Historische films: geannoteerde lijst van speelfilms

NIEUWE TIJD: ZESTIENDE EEUW - DE NEDERLANDEN

 

Willem van Oranje op DVD - 3 dvd's, meer dan 7 uur speelduur. AVRO, VRT & Veronica 1984- Bridge Pictures, 2005.

Script en regie: Walter van der Kamp.

Acteurs: Jeroen Krabbé (Willem van Oranje), Willem Nijholt, Paul Cammermans, Linda van Dyck, Ramses Shaffy en vele anderen.

Extra: Achter de schermen bij Willem van Oranje.

Dit laatste deel valt bitter tegen. Ten tijde van de uitzendingen zijn er veel meer en veel interessantere programma's geweest, over de kostumering, decorbouwers enz. Maar in 1984 was het nog niet gebruikelijk een 'making of' te produceren.

Deel 1. Straffe van verwarringe

Een geïntegreerde multimediale leereenheid rond eenheid en scheiding in de Nederlanden (1555-1585)

In 1984 publiceerden collega Rik Buggenhout en ik een uitvoerig artikel met bijna dezelfde titel in DIGO, VIII/1, 1984, p. 40-56. Bijgaande bijdrage is een geactualiseerde en aangevulde herwerking.

 

Inleiding

Deze bijdrage gaat niet over de persoon van Willem van Oranje, maar over didactische tips voor de televisiereeks die in 1984, het herdenkingsjaar van de moord op Willem, zoveel stof deed opwaaien.

De reeks was namelijk controversieel op (minstens) twee vlakken:

de moord op Willem van Oranje (1584). Openingsscène van de televisiereeks

Blinde vlekken

'De opstand van de Nederlandse Republiek moet te allen tijde beschouwd worden als één van de belangrijkste gebeurtenissen van de moderne tijd. Zonder het ontstaan van deze staat zouden de verschillende historische verschijnselen van de 16de en de daaropvolgende eeuwen ofwel niet hebben plaatsgevonden, of zich onder essentieel gewijzigde omstandigheden hebben afgespeeld'.

Met deze woorden begint de Amerikaanse historicus John Lothrop Motley (1814-1877) zijn monumentale Rise of the Dutch Republic (3dln., 1856)

'De tachtigjarige oorlog is het best gekende deel onzer geschiedenis,' schrijft de beroemde Nederlandse historicus Robert Fruin in de inleiding van zijn Tien jaren uit de 80-jarige oorlog, 1588-1598 (1857) (1).

Dat geldt misschien wel voor Nederland, maar beslist niet voor Vlaanderen noch voor Wallonië. Het Oranjejaar 1984 met zijn televisieprogramma's, radio-uitzendingen, boeken, talloze tijdschriftartikels en tentoonstellingen richtte de schijnwerpers van een zeer brede publieke belangstelling op een tijdvak dat in de Belgische leerprogramma's geschiedenis steeds stiefmoederlijk behandeld is. Dit in schrille tegenstelling met de Nederlandse situatie, waar die glorierijke episode uit het vaderlandse verleden altijd al veel aandacht kreeg.

Vreemd hoe mensen, zelfs historici ingeperkt worden door hedendaagse grenzen. Willem van Oranje kon niet op de Vlaamse lijst voor Grootste Belg in 2005, omdat hij geassocieerd werd met Nederland. Was hij dan niet heer van Diest en een hele rits andere domeinen in het huidige België? Erasmus haalde in dezelfde lijst de elfde plaats, maar kreeg eveneens te horen dat hij als Rotterdammer een Hollander was. In 1994 weigerde een ambtenaar van het Vlaamse ministerie van Cultuur subsidie voor een programma over Hans Memling, omdat de beroemde schilder in Duitsland geboren is. "Wij betalen niet voor een Duitser!" Niet zolang geleden hielden de kaarten van een historische atlas over de middeleeuwen op bij de huidige Belgisch-Nederlandse grens, alsof het hertogdom Brabant niet reikte tot benoorden 's Hertogenbosch. Een merkwaardige toepassing van het begrip standplaatsgebondenheid!

