De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens


 

De keerzijde van de Renaissance

EXOTISME

 

Nochtans kan men niet zeggen dat de Europeanen geen belangstelling hadden voor de nieuwe werelden. Indianen werden als een soort kermisattractie naar Europese hoven gebracht. Columbus gaf hier het voorbeeld na zijn eerste reis. En de Azteekse kunstvoorwerpen, die door Cortés in 1520 naar Karel V gezonden werden, wekten de onverholen bewondering van een vooraanstaand renaissancekunstenaar als Albrecht D¸rer, die net in Brussel verbleef toen ze daar arriveerden. Maar de keizer gelastte dat men hem met deze vreemdsoortige en onbetekenende curiosa niet meer moest lastig vallen. Voortaan dienden ze meteen omgesmolten, want hij had geld nodig om zijn legers te betalen.

Reisverhalen werden meteen bestsellers, die herdruk op herdruk beleefden. Naarmate de ontdekkingen de grenzen van de gekende wereld verlegden, plaatsten de auteurs de wonderwezens steeds verder weg, naar de binnenlanden van Afrika of het Amazonegebied. Tot de saters van vroeger in de vorige eeuw marsmannetjes werden en in deze eeuw in de science-fictionfilms terechtkwamen. Deze reisverhalen bevredigden blijkbaar de sensatiezucht van het publiek voor vreemde, exotische plaatsen. Dat het hier om een blijvend gegeven gaat, bewijst het succes van de ëreisverhalení van Jules Verne of Karl May op het einde van de vorige eeuw, of van de talloze documentaires met eenzelfde functie op onze hedendaagse televisieschermen.

Maar in de 17de en 18de eeuw, toen film of televisie nog niet uitgevonden waren, was zelfs een groot deel van de wereld, buiten het eigen nest, vreemd en exotisch gebied. In een Franse wereldbeschrijving uit 1653 bijvoorbeeld, behandelt de auteur de gebruiken en klederdrachten van de Lage Landen of Duitsland op precies dezelfde manier als waarop hij over IndiÎrs, Japanners of andere rare Chinezen schrijft.

Illustratief voor deze blijvende belangstelling van het publiek is het wedervaren van de Luikenaar Théodore De Bry. Als overtuigd calvinist vluchtte deze rijke graveur uit het prinsbisdom naar Duitsland om aan vervolging te ontkomen. Hier begon hij in 1590 met de uitgave van zijn magnifieke reeks Grands Voyages, die pas in 1634 door zijn zoons zou voltooid worden. Het werk van De Bry dankt zijn roem aan de honderden schitterende kopergravures, die vaak met de hand werden ingekleurd. De kopergravure was een recent massamedium, dat hij meesterlijk gebruikte om de honger naar informatie over de ontdekkingen te lessen. Ondanks hun luxueus uiterlijk bleven de folianten van De Bry betaalbaar voor een -voor die tijd- groot lezerspubliek. Noch De Bry, noch zijn zoons bezochten ooit de landen die ze beschreven. Voor zijn eerste deel verwierf hij de rechten op het reisverhaal én de prachtige aquarellen van een Engelse expeditie naar Virginia en van een Franse naar de Indianen van Florida. Dit eerste deel verscheen tegelijkertijd in een Duitse, Latijnse, Engelse en Franse versie.

 

Hoe de inwoners van Virginia eten - Krijgslieden van de Algonquin 
bron: De Bry, Grands Voyages, dl. 1, Frankfurt, 1590

 

Als werkelijke informatiebron zijn de gravures zeer ongelijk in waarde. Ze vertonen een mengeling van authenticiteit, waar ze op de originele tekeningen zijn gebaseerd, en fantasie, waar ze op ooggetuigenverslagen steunen. Typisch, en aansluitend bij het onvermogen om zich te kunnen losmaken van het Europese standpunt, beelden zij niet alleen de Braziliaanse inboorlingen, maar zelfs de Inca's af als halfnaakte wilden, die weinig Indiaanse trekken vertonen, doch eerder beantwoorden aan het atletische kunstideaal van de Renaissance.

Zo zag De Bry een eeuw na de feiten de landing van Columbus in de Nieuwe Wereld.

link naar afbeelding De Bry "Columbus" (52 Kb)

 

 


[Terug naar overzicht: De conquistadores]