De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens

 


 

De keerzijde van de Renaissance

HET ANDERE IS DES DUIVELS

 

De nieuw ontdekte volkeren en culturen werden niet op zichzelf en om zichzelf bestudeerd en benaderd, doch ingepast in een referentiekader, dat beschouwd werd als voor eeuwig vastgesteld. 

Ze waren immers allen wilden en barbaren. Hadden Herodotos, Tacitus en Caesar niet over barbaren geschreven? Wel, nu werden er nog wat specimens aan de collectie toegevoegd. Ontdekking van nieuwe dieren en planten? Had Plinius (+ Pompeii, 79 n. C.) niet de ideale en definitieve encyclopedie over fauna en flora samengesteld uit de werken van meer dan 2000 gezaghebbende auteurs? Dat verklaart hoe nog in een Pliniusuitgave van 1733 de bevindingen van de ontdekkingsreizigers uitsluitend gebruikt werden als aanvulling of correctie op de oude meester. Zo werden nieuwe vreemdsoortige dieren als het gordeldier, de leguaan, de luiaard, de miereneter of de lama gewoon ingevoegd als beesten, die Plinius zeker zou hebben beschreven, had hij ze gekend. Dezelfde Plinius verhaalde eveneens van wondere wezens als saters of grootoren. Saters vond men voorlopig niet op de ontdekkingsreizen, maar dat kon nog komen. Had men niet in 1403 in het eigen Holland een meermin gevangen?

 

gordeldier of armadil - en lama (Pliniusuitgave 1733)

 

De vreemdsoortige mensen en hun soms bizarre gebruiken verging het net zo. Zij waren niet alleen barbaren, maar ook heidenen. Ook de oude Grieken en Romeinen waren heidenen. Dus ging men naarstig op zoek naar gemeenschappelijke elementen, om het nieuwe eens te meer geruststellend binnen het oude referentiekader in te voegen.

Hadden de Azteken gruwelijke gebruiken? Niets nieuws. De bijbel verhaalt dat ook de Filistijnen kinderen offerden aan hun afgoden. Zelfs een geleerde als de franciscaan [Bernardino de Sahagún], die een magistrale encyclopedie schreef over de Azteken -een standaardwerk dat ook voor elke huidige onderzoeker onmisbaar blijft- zelfs deze man zag oude Griekse afgoden in de Mexicaanse goden als Tezcatlipoca of Quetzalcoatl! Bartolomé de las Casas, de grote verdediger van de Indianen gaf zijn Spaanse medekolonisatoren een standje omdat ze de 'fout' maakten de inheemsen te beschouwen als nieuwe, volledig vreemde creaturen, zonder zich te realiseren hoeveel ze gemeen hadden met de heidense Oudheid. Hij vond dat grondige kennis van de antieke mythologie onmisbaar was voor missionering in de 'Nieuwe Wereld'. Daarom stelde hij in zijn wijdlopige Apologetica Historia Sumaria een exhaustieve tabel op van alle overeenkomsten tussen Griekse, Romeinse en bijbelse afgoden en de religie van de Azteken. Deze kennis verschafte de missionaris een 'catalogus van dwalingen' en een model om de Indianen te begrijpen. Anderen slaagden er evenzeer in om praktisch het gehele Grieks-Romeinse en Egyptische pantheon terug te vinden in India, China, Japan en haast overal waar de Europese ontdekkers voet aan wal zetten!

Deze vlotte herkenning van heidense goden en heidense gebruiken was mogelijk omdat ze volgens de westerlingen zowel in de Oudheid als in de eigen tijd een gemeenschappelijke bron van oorsprong hadden: de duivel. Zelfs goede of christelijk-aandoende gewoonten van de inheemsen ontaardden zo in hun ogen tot gruwelijke afwijkingen, door de Boze uitgedacht om de beschavers zand in de ogen te strooien. Deze overtuiging leverde natuurlijk een comfortabele rechtvaardiging voor het onderwerpen van de barbaren en het uitroeien van hun verachtelijke, bijgelovige gewoonten. En wilden ze zich niet goedschiks tot de Blijde Boodschap bekeren? Dat was beslist weer eens het werk van de duivel. Dan maar kwaadschiks, met zwaard en brandstapel! Dat het hier om ganse reeksen unieke culturen ging, scheen men niet te vermoeden.

Het besef met de christelijke godsdienst de waarheid in pacht te hebben, versterkte nog het superioriteitsgevoel. Zo zagen de Spanjaarden in de verovering van het Incarijk een voortzetting van hun strijd tegen de Moren. En voor het vechten tegen deze nieuwe Moren aanriepen zij dus heel logisch Santiago Matamoros, Santiago de Morendoder. Weer stoten wij hier op hetzelfde fenomeen: het inpassen van nieuwe feiten in een oud en vertrouwd kader.

Was dit superioriteitsgevoelen, dat zoveel slachtoffers maakte onder de inheemse volkeren, gerechtvaardigd? Vanuit onze tijd bekeken: geenszins! De 'ontdekte wilden' waren meestal heel wat minder barbaars en achterlijk dan de 'ontdekkers' hen afschilderden.

 


[Terug naar overzicht: De conquistadores]