In de Vlaamse schoolboeken geschiedenis van kort na het herdenkingsjaar 1984 was de Opstand eindelijk wat prominenter aanwezig, maar in de nieuwste generatie na 2000 is de belangstelling opnieuw weggedeemsterd en krijgt deze belangrijke periode in onze gemeenschappelijke geschiedenis weer veel minder aandacht dan ze verdient. Het gaat hier immers zonder de minste twijfel om een van de meest cruciale scharnierperiodes in onze geschiedenis, misschien wel de allerbelangrijkste. Als de humanistische visie van Willem van Oranje het gehaald had, lag nu in Europa een machtige, centrale Benelux, die tot diep in Frankrijk reikte. (Een ideale gelegenheid om voor één keer leerlingen erop te wijzen dat de geschiedenis niet altijd noodzakelijk diende te verlopen zoals zij verlopen is en hoe onbedoelde gevolgen kunnen exploderen met letterlijk ver-strekkende resultaten over generaties en eeuwen heen.)

Dat was eigenlijk het startpunt voor deze leereenheid: de overtuiging dat deze voor onze geschiedenis zo belangrijke jaren heel wat meer aandacht verdienden. Vroegere herdenkingen waren telkens zwaar gehypothekeerd door de tegenstelling katholieken - antiklerikalen en het Belgische nationalisme, dat in het werk van Henri Pirenne zijn beste uitdrukking vond. (Had Conscience zijn 'Wonderjaar' niet moeten herschrijven, omdat anti-Spaans noodzakelijk anti-katholiek moest betekenen en dus slecht was?!)

Een volgende stap vormde de vergelijking met het (Vlaamse) programma Nederlands: in het vijfde jaar komt dezelfde tijdsspanne aan bod, die in het vierde jaar in de geschiedenislessen behandeld wordt. In de lessen Nederlands bestudeert men o.a. de geuzenliederen, die echter uitsluitend als literatuur benaderd worden en niet voldoende in hun historische en muzikale context. Het povere resultaat van deze opsplitsing met haar gebrek aan logica en continuïteit is ons altijd een doorn in het vlees geweest. Geen van beide vakprogramma's slaagt erin de tijd waarmee ze begaan zijn bevredigend door te lichten. Zou het niet mogelijk zijn die doelstellingen iets minder onvolmaakt na te streven en een geïntegreerde leereenheid op te zetten, waarin zoveel mogelijk elementen worden samengebracht om te komen tot een totaalbeeld, zoals Jan Romein dat vooropstelde?

Bij het herwerken van ons artikel voor deze bijdrage stootten we op een vaststelling, die niet alleen voor Willem van Oranje geldt: bij een herdenkingsjaar vloeit er een stroom publicaties. Eens dat jaar voorbij, droogt die op en kost het de grootste moeite ze te vinden. Dat geldt natuurlijk a fortiori voor televisie-uitzendingen, zeker als ze stammen uit een tijd zonder cd-rom of dvd. In 1984 en 1985 verzamelden wij een stapel materiaal, waarvan ik vrij veel heb bewaard tot heden. Met enkele collega's uit Vlaanderen en Nederland bezochten wij zowat alle tentoonstellingen rond Willem van Oranje en de televisiereeks. In Amsterdam kocht ik zelfs een herdenkingspenning en een stel (dure) replica's van Willems kristallen wijnroemers. Gelukkig zijn er nog enkele belangrijke herdenkingen gevolgd: Maria van Hongarije (1993) en de Vrede van Munster (1998) in Nederland; Karel V (2000) en de 'Dames met Klasse', Margareta van York en Margareta van Oostenrijk (2005) in België. Vooral deze laatste was voor ons interessant omdat we onze werkwijze konden actualiseren en met een aantal enthousiaste collega's en dito discipelen nogmaals toetsen aan de onderwijspraktijk.

 

Modulaire opbouw. Enkele lessen geschiedenis of een uitvoerige leereenheid?

In 1988 begeleidden we op een congres over 'Speelfilm en geschiedenis' op de Erasmus Universiteit te Rotterdam (22 en 23 april) een workshop over de reeks Willem van Oranje. Als materiaal gebruikten we een compilatievideo met fragmenten.

