevoegd aan het oude moederland, beheerste Europa de wereld.

Nog op het einde van de 18de kon de beroemde dichter Schiller in zijn inaugurale rede aan de universiteit van Jena als zijn onwankelbare mening verkondigen, wat tevens de mening was van heel Europa en nog meer dan honderd jaar een onaantastbare adagium zou blijven:

"Het was alsof een 'Wijze Hand' de rest van de wereld had bevroren in een bepaalde staat van ontwikkeling, zodat de Europeanen die konden beschouwen, bestuderen en ervan leren."

Aan de Europeanen was de wereldheerschappij toevertrouwd, hen was de wereld gegeven en zij hadden hem veroverd. In Schillers tijd waren ze daar al drie eeuwen druk mee bezig geweest en ze zouden er nog meer dan een eeuw even druk mee voortgaan. En meestal niet om te contempleren of te leren!

In Europa twijfelde geen mens aan de historische zending van het continent om christendom en beschaving  uit de dragen naar de onbeschaafde wilden op de rest van de wereldbol.

Maar voor een geleerde toeschouwer aan de andere kant van het projectiescherm, bijvoorbeeld een Chinese mandarijn of Hindoe-wijze zou het geleken hebben alsof een zwarte schaduw zich dag na dag, jaar na jaar en eeuw na eeuw over de globe uitbreidde, als een inktvlek van onderdrukking, uitbuiting en miskenning van de meest elementaire mensenrechten. Een inktvlek waaronder de eigen, inheemse culturen werden afgedekt en bedolven.

Vandaag vragen we ons verbijsterd af hoe het mogelijk is dat het contact met deze tientallen nieuwe, exotische volkeren en culturen het wereldbeeld en de opvattingen van de Europeanen zo weinig heeft beïnvloed, laat staan geschokt. Weliswaar kwamen Chinees porselein en zijde in de mode, wat in de 18de eeuw tot een ware rage uitgroeide. Zodanig dat in China honderden ovens massaal porselein produceerden voor de Europese markt, waarmee hele schepen van de Hollandse Verenigde Oost-Indische Compagnie werden volgestouwd. Weliswaar figureren fraai gekostumeerde negerslaven in de schilderijen van de Renaissance, maar van een echte bezinning op de eigen civilisatie onder invloed van de confrontatie met zovele vreemde culturen was niet of nauwelijks sprake.

Deze geestelijk bijziendheid is des te merkwaardiger, daar de Europese wereldexpansie samenviel met het hoogtepunt van de geestelijke expansie, die we het humanisme noemen. Mensen als een Erasmus van Rotterdam en Thomas More waren immers intellectuelen, die een internationale cultuur en kritische onderzoeksgeest hoog in hun vaandel schreven.

Maar de cultuur die ze voorstonden was westers met het Latijn als voertaal. En hun ideaal was de herleving van de klassieke Oudheid. Alle nieuwe ervaringen, alle nieuwe volkeren of culturen werden getoetst aan die Oudheid én aan de dogma's van het christendom. Christendom en Oudheid vormden het kader waarin alle nieuwe ervaringen op een gemeenschappelijke noemer werden gebracht. Door zo tewerk te gaan vonden de Europeanen niet alleen een aanvaardbaar denkraam, maar slaagden ze er telkens weer in zich te overtuigen van de eigen culturele superioriteit.

Mensen proberen steeds om onbegrijpelijke aspecten op die manier te ordenen. En de stroom nieuwe ontdekkingen was even ingrijpend alsof wij nu zouden geconfronteerd worden met buitenaardse bezoekers vanuit de ruimte. Die handelswijze is algemeen menselijk, niet typisch Europees. Ook de Azteken in Mexico en de Inca's in Peru pasten de aankomst van de vreemde blanke mannen op analoge wijze in hun wereldbeeld in. En de Chinezen waren minstens even bevooroordeeld als de Europeanen, als het ging om de superioriteit van de eigen beschaving. Zij zowel als de Japanners zagen de westerlingen als barbaren. Gevaarlijke barbaren, dat wel. Want die Langneuzen van overzee beschikten over vuurwapens met grote vernietigingskracht. Maar de loop van de geschiedenis wil nu eenmaal dat het niet de Azteken of de Chinezen waren, die andere volkeren gingen 'ontdekken', doch de Europeanen.

In de 16de eeuw bewerkte het humanisme op die manier geen verruiming van de geestelijke horizon doch een tragische bewustzijnsvernauwing met verregaande historische gevolgen tot in onze tijd toe!

 


[Terug naar overzicht: De conquistadores]