De conquistadores: wereldveroveraars met oogkleppen

Jos Martens


 

Afrika. De zwarte mythe.

Ife en Benin: koninklijk brons

 

Toch zijn er twee voorbeelden die niet op het appèl mogen ontbreken, omdat zij in de geschiedenis van het menselijk cultuurpatrimonium een eerste-rangsrol bekleden: de West-Afrikaanse koninkrijken Ife en Benin in wat nu Zuid-Nigeria is.

Over Ife weten wij niet zoveel. Tegenwoordig is het een klein stadje, midden in het oerwoud. In 1938 brachten bouwactiviteiten een reeks bronzen koppen aan het licht, die totaal afweken van wat men doorgaans verstaat onder 'negerkunst'. Zij vormden een protrettengalerij van vorstelijke personen. De beelden zijn uitgevoerd volgens het verloren-was-procédé en kunnen met hun verstild realisme en hun klassieke schoonheid de vergelijking doorstaan met het mooiste dat eender waar ter wereld en eender wanneer werd vervaardigd.

Tegenwoordig weten we dat het Joroeba-rijk van Ife bloeide tussen de 12de en de 15de eeuw.

Bronzen kop. Ife 12de-14de eeuw

 

Over Benin, ongeveer 160 km ten zuidoosten van Ife, zijn we beter ingelicht, niet alleen door de overvloed aan overleveringen, die meestal verbonden zijn met de persoon van de oba, de godkoning, maar ook door talrijke Europese getuigenissen

Meer dan 7000 metalen- en talloze ivoren kunstwerken in een typisch Afrikaanse gestileerd-realistische stijl verhalen ons van het oude Benin. Bronzen platen bedekten de muren der paleizen, bronzen beeldjes tonen ons de ruiterij in actie en zelfs een Portugese haakbusschutter, vermoedelijk een huurling in dienst van de oba.

 

Portugese huurling van de oba. De verstandhouding met de Portugezen was goed. na 1600 werd hun plaats ingenomen door de Hollanders.

 

Europeaan. Bronzen plaat, die als muurbekleding werd gebruikt.

 

Een der eerste verslaggevers was de Hollander Dierick Ruiters, die als koopman de stad Benin bezocht op het einde van de 16de eeuw. Zeer onder de indruk schreef hij:

"Benin is een zeer grote stad. Als men er binnen komt, belandt men in een brede straat, niet geplaveid en zeven tot acht keer zo breed als de Warmoesstraat in Amsterdam. Het is een rechte straat, zonder bocht; vanaf de plaats waar ik verblijf hield met Matteus Corneliszoon, was het wel een kwartier lopen naar de poort en toch kon ik het andere eind van de straat niet zien."

Ruiters was haast even geïmponeerd door de prachtlievende hofhouding van de oba, de omvang van de handel en ... de gewiekste zakenlui van Benin. Helemaal niet de gemakkelijk te bedriegen wilden, die hij verwacht had. Als betaalmiddel fungeerden hier kauri-schelpen en metalen ringen.
De belangstelling van de Bini ging ook de andere kant op, naar Europa. Reeds in 1486 zond de koning van Benin voor het eerst een ambassadeur naar Portugal, omdat hij, naar de woorden van het verslag dat hierover in Lissabon werd opgemaakt, "meer wilde weten over dit gebied, aangezien de komst van mensen uit deze streken in zijn land beschouwd werd als een ongehoorde nieuwigheid".
"Deze ambassadeur was een man die goed het woord kon voeren en over een natuurlijke wijsheid beschikte. Te zijner ere werden er grote feesten gehouden; vele goede dingen uit de koninkrijken Portugal en Spanje werden hem getoond. Hij maakte de terugreis met een schip van onze koning. Bij zijn vertrek ontving de ambassadeur van onze koning prachtige kledij voor zichzelf en zijn vrouw en ook een groot geschenk dat bestemd was voor de koning van Benin."

Er werden katholieke missionarissen gezonden en na verloop van tijd een Portugese ambassadeur. Als zodanig optredend schreef Duarte Pires naar Lissabon dat de koning van Benin "ons grote eer bewijst en ons aan zijn tafel naast zijn zoon laat zitten; niets van het hof wordt voor ons verborgen gehouden, maar alle deuren staan open". (Davidson 1984:131)

 

Bronzen plaat met waardigheidsbekleders

dwarsfluitspeler,

Bronzen hoofd van een Benin-heerser

Na de komst van de Europeanen slokte de slavenhandel een steeds groter deel op van de totale energie. Daardoor werden landbouw en handel verwaarloosd en de economie begon ineen te storten. De oba, die de tegenslagen zag als het werk van de duivel, gaf bevel tot steeds meer mensenoffers. 

Toch zou het einde pas komen op de drempel van de 20ste eeuw. In 1897 marcheerde een Britse strafexpeditie van 1200 man op tegen Benin. Ondanks hun moed en numerieke overmacht waren de Bini geen partij voor de met moderne geweren en Maxim-mitrailleurs uitgeruste Europeanen. Toen enkele raketten uit de hemel kwamen vallen en explodeerden tussen de menigte op een van de binnenplaatsen van het paleis, was het pleit snel beslecht. De oba en zijn volk vluchtten het woud in. De Britse troepen troffen een verlaten stad aan, bezaaid met de lijken van de geofferden. Na vier eeuwen welvaart en macht verdween Benin tussen de coulissen van de geschiedenis.

En de schitterende bronzen kunstvoorwerpen raakten verstrooid over de Europese musea.

 

De overwinnaars met hun buit in een van de binnenplaatsen van het koninklijk paleis

 

 

 


[Terug naar overzicht: De conquistadores]