De Nederlandse deelnemers reageerden (aanvankelijk) veel negatiever op de uitzending dan de aanwezige Vlamingen. "Een ouderwetse draak." "Onecht." "Er zijn geen echte dialogen, alleen monologen om ideeën te verkondigen." "Elk cliché waarvoor ik gevreesd had verscheen ook werkelijk op het scherm", etc.

Deze negatieve reacties werden gaandeweg in de discussie gemilderd. Een voorbeeld: "De belachelijke wijze waarop Margaretha van Parma al bordurend de Raad van State voorzit." Deze uitbeelding blijkt inderdaad met de historische werkelijkheid te stroken. Blijft als betwistbaar voorbeeld uit vele: de nadrukkelijke, kwezelachtige voorstelling van Filips II. Een en ander kan verduidelijkt worden door achtergrondinformatie over de genese van de serie. Dat zal Ilse Van der heyden brengen in het tweede deel.

Dit soort rechtzettingen vereist natuurlijk een achtergrondkennis, die men niet bij elke leraar kan veronderstellen. Positief beoordeelde men de historische 'aankleding': kostumering, decors, houdingen ontleend aan schilderijen uit de tijd, het ten tonele voeren van panelen van Bosch, Titiaan e.d.

Willem van Oranje bevat zoveel materiaal, dat men eigenlijk niet meer om de reeks heen kan bij het behandelen van de Tachtigjarige Oorlog. De reeks kan niet zomaar in haar geheel worden geprojecteerd; ze moet in fragmenten opgesplitst, anders raken de leerlingen gedesoriënteerd door de snelle opeenvolging van personen en gebeurtenissen, die niet naar behoren geïntroduceerd worden. Typisch voor onderwijsmensen is dat de deelnemers, net als de studenten die de compilatie monteerden, aanvankelijk louter cognitieve doelstellingen formuleerden. Een dergelijke uitzending verkrijgt nochtans pas gewicht als minstens de factor inleving mee wordt nagestreefd. Echter ook in dat geval is van de begeleider voldoende achtergrondkennis vereist om vertoonde fragmenten te duiden en voor een behoorlijke bindtekst tussen de sequenties te zorgen.

De jonge Oranje als veldheer. Kopie naar Anthonis Mor (1519-1579). Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Delft.

Doelgroepen
:

1. Onderwijs 2de- 3de graad Secundair Onderwijs, geschiedenis en Nederlands.

2. Volwassenen

Dit tweede punt vraagt enige toelichting: je kunt onderdelen van de leereenheid behandelen met volwassenen. Dat hebben we naar aanleiding van deze bijdrage gedaan. We bekeken met acht vrienden en kennissen (6 Vlamingen, 2 Nederlanders, 5 met onderwijservaring, 3 werkzaam buiten het onderwijs, doch geïnteresseerd in geschiedenis) de dvd. Dan hebben we gevraagd, naargelang de belangstelling, een roman en een non-fictionwerk te lezen en vervolgens een cultuurhistorisch onderdeel naar keuze te bestuderen. Sommigen kozen voor schilderkunst, anderen voor muziek, een voor oude ambachten. Dan werd het geheel in drie sessies van een soort leesclub naar voor gebracht. Was voor alle deelnemers verrijkend!

 

1. Enkele lessen geschiedenis

Je kiest een aantal fragmenten uit de televisiereeks. Je kunt een reeks inhoudelijke vragen stellen. Maar voorzie a.u.b. een aantal opdrachten in verband met beeldvorming, klederdracht, tijdgeest, e.d. Voorbeelden hiervan vind je op de website van de VVLG in het artikel Speelfilms en geschiedenis. Didactisch verwerkingsmodel.

Een bemodderde Willem keert terug van de oorlog bij zijn eerste vrouw, Anna van Buren

2. Een multimediale vakoverschrijdende leereenheid

Deze benadering geniet onze voorkeur. Ook hier is variatie in tijd, media, werkvormen mogelijk. Hier onder tref je de doelstellingen en een deel van de uitwerking aan die we in 1983 en 1984 toepasten. De bedoeling is dat je een behoorlijk groot deel van de leerstof ophangt aan het onderwerp Eenheid en scheiding van de Nederlanden, dat je een volledig tijdsgewricht poogt op te roepen, te evoceren in een aantal heel concrete details, samen met je leerlingen.

Eén fase krijgt in dit geval bij de start een veel groter belang: de motivering van de leerlingen. Onderschat dit a.u.b. niet! Zonder krijg je de leerlingen niet mee.

Wanneer je ruimer wil werken met de televisiereeks raden we aan ook de andere artikelen over film op de VVLG-site te lezen.

- DE WEVER, B., Speelfilms als medium in de geschiedenisles

- MARTENS, J., Film en televisie als bron van historische beeldvorming

Indien je weinig ervaring hebt in het werken met (jeugd)boeken, adviseren we op dezelfde website vooraf de drie eerste bijdragen onder Historische jeugdboeken als materiaal voor de historische vorming te lezen.

Materiaal en mogelijkheden

Met je collega Nederlands spreek je voldoende lang op voorhand af om de leerlingen een aantal romans te laten lezen die zich in de behandelde tijd afspelen.

Ook deze lijst kun je aanpassen aan leesniveau en/of belangstelling. Voor geschikte romans: zie verder onder "Leeswerk."

Je kunt andermaal vertrekken van fragmenten uit de televisiereeks. Er zijn nog twee andere invalshoeken mogelijk, die we beide afzonderlijk hebben uitgetest (in een andere context, uiteraard los van de televisiereeks, die nog niet beschikbaar was).

Gedurende twee lesuren projecteer je de gekozen fragmenten uit Willem van Oranje. De leerlingen bespreken in groepjes de vragen die je hebt gesteld. Vermoedelijk heb je hier en daar de projectie stopgezet om op relevante details te wijzen: het schilderij dat Willem aanbiedt aan kroonprins Filips; de wandtapijten bij de troonsafstand van Karel V… Dit biedt reeds kansen tot uitdieping over schilderkunst, wandtapijten…

Wat dachten de leerlingen over deze of gene passage?

Waarschijnlijk krijg je reeds enkele reacties in de aard van wat we boven optekenden bij onze collega's in Rotterdam.

"Die edellieden! Vreten, zuipen en onder de tafel plassen! Dat is toch overdreven!"

"Niet waar. Dat leek zó weggelopen uit het inleidende hoofdstuk van Geoffrey Parker, De Nederlandse opstand. Alleen is daar de bron een Spaans edelman en wordt er niet bij gezegd dat het ook in aanwezigheid van prins Filips gebeurde."

"Dat lijkt me trouwens nogal onwaarschijnlijk."

Je moet weten dat we vooraf het eerste hoofdstuk van Parkers uitstekende boek hadden gekopieerd en in de klas rondgedeeld om thuis te laten lezen.

Dan kun je de hele klas in kleine groepjes laten werken met de knappe cd-rom Een gedeeld verleden (ca. 1450-ca. 1650) Eenheid en scheiding van de Nederlanden.

Hierin een reeks van 38 prenten van Hogenberg die als het ware een chronologische strip van de opstand vormen van 1555 tot 1619. Ook tref je een massa onderwerpen aan die vragen om meer uitdieping dan de twee lesuren die de makers voorzien. Eén voorbeeld: er is een kort, maar goed hoofdstukje over cartografie. Dit onderdeel kun je vrijwilligers laten uitdiepen via een van de twee volgende titels, of via het hoofdstuk Waldseemüller en de geboorte van 'America' op de site van het Joos de Rijcke-project.

- Mercator (1512 - 1594) Ontdek een geleerde uit de 16de eeuw (DigiHistoria 4)

- Mercator - koopvideo (1994) en video-cd (1995) - duur: 55 minuten

Zeer uitvoerige bespreking met verdeling in sequenties op de website van de VVLG:

De cd-rom hebben wij nog niet in de klas gebruikt, de video-cd wel, met veel genoegen, voor een leereenheid geschiedenis - wiskunde. (Didactische uitwerking op de website van de VVLG, zie: Jos Van Steen & Jos Martens, Mercator. Een interactieve oefening in zelfwerkzaamheid in 4de jaar A.S.O. en technische.) Opvallend is dat ook de cd-rom van DigiHistoria werkt met een module wiskunde.

Vervolgens kun je een hele reeks onderwerpen laten uitwerken in groepjes, hetzij rechtstreeks vanuit de reeks Willem van Oranje, hetzij vanuit de jeugdboeken. Neemt een groep het humanisme als onderwerp, laat hen dan eens werken met onderstaande cd-rom, zeker als het een klas is met Latijn op het programma.

Nicolaes Cleynaerts (1493 - 1542). De merkwaardige reisavonturen van een 16de eeuwse humanist, arabist en islamdeskundige.

Ondertussen veronderstellen we dat je collega Nederlands gestart is met het laten lezen van aangepaste historische romans. Naast het romantechnisch deel wordt natuurlijk een historisch luik voorzien. Laat waar mogelijk aspecten opzoeken van het concrete dagelijkse leven. Dit komt in Willem van Oranje naar onze smaak niet voldoende aan bod, ook al zijn vele sequenties op historische locatie gedraaid. Leerlingen kunnen niet meer beschrijven wat ze zien, bijvoorbeeld op het gebied van landbouwmethodes, omdat de culturele context van een levenswijze die duizenden jaren fundamenteel ongewijzigd overleefde, binnen één generatie verdwenen is. Zelfs kinderen van landbouwers zijn daartoe niet meer in staat, zo snel is de evolutie van kleinschalige huisnijverheid naar agro-industrie gebeurd. Voor het Joos de Rijcke-project brachten leerlingen op die manier een aantal onderdelen op Internet, die oorspronkelijk meer dan 20 jaar geleden voor het eerst waren uitgetest in de leereenheid over eenheid en scheiding van de Nederlanden. Hier vinden je leerlingen reeds enorm veel materiaal.

Dan is er een laatste punt: de laatste jaren heeft onze collega muziek bijzondere aandacht besteed aan de muziek uit de 16de eeuw en vrijwilligers vergelijkingen laten uitwerken met hedendaagse muziek. Het resultaat was telkens de moeite! Muziek is immers het allerzwakste onderdeel van de reeks Willem van Oranje.

Zo, hier heb je ongetwijfeld meer materiaal dan je kunt verwerken. Eén advies: laat leerlingen ook boeken uit de onderstaande lijst gebruiken. Voor velen is er immers alleen nog Internet. "Wat niet op Internet staat, bestaat niet (2)."

Troonsafstand van karel V. De vermoeide keizer steunt op de arm van Willem van Oranje

Doelstellingen voor toepassing in onderwijs

Algemene

Algemene vakdoelstellingen Nederlands

Algemene vakdoelstellingen geschiedenis

Het is duidelijk dat de opgesomde algemene doelstellingen verder reiken dan de onderwijsdoelen van de betrokken vakken. Met 'verdraagzaamheid' en 'creativiteit' willen wij een bescheiden steentje bijdragen aan het nastreven van de 'waarden van het jaar 2000' zoals aangenomen op het elfde congres van het Internationaal Bureau van het Katholiek Onderwijs (Bangkok, 7-13 februari 1982) (5). Dit heeft een kwart eeuw later nog niets aan dwingende actualiteit ingeboet. Integendeel. Toch zitten er een aantal specifieke en concrete onderwijsdoelen achter, ook voor de betrokken leerkrachten. Als praktische uitweg uit de leermotivatiecrisis zag prof. De Corte eveneens 25 jaar geleden: reorganisatie van het leerprogramma; noodzaak van meer samenwerking en overleg tussen de leraars in de vorm van 'team-teaching'; meer activerende onderwijsmethoden; sterke gerichtheid op individualisering. Er dient gestreefd naar integratie van de leerinhouden en naar zelfstandig en zelfverantwoordelijk leren van de leerlingen door het stimuleren van de zelfactiviteit en het eigen initiatief (6). Je kunt voor jezelf nagaan hoeveel daarvan is gerealiseerd en hoeveel warm water men op dit ogenblik in het onderwijs weer eens aan het uitvinden is!

Het kan verwondering wekken dat verschillende malen de nadruk wordt gelegd op het verzorgen van de eindafwerking. Mgr. Daelemans (toenmalig hoofd van het VVKSO) zegde daarover: "Het afgewerkte product heeft ook een pedagogische waarde. Aan iets beginnen, het doorzetten en het afwerken, het tot een goed einde brengen is wellicht een van de meest urgente attitudes, die bij onze jonge mensen strenger moeten aangekweekt worden als noodzakelijk element van volwassenwording en verantwoordelijkheidsbesef" (7). Voor één keer ingaan tegen de "zo ongeveer-cultuur" (Kees Fens) lijkt ons inderdaad niet zo kwaad.

Na de algemene doelstellingen, kwamen die per les aan de beurt. Ze alle uitschrijven zou te ver leiden. Beperken wij ons hier tot één 'leerhap'.

Geuzenliederen

DOELSTELLING: in eigen woorden en met voorbeelden de rol kunnen weergeven van het protestlied door de eeuwen heen.

LEERMIDDELEN:

WERKVORMEN:

 

UITWERKING

 

Fonoplaten (op cassette getapt):

Nota: in 1984 behielpen wij ons met cassettes en fotokopies van liedteksten bij de LP's. Halverwege de jaren '90 zochten we tevergeefs naar cd's met dezelfde inhoud. Ondanks het feit dat die ondertussen voor een groot deel van de teksten wél voorhanden zijn (vaak opgenomen door dezelfde groepen van toen) verkozen we toch onze oude cassettes, omdat daar alles in de door ons gewenste volgorde staat.

Loont het wel de moeite?

Waarom deze toch lestijdrovende werk- en benaderingswijze?

Ervaring leert dat vaardigheden gemakkelijker impliciet aangeleerd worden in het kader van een project dat de interesse van de leerlingen kan wekken, dan in expliciete oefeningen, die hen vaak voorkomen als saai en te schools.

Eén grondprincipe moet de leerkracht zich hierbij steeds voor ogen houden: het bereikte niveau is het niveau dat door de leerlingen bereikt werd, niet dat van de leerkracht! "Een uitstekende les heb je niet wanneer de leerkracht briljant is, maar wel wanneer de leerlingen briljant zijn." Het handboek geeft een inhoudelijk en vormelijk behoorlijke tekst. Als de leerlingen die van buiten leren, lijkt het voor een buitenstaander of zij een prestatie op hoog niveau leveren, terwijl het eigen verwerkingsniveau zeer laag ligt (= 'papegaaien-' of 'braakballendidactiek'). Wanneer leerlingen hun zelfstandige verwoording neerschrijven, kan dat in de ogen van de leerkracht of de buitenstaander erg stuntelig overkomen in vergelijking met de gave tekst in het handboek. Vanuit het standpunt van de leerling daarentegen is hier een hoog verwerkingsniveau bereikt. En dit is het enige niveau dat telt!

Waarom het inschakelen van (jeugd)boeken? Omdat een kwart eeuw ervaring ons eveneens leerde dat goede fictie zorgt voor de factor inleving in een tijd, op een manier waartoe 'normale' schoolse lessen niet in staat zijn! (Dan hebben we het hier nog niet over de voorschriften van het leerplan Nederlands.) Cultuuroverdracht is niet mogelijk zonder het vak Nederlands, daarover zijn we het allen eens. Maar dat de doelstellingen van het vak geschiedenis evenmin kunnen bereikt worden zonder historische literatuur is o.i. veel minder gemeengoed. Schoolboeken geschiedenis komen bij het merendeel van de leerlingen immers over als een ontvleesd skelet, zonder leven. Dat kan ook moeilijk anders, als je ziet wat er in een dergelijk boek allemaal moet aan bod komen. Historische kennis wordt niet in de eerste plaats verworven of gepopulariseerd door geschiedenislessen of wetenschappelijke naslagwerken. De eigenlijke historische beeldvorming gebeurt veel sterker en diepgaander door televisie, film, strips en historische romans.

Op behoorlijk niveau actief, gevarieerd en creatief met alternatieve leermiddelen bezig zijn bestrijdt voor leerlingen (en leerkrachten!) nog een euvel van het verschoolde leren, dat Cornelis Verhoeven bekampt in zijn Tractaat over het spieken:

"Maar op een totaal in kaart gebracht, tot in details uitgetekend gebied vallen redelijkerwijs geen ontdekkingen meer te verwachten... Kortom: er is geen plaats voor interesse als de verwondering geen kans krijgt terug te schakelen naar een grotere graad van wanorde, waarin de vanzelfsprekendheid nog niet tiranniek heerst... Een didactiek, die maar één richting kent, de onfilosofische en antibeschouwelijke richting van toenemende vanzelfsprekendheid en praktische hanteerbaarheid, is een geëigend instrument om interesse in de kiem te smoren... (8)"

Dat wij ons evenmin hoefden te vervelen (hoewel alle betrokkenen meer werk hadden dan 'normaal') is mooi meegenomen. Hoe vaak krijg je als leraar nog de kans op echte arbeidsvreugde? En om bij te leren van je leerlingen?? Volgens wetenschappelijk onderzoek een al te zeldzaam kruid in Vlaamse geschiedenislessen (9)!

Feest bij Oranje

Leeswerk

Non-fiction

(Jeugd)boeken

Hier slechts enkele willekeurige romans. Voor een ruime keuze waardevolle boeken verwijzen we naar de lijst op de website van de VVLG en op Histoforum/Community Site.

* Voor het werken met historische romans: zie op de website van de VVLG:

Strips

Cd-roms

 

Internet

* Internetproject Joos de Rijcke

* Over film:

* De Nederlandse opstand

* Pienternet

 

Noten

1. Fruin, R., Tien jaren uit de tachtigjarige oorlog, Dieren, De Bataafsche Leeuw, 1984

2. Martens, J., Joos de Rijcke… Multimedia en Internet in algemene vakken, navormingssyllabus, Hasselt, 2006, 30 blz.

3. Angvik, M. & B. von Borries, Youth and History. A Comparative European Survey on Historical Consciousness and Political Attitudes among Adolescents, 2dln., Hamburg, 1997.

Goegebeur, W. (eindred.), Historisch besef: hoe waarden-vol?! Ontwikkeling van een analyse-instrument, VUBPress, 1999, 374 blz.

4. Waardeverduidelijking is geen indoctrinatie, wel integendeel, een middel om een hiërarchie van waarden voor zichzelf vast te leggen: "Wat heeft in de gegeven omstandigheden voorrang op wat?" Volgens Raths (1978) doorloopt het proces van waardeverduidelijking zeven fasen: 1. Waarderen. 2. Openlijk voor je mening uitkomen. 3. Het kiezen uit alternatieven. 4. Het kiezen na het onder ogen zien van consequenties. 5. Het vrij kiezen. 6. Het handelen. 7. Het consequent in vergelijkbare situaties op dezelfde manier handelen.

Raths, L., Naar eigen waarden. Dl.1: Basisboek, Rotterdam, Lemniscaat, 1978.

Simon, S., Naar eigen waarden. Emotionele en sociale ontwikkeling in het voortgezet onderwijs. Dl.2: Praktijkboek, Rotterdam: Lemniscaat, 1978;

5. Waardenbeleving in de christelijke school, in: Forum, jg. 13, 1982, nr. 6, p. 6-7.

6. De Corte, E. e.a., De leermotivatie: probleem nummer een in ons secundair onderwijs? In: Nova & Vetera, jg. LIX, 1982, nr. 5, p. 322 e.v.

7. Arbeidstijd en vrije tijd. Ethische opvoeding tot de wereld van de arbeid, in: Forum, jg. 13, 1982, nr. 11, p. 1.

8. Verhoeven, C., Tractaat over het spieken. Het onderwijs als producent van schijn, Baarn, Ambo, 1980, p. 44-45.

9. Van Dooren, J., Weinig amusement in de Vlaamse geschiedenisles, in: Hermes, jg. 1:3, 1997, p. 11-22.

Jos Martens



Copyright © 2006, 2007 VVLG, 08.04.